Parochiekerk Sint-Martinus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Zedelgem
Deelgemeente Loppem
Straat Dorp
Locatie Dorp zonder nummer, Zedelgem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Zedelgem (geografische inventarisatie: 01-10-2008 - 31-03-2010).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Martinus

Deze bescherming is geldig sinds 17-05-1999.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Martinus

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskom Loppem

Deze bescherming is geldig sinds 17-05-1999.

Beschrijving

Parochiekerk Sint-Martinus, beschermd als monument bij M.B. van 17/05/1999, en met omringend grasplein.

Historiek. De eerste vermelding van de parochie Loppem dateert uit 1089, wanneer Balderic, bisschop van Doornik-Noyon, bevestigt dat het Sint-Donaaskapittel (Brugge) in het bezit blijft van de kerk van Loppem. Er is dan reeds een bidplaats, wellicht opgericht op grond van de dorpsheer en later (in de loop van de 10de eeuw) geschonken aan het Sint-Donaaskapittel van de tussen 918 en 944 opgerichte Sint-Donaaskathedraal te Brugge.

De oorspronkelijke kerk is volgens de literatuur een eenbeukige houten constructie. In de loop van de 13de eeuw zou het gebouw in opdracht van Philip van Steelant (+1279), de oudst gekende dorpsheer van Loppem, versteend zijn. Het stenen gebouw gaat in kern terug op een rechthoekige stenen zaalkerk die in de loop van de 13de en 14de eeuw uitgebreid en vergroot zou worden met een veelhoekig koor in het oosten, twee zijkapellen (noord en zuid) die een transept vormen en een westtoren. Stilistisch behoort de kerk tot de laatgotiek. De kerk lijdt zware schade in 1578 ten gevolge van de beeldenstorm. Reeds tussen 1600 en 1610 worden een aantal herstellingen uitgevoerd waardoor de kerk terug bruikbaar is. In 1616 wordt een tweede beuk toegevoegd aan de noordzijde. Er komen drie nieuwe altaren. Ook de torenspits wordt vernieuwd. De oorspronkelijke vierkante torenspits wordt vervangen door een achthoekige. De vierkante onderbouw blijft behouden. De kerk wordt in 1619 herwijd door bisschop A. Triest. Heel het kerkmeubilair wordt vernieuwd onder pastoor Storme, onder meer een Onze-Lieve-Vrouwaltaar van de hand van Jan Schockaert, met als retabel de Heilige Dominicus, die de Rozenkrans ontvangt, door Jan Maes (1620-1677). Het retabel is bewaard en zou boven de doopkapel hangen. Een beschilderde marmeren grafplaat van dezelfde Jan Maes herdenkt het overlijden van dorpsheer Charles de Schietere in 1675 en hangt tegenwoordig in hun familiekapel. In 1685 wordt één van de zijkapellen gebruikt als sacristie. Het dak van de kerk wordt vernieuwd in 1702. In 1714 wordt een nieuwe sacristie gebouwd. In 1719 laat de familie de Schietere voor de broederschap van de gelovige zielen een 'zielkenskapel' oprichten tegen de zuidgevel van de kerk. Uit 1748 dateert een merkwaardig gedenkstuk voor de familie de Schietere, met afbeelding van Vadertje Tijd, met onderschrift "WY LOOPEN AL NAERT GRAF (LOPHEM) NIEMANT VRY DAERAF".

In 1835 laat de familie van Tieghem een doopkapel bouwen boven hun grafkelder (tegen de westgevel van de noordbeuk) en het daaropvolgende jaar financiert dezelfde familie een nieuwe sacristie. In 1852 ontwerpt architect Jean Bethune (Brugge) de bid- en grafkapel van de familie van Caloen aan de noordzijde van de kerk, gebouwd onder toezicht van architect Pierre Buyck (Brugge). Met het ontwerp van de kapel in zijn persoonlijke stijl geeft de beginnende Jean Bethune de aanzet tot het latere ontwerp van het kasteel van Loppem (zie Steenbrugsestraat nr. 26A, 26B en 28). Het altaar en de glasramen zijn ontwerpen van Geerts en Capronnier. De zuidelijke beuk staat in 1866 op instorten. De gelegenheid wordt aangegrepen om de vergroting van de kerk, die reeds in 1848 ter sprake komt, door te voeren. De eerste steen van een nieuwe, derde beuk wordt gelegd door bisschop Faict in 1868. De 'zielkenskapel' en de sacristie worden gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe beuk. In 1870-71 wordt de kerk vergroot in een neogotische stijl naar ontwerp van architect Auguste Van Assche (Gent) en onder toezicht van Jean Bethune. Het betreft het toevoegen van de zuidelijke zijbeuk, een grafkapel voor de familie de Schietere de Lophem (in het westen van de zuidelijke zijbeuk) en een nieuwe sacristie. Het interieur wordt bij deze gelegenheid grondig vernieuwd door Jean Bethune. Het gedenkstuk uit 1748 wordt hersteld en verplaatst naar de nieuwe grafkapel van de familie de Schietere de Lophem, zie opschrift "HERSTELD DOOR DE ZORG VAN DEN STIGTER DEZER KAPEL, JAER 1872". De barokke doopkapel wordt aangepast aan de neogotische bouwstijl die in de rest van de kerk toegepast wordt. Al het kerkmeubilair wordt vervangen. De nieuwe, gebrandschilderde glas-in-loodramen worden geleverd door het atelier van Jean Bethune. Het nieuwe meubilair bestaat uit een hoofdaltaar, een Onze-Lieve-Vrouwaltaar, een Sint-Barbara-altaar, een preekstoel, twee biechtstoelen, twee koorbanken en twee zitbanken. Het huidige orgel wordt in 1876 geplaatst. In 1885 wordt de doopvont uit 1449 vervangen door een nieuw exemplaar.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lijdt de kerk weinig schade. Na de oorlog, in 1920, wordt een oorlogsgedenkteken naar ontwerp van architect Joseph Viérin (Brugge), ingeplant in de kerkhofmuur. Een bombardement in 1940, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog brengt wel ernstige schade toe aan kerk en pastorie. In 1952 wordt de nieuwe begraafplaats gewijd. De kerkhofmuur rond de kerk wordt afgebroken. In 1957 wordt de sacristie uitgebreid.

Uit 1999 dateert een aanvraag tot de plaatsing van twee nieuwe glasramen (Sint Franciscus Xaverius en Sint Antonius van Padua) naar ontwerp van glazenier Joost Caen (Schoten).

Beschrijving. Georiënteerde kerk met omringend grasplein ter vervanging van het in 1952 verdwenen kerkhof. Aan noordzijde afgezet met een lage bakstenen muur onder ezelsrug, ten zuidoosten deels behouden haag en leilinden. Toegangspad in blauwe hardsteen geflankeerd door ijzeren hekken gevat in blauwhardstenen pijlers met bekronende bol.

Opgetrokken in verschillende soorten baksteen (geel en rood en hergebruik). Gebruik van kalkzandsteen voor de hoekkettingen, omlijstingen, maaswerk, dekplaten, schouderstukken, afzaten, bekronende kruisen en kordons. Zadeldaken onder leien.

De plattegrond ontvouwt een - oorspronkelijk voorgeplaatste - vierkante westtoren, thans ingebouwd aan noordzijde door de doopkapel (1835) en aan zuidzijde door de grafkapel van de familie de Schietere de Loppem (1868-1870), een driebeukig schip van drie traveeën, een pseudotransept, een hoofdkoor en twee zijkoren van twee traveeën met driezijde apsis. Tegen de noordbeuk een aanleunende eenbeukige kapel van de familie van Caloen, sacristie tegen het zuidkoor.

Geprofileerde spitsboogramen met twee- of drieledige vensters en oculi met gotisch maaswerk bestaande uit driepasbogen, driepassen en vierpassen. Westtoren met twee geledingen met een vierkante onderbouw, een achtzijdige bovenbouw en een ingesnoerde naaldspits. Overhoeks geplaatste en verjongende steunberen, afzaten bekleed met leien. Mijterboogvormige ingang met geblokte kalkzandstenen omlijsting. Erboven een omlopend kordon en tweeledig spitsboograam. Spitsboogvormige galmgaten en drie uurwerken. Ronde traptoren onder kegeldak in de noordoosthoek.

Flankerende kapellen met tweeledige vensters in de westgevels en bekronende kruisen. Zijbeuken en koorapsis met overhoeks geplaatste steunberen, vlechtingen in de eindgevels van de noordbeuk. Tudorboogvormig, gedicht uitvaartsdeurtje onder kalkzandstenen druiplijst met gestrekte uiteinden in de eerste travee van de zuidbeuk. Lage aangebouwde sacristie met segmentboogvensters. Calvarie onder luifel (leien) en met houten wimberg met neogotische driepasboog tegen de noordgevel van de kapel van Caloen. Blauwhardstenen toegangspad met houten knielbankje en smeedijzeren armlantaarn.

Interieur met pseudobasicale opstand, bepleisterd en witbeschilderd. Spitsboogvormige scheibogenarcade steunend op ronde, blauwhardstenen zuilen op achthoekige sokkel en eenvoudige kapitelen. Houten spitstongewelven met neogotische beschildering en bakstenen kruisribgewelf met mangat in het torengedeelte. Zwartmarmeren vloer, in het koor afgewisseld met witte marmer en twee stermotieven in de middenbeuk. Grafkapel van de familie van Caloen met witbepleisterde muren onder een spitstongewelf met neogotische beschildering. Vloer in roodgeel volksaardewerk

Meubilair Aankleding maakt deel uit van een neogotisch totaalconcept overwegend van de hand van Jean Bethune. Hij ontwerpt onder meer de altaren, preekstoel, doksaal en glas-in-loodramen.

Hoofdaltaar (1870-1873) gewijd aan de heilige Martinus uitgevoerd in marmer, witte kalksteen en hout door L. Blanchaert. Altaren (1873) in de noordelijke zijbeuk gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, in de zuidelijke zijbeuk aan de heilige Barbara uitgevoerd door beeldhouwer Jules Van Nieuwenhuyse (Brugge). Altaar in de kapel van Caloen in 1852 uitgevoerd door Karel Geerts.

Blauwhardstenen doopvont met torenvormig, houten deksel, preekstoel (1874), koorbanken (1875) en biechtstoelen (1877) uitgevoerd door meubelmaker Charles Lenoir (Brugge).

Brandglasramen in het koor met afbeelding van 25 heiligen (1873) ontworpen en uitgevoerd door Jean Bethune. De vijf glasramen in de zuidbeuk, ontworpen door glazenier Samuel Coucke (Brugge) zijn afkomstig van de in 1972 gesloopte kapel van het kasteel van Emmaüs (zie Emmaüsdreef nr. 6). Glasramen in de kapel van Caloen in 1852 uitgevoerd door J.B. Capronnier.

Calvariekruis (1875) uitgevoerd door C. Picqué.

Kruisweg in terracotta ontworpen door J. De Visscher (Gent) is afkomstig van het voormalig bejaardentehuis (zie Ieperweg). Enkele 17de-eeuwse schilderijen. In de zuidbeuk: "De Heilige Dominicus ontvangt de rozenkrans uit de handen van Jezus met de hulp van Maria" door Jan Maes (Brugge), "Onze-Lieve-Vrouw met Kind", in de middenbeuk: "De kroning van Onze-Lieve-Vrouw", "Christus aan het kruis met Onze-Lieve-Vrouw, de Heilige Johannes en Maria Magdalena". Talrijke grafstenen en gedenkschriften onder meer in de familiekapellen. Hooghuys-orgel samen met het doksaal gebouwd in 1876.

  • ARCHIEF RUIMTE EN ERFGOED – AFDELING WEST-VLAANDEREN, Archiefnr. W/01580, W/01581.
  • BRAET J., Historisch verbonden met Loppem: De familie de Schietere (de Lophem), in Zilleghem. Handelingen van de Kring voor heemkunde en geschiedenis Pastoor Ronse, jg. 24, nr. 2, 2003, p. 44-69.
  • CORNILLY J., De Sint-Martinuskerk van Loppem en architect August Van Assche, in In de steigers, 6.3, 1999, p. 79-88.
  • CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel II: Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 273.
  • DENYS B., DEHULLU P., SOMERS R., De Sint-Martinuskerk te Loppem, s.l., 1996.
  • LIPS E., De Sint-Martinuskerk in Loppem, in Brugse Gidsenkroniek, 29.5, 1996, p. 67-73.
  • SOMERS R., Een historische wandeling in de Loppemse dorpskom. Handleiding voor de gidsen, publicatie in het kader van Open Monumentendag, Zedelgem, 2003.
  • VAN CALOEN V., VAN CLEVEN J., BRAET J., Het kasteel van Loppem, Oostkamp, 2001, p. 153-158.
  • VERVENNE A., DHONDT A., Geschiedenis van Loppem, Loppem, 1974, p. 44-45, p. 75-78, p. 137-138.
  • VERVENNE A., De parochie Sint-Martinus te Loppem, Loppem, 1980, p. 99-102.

Bron: Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Zedelgem met deelgemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL47, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Van Vlaenderen, Patricia & Vranckx, Martien

Datum tekst: 2010

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Dorp

Dorp (Zedelgem)

maakt deel uit van Dorpskom Loppem

Beukenweg, Dorp, Rijselsestraat, Stationsstraat (Zedelgem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.