erfgoedobject

Langgestrekte vakwerkhoeve

bouwkundig element
ID: 207039   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/207039

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het huidige, langgestrekte vakwerkvolume (met stal-woonhuis ordonnantie) staat vermoedelijk reeds ingetekend op de Ferrariskaart (1771-77) als onderdeel van een hoevecomplex met losstaande bestanddelen, gelegen in het gehucht “Tichlerey”.

Het stal-woonhuisvolume wordt zowel in de Atlas van de Buurtwegen (circa 1840-44) als op het primitief kadasterplan en op de daaropvolgende mutatieschetsen onveranderd weergegeven tot op heden. De overige componenten van het hoevecomplex met losstaande bestanddelen, waaronder een bakhuis, een paardenstal, een varkensstal en een schuur in vakwerkbouw, werden eind jaren ‘60 afgebroken en vervangen door nieuwbouwvolumes in baksteen.

Voor wat de onmiddellijke omgeving van de hoeve betreft, wordt tot eind jaren ’60 – begin jaren ’70 de primitieve percelering van de bij het agrarisch bedrijf horende kavels min of meer bewaard. Deze bestonden (confer Atlas van de Buurtwegen) uit een tuin, bouwland/boomgaard en een bakhuis ten zuiden en uit bouwland (= akkerland) ten oosten.

Ten noorden wordt de hoeve door een servitudeweg van enkele als bouwland geregistreerde percelen gescheiden. Deze percelen werden later onder één perceel (248 a) samengebracht, dat eerst als bouwland en later als boomgaard geregistreerd werd. De ten zuiden gelegen tuin en boomgaard werden ten laatste in 1968 en in 1972 onder hetzelfde perceel als de hoeve gebracht. Ongeveer in dezelfde periode worden – op het huidige langgestrekte vakwerkvolume na – de oude hoevecomponenten vervangen door nieuwbouw (confer supra) en verdwijnt ook het ten zuiden gelegen bakhuis.

In 1975 registreert het kadaster een perceelswijziging (mutatieschets e), waarbij het hoeveperceel vergroot wordt en opgesplitst wordt in perceel 232 e (hoeve) en perceel 237 c (weiland: hier bevond zich eertijds o.a. de tuin en boomgaard van de hoeve). In 2000 tenslotte wordt een (thans gedeeltelijk vervallen) verkavelingsvergunning afgeleverd met betrekking tot de opdeling van (het grootste gedeelte van) het weiland (met inbegrip van het langgestrekte vakwerkgebouw) in drie kavels (confer supra). Ook het ten noorden van de hoeve gelegen bouwland/boomgaard werd in de loop van de tijd verkaveld en langs de straatzijde bebouwd met nieuwbouwwoningen.

Exterieur

Het langgestrekte vakwerkvolume met stal-woonhuis ordonnantie is iets achteruit en dwars ten opzichte van de Tegelrijstraat gelegen. Het maakte eertijds deel uit van een vakwerkhoeve met losstaande bestanddelen, waarvan de overige componenten eind jaren ’60 afgebroken werden en vervangen werden door nieuwbouw. Op de inrit (voormalig binnenerf) is de oorspronkelijke waterput nog bewaard.

Het langwerpige stal-woonhuisvolume betreft een gaaf bewaarde (thans sterk begroende) vakwerkconstructie in overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen. De constructie omvat negen traveeën (10 ankerbalkgebinten) onder een zadeldak met Vlaamse pannen en één travee onder een lessenaarsdak. Het zadeldak werd op enkele plaatsen hersteld. De muuropeningen bestaan voor wat de erfzijdegevel (van het hoofdvolume onder zadeldak) betreft uit twee stalvensters, drie deuropeningen, twee bolkozijnen en enkele laadvensters. De vensteropeningen in de achtergevel waren oorspronkelijk groter en beluikt. Van enkele vensteropeningen is het originele schrijnwerk bewaard. De geveltop van beide zijgevels draagt een golfplaten beschieting, die vermoedelijk – zeker voor wat de rechter zijgevel betreft – een pannen beschieting vervangt. Tegen de achtergevel staan de restanten van een buitentoilet met in de nabijheid een waterput met betonnen bovenbouw.

Interieur

Ondanks dat het langgestrekte vakwerkvolume al jarenlang niet meer gebruikt wordt, is de oorspronkelijke stal-woonhuis ordonnantie nog duidelijk herkenbaar. De stal wordt van het woongedeelte gescheiden door een laterale gang, die onder meer gebruikt werd voor de opslag van bieten. In de stal zijn de voederbakken (voor de stieren) en het hok voor de varkens nog aanwezig, evenals een tasvloer van rondhout. Tussen de gang en het woongedeelte bevinden zich twee achter elkaar liggende vertrekken, waarvan hetgeen langs de achtergevel vroeger naar verluidt dienst deed als melkkamer.

Het andere vertrek is toegankelijk via een aparte deuropening in de erfzijdegevel en heeft een zwart-witte tegelvloer. Dit vertrek deed aanvankelijk vermoedelijk dienst als de “goede kamer” en werd later voor de opslag van bieten gebruikt. In het woonhuis is de traditionele indeling nog duidelijk herkenbaar: deze bestaat uit twee grote woonvertrekken langs de zuid(oost)zijde die van elkaar gescheiden worden door een centrale haardplaats en enkele kleinere vertrekken (waaronder twee slaapkamers) langs de noord(west)zijde. De locatie van de originele haardplaats is nog herkenbaar. De haard, de schouwmantel en een gedeelte van de schoorsteen werden afgebroken omwille van hun bouwvallige toestand. Op enkele plaatsen in het woonhuis zijn restanten van een zwart-witte tegelvloer bewaard. Op de meeste plaatsen werd de vloer uitgebroken en vervangen door beton, aangezien het woonhuis na de bouw van het nieuwe woonhuis in gebruik genomen werd als stalling.

Ook enkele binnenmuren (bijvoorbeeld tussen de reeks kleine vertrekken en de grote kamers) werden gesloopt. De vakwerkstructuur van de nog bestaande binnenmuren (bijvoorbeeld langs weerszijden van de laterale gang) is bewaard in overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen. De houten ankerbalkgebintes en spanten zijn voor het overgrote merendeel intact bewaard met nog duidelijk zichtbare telmerken. Het éénlagige, stal-woonhuis heeft een zolder over de volledige lengte, waar eertijds hooi en graan opgeslagen werd. Deze zolder is toegankelijk via een ladder tegen één van de laadvensters in de erfzijdegevel.

Ruimtelijke context

De onmiddellijke omgeving van de hoeve bestaat langs de rechterkant (vanaf de Tegelrijstraat gezien) uit een aansluitend weiland met een waterput (met betonnen bovenbouw) en enkele fruitbomen. Aanvankelijk bevond zich hier de tuin en boomgaard van de hoeve (confer supra). Het weiland werd (met inbegrip van de hoeve) in het midden van de jaren ’90 door een verkavelingsvergunning opgedeeld in drie bouwkavels, waarvan één lot nog geldig is (confer supra). Achter de hoeve wordt het weiland door een haag van het sinds oudsher achterliggende akkerland gescheiden. De oude meidoornhagen werden uitgedaan.

Langs de linkerkant van de langgestrekte hoeve ligt het moderne erf met de nieuwbouwcomponenten (woonhuis en schuur), die opgetrokken werden op het einde van de jaren ’60 na de afbraak van de oude dienstgebouwen in vakwerk (paardenstal, varkensstal, schuur en bakhuis). Op de geasfalteerde oprit is de oude waterput bewaard. Het moderne erf wordt door een oude servitudeweg (confer supra, Atlas van de Buurtwegen) van de aangrenzende, recente bebouwing langs de Tegelrijstraat gescheiden. Deze servitudeweg is voor het gedeelte reikend tot achteraan het akkerland nog onverhard.

Voor wat de ruimere omgeving betreft, bestaat deze uit overwegend recente lintbebouwing langs de Tegelrijstraat en achterliggend agrarisch gebied (voornamelijk akkerland en weiland). Ten westen van de Tegelrijstraat ligt een groot landbouwgebied dat bestaat uit een afwisseling van percelen akkerbouwgewassen, gras, maïs en fruitboomgaarden.


Bron     : Beschermingsdossier DL002582 (2010)
Auteurs :  Gyselinck, Jozef


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Langgestrekte vakwerkhoeve [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/207039 (Geraadpleegd op 20-10-2019)