erfgoedobject

Geheel van vier burgerhuizen en een winkelhuis

bouwkundig element
ID: 212767   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/212767

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van vier burgerhuizen en een meergezinswoning met winkel, gebouwd in opdracht van de Société Anonyme Briqueteries de Notre-Dame, naar een ontwerp van architect Edward Van Not uit 1909. De steenbakkerij uit Brecht had eerder dat jaar al een eerste vastgoedproject aangevat in de Miraeusstraat, en investeerde de volgende jaren in meerdere van dergelijke projecten telkens met een winkel of café op het hoekperceel, zoals het in 1910 door Van Not ontworpen complex van tien panden op de hoek van Betogingstraat en Sterlingerstraat te Borgerhout. De groepsbebouwing met koopwoningen op de hoek met de Markgravelei, is vermoedelijk het enige speculatieve vastgoedproject van een zekere omvang, dat vóór de Eerste Wereldoorlog aan de Jan Van Rijswijcklaan werd gerealiseerd. Met metselwerk zowel in rode baksteen als witte Silezische brikken, werd hier uitzonderlijk afgeweken van het door de bouwvoorschriften opgelegde gebruik van natuursteen.

Een bijzonder productieve Edward Van Not ontwierp in deze periode overigens ook nog zeven andere burgerhuizen aan de Jan Van Rijswijcklaan. Op de gesloopte woningen Voordeckers (voorheen nummer 105) en Fontaine (voorheen nummer 107) na, zijn deze allemaal bewaard (zie nummers 97, 99, 101 en 113-115). Zij zijn representatief voor het vroege oeuvre van de architect, wiens loopbaan kort na de eeuwwisseling van start ging. In deze periode ontwierp hij tientallen van dergelijke burgerhuizen in Antwerpen, een groot aantal in dienst van de Algemeene Bouwmaatschappij, waarbij het stijlenjargon varieerde van beaux-arts en cottage tot art nouveau. Vanaf het interbellum tot zijn overlijden, combineerde Van Not zijn privé-praktijk met het ambt van gemeentelijk architect in Deurne.

De vier burgerhuizen beantwoorden aan eenzelfde type bel-etage-rijwoningen, met twee ongelijke traveeën en vier bouwlagen, onder zadeldak. Voor de gevels past Van Not alternerend een pittoreske cottage-architectuur en een ingehouden art-nouveaustijl toe, een levendige combinatie die nog wordt versterkt door een gevarieerd materiaalgebruik. Volgens de bouwplannen beantwoordt de plattegrond aan de klassieke typologie van de burgerwoning, met een spreekkamer en de keuken op de begane grond of in het souterrain. De gebruikelijke suite van salon, eetkamer en veranda op de bel-etage, wordt geflankeerd door het trappenhuis. De vier panden behielden hun oorspronkelijke houten schrijnwerk, en het doorlopende smeedijzeren voortuinhek met hoge arduinen postamenten. Nummers 63 en 65 zijn vandaag opgedeeld in appartementen.

De gevels van de twee cottagewoningen (nummers 59 en 63) zijn volgens eenzelfde schema in spiegelbeeld opgebouwd, met een lage hardstenen sokkel en een bovenbouw in rode baksteen doorspekt met natuursteenlagen. De klemtoon van de compositie ligt op het brede zijrisaliet, met een driezijdige erker over de eerste twee bouwlagen, en een overstekende houten puntgevel als bekroning. Beide gevels vertonen subtiele variaties in de detailuitvoering. Nummer 59 onderscheidt zich door rondbooglisenen, een smeedijzeren balkon en veelkleurige mozaïekpanelen met het opschrift ANNO 1910; de fraaie smeedijzeren art-decodeur dateert van omstreeks 1930. Het soberder nummer 63 heeft een rustiek geboste sokkel en een typische houten luifel boven de erker; de oorspronkelijke houten deur is hier naar achter verplaatst in het portaal.

Van de twee art-nouveauwoningen is het nummer 61 het meest uitgesproken van vormgeving, met een parement uit witte baksteen en arduin, typische waterlijsten, smeedijzeren leuningen, en een oplopende bow-window in het zijrisaliet, dat wordt bekroond door een boogfront en postamenten. Deze woning heeft als enige een souterrain en een inkomportaal met bordes, onder een bovenlicht en een halfronde smeedijzeren luifel met glas in lood. De lijstgevel van het bredere nummer 65 heeft een natuurstenen parement, maar is verder gelijkaardig van opbouw. Aanvankelijk werd deze woning ontworpen met een hoekerker, afgezonderd van het gebuurpand door een open schacht. De mansarde-duplex is een latere toevoeging.

Het meergezinshuis (nummer 67) vormt een afgeschuind hoekgebouw van vier bouwlagen en zeven traveeën, eveneens met een lijstgevel in witte baksteen en hardsteen. De compositie kenmerkt zich door een conventionele regelmaat, met registers van rechthoekige vensters boven een winkelpui. Van het oorspronkelijke art-nouveaukarakter rest weinig meer dan de geprofileerde dorpels, de gietijzeren balkon- en vensterleuningen, en de consoles van de kroonlijst. De winkelpui behield het houten schrijnwerk met glas in lood; de deur is hergebruikt. De hoektravee werd oorspronkelijk gemarkeerd door een driezijdige erker (verwijderd in 1937) en een dakkapel (verwijderd in 1977); ook de vermoedelijke sgraffito- of mozaïekpanelen in de borstweringen zijn niet meer aanwezig. Een mansarde met een duplexflat (architecten Marc Appel en Jan Welslau, 1977) vervangt het oorspronkelijke zadeldak.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1909#1764, 1910#2148, 1911#1898, 18#7207 en 18#58819.

Bron     : Braeken J. & Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Jan Van Rijswijcklaan, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT3, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Geheel van vier burgerhuizen en een winkelhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/212767 (Geraadpleegd op 19-09-2019)