Gemeentehuis Keerbergen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Keerbergen
Deelgemeente Keerbergen
Straat Haachtsebaan
Locatie Haachtsebaan 54, Keerbergen (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Gemeentehuis Keerbergen

Deze bescherming is geldig sinds 15-03-2010.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Gemeentehuis van Keerbergen

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Over de precieze context van de bouw van een gemeentehuis zijn op dit moment geen gegevens voorhanden. Een in het Rijksarchief bewaard, 1861 gedateerd plan van provinciaal architect Alexander Van Arenbergh (1824-1865) dat een bescheiden rechthoekig volume met school en gemeentehuis onder één dak voorzag werd, voor zover bekend, niet gerealiseerd.

In 1880 wordt het huidige gemeentehuis voor het eerst kadastraal geregistreerd. De mutatieschets toont een rechthoekig hoofdvolume aan de Haachtsebaan met achterliggend een parallelle, kleine en ondiepe dienstvleugel. Nog dieper op het rechthoekige perceel bevindt zich de reeds in 1870 kadastraal geregistreerde klassenvleugel. In deze voormalige jongensschool was een tijdlang de Heemkundige kring De Botermolen gevestigd. Nadien werd hij in gebruik genomen door de gemeentelijke technische dienst. Bij die gelegenheid werden tussenmuren verwijderd, valse plafonds gestoken en de karakteristieke gevelritmiek doorbroken met brede garagepoorten. Wie de ontwerper was van school en gemeentehuis kon niet worden achterhaald. Aangezien in de bewuste periode voor openbare gebouwen uitzonderlijk beroep werd gedaan op een privé-architect mag worden aangenomen dat de plannen werden gerealiseerd door de Leuvense architect Louis Van Arenbergh, die intussen zijn vader als provinciaal architect voor het arrondissement Leuven was opgevolgd. Ook compositorische en stilistische kenmerken pleiten hiervoor. Tot in 1998, met de verhuis naar het nieuwe administratief centrum op het Gemeenteplein, bleef het oude gemeentehuis als dusdanig in gebruik.

Het voormalige gemeentehuis - een hoofdvolume met achterliggend bijgebouw - werd ingeplant op een groot, breed rechthoekig perceel vlakbij het centrum. Het was multifunctioneel van opzet en omvatte in het middengedeelte de gemeentediensten, aan weerszijden geflankeerd door de woningen van respectievelijk gemeentesecretaris en hoofdonderwijzer. Het rechthoekige, bakstenen volume met verwerking van blauwe hardsteen voor plint, omlijstingen, druiplijsten en dorpels telt twee bouwlagen van negen traveeën onder een rood pannen zadeldak.

Geconcipieerd in een classicistisch geïnspireerde eclectische stijl imponeert de ruim 28 meter brede voorgevel niet alleen door zijn proporties maar ook door de symmetrische, evenwichtige opbouw en de expressieve uitwerking, hierbij verwijzend naar de achterliggende functies.

Verticaal strak belijnd door brede, gegroefde pilasters worden de drie middelste traveeën die de gemeentediensten situeren risalietvormig geprononceerd door een sterk vooruitspringende en hoger opgetrokken gevelwand met bekronend attiek en een inmiddels verdwenen driehoekig fronton, dat wellicht een inscriptie bevatte met verwijzing naar de functie. De centrale toegang, voorafgegaan door enkele hardstenen trappen, werd gemarkeerd door een brede hardstenen steekboogdeur met geprofileerde omlijsting, geflankeerd door twee smalle steekboogvensters, eveneens met hardstenen omlijsting: een schikking die zich herhaalt op de verdieping met het brede middenvenster en de smalle zijvensters ter hoogte van de raadzaal. De strakke, aangehouden symmetrie komt eveneens tot uiting bij de aansluitende, drie traveeën brede dienstwoningen. Ook hier is de toegang in de vorm van een steekboogdeur met bovenlicht centraal gesitueerd terwijl het dubbele register van lichtgetoogde vensters zich onderscheidt door omlijstingen in gesinterde baksteen in combinatie met een hardstenen druiplijst met gestrekte uiteinden en een diamantkopsluitsteen. Bijkomend zorgen de bakstenen spiegels ter hoogte van de vensters voor een licht decoratief accent. De band tussen de drie entiteiten wordt terug aangehaald door de op de verdieping cordonvormig doorgetrokken onderdorpels. Het houten buitenschrijnwerk omvat witgeschilderde T- ramen en eenvoudige, groen geschilderde deuren met bovenlicht. De gelijkvloerse vensters zijn voorzien van eveneens groen geschilderde rolluiken.

De zijgevels met geprononceerde dakrand zijn, op een klein lichtgetoogd zoldervenster en op een recente deur na, blind. De aanleunende gegroefde, bakstenen hekpijlers verwijzen naar de verdwenen smeedijzeren hekkens die toegang verleenden tot de achterliggende klassenvleugel. De achtergevel toont een sobere, functionele ordonnantie met twee registers van lichtgetoogde vensteropeningen met zowel houten T-ramen als ramen met tweeledig bovenlicht en een horizontale verdeling met glasroeden. Opmerkelijk is het grote, centraal geplaatste rondboogvenster met metalen glasroedeverdeling dat de achterliggende traphal situeert. Verder eenvoudige houten achterdeuren met bovenlicht. Typologisch markant was de kleine eenlaagse vleugel met twee symmetrisch opgestelde bijgebouwtjes die in combinatie met een bakstenen ommuring de binnenkoertjes omlijnden, achteraan de respectievelijk dienstwoningen. De bakstenen gebouwtjes met rood pannen zadeldak en rode vloertegels van gebakken aarde zijn opengewerkt met twee deuren onder hardstenen latei, geflankeerd door een lichtgetoogd venstertje met metalen glasroeden. Ze omvatten bergruimte en sanitair. Momenteel bleef enkel de rechterhelft van deze vleugel bewaard, omgeven door recente, banale aanbouwsels.

De binnenindeling van het hoofdvolume werd deels gewijzigd door de verplaatsing van binnenmuren terwijl de algemene structuur bleef bewaard: ruime kelders met bakstenen vloer en troggewelfjes; dragende muren met houten roostering en een grenenhouten dakstructuur. Elke entiteit is voorzien van een centrale dwarsgang met een houten bordestrap met balusters naar de verdieping. De algemene stoffering is uitermate sober: overwegend houten vloeren en een zwart-witte cementtegelvloer in de dienstwoningen; bescheiden zwartmarmeren schouwen met witte bies; elementair geprofileerde stucplafonds; traphal met sporen van een sjabloonbeschildering; twee of drieledige paneeldeuren.

  • BRUSSEL, Archief van het kadaster, mutatieschetsen 1870 en 1880.
  • Van Arenbergh Louis in: Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, 2003, p. 545-546.
  • Het huis in het midden. Gemeentehuizen van de Brusselse Agglomeratie. Monografieën Bouwkundig Erfgoed 4. Koning Boudewijnstichting 1988.
  • LEFEVER F.A., De architectenfamilie Van Arenbergh, in: Jaarboek van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, deel 28, Leuven, 1988, p. 4-40.
  • MIGOM S., Een huis voor de gemeenschap in Sterk gebouwd & makkelijk in onderhoud, (2006), p. 69-76.
  • WOUTERS R., Keerbergen. 50 jaar volksleven, deel2, (Kampenhout), (1988), p. 8.

Bron: Beschermingdossier DB002310

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum tekst: 2009

Relaties

maakt deel uit van Keerbergen

Keerbergen (Keerbergen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.