erfgoedobject

Heropgebouwde burgerhuizen en herenwoningen

bouwkundig element
ID: 206579   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/206579

Juridische gevolgen

Beschrijving

Wederopbouwpanden van het type halfvrijstaande en/of ruimere burgerhuizen en herenwoningen.

Nummer 58 werd in 1916 (grotendeels?) herbouwd (naar vooroorlogse toestand?) naar ontwerp van architect A. Stevens: als groothandel in fietsen omvatte de begane grond deels ook een bureelruimte, loket- en wachtzaal; links leidde een met hekwerk van de straat afgesloten doorrit naar het achterin gelegen magazijn: de huidige poortafsluiting dateert van 1921. Drie bouwlagen en twee op drie traveeën tellend pand onder zadeldak. Het plastisch uitgewerkte gevelfront in gemengde neo-Vlaamse-renaissance-/neobarokstijl kenmerkt zich door het picturale materiaalgebruik -combinatie van rode baksteen, blauwe hardsteen en witte natuursteen - en een karakteristiek decor met cordons, speklagen en hoekkettingen, typerende entablementvensters met gebroken boogvormige en driehoekige frontons en zware balusterbalkons op voluutconsoles. Het poortgebouw vormt een stilistische voortzetting. De inbreng van de brede toegangsdeur in de voorgevel dateert van 1962. Voor de zijgevel werd een soberder vormgeving gehanteerd.

Nummers 100, 102 werden in 1922 heropgebouwd in opdracht van de Gebroeders Vander Elst, eigenaars van de gelijknamige tabaksfabriek - sinds 1928 geïncorporeerd in de groep "Tabacofina" -, waarvan de achterin gelegen bedrijfsgebouwen stelselmatig werden uitgebreid tussen de Tiensevest en de Arnould Nobelstraat, en een eerste maal tijdens de Eerste Wereldoorlog werden geteisterd en herbouwd, een tweede maal tijdens de Tweede Wereldoorlog en deels vervangen door een nieuw fabriekscomplex naar plannen van architect F. Vandendael. Aan de Tiensevest vormen de woningen een monumentaal ensemble, samengesteld uit een drie bouwlagen hoog enkelhuis onder zadeldak en een breed, twee bouwlagen hoog pand onder masardebedaking, met toegang in de zijgevel via een poort aan de vest. Beeldbepalende wederopbouwarchitectuur in een expressieve combinatie van rode baksteen en blauwe hardsteen en getuigend van een fantasierijke interpretatie van de gotische en renaissancistische vormentaal. Typerende geleding door cordons en speklagen; toepassing van gevarieerde rond-, korf-, spitbogige en rechthoekige venstervormen en -omlijstingen; gelijkvloerse arcadestructuur met deelzuilen voorzien van loofwerkkapitelen; overhoekse en gebogen balkons, een twee bouwlagen hoge driezijdige erker en een overkragende gevelpartij op de bovenverdiepingen; hoger opgetrokken vensterpartij met gedecoreerde tuitgevel, een geajoureerde attiek en een of tweeledige dakvensters met pinakelelementen, boogfrontons en topstukken. Vrij sobere vormgeving voor de zijgevel. Brede, belendende rondboogpoort met geblokte rechtstanden en sierlijk gedetailleerd traliewerk.

Nummer 104 werd volgens de bouwvergunning van 1914 blijkbaar herbouwd naar vooroorlogse toestand: een enkelhuis met drie bouwlagen, twee traveeën en eenlaagse poorttoegang, volgens het ontwerp van architect V. Lenertz van 1909 opgetrokken in opdracht van F. Vander Elst. In 1959 werd het poortgebouw met twee bouwlagen verhoogd. Vrij sobere neotraditionele gevelarchitectuur met barokinvloeden zie de registerindeling en geleding door cordons en speklagen, de getoogde vensteropeningen, de korfboogomlijsting met booglijst voor de deur en het deurvenster, en de tot tuitgevel hoger opgetrokken brede vensterpartij in risaliet.

Nummer 132 dateert van 1923 en werd ontworpen door architect Notéris (Brussel). Imposante privé-woning met drie bouwlagen, opgetrokken in opdracht van A. De Stordeur - oprichter van de voormalige "Usines de Stordeur". Het pand markeert door de wit-rode kleurstelling van de materialen en de vermenging van een klassiek-historiserende en art deco vormentaal: zie onder meer de vrij symmetrische compositie met enkelhuisopstand en vensterordonnantie met twee- en drielichten, de torenvormige polygonale hoekuitbouw met lantaarn, de vormgeving en detaillering van de portiek, overhoekse erker, het traliewerk van deur en balkon in de ingangstravee, en verder het gestileerde decor en de opvallende mansarde- en torenbedaking. Links aanpalende tuin (doorlopend in nummer34) van de vest afgesloten door fraai hekwerk boven een arduinen sokkel. De aanhorigheden rechts werden in 1949 naar ontwerp van architect M. Demuynck in opdracht van de Belgische Boerenbond verbouwd tot de huidige vijf traveeën brede uitbreiding, twee bouwlagen hoog doch later verhoogd.

Nummer 134, als directeurswoning in 1922 eveneens door A. De Stordeur opgetrokken en ontworpen door architect Notéris, is opgevat als een L-vormig volume van drie bouwlagen onder mansardedak, met afgeschuinde hoek en een toegangsportiek onder met balustrades afgezette loggia in de oksel. Baksteenbouw verwerkt met witte natuursteen en getypeerd door een strakke klassieke opstand geordonneerd door twee- en drielichten. De tuin, deels voortuin, is van de vest afgesloten door een afgeronde sokkel afgezet met fraai gedetailleerd hekwerk.

Nummer 170, op de bovenverdieping in een paneel 1921 gedateerd, werd door architect E. Goethals ontworpen als een breed, twee bouwlagen en zes traveeën tellend volume met enkelhuisopstand, onder zadelbedaking. Eclectische "wederopbouwstijl" met een fantasierijke, eigentijdse interpretatie van de traditionele en renaissancistische vormentaal. Onder meer door toepassing van een picturaal contrasterend materiaalgebruik, karakteristieke speklagen, boog- en hoekstenen, en uitwerking van de risalieten: de venstertravee als een gebroken tuitgevel met "Venetiaans" drielicht, de poorttravee met geblokte pilasters. Voorts typerende bow window, gestileerde en geometrische detailleringen in de ijzeren balkonleuningen, de paneelversiering en het decoratieve metselwerk op de borstweringen en in het fries onder de klassieke houten gevelaflijning.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 76271 (bouwvergunning 01.04.1909 en 10.12.1914); dossier 79452 (bouwvergunning 17.01.1916); dossier 79925 (bouwvergunning 06.06.1921); dossier 79457 (bouwvergunning 28.10.1921); dossier 81374 (bouwvergunning 31.01.1922); dossier 78994 (bouwvergunning 06.10.1922); ); dossier 81062/83048 (bouwvergunning 21.09.1923); ); dossier 106709/108100 (bouwvergunning 27.09.1949); dossier 114943/3774 ((bouwvergunning 28.05.1959); dossier 116835/5962 (bouwvergunning 29.03.1962).
  • UYTTERHOEVEN R. 1990: Leuven Weleer. Op de Westhelling en langs de Vesten, deel 6, Leuven, figuren 70a-71c.

Bron     : Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)
Auteurs :  Mondelaers, Lydie, Verloove, Claartje
Datum  : 2009


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Heropgebouwde burgerhuizen en herenwoningen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/206579 (Geraadpleegd op 11-11-2019)