Kasteeldomein Casier

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Waregem
Deelgemeente Waregem
Straat Stationsstraat
Locatie Stationsstraat 34, Waregem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel Casier

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Kasteeldomein Casier

Deze bescherming is geldig sinds 05-06-2003.

omvat de bescherming als monument Kasteeldomein Casier: gemaal
gelegen te Waregem (Waregem)

Deze bescherming is geldig sinds 10-10-2002.

omvat de bescherming als monument Kasteeldomein Casier: landhuis, bijgebouwen, hek en Onze-Lieve-Vrouwkapel
gelegen te Waregem (Waregem)

Deze bescherming is geldig sinds 05-06-2003.

Beschrijving

Neoclassicistisch kasteeltje met koetshuis, gelegen in een uitgestrekt kasteelpark met onder meer siervijvers, brugjes, een ijskelder.

Het kasteel, koetshuis met hondenkennel, het erehek aan de Stationsstraat, de waterpartijen met eilanden en bruggen, de ijskelder en de afsluitingsmuur met Onze-Lieve-Vrouwkapel aan de Keukeldam zijn beschermd als monument bij M.B. van 5/06/2003. In hetzelfde M.B. is ook het park beschermd als stadsgezicht.

Historiek. 18de eeuw. Van oudsher locatie van een open gebied in Waregem, tijdens het ancien regime deels deel uitmakend van de heerlijkheid afhankelijk van het Onze-Lieve-Vrouwkapittel van Doornik, zie benaming van het gebied "den Canunckenbosch" op de Toponymische kaart van Waregem uit 1773-1774. Voor hun pastoor voorzagen ze bij de kerk een pastorie (of 'priesterage'), gelegen aan de kant van de Keukeldam (ter hoogte van de huidige kapel). In de loop van de tijd schenkt het kapittel van Doornik een deel van de grond aan het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Kortrijk die een aantal percelen als kapelanie en een aantal als tuin gebruikte.

19de eeuw. In het begin van de 19de eeuw koopt Godefroid Boulez (1749-1829), die van 1804 tot 1819 burgemeester is van Waregem, een deel van het domein dat als zwart goed wordt aangeboden. Volgens een kaart van Boulez' eigendommen uit 1820 blijkt dat hij circa 1816 een park laat aanleggen en twee gebouwen laat bouwen binnen een achtvormige omwalling. Deze gebouwen, een woonhuis en een paviljoen voor de hovenier, bevinden zich echter niet op dezelfde plaats van het huidige kasteel maar meer zuidelijk. Bij het overlijden van Boulez in 1829 erft zijn dochter Victoire, echtgenote van notaris en burgemeester Ferdinand Storme (burgemeester van 1819 tot 1830), het domein. In het tweede kwart van de 19de eeuw zijn volgens de Popp-kaart (1840-1850) al een deel van de gronden van het huidige park Casier eigendom van Felix De Ruyck (1818-1884) die in 1847 huwt met Stormes dochter Nathalie (1828-1897). De Ruyck is eigenaar van een steenbakkerij op de Kabeljauw (zie Steenovenstraat) en mogelijk geeft het jonge paar nog hetzelfde jaar de opdracht om een kasteel te laten bouwen. Door het systematisch opkopen van omliggende percelen breidt De Ruyck het domein uit tot op de huidige afmetingen. Zo wordt onder meer een uitweg naar de Marcel Windelsstraat aangekocht en verschillende percelen aan de overzijde van de Gaverbeek worden bij het eigendom gevoegd. Ook de omwalde percelen met de hovenierswoning en ijskelder komen in zijn handen. Daarnaast koopt De Ruyck enkele huizen langs de Stationsstraat op en laat ze één na één afbreken om zijn park uit te breiden.

Vanaf 27 mei 1852 neemt het echtpaar De Ruyck zijn intrek in het kasteel. Volgens kadasterschetsen, bestudeerd door Coorevits, heeft het kasteel in 1852 een rechthoekig grondplan; ten noordwesten bevindt zich een langwerpige stallenvleugel, echter kleiner dan de huidige. In 1872 krijgt De Ruyck de kans zijn domein nogmaals uit te breiden door de aankoop van de oude pastorie ten noorden van de Keukeldam. Ook dit gebouw wordt gesloopt, de grachten worden opgevuld en op de vrijgekomen grond wordt een afsluitingsmuur geplaatst. Vermoedelijk wordt in die periode het volledige kasteelpark in Engelse landschapsstijl met romantiserende invloed aangelegd: de achtzijdige oude omwalling uit het begin van de 19de eeuw wordt uitgegraven tot siervijver en de overtollige aarde wordt gebruikt om de oude pastoriewallen te dempen. Aan het kasteel zelf wordt in het kadaster in 1878 aan de noordwestzijde een kleine halfronde uitbreiding geregistreerd. Volgens een oude foto telt de uitbreiding twee bouwlagen en is ze onderkelderd. In 1883 wordt de portiek met luifel gebouwd en verrijst een nieuwe koetsenstalling ten noorden van het kasteel.

In 1897, na het overlijden van de weduwe van Felix De Ruyck, erft haar nichtje Marie-Victorine Storme (1849-1928), die gehuwd was met Baron Victor Casier (1846-1910), het kasteeldomein. Zij verblijven meestal in Gent en gebruiken het kasteel voornamelijk als zomerresidentie.

20ste eeuw. In 1904 wordt de koetsenvleugel uitgebreid met een serre aan de westkant en een kennel voor de hondenmeute aan de oostkant. Na 1911 laat de dochter van baron Casier, Agnes Casier (1882-1956), aan de kant van de Keukeldam een kapel bouwen als dank voor de genezing van haar oudste dochter Ghislaine de Pottelsberghe de la Potterie. Samen met de kapel is toen ook de ommuring die het domein aan de Keukeldam afsluit, gebouwd. In 1912 registreert het kadaster een rechthoekige uitbreiding aan de zuidelijke gevel en in 1913 wordt op de mutatieschets ook een klein gebouwtje achter de koetsstalling weergegeven.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt het kasteel zwaar getroffen en een groot deel van het familie-archief gaat de vlammen op. In 1919 laat Marie-Victorine Storme het kasteel in zijn oorspronkelijke staat herstellen. Naar verluidt wordt die restauratie uitgevoerd door een architect uit het Ieperse, die tijdens de oorlogsjaren bij de familie Casier onderkomen kreeg. Op de bewaarde plannen voor de eerste verdieping staat de onleesbare handtekening van de architect, die op dat ogenblik in Kortrijk moet gewoond hebben. De mutatieschets van deze bouwfase, daterend van 1921, toont dat het kasteel aan de oost- en zuidzijde is uitgebreid. Aan de oostzijde wordt een kleine uitbouw gerealiseerd die inwendig de uitbreiding van het salon impliceert. De uitbouw aan de zuidzijde wordt volledig vervangen door een uitbreiding van één bouwlaag onder afzonderlijk dak. Vermoedelijk dateert ook de terrasaanleg aan de oostzijde uit deze periode. In die 'herstelfase' worden de oudste gebouwen van het domein, de hovenierswoning en het paviljoen van circa 1816, gesloopt; het vrijgekomen terrein wordt geëffend voor de aanleg van een tennisplein. Op het einde van de jaren 1920 wordt het domein geërfd door de jongste zoon van het echtpaar Casier-Storme, namelijk Gabriel Casier (1883-1971) en zijn echtgenote Germaine de Schietere de Lophem (1885-1980). Circa 1932 wordt de Gaverbeek rechtgetrokken en gekalibreerd en in 1948 werden garages bijgebouwd. In 1977 koopt de gemeente het kasteel aan, maar weduwe de Schietere blijft er wonen tot aan haar overlijden. Sinds het begin van de jaren 1980 is het kasteelpark, na een grondige restauratie bestaande uit het aanpassen en herstellen van poorten en afsluitingen, baggeren van vijvers en grachten, versterken van de oevers, herstellen van de bruggen, wegenwerken enz., voor het publiek toegankelijk en vanaf 1983 is het kasteel in gebruik als horecagelegenheid. In de jaren 1990 wordt het verbindingspad tussen de Markt en het kasteeldomein aangelegd. In 2005 is het kasteel deels gerenoveerd onder leiding van ArchInteam (Peter Vral en Bram Verschuere) uit Zottegem in functie van een nieuwe horeca-uitbating.

Beschrijving. Hekwerk. Aan de Stationsstraat is het park afgesloten door een laag gecementeerd muurtje, waarboven een witbeschilderd, fraai uitgewerkt, ijzeren hekwerk voorzien van ritmerende hekpijlers met vaas-, bol- of cirkelbekroning. De toegang wordt gemarkeerd door vierkante, gecementeerde pijlers met vaasbekroning. In de rechterpijler, rechthoekige, hardstenen herdenkingsplaat met opschrift "HIER/ SNEUVELDE/ OP 5 SEPTEMBER/ 1944/ CANNIE ADOLF/ SOLDAAT VAN HET/ GEHEIM BELGISCH/ † LEGER †".

Kasteel. Ten westen in het park gelegen, neoclassicistisch kasteeltje in oorsprong daterend van circa 1852 en vrij grondig uitgebreid in 1921. Westelijk georiënteerd hoofdvolume van twee bouwlagen afgedekt door een leien tentdak en toegankelijk via een centrale trappenpartij onder platte luifel. Ten zuiden, een lagere vleugel van 1921 onder leien mansardedak voorzien van houten dakkapellen en tegen de noordgevel van het hoofdvolume, kleine, vierkante uitbouw onder plat dak. Gecementeerd gevelparement met schijnvoegen; gebruik van arduin voor de doorgetrokken onderdorpels, het bordes en de sokkel en dekplaat van de zuilen.

Voorgevel geaccentueerd door licht middenrisaliet van drie traveeën met aansluitende luifel onder plat dak gesteund op Toscaanse zuilen; bekronend fronton met oculus en rankwerk. Begane grond met rondboogopeningen met persiennes en verdieping geritmeerd door gecanneleerde, Ionische pilasters en rechthoekige vensters onder druiplijsten op consoles en met guirlandes. Geprofileerde houten gootlijst op klossen. Verzorgd schrijnwerk. Sobere achtergevel met rechthoekige uitbouw (1921) met bekronend balkon. Rondbogige muuropeningen op de begane grond, afgewisseld met rechthoekige bovenventers. Analoge linkerzijgevel met vooruitspringend, laag portaaltje onder plat dak en met rondboogdeur; in het begin van de jaren 2000 vernieuwde deur met nog bewaard radvormig bovenlicht; fraaie oculus in de zijgevel. Betralied bovenvenster en blinde vensters. Rondboogdeur in de voorts blinde zuidgevel.

De plattegrond van het hoofdvolume ontvouwt: een centrale hal met links het groot salon in enfilade met een kleiner salon en haaks daarop een tweede kleiner salon. Rechts van de centrale gang bevindt zich de 'parloir' en er achter de trappenhal. Hal met granitovloer in wit-grijze tinten en aansluitend grijsmarmeren plinten; muren afgewerkt door middel van vlakke pilasters aansluitend bij een doorlopende kroonlijst; stucplafond met centraal rozet. Houten wenteltrap. Salon met parket in visgraatverband. Muren afgewerkt met sokkellambrisering, waarboven lijstwerk met rocaille motief. Marmeren schouw, waarin klein kacheltje. Schouwboezem voorzien van fraai omlijste spiegel, waarboven rechthoekig casement voorzien van stucversiering met onder meer guirlandes, putti en hoofden. Vleugeldeuren (paneelwerk) onder rechte kroonlijst op consoles in vorm van vrouwenhoofden; supraportes met stucversiering, zie schouwboezem. Stucplafond met centraal rozet. Aansluitend salon achteraan, vanuit het salon vooraan toegankelijk via beglaasde vouwdeur. Parket in visgraatverband. Sokkellambrisering met paneelwerk. Plafond met centraal rozet. Parloir met parket in visgraatverband. Marmeren schouw. Vleugeldeur (paneelwerk) met supraportes. In de lagere zuidvleugel zijn de dienstvertrekken ondergebracht.

Koetshuis met hondenkennel. Ten noorden van het kasteel, voormalig koetshuis van circa 1852 met oranjeriegedeelte links en in 1904 aangebouwde hondenkennel. Langwerpig gebouw van anderhalve bouwlaag onder leien schilddak, voorzien van een ijzeren vorstkam. Witbepleisterde voorgevel verlevendigd door gele beschildering van de puilijst, de blinde oculi (met later geplaatste bustes) op uitgewerkte console en de geprofileerde rondboogomlijstingen van de bovenlichten van de poorten. Arduinen plint. Ritmerende rondbogige muuropeningen, onder meer twee aan twee gekoppeld, afgewisseld met lagere rechthoekige staldeuren. Verzorgd houtwerk: geprofileerde gootlijst, koetspoorten onder houten latei, radvormige roedeverdeling in de bovenlichten. Bepleisterde, westelijke zijgevel opengewerkt door middel van een groot rondboogvenster (oranjerie) voorzien van een arduinen tussendorpel en van een ijzeren roedeverdeling, onder meer radvormig in het bovenlicht. Tegenaan was eertijds een serre gebouwd. Bakstenen oostelijke zijgevel, voorzien van blinde rondboognis met oculus in het boogveld en twee flankerende oculi. Tegen de oostgevel van het koetshuis aanleunende hondenkennel. Voorliggend hondenperk, aan voor- en rechterzijde afgezet door middel van een laag bakstenen muurtje waarboven een ijzeren hek tussen vierkante bakstenen pilasters. Achterin gelegen, laag gebouwtje van zes traveeën met rechthoekige plattegrond onder schilddak (zwarte Vlaamse pannen). Rode baksteenbouw; ritmerende pilasters, waarboven rondboogarcade, afwisselend blind en opengewerkt met blauw en geel beschilderde deuren.

Park. Vrij gaaf bewaard kasteelpark vermoedelijk daterend van circa 1872 en ontworpen in Engelse landschapsstijl met romantiserende invloed. De aanleg integreert de begin 19de-eeuwse, grosso modo achtzijdige omwalling ten oosten van het kasteel die uit twee delen bestond, met name één rechthoekig en één driehoekig eiland. De walgrachten zijn in 1872 vergraven tot siervijvers. De beide eilanden zijn bereikbaar via loopbruggetjes. Het betreft twee vlakke gietijzeren bruggetjes met (rode) bakstenen bruggenhoofd. De bruggetjes zijn voorzien van geometrisch uitgewerkte leuningen: geajoureerd door middel van rechthoeken met kruisverdeling en centrale rozetten. Een stenen boogbruggetje met natuurstenen afdekking verbindt het wandelpad achter het kasteel met de rechthoekige omwalling. De brugwanden waaieren uit en hebben een L-vormige aanzet naar de doorgang toe. Een grote es en paardenkastanje begeleiden deze oude doorgang. De twee eilanden worden verbonden door een smeedijzeren boogbruggetje, gelegen in de vista vanuit het kasteel op het open meersenlandschap. Boven een fijnmazig smeedwerkje ter hoogte van de houten bevloering vormen elf lange dubbele krullen de leuningen van de halfronde boogbrug. De beschoeiing van de omwalling bestond oorspronkelijk deels uit metselwerk. Op het eiland vinden we een ouder bomenbestand van beuk, eik, tamme kastanje, boskers, taxus, hulst en vlier. Ook grauwe abeel, acacia, trilpopulier en meidoorn zijn er aanwezig. Notelaar, Gelderse roos en kornoelje verbreden het plantenassortiment van het park. Een recenter aangeplante groep den is tanend. Naast gewone vogelkers vinden we er ook Amerikaanse vogelkers, die best samen met Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw kan worden bestreden. Een jonge tulpenboom moet er de opvolging verzekeren. Hazelaar langs de waterkant houdt het zicht op de vijver besloten, waardoor het perspectief van de vista wordt verdiept. Op de noordoosthoek van het driehoekige eiland is nog een ijskelder aanwezig, waarop vermoedelijk vroeger de verdwenen gloriëtte stond. Verschillende aanplantingen onder meer van mooie taxusmassieven verwijzen naar een eerder symmetrische aanleg langs de as vanaf de boogbrug naar de punt van de driehoek. We vermoeden hier dan ook een tweede vista (en de invloed van de Engelse landschapsstijl) voor deze parkaanleg van halfweg de 19de eeuw. Deze is thans als relict weinig herkenbaar gebleven. Enkele paardenkastanjes en lindes houden de aarde boven de ijskelder vast, terwijl op de buitenoever ook enkele beuken en zomereiken de historische waarde van de omwalling onderlijnen. Ook hier getuigen wortelscheuten van iep, terwijl enkele trilpopulieren de variatie in het park ondersteunen.

In het noorden van het park, restant van de bakstenen moestuinommuring, thans ingenomen door een speelplein.

Kunstwerken onder meer van de Waregemse kunstenaar Paul Destoop (1951-1991), gerealiseerd als eindwerk aan de stedelijke Kortrijkse academie en gedurende vijf jaar geplaatst op het Plein te Kortrijk; nadien overgebracht naar huidige locatie. Voormalig boomkapelletje, naar verluidt daterend uit het begin van de Tweede Wereldoorlog en toen opgehangen aan een boom net achter het kasteelhekken zodat van op de straat kon gebeden worden. In 1944 vervangen en opgehangen binnenin het park omdat de voorbidders beter hoorbaar zouden zijn met het toenemende verkeer op straat. In het najaar van 1985 waait de boom om en na daarop volgende vernielingen wordt het kapelletje vastgehecht aan een oud arduinen grafmonument, gekapt door de gebroeders Plasman en waarvan de opschriften werden weggewerkt. Ingezegend op 5 mei 1992 door E.H. Deken André Vannecke. Houten kapelletje vernieuwd in 1995.

* Pompmolentje. Oorspronkelijk gebouwd tussen 1872 en 1883 om de kasteelvijvers van het nodige water te voorzien vanuit de lager gelegen Gaverbeek. Operationeel tot 1908. Laatste overblijvend exemplaar van een 19de-eeuws pompmolentje in Vlaanderen. Unieke open constructie waardoor het molenmechanisme van buitenaf zichtbaar is. De wiekenas, op ongeveer 5m boven de grond, is een krukas die zorgt voor de aandrijving van een pompstang en zuigerpomp. Staart met houten plank waardoor de wieken zich automatisch naar de goede windrichting draaien (zelfkruiend). Wiekenkruis bereikbaar via houten gaanderij op de bovenrand van de bakstenen onderbouw. Omwille van de slechte bouwfysische toestand (verschillende onderdelen zoals het gevlucht, de houten gaanderij en de pomp zijn verdwenen) is het molentje in 2005 getrouw gereconstrueerd door Adriaens Molenbouw uit het Nederlandse Weert naar een ontwerp van de Gentse architect Ro Berteloot.

  • ARCHIEF HEEMKUNDIGE KRING DE GAVERSTREKE, Kaarten en Plannen, nummer 23: Atlas eigendommen Godefridus Boulez, Figuratieve kaarten te Waregem en Dentergem, 1818 (1860).
  • ARCHIEF HEEMKUNDIGE KRING DE GAVERSTREKE, Kaarten en Plannen, nummer 50: Toponymische kaart van Waregem, 1773-1774.
  • ARCHIEF RUIMTE EN ERFGOED – AFDELING WEST-VLAANDEREN, Archiefnummer W/02277.
  • COOREVITS S., Domein Casier Waregem. Van adellijke residentie tot tea-room, onuitgegeven nota RUG, 1994-1995.
  • COOREVITS S., Waregem graag gezien. Waregem, Beveren-Leie-Desselgem-Sint-Eloois-Vijve, de oudste foto's en prentkaarten, Brugge, 2005, nummer 36.
  • COUCKE S., Een merkwaardige historie over een kapelleke te Waregem, in De Gavergids, 2002, nummer 2, p. 28-33.
  • DEGRANDE V., Inventaris van kapellen in West-Vlaanderen. Stad Waregem, in Inventaris van kapellen in West-Vlaanderen, Assebroek, 2005, nummer 24.
  • DENEWET L., Twee West-Vlaamse moleninhuldigingen in augustus 2005, in Werkgroep West-Vlaamse molens. Mededelingenblad, volume 21, 2005, p. 115-118.
  • GHISTELINCK R. (red.), Waregems Milleniumboek. Van dorp tot stad, NCMV, Waregem, 2000, p. 72-73.
  • Historiek van het boomkapelleke opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw in het park Casier te Waregem, in De Gaverstreke, jaargang 34, 2007, p. 519-524.
  • JACOBS M., Zij die vielen als helden … Cultuurhistorische analyse van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1995, p. 417.
  • VANDEWIELE A., Oud en nieuw in Waregem. Het gemeentelijk park Casier, in De Gaverstreke, 23, 1995, p. 87-138.
  • VLAEMINCK A., Domein Casier (1775-1992), onuitgegeven studie, 1992.

Bron: Vanwalleghem A. & Creyf S. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Waregem met deelgemeenten Sint-Eloois-Vijve, Desselgem en Beveren-Leie, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL45, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Creyf, Silvie & Vanwalleghem, Aagje

Datum tekst: 2010

Relaties

maakt deel uit van Stationsstraat

Stationsstraat (Waregem)

omvat Onze-Lieve-Vrouwekapel

Keukeldam zonder nummer, Waregem (West-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.