erfgoedobject

Kasteeldomein Gellenberg

bouwkundig element
ID: 206861   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/206861

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ten noordwesten van de dorpskern van de grootste gemeente in het Hageland, ten zuiden van de steenweg Leuven-Diest, bevindt zich het tegen een helling ingeplante Gellenberg, een domein van bijna 6 hectare dat begin 19de eeuw in vroeg-landschappelijke stijl werd heraangelegd.

Op de bodemkaart is deze helling weergegeven als een ongerepte vochtige zandleembodem alhoewel het gaat om de sterk vergraven noordrand van het zandleemplateau van Pellenberg. Aan de voet van de helling wordt ook een kleirijke ontsluiting van het Diestiaan gesitueerd wat de aanwezigheid van bronnen verklaart.

Historiek

Het ontstaan van het domein Gellenberg, sinds 1911 eigendom van de notarissenfamilie Halflants, grijpt terug tot "'t hoff ten Berghe", een leen van de hertog van Brabant dat in de 14de-15de eeuw in het bezit was van de adellijke familie Hofstat (of vander Hofstad), die ook het nabijgelegen waterhof bezaten. In 1753 verkocht het Leuvense Oratorianenklooster, inmiddels eigenaar, het hof van Gellenberg ("den Guldenbergh") aan Claire-Hélène van der Noot, weduwe van Pierre-Léonard Baelmans, gewezen opperburgemeester van Leuven. Rond 1775 liet de familie Baelmans de hoeve en de aanpalende landerijen ombouwen tot buitengoed met park en vijvers. In het 'Thiendeboek' becommentarieerde de toenmalige pastoor van Lubbeek, Norbertijn van de Parkabdij, de aanleg van de lusttuin als volgt: "Mijnheer Baelemans heeft sijnen boomgaerd oft Hoye Weiÿe in sijn speelgoed met dreven en plantsoenen beplant in 1775, ende hebbe voor thiende voor den eersten keer 't huys gebracht 50 schoven". Op de Ferrariskaart (1771-1775) wordt op de Gellenberg ("Gelibergh") een complex van tuinen en vijvers afgebeeld, dat een oppervlakte beslaat van ongeveer 6 hectare.

Bovenaan de helling bevindt zich een gebouwencomplex - een semi-gesloten U-vormige hoeve en hierop langs de oostzijde aansluitend, drie kleinere, vrijstaande volumes, waaronder het 'huis van plaisantie' - dat uitkijkt over twee kleine vijvers en een omgracht perceeltje. De lusttuin omvat twee rechthoekige vijvers in het noordoosten en, tegen de gebouwen aan, twee langwerpig-rechthoekige perceeltjes die vermoedelijk parterres voorstellen. De donkergroene vlek ten noorden hiervan is eveneens een kruisvormig ingedeelde parterre. De westelijke, beboomde helft van het domein wordt ontsloten door twee evenwijdige dreven. In dit gedeelte worden drie kleine waterpartijen weergegeven, onder meer de nog bestaande poel.

De overgang van regelmatig-geometrische naar informele, vroeg landschappelijke aanleg die zich vooral in het oostelijke gedeelte van het domein manifesteerde dient wellicht gesitueerd in 1821 toen Charles De Wyels (1797-1876), burgemeester van Loonbeek, in het bezit kwam van Gellenberg. Op de Primitieve kadasterkaart (1824) omvat het domein vijf percelen, waarvan het grootste (perceel nummer 365, 4 hectare 16 are 60 centiare) als "plaisir tuin" wordt aangemerkt. Het complex van gebouwen op het plan aangeduid als "Kasteel Dewies" en in de leggers als "huis" (nummer 364) bestaat op dat moment uit drie vrijstaande volumes waaronder het in het laatste kwart van de 18de eeuw door Baelmans gerealiseerde landhuis: een tussen aandaken gevat, twee bouwlagen en negen traveeën tellend rechthoekig volume met zadeldak, opengewerkt met grote, beluikte rechthoekige vensters waarbij de vier middelste traveeën aan noordzijde zijn samengetrokken onder een boogfronton met oeil-de-boeuf. Onder dit fronton bevindt zich een dubbele boogdeur die op een klein terras uitgeeft.

In 1842 wordt het domein aangekocht door Isidore Nelis, hoogleraar te Gent en voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, die het kasteel in de periode 1850-60 aan zuidzijde liet verfraaien met een middenpaviljoen met bekronend driehoekig fronton en mogelijk ook met de gietijzeren boogbrug aan de vijver. Het kasteel verkreeg in grote lijnen zijn huidige aspect rond 1907 toen de toenmalige eigenaar, de ambtenaar de Meurisse, het kasteel uitbreidde met twee hoekpaviljoenen en een verbindingsgang langs de zuidgevel. De laatste ingrepen gebeurden in opdracht van de notarissenfamilie Halflants die het goed in 1911 aankochten. Datzelfde jaar werden aan beide geveluiteinden twee kleine bijgebouwtjes aangebouwd en in 1930 wordt het middenpaviljoen aan de zuidgevel vergroot naar ontwerp van de Leuvense architect Louis(?) Mispelter.

Aan het park van De Wyels worden geen fundamentele wijzigingen meer aangebracht tenzij de oprichting van een "kinderdorp", een merkwaardige tuinfolly en jeugdwerk van de kinderen Halflants uit 1946-1953, verscholen in een oud taxusmassief, ten zuidwesten van het kasteel.

Beschrijving

Kasteel en bijgebouwen

Een ijzeren hekken gevat tussen classicistisch, geïnspireerde, natuurstenen pijlers en een kronkelende oprijlaan leiden naar het door een grasveld voorafgegaan kasteel. Het is een langgerekt, tweelaags bepleisterd en beschilderd volume met complexe, natuurleien bedaking waarvan het huidige neoclassicistische aspect met grote beluikte rechthoekige vensters het resultaat is van opeenvolgende uitbreidingen (circa 1850, 1907, 1911 en 1930) met hoek- en middenpaviljoenen, verbindingsgang en lagere dienstgebouwtjes. Hierbij bleef het initiële volume van het eind 18de-eeuwse landhuis zoals gekend van op oude foto's - een negen traveeën en twee bouwlagen tellend breedhuis met bekronend boogfronton - bewaard zoals ook aan de hand van de traditionele spantstructuur afleesbaar. De vrijwel symmetrisch, hiërarchisch uitgewerkte, oker- en witgeschilderde voorgevel (zuiden) wordt gedomineerd door een monumentaal, twee en een halve bouwlaag tellend, ontdubbeld middenpaviljoen met flankerende gevelhoge, ionische pilasters en een driehoekige frontonbekroning waarbij de toegang wordt geaccentueerd door een beglaasde vierledige deur in een getoogde omlijsting. Proportioneel bescheidener hoekpaviljoenen met pseudo-hoekkettingen en driehoekig fronton markeren de geveluiteinden. Tegen de kopgevels twee lagere bijgebouwtjes onder schilddak.

De naar de vijver gerichte, wit en roze geschilderde parkgevel (noorden) met voorliggend, met balustrade omsloten terras en een strakke ritmering met een dubbel register van in een rechthoekige, natuurstenen omlijsting gevatte, beluikte vensters is voornamer en rustiger van karakter. De in een rechthoekige omlijsting gevatte rondboogdeuren met schijfmotief in de zwikken en een bekronende druiplijst, het boogfronton met oculus met Lodewijk XVI-versiering alsook de bescheiden houten dakkapellen verwijzen naar de laat 18de-eeuwse origine. De polygonale hoekpaviljoentjes met hun gedrukt schilddak daarentegen dateren uit het begin van vorige eeuw.

De symmetrische binnenindeling bleef sinds de laatste aanpassingen in 1930 grosso modo ongewijzigd: een centrale hal met aansluitende langsgang die de verschillende vertrekken bedient. In het middengedeelte bevinden zich de eetkamer, het groot salon en het rooksalon terwijl de ruimten in de hoekpaviljoenen aanvankelijk waren bestemd als keuken en als notariaat. De overwegend neoclassicistisch geïnspireerde interieurafwerking is vrij bescheiden: houten en granitovloeren, dubbele paneeldeuren, plafonds met sober lijstwerk, marmeren schouwen. Uit de 18de-eeuwse beginperiode bleef een fraaie Lodewijk XVI-trap bewaard.

Vlak naast en ten zuidwesten van het kasteel liggen de bijgebouwen, diverse bakstenen volumes met pannen zadeldak, in een semi-gesloten opstelling rond een gekasseide binnenkoer. Het oudste en meest dominante volume met muurvlechtingen, aandak en bewaarde kapconstructie dateert uit de 18de eeuw en fungeerde aanvankelijk als wagenhuis en paardenstal, vervolgens als garage. De overige bijgebouwen met karakteristieke ijzeren lateien met rozetversiering (1850 en 1908) deden dienst als hovenierswoning, fruitbewaarplaats, varkenskot… Erop aansluitend bevindt zich de moestuin en meer zuidwaarts de grote hoogstamboomgaard.

Park
Sporen van de 18de-eeuwse geometrische tuin

Opmerkelijk is dat de westelijke grens van het park wordt gevormd door een aarden wal van circa 1 meter hoog, met relicten van een oude haagbeukhaag (Carpinus betulus) en, om de 7 à 9 meter, een 180 jaar oude zomereik (Quercus robur). In een meer natuurlijke omgeving zou zoiets als een historische veekering of boswal geïnterpreteerd worden. In het westelijke, nu beboste gedeelte van het park komen ook de dikste en vermoedelijk oudste bomen van het domein voor, met name twee tamme kastanjes (Castanea sativa) met respectieve stamomtrekken van 485 en 453 centimeter. Op grond van het aantal jaarringen van drie, in 1945 afgestorven exemplaren die ongeveer dezelfde afmetingen vertoonden, zouden deze kastanjes rond 1760 geplant zijn.

Naast de nog herkenbare terrasvorm in dit bosgedeelte is ook het brongebied in de vorm van een ronde poel van bijzonder architecturaal belang. Aan de oever van deze poel stond een achthoekig metalen prieel met sierbogen en een uit driehoekjes bestaande fries rond de dakrand. De acht ronde pilaren waarop het dak rustte waren bevestigd in vierkante arduinen blokken, die later – na de verwoesting van het prieel door een storm op 14 november 1940 – werden hergebruikt bij de constructie van het 'kinderdorp'. De achtkantige arduinen tafel die in het prieeltje stond, belandde eveneens in een ander gedeelte van het park.

Gellenberg in vroeglandschappelijke stijl (circa 1820)

De overgang van regelmatig-geometrische naar informele, vroeg-landschappelijke tuinen doet zich voor in diverse parken in de regio; 1810 kan daarbij min of meer als spiljaar worden aangeduid. Tussen 1775 en 1824 – mogelijk bij het begin van Deweyls' eigenaarschap in 1821 – gebeurde dit in Gellenberg. Zoals in de meeste vroeg-landschappelijke parken zijn er geen sterke, grootschalige structuren of perspectieven aanwezig. Gellenberg heeft een eerder intimistisch karakter. De relatie vijver-kasteel, de reflectie van de '18de-eeuwse' zijde van het kasteel in de vijver, vormt de belangrijkste visuele attractie. De vroeg-landschappelijke aanleg manifesteert zich vooral in het oostelijke gedeelte. De vierkante vijvers maakten plaats voor een kleine ronde vijver (perceel nummer 367) en een grote serpentinevijver (perceel nummer 366) die min of meer de hoogtelijnen volgt, naar het westen aanzienlijk verbreed en daar opgehouden wordt door een 4 meter hoge, nog bestaande dijk. In Gellenberg zijn de oude terrassen echter duidelijk zichtbaar gebleven, niet alleen in het westelijke, beboste gedeelte, maar ook ten noorden van de grote vijver, waar nog een terras met een eigen talud zichtbaar is.

De Primitieve kadasterkaart (1824) geeft – wat zeer uitzonderlijk is voor kadasterkaarten - in stippellijn een gedetailleerde weergave van de aanleg van het 'bosquet' in de westelijke domeinhelft: twee parallelle oost-west lopende dreven, halverwege verbonden door een loodrechte dwarsweg, die hellingopwaarts op de reeds genoemde ronde poel met het prieel uitmondt. Het bosgedeelte tussen de dreven, de dwarsweg en de vijver vertoont een stervormige indeling, het 'sterrenbos' uit de klassieke parkaanleg. Aan de voet van de helling tussen de poel en het kasteel, loopt nog een derde evenwijdige weg, die op een 20-tal meter van de poel in een soort van rotonde eindigt. De 'ster' en het rotondelaantje zijn verdwenen, dit in tegenstelling tot de paralleldreven.

Een weg - momenteel beplant met groene beuken - die in 1909 tussen de veel oudere tamme kastanjes werden aangeplant, loopt loodrecht op de hoogtelijnen en de as van het kasteel ten westen van de vijver naar beneden. Loodrecht op deze beukendreef vertrekken op hun beurt de twee evenwijdige dreven met respectievelijk Amerikaanse eiken (Quercus rubra) – sinds 2003 vervangen door beuk en tamme kastanje - en veel oudere linden (Tilia spec.) met stamomtrekken van 240 centimeter tot 345 centimeter. De Amerikaanse eiken werden eveneens in 1909 tussen oude tamme kastanjes aangeplant. De oorspronkelijke tamme kastanjes van de twee andere dreven werden tussen de jongere bomen gerooid in 1925. Parallel met de taluds stond een rij zomereiken, waarvan de laatste drie werden gekapt in 1960 en die, evenals de tamme kastanjes, 200 jaar oud bleken te zijn. Het gaat dus om bomen uit de 'Franse' tuin die de weduwe Baelmans of haar zoon rond 1753 liet aanleggen.

Gellenberg vandaag

Alhoewel het domein Gellenberg op de 'Biologische waarderingskaart van België' zonder veel egards als "kasteelpark (kpk)" tot de tweede waardeklasse ("biologisch waardevol") wordt gerekend, bevat het bosgedeelte plekken met interessante vegetaties, uitgebreide groeiplaatsen met bosanemoon (Anemone nemorosa), kleine maagdenpalm (Vinca minor), bosgierstgras (Milium effusum), eenbloemig parelgras (Melica uniflora) en zijn er ook interessante oeverplanten zoals poelruit (Thalictrum flavum). Het meest opvallend in het bronrijke bosgedeelte is een uitbundige groeiplaats van bolletjesvaren (Onoclea sensibilis), hoogstwaarschijnlijk ooit aangeplant. Een andere verwilderde introductie groeit verspreid over de gazons, met name een grote, op alant lijkende composiet Telekia speciosa, soms ook koeienoog genoemd. Bij de vijverbrug groeit wilde hyacint (Hyacinthoides non scripta), eveneens geïntroduceerd.

Maar vooral vanuit dendrologisch oogpunt heeft het domein een uitzonderlijke waarde, niet alleen omwille van een aantal buitengewoon dikke bomen, maar ook omwille van de zeldzaamheid van sommige soorten en variëteiten. Het Gellenbergpark krijgt dan ook een bijzondere vermelding in het boek 'Bomen in België'. De helling rechts van de oprijlaan wordt gestoffeerd met diverse interessante bomen, bomengroepen of struikmassieven, bijvoorbeeld een kampioenexemplaar met 293 centimeter stamomtrek van Liriodendron tulipifera 'Integrifolium', een cultuurvariëteit van Amerikaanse tulpenboom met een bijna vierkant blad. Deze boom, die in 1995-1996 stierf, werd vermoedelijk aangeplant in het begin van de 19de eeuw, want bij het verzagen werden op 6 meter hoogte 145 jaarringen geteld. Een nieuw exemplaar werd aangeplant aan de noordrand van de vijver, naast een andere cultivar van deze soort: Liriodendron tulipifera 'Aureomarginatum'. Langs de oprijlaan staat een oude (280 centimeter stamomtrek) zuilvormige zomereik met bolvormig blad (Quercus robur 'Fastigiata Cucullata'), een zeldzame combinatie die in 1865 in Duitsland in cultuur werd gebracht.

In de omgeving van de oprijlaan bevinden zich nog een Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) met een stamomtrek van 611 centimeter, een weymouthden (Pinus strobus) van 316 centimeter en diverse oude bruine beuken (Fagus sylvatica 'Atropunicea') met stamomtrekken van meer dan 300 centimeter. Langs de zuidrand van het park staan enkele monumentale tamme kastanjes (Castanea sativa), bruine beuken en zomereiken. Een van de kastanjes, die zich overigens buiten het domein van Baelmans bevond, heeft een stamomtrek van 492 centimeter en vormt, samen met de reeds vermelde kastanjes in het bosgedeelte, het 18de-eeuws generatierestant.

Aan de zuidoosthoek van het kasteel stond een monumentale zesstammige gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), met 780 centimeter stamomtrek vermeld in 'Bomen in België' als 'kampioen', die, toen hij in 1993 omwaaide, 160 jaar oud bleek te zijn. Aan de westzijde van het kasteel bevindt zich een merkwaardige groep van vijf bontbladige esdoorns (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii'), een in 1864 door de Gentse kweker Domien Vervaene naar koning Leopold I benoemde cultivar. Op twee plaatsen komt wortelopslag voor van rond 1950 gesneuvelde bonte Engelse iepen (Ulmus procera 'Argenteovariegata'), een zeldzame soort die we in de regio verder alleen in het Klein Park (Ave Regina) te Bierbeek (Lovenjoel) hebben waargenomen. Verspreid over het domein staan oude taxussen (Taxus baccata) met stamomtrekken tot bijna 2 meter.

Door de recente aanplantingen, vooral vanaf 1980, die zich hoofdzakelijk in het oostelijk gedeelte van het park concentreren, heeft het park het karakter van een arboretum gekregen. De hiernavolgende opsomming is niet exhaustief maar desalniettemin indrukwekkend: rode slange-esdoorn (Acer capillipes), Cappadocische esdoorn met geel blad (Acer cappadocicum 'Aureum'), variëteit van Chinese slange-esdoorn (Acer grosseri var. Hersii), cultivars van Japanse vingeresdoorn (Acer japonicum 'Vitifolium' en 'Osakazuki', Davidia involucrata, tulpenboom met geelgerand blad (Liriodendron tulipifera 'Aureomarginatum'), Magnolia grandiflora, Magnolia x soulangeana 'Brozzonii', Magnolia obovata, Magnolia sieboldii; en vooral zeldzame soorten of vorm- en kleurvariëteiten van coniferen: een dwergvorm van coloradozilverspar (Abies concolor), momizilverspar (Abies firma), Koreaanse zilverspar (Abies koreana 'Silber locke'), himalayaceder met witachtige twijguiteinden (Cedrus deodara 'Albospica'), Oost-Aziatische spar (Picea jezoensis), cultivar van Japanse rode den (Pinus densiflora 'Tanyosho compacta'), een treurvorm van weymouthden (Pinus strobus 'Pendula'), watercipres (Metasequoia glyptostroboides), enzovoort.

Naast een oud en nog vitaal massief van Pontische rododendron (Rhododendron ponticum) herbergt het domein ook een zeer gevarieerd, min of meer recentelijk aangeplant assortiment rododendron. In 1998 werd een nieuwe rechtlijnige weg evenwijdig met de zuidgevel van het kasteel aangelegd, en versierd met vijf grote stenen vazen, die afkomstig zijn van een afgebroken villa te Laken, gebouwd door Leopold II voor barones Vaugan.

Ten zuidwesten van het kasteel, verscholen in een oud taxusmassief, staat er een merkwaardige tuinfolly, die in een wandelgids als "kinderdorp" omschreven wordt en herinneringen oproept aan de 'hameau' in de Franse tuinen: een Kempisch huisje, een Brabants huisje, een Engels huisje, een Elzasser toren en een fonteintje, sommige met bas-reliëfs versierd en allen opgetrokken in leem- en vakwerkbouw, qua schaal en atmosfeer ergens tussen Breugel, het Zwarte Woud en Madurodam, jeugdwerk van de kinderen Halflants uit 1946-1953, maar merkwaardig accuraat uitgevoerd en goed onderhouden.

Merkwaardige bomen
(Opname 23 september 1997. Het cijfer in vet is de stamomtrek, standaard gemeten op 150 centimeter hoogte.)

  • 1. mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) 611
  • 2. ginkgo (Ginkgo biloba) 234
  • 4. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 362
  • 6. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 368
  • 8. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 405
  • 10. Amerikaanse tulpenboom, cultivar met weinig ingesneden blad (Liriodendron tulipifera 'Integrifolium')(dood in 1996) 293
  • 12. zuilvormige zomereik met bolstaand blad (Quercus robur 'Fastigiata Cucullata') 280
  • 13. weymouthden (Pinus strobus) 318
  • 19. tamme kastanje (Castanea sativa) 492
  • 20. tamme kastanje (Castanea sativa) 383
  • 28. zomereik (Quercus robur) 361
  • 30. hazelaar met veerspletig blad (Corylus avellana 'Heterophylla')
  • 33. Magnolia grandiflora 43 (gemeten op 20 cm hoogte)
  • 41. bontbladige gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') 252
  • 42. bontbladige gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') 221
  • 43. bontbladige gewone esdoorn(Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') 218
  • 44. bontbladige gewone esdoorn(Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') 227
  • 45. bontbladige gewone esdoorn(Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') 320
  • 47. bonte Engelse iep (Ulmus procera 'Argenteovariegata'), wortelopslag tot 86
  • 50. zomereik (Quercus robur) 396
  • 60. tamme kastanje (Castanea sativa) 485
  • 67. tamme kastanje (Castanea sativa) 453
  • 68. tamme kastanje (Castanea sativa) 352
  • 78. bonte Engelse iep (Ulmus procera 'Argenteovariegata'), wortelopslag
  • 79. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 344
  • 81. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 351
  • 85. gewone plataan (Platanus x hispanica) 325
  • 86. zomereik (Quercus robur) 358

  • Tekst park gebaseerd op - deels overgenomen, deels aangepast - DENEEF R., HALFLANTS J., DE JAECK J., WIJNANT J. & PAESMANS G.: Lubbeek (Lubbeek): kasteel Gellenberg in Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Holsbeek, Lubbeek en Tielt-Winge, M&L Cahier, 6, 59-66.
  • HALFLANTS J., VANZAVELBERG G. & WOLFS C. 1978: Algemeen overzicht van de geschiedenis van de gemeenten Binkom, Linden, Lubbeek, Pellenberg, s.l..
  • OP DE BEECK E. 1965: De tocht der drie kastelen in Brabant, 3, 3-9.
  • WAUTERS A. 1882: Géographie et histoire des communes Belges. Arrondissement de Louvain II. Canton de Glabbeek, Brussel, (herdruk 1963), 60-76.

Bron     : Beschermingsdossier DB002293
Auteurs :  Paesmans, Greta
Datum  : 2009


Relaties

  • Is deel van
    Lubbeek
    Lubbeek (Lubbeek)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteeldomein Gellenberg [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/206861 (Geraadpleegd op 21-09-2019)