erfgoedobject

Kasteel Emmaüs

bouwkundig element
ID
209874
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/209874

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Emmaüs
    Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011

Beschrijving

Kasteel zogenaamd "Emmaüs" oorspronkelijk met opperhof-neerhofstructuur. Geheel van kasteel, Lourdesgrot en kapel, oranjerie, ommuurde moestuin, hoeve en koetshuis. Naamgeving naar verluidt omwille van dezelfde afstand tussen het kasteel en de Brugse Jeruzalemkerk als tussen de Bijbelse plaats Emmaüs en Jeruzalem. Opgenomen door de gemeente Zedelgem op de lijst van het erfgoed op haar grondgebied. Het kasteel "Emmaüs" is in de Landschapsatlas (versie 1.0, AROHM 2001) opgenomen als puntrelict binnen de relictzone "Kasteelparken en bosgebieden Sint-Andries – Varsenare".

Historiek. Met opperhof en neerhof afgebeeld als "EMMAUS" op een schets van 1665. Op het opperhof is een gebouw met een toren of een dakruiter afgebeeld, gelegen binnen een dubbele omwalling. Op het neerhof, ten oosten van het opperhof, bevindt zich de hoevewoning. Een hek sluit het neerhof af ter hoogte van de dreef. Voor het eerst vermeld in 1670 als "speelhof" van de Bruggeling Passchier Bourry. Het dateert in ieder geval al van daarvóór, gezien zijn vrouw het geërfd heeft van haar oom, kanunnik Knudde. In 1687 gaat het door schenking over op Pieter Bourry, kanunnik van Sint-Donaas. Hij laat het op zijn beurt in 1714 na aan zijn nicht, Philippine van Ockerhout. In 1733 wordt de familie van Ockerhout in de adel verheven onder de naam van Ockerhout de ter Zaele.

Op een schilderij uit 1742 afgebeeld als laag dubbelhuis van zeven traveeën en een gemansardeerd schilddak met drie dakkapellen. Vermoedelijk is het kasteel kort daarvoor herbouwd in een gematigde rococostijl, in opdracht van Joanna Terwe, weduwe van Jacques van Ockerhout. Het ligt binnen een rechthoekige omwalling, en is omgeven door een siertuin. In 1763 wordt het goed afgebeeld op een figuratieve kaart. Het opperhof is tweeledig, binnen een rechthoekige omwalling en toegankelijk via een hek ten zuiden van het gebouw. Het kasteel zelf staat afgebeeld met zeven traveeën onder een mansardedak met twee dakkapellen en centrale deurtravee met buitentrap. Ten zuidoosten van de omwalling staat een kapelletje. Het neerhof bestaat uit losse gebouwen, met in de zuidwesthoek een bakhuisje. Twee hekken sluiten het neerhof af, een eerste aan de dreef en een tweede tussen opperhof en neerhof.

Op de Ferrariskaart (1770-1778) wordt het kasteel afgebeeld als "Chateau Imon" met U-vormige plattegrond, samen met een (moes)tuin omgeven door een gracht. Daarbuiten ook een boomgaard, hoeve (ten oosten), enkele landerijen, bos en rechthoekige drevenstructuur. De straat Kasteeldreef (eikendreef ten noorden van het kasteeldomein) is een restant uit die periode. De hoeve en het kasteel liggen aan de samenvloeiing van de Watermolenbeek, Veldbeek en het Zuidervaartje. In 1818 wordt het kasteel nog op een pentekening afgebeeld als een laag dubbelhuis van negen traveeën onder mansardedak. In 1848 worden volgens kadastergegevens enkele gebouwen opgetrokken ten noorden van het kasteel, onder andere een oranjerie. Op de Vandermaelenkaart (circa 1850) afgebeeld als "Chateau Imon".

In 1869 registreert het kadaster het dempen van de omwalling en het vergroten van het kasteel aan de noordzijde. Vermoedelijk dan met een verdieping verhoogd en onder schilddak gebracht, zoals te zien op een steensnede (eind 19de eeuw) van F. Van de Putte, waarop het kasteel is afgebeeld met twee verdiepingen van negen traveeën onder schilddak met bekronende dakruiter.

In de loop van de 19de eeuw wordt ook het kasteelpark grondig gewijzigd. Rond het kasteel wordt er een park aangelegd in landschappelijke stijl, met open graslanden met grillige begrenzing, bomengroepen, kronkelende paden en vijver ten westen van het kasteel.

In 1874 wordt op de kasteelgronden een Lourdesgrot opgetrokken in veldsteen, in opdracht van de familie van Ockerhout van de Woestijne als dank voor een genezing na een bedevaart naar Lourdes.

In 1884 wordt de oranjerie vermeld als broeikas en mogelijk vergroot (zie huidig). Bij de hoeve wordt vóór 1881 een koetshuis met stal opgetrokken. De erkeruitbouw aan de noordzijde van het kasteel dateert van circa 1888. De familie van Ockerhout bewoont het goed tot 1919.

De dakruiter, die functioneert als belvedère, is afgebroken na de Tweede Wereldoorlog. In 1957 worden een nieuw toegangsportaal, een schouw en een overdekt terras (tegen de westgevel) toegevoegd. De gevelbezetting dateert wellicht uit hetzelfde jaar. Voorts wijzigingen aan de noordelijk gelegen bijgebouwen. De hoeve wordt vermoedelijk dan ook vernieuwd. In 1972 wordt de kapel afgebroken. Vijf glasramen, ontworpen door de Brugse glazenier Samuel Coucke, afkomstig uit de kapel worden hergebruikt in de zuidbeuk van de *Sint-Martinuskerk. In 1974 zijn de koetshuis en de stal gedeeltelijk verbouwd tot woning.

Beschrijving. Kasteeldomein toegankelijk via de Emmaüsdreef, een dubbele eikendreef tot aan het toegangshek. De ingang van het domein wordt gemarkeerd door ronde, blauwhardstenen pijlers met bekronende bol en met nieuwe, gietijzeren hekken. De huidige Kasteeldreef (nu doodlopend) is waarschijnlijk de oorspronkelijke toegangsdreef naar het kasteel zoals te zien op de Ferrariskaart.

Kasteel op rechthoekige plattegrond, twee bouwlagen onder schilddak (leien) met dakkapelletjes en op de oosthoek een dakruiter. Uitzicht hoofdzakelijk van circa 1869 en 1957. Eventueel in kern opklimmend tot de vroegste, 17de of 18de-eeuwse bouwfase, voortgaande op een restant van een vroegere buitenmuur met groot anker. Aan de noordzijde van het huis loopt een gang parallel met de oude buitenmuur die (wellicht met de uitbreiding van 1869) in het huis is geïncorporeerd.

Uitgewerkt als dubbelhuis met centrale inkom zowel aan voor- als aan achterzijde. Gevels bezet met cementbepleistering in twee tinten en strak geritmeerd door kordons en verticale gevelhoge banden waardoor rechthoekige nissen ontstaan. Rechthoekige vensters, aan de zuidzijde beluikt op de begane grond, grote roedeverdeling. Ingangsportiek in een neoclassicistische stijl (1957), met hoofdgestel met driehoekig fronton gesteund door blauwhardstenen Dorische zuilen, aan de noordzijde. Centrale deur aan de zuidzijde met rondbogig bovenlicht met waaiervormige roedeverdeling. Erboven een balkon op consoles en met smeedijzeren balustrade.

Lage veranda aan de westzijde uitgewerkt als galerij met blauwhardstenen Dorische zuilen en met brede dakrand steunend op houten klossen.

Interieur met bewaarde buitenmuur van een vroegere bouwfase. Kamer aan de noordzijde met schouwboezem versierd met geprofileerde rondboog, florale motieven en bas-reliëf met mythologisch tafereel. Centrale hal op vierkante plattegrond met bordestrap onder geprofileerde rondboog en vloer met cementtegels met geometrische motieven.

Park. Enkel ten westen van het kasteel is het park bewaard gebleven. Het omvat twee waterpartijen, open graslanden afgezoomd door parkbos en een ijskelder. Enkele grote en markante bomen rond de vijver (grote monumentale den, beuk, linde).

Ten noorden van het kasteel ligt een grote, rechthoekige ommuurde moestuin aan de zuidzijde toegankelijk via hekken gevat in vierkante bakstenen pijlers. Bakstenen muren met steunberen onder pannen afdak. Een geasfalteerd middenpad leidt naar een achterin gelegen tuinhuis, geflankeerd door serres (glas evenwel vervangen door dakpannen) opgericht circa 1931. Tuinhuis uitgewerkt als dubbelhuis onder hoog schilddak (gesmoorde Vlaamse pannen).

Oranjerie van 1848 maar wellicht verbouwd in 1884. Baksteenbouw met bepleisterde voorgevel, met hoekkettingen, en hoge, rechthoekige ramen onder druiplijst. Centrale, beglaasde deur met dubbele vleugels en geometrische, metalen roedeverdeling. De vensters kunnen worden opengeschoven via een bewaard katrolsysteem. Zijgevels met rondbogige schuifdeuren, vroeger als doorgang naar de aangebouwde serres, en eveneens met metalen roedeverdeling. De deur in de oostgevel is dichtgemetseld. Vloer met zwarte plavuizen.

Ten oosten van de oranjerie staat een dwarsschuur(circa 1848) met houten beplanking onder zadeldak (Vlaamse pannen).

Ten oosten van het kasteel de stalling met koetshuis (vóór 1881) van het vroegere neerhof, heden in gebruik als garage. Bruine baksteenbouw onder zadeldak (daktegels) met zandstenen hoekkettingen en centrale tuitgevel. Grote segmentboogpoorten met erboven een smalle vensterzone met gekoppelde vierkante venstertjes. In de tuitgevel een medaillon met wapenschild van de familie van Ockerhout. De overige gebouwen van het neerhof (nu Kasteeldreef nr. 9) zijn afgescheiden van het domein en in de tweede helft van de 20ste eeuw aanzienlijk gewijzigd en aangepast.

In het oosten van het kasteeldomein ligt de Lourdesgrot in een bosrijke omgeving en toegankelijk vanaf de Rolleweg. Volgens gevelsteen daterend van 1874 in opdracht van de familie van Ockerhout van de Woestijne als dank voor een genezing na een bedevaart naar Lourdes. Groot complex opgetrokken in veldsteen en gelegen langs de Watermolenbeek die in zuidelijke richting uitmondt in de Rollewegbeek. Het kabbelen van de Watermolenbeek, die hier een groot verval heeft, is karakteristiek voor de site. Grot met bovenaan een nis met beeld van Maria met opschrift "HEILIGE MARIA MOEDER GODS BIDT VOOR ONS GIJ DIE ONZE TOEVLUCHT ZIJT", eronder een kleinere nis met beeld van Bernadette. Langs de beek enkele paadjes en meerdere zitbankjes.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, Monumenten en Landschappen, Landschapsatlas, 2001, OC GIS-Vlaanderen.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Zedelgem, 1848/36, 1869/13, 1884/46, 1888/17, 1957/54.
  • RIJKSARCHIEF BRUGGE, Kaarten en plannen van de watering van Blankenberge, nr. 1021: Kaart van het kasteel, Emmaus genaamd, gelegen te Loppem, in het bezit van weduwe van Ockerhout, gemaakt door landmeter I. Drubbele, 1763.
  • BEERNAERT B. e.a., Binnen en buiten. Winter- en zomerverblijven van de Brugse elite vanaf de late middeleeuwen, Brugge, 2007, p. 32-33.
  • BONDUEL L., Het Zedelgem, Veldegem, Loppem en Aartrijke van toen. Een verzameling foto's en prentbriefkaarten aangevuld met beknopte historische gegevens, Brugge, 1983, p. 119.
  • BONDUEL L., CAPPON G., Wandelen in Loppems verleden, Torhout, 1982, s.p., foto 56, 57.
  • COPPIETERS DE TER ZAELE E., Histoire de la famille van Ockerhout à Bruges, Loppem, 1961, p. 63.
  • DEGRANDE V., Inventaris van de kapellen in West-Vlaanderen, gemeente Loppem, onuitgegeven manuscript, nr. 6.
  • DHONT A., VERVENNE A., Geschiedenis van Loppem, 1974, p. 103.
  • VAN DE PUTTE F., Souvenirs de voyage. Etudes de paysages d'après nature, Brugge, s.d.
  • VERHELST G., De grot van O.L.Vrouw van Lourdes te Loppem, in Kapel en beeld, jg. 17, nr. 4, 1965, p. 32.

Bron     : Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Zedelgem met deelgemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL47, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Van Vlaenderen, Patricia, Vranckx, Martien
Datum  : 2010


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Kasteel Emmaüs [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/209874 (Geraadpleegd op 22-06-2021)