Imposant hoekcomplex "Brouwershuis", in 1923-1926 in opdracht van de brouwerij "La Vignette" heropgebouwd door de Brusselse architect J. Van Neck (volgens de gewijzigde plannen van architect E. Janlet).
Aan de bouw van dit pand waren eerder reeds drie "brouwershuizen" voorafgegaan. Een eerste in 1739-1740, toen het Brouwersambacht en het Groot Ambacht op de toenmalige hoek Hooimarkt-Tiensestraat een statig pand in Lodewijk XIV-stijl lieten bouwen om er hun vergaderlokalen in onder te brengen. Nadat het tijdens het Franse Bewind in 1798 openbaar verkocht werd als nationaal goed, werd naderhand in dit voormalige gildenhuis het gerenommeerde "Café des Brasseurs" geopend en op de bovenverdieping de Verkoopzaal van de Notarissen ondergebracht. In 1870-1871 diende het gebouw echter gesloopt te worden voor het doortrekken van de "Statiestraat" (Bondgenotenlaan) tot de Grote Markt. In dit verlengde straatgedeelte werd een nieuw "Brouwershuis - Café des Brasseurs" opgericht: een standingvol café, druk bezocht door studenten. Na verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het drankhuis heropend in een wederopbouwpand hogerop aan de overzijde van de Statiestraat tot, bij de aanleg van het Rector De Somerplein, het huidige "brouwershuis" werd opgetrokken.
Het pand werd geconcipieerd op L-vormige plattegrond, met deels handels- en deels horecaruimte op de gelijkvloerse verdieping en appartementen in de bovenbouw; vandaag is de begane grond volledig en de tweede bouwlaag gedeeltelijk ingenomen door horeca. Het vormt een ruim drie bouwlagen hoog volume onder mansardedak, met afwijkende travee-indeling tussen beneden- en bovenbouw: in zijn globaliteit telt het drie traveeën aan Diestsestraat, zeven aan het Margarethaplein en zes aan het Rector De Somerplein. Qua vormgeving vertegenwoordigt het een effectvolle wederopbouwarchitectuur geïnspireerd op het 18de-eeuwse Frans classicisme. Als algemene typering valt te noteren de volledige gevelbezetting met natuurstenen parement, de horizontale belijning van de omlopende geprononceerde pui- en kroonlijsten, de ritmiek van de door brede rondboogarcades opengewerkte begane grond, de verticale geleding van de bovenbouw door kolossale pilasters en gevelhoge, met balustrades uitgewerkte erkers die nog worden geaccentueerd door driedelige dakvensters tussen voluten, eertijds - tot de beschadigingen door de Tweede Wereldoorlog - afgedekt door een afgeschuind zadeldakje. Verder ook de verlevendiging door beeldhouwwerk, uitgevoerd door de Brusselse kunstenaars Egide Rombaux en A. De Raed: onder meer de hoornen des overvloed ter versiering van de hoekpenanten, de cartouches op de borstweringen en, in de door zuilen met siervazen geflankeerde hoofdinkompartij, binnen een entablementnis een basreliëf met allegorische uitbeelding van "de verrijzenis van de stad Leuven" onder de inscriptie "ATTRITA VICTRIX RESURGO" en in het gevelvlak erboven de huisnaam "Maison des Brasseurs - Brouwershuis". Aan het Rector De Somerplein, ten slotte, bijkomende horeca-inkompartij en in de uiterst rechtse travee de privé-toegang.
Bron: MONDELAERS L. & VERLOOVE C. met medewerking van VAN ROY D., VAN DAMME M. en MEULEMANS K. 2009: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Leuven binnenstad, Herinventarisatie, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB2, onuitgegeven werkdocumenten. Auteurs: Verloove, Claartje; Mondelaers, Lydie Datum: De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)