Hoeve, opklimmend tot het midden van de 18de eeuw, thans bestaande uit twee parallelle volumes.
Boerenhuis reeds weergegeven op het landboek van Pittem uit 1761 (34ste begin) en het renteboek van heerlijkheid Pittem (1762), als solitair volume. Op de Ferrariskaart (1770-1778) worden reeds drie volumes weergegeven. Op het primitief kadasterplan (circa 1830) wordt het boerenhuis op de huidige plaats (oost-west-oriëntatie) weergegeven, met stalvolume ten oosten in het verlengde, en parallel schuurvolume ten zuiden van het erf, met ten oosten daarvan een bakhuis. Toen eigendom van weduwe van Hoobrouck d'Asper uit Gent. Rond 1860 wordt het boerenhuis aan westzijde vergroot. In de loop van de 19de eeuw wordt de schuur verlengd en verbreed.
Parallelle hoevegebouwen aan weerszijden van een begraasd erf, toegankelijk via erfoprit in losse verharding. Ten noorden het witgekalkte boerenhuis onder zadeldak in mechanische pannen. Erfgevel in rode baksteen, met dubbel tandfries. Getoogde muuropeningen, arduinen onderdorpels, vernieuwd schrijnwerk. Deuromlijsting in zwarte baksteentjes. Naastgelegen stal in witgekalkte baksteenbouw onder zadeldak in mechanische pannen, rechthoekige muuropeningen. Ten zuiden een langgerekt schuurstalvolume in witgekalkte baksteenbouw onder mank overkragend zadeldak in mechanische pannen, houten klokkenruiter gedekt met leien. Erfgevel met centrale schuurpoort, rechthoekige muuropeningen, afdak op pijlers, aanbouw onder lessenaarsdak. Ten oosten een bakhuisje in rode baksteenbouw onder golfplaten zadeldak.
- Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207: Mutatieschetsen, Pittem, 1862/165.
- Rijksarchief Brugge, Gemeente Pittem. Oud Archief, nr. 28/6: "Nieuwe ommelooper ende terrier der prochie van Pitthem", door D. Seghers, 1761, kaart 34.