erfgoedobject

Hoeve Leen ter Hellen

bouwkundig element
ID: 208142   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/208142

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Hoeve Leen ter Hellen
    Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010

Beschrijving

Historische hoeve "Leen ter Hellen", bestaande uit voornamelijk eind 19de- of begin 20ste-eeuwse hoevegebouwen en midden 20ste-eeuwse tabaksast, gelegen op oudere site die minstens opklimt tot het tweede kwart van de 17de eeuw. Grote gerenoveerde boerenwoning met oudere kern, zie ankerdatering "1643".

Historiek

Volgens literatuur telde het Leen ter Hellen tijdens het ancien regime vier achterlenen en was zelf afhankelijk van Mosscherambacht. De Flou vermeldt de toponiemen "t'goedt ter helle", toegankelijk via een dreef, en het "hellenshof", als stuk land gelegen in "t'leen ten helle", volgens een renteboek van Mosscherambacht uit 1773.

In het landboek van Ardooie uit 1778 wordt de hoeve vermeld als "eene bewalde hofstede met boomgaert ende lochtinck", eigendom van jonker Jan de Poorter uit Brugge, bewoond en gepacht door Joannes Cloet. De hoeve wordt weergegeven met drie langwerpige gebouwen in U-vormige constellatie, binnen eivormige walgracht met toegang op de zuidzijde. Een dreef maakt rechtstreekse verbinding met de westelijker gelegen Gapaardstraat.

Het primitief kadasterplan (1817) geeft geen walgracht meer weer, wel nog dezelfde U-vormige opstelling, met een drietal kleine bijgebouwtjes ten noordwesten en ten zuiden. Vermelding "Leen ter hellen ferme". Rond 1835 is de hoeve eigendom van Josephus Demey uit Hooglede. In 1912 registreert het kadaster een noordelijke aanbouw aan het boerenhuis in 1911. Het oostelijke schuur-stalvolume wordt verlengd aan de noordzijde. Het zuidelijke bijgebouwtje wordt afgebroken. Vermoedelijk gaat het om een ingrijpende verbouwing, quasi heropbouw, van de bestaande gebouwen, onder toenmalig eigenaar Emiel Van den Bogaerde-De Brouwer uit Izegem.

In 1943 wordt het laatste (westelijke) stuk walgracht gedempt. Een achterbouw aan de woning wordt afgebroken. Ten zuiden bij de erftoegang wordt een dubbele tabaksast gebouwd. Een klein bijgebouw dat ten westen van het perceel lag, wordt afgebroken. In 1944 registreert het kadaster de opbouw van een nieuwe achteraanbouw op dezelfde plaats, en van een noordelijk bijgebouw. In 1973 wordt een bijgebouw ten oosten van het grote schuur-stalvolume afgebroken, alsook een bijgebouw ten westen van de woning. Ook de noordzijde van het woonhuis is gewijzigd. In 1985 wordt het woonhuis gewijzigd aan de noordzijde, vermoedelijk wordt een oudere aanbouw afgebroken en een nieuwe aanbouw toegevoegd. Rond 1987 wordt het woonhuis verder verbouwd, met uitbreidingen aan de oost- en noordzijde. Het bijgebouw vlakbij de woning wordt voor de noordelijke helft afgebroken.

Beschrijving

Hoeve bestaande uit een ruim erf met nieuwe aanleg, toegankelijk vanaf de straat via een hek tussen twee nieuwe bakstenen pijlers. Gekandelaarde linde. Perceel omhaagd met meidoorn, noordelijke boomgaard.

Ten noorden het gerenoveerde boerenhuis van twee bouwlagen en zeven traveeƫn in donkerrode baksteenbouw onder zadeldak in zwartgeglazuurde mechanische pannen, tussen aandaken en met klokkenruiter. Overkraging op voluutvormige klossen. Erfgevel verlevendigd door het gebruik van gele baksteen voor de deur- en vensteromlijstingen, hoekkettingen en decoratieve 'metselaarstekens'. Getoogde muuropeningen met nieuw schrijnwerk, vernieuwde onderdorpels. Boven de deur een grote rondbogige kapelnis met beeld Onze-Lieve-Vrouw met Kind, waarboven een dakvenster met oculus. Jaartalankers vermoedelijk gerecupereerd en ingebracht zonder functie: "1643". Zijgevels met natuurstenen dekplaten op de aandaken en voorzien van vlechtingen. Oostelijke en noordelijke woonuitbreidingen. Ten noorden een 20ste-eeuws bakhuis.

Ten oosten het langgerekte schuur-stalvolume in donkerrode baksteenbouw onder zadeldak in mechanische pannen. Gepekte plint, zijgevels met windborden en overhoekse steunberen. Rechte poorten, aan erfzijde onder verhoogde dakoverstek. Wagenhuisgedeelte onder ijzeren latei (I-profiel). Centraal laadvenster onder verhoogde dakoverstek. Getoogde muuropeningen, onder meer tweeledige staldeurtjes en hoge stalvenstertjes met ijzeren roedeverdeling. Interieur stalgedeelte met bakstenen vloeren en natuurstenen slieten, troggewelfjes.

Ten westen van het erf de voormalige paardenstal onder zadeldak in zwarte Vlaamse pannen. Erfgevel met getoogde muuropeningen, vernieuwd venstertje en laadluik onder verhoogde dakoverstek.

Ten zuiden naast de erftoegang een dubbele tabaksast in rode baksteenbouw onder betonnen tentdakjes met schouwtjes, aan straatzijde voorzien van drie rijen kleine muuropeningen met luikjes, aan erfzijde van metalen deuren met betonluifels.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207: Mutatieschetsen, Ardooie, 1912/17, 1943/36, 1944/28, 1985/68, 1987/63.
  • DE FLOU K., Woordenboek der toponymie van westelijk Vlaanderen, Vlaamsch ArtesiĆ«, het land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, Deel V, Brugge, 1925, kolommen 795, 817.
  • VANDEPUTTE O. (redactie), Gids voor Vlaanderen, Tielt, 2007.

Bron     : Santy P. & Boone B., met medewerking van Callaert G. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ardooie met deelgemeente Koolskamp, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL44, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Boone, Benjamin, Santy, Pieter
Datum  : 2010


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hoeve Leen ter Hellen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/208142 (Geraadpleegd op 27-09-2020)