erfgoedobject

Burgerhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl

bouwkundig element
ID: 212835   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/212835

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Burgerhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl naar een ontwerp van de architecten Florent Vaes en Joan Coninck Westenberg uit 1912. Opdrachtgever was de Nederlander Jacques de Jong (°Amsterdam, 1872), technisch directeur van Minerva Motors, die sinds 1891 te Antwerpen verbleef. Hij huwde in februari 1904 te Antwerpen met Esther Sophia Philipse (°Antwerpen, 1882) en kreeg in december van dat jaar dochter Bertha Anna, in 1908 gevolgd door dochter Yvonne. In 1939 verhuisde het echtpaar de Jong-Philipse naar Watermaal-Bosvoorde.

De drie broers Sylvain (°Amsterdam, 1868), Henri en Jacques de Jong gingen in 1895 samen met drie Antwerpse handelaars van start met de productie van fietsen onder de firmanaam Mercury Cycle Co. In 1897 begon Sylvain de Jong zijn eigen bedrijf, S. de Jong & Co gevestigd in de Karel Oomsstraat, dat fietsen op de markt bracht onder de merknaam Minerva. In 1900 volgde de productie van motorfietsen, en vanaf 1904 begon Minerva Motors Ltd. ook auto's te bouwen.  Minerva, in 1911 de grootste fabriek van België, werd wereldwijd bekend om luxueuze, snelle, op maat gemaakte limousines. Het bedrijf van de gebroeders de Jong beleefde zijn glorietijd in de jaren 1920, met meer dan 6500 werknemers en een nieuwe fabriek in Mortsel-Luithagen, maar ging in 1934 ten onder aan de economische recessie.

Het hotel de Jong is één van zeven gelijkaardige burgerhuizen die het architectenbureau Vaes en Coninck Westenberg tussen 1910 en 1912 aan de Jan Van Rijswijcklaan ontwierp, en waarvan er slechts drie zijn bewaard (zie ook de straatinleiding en nummers 47 en 148). De schoonbroers Vaes en Coninck Westenberg, vóór de Eerste Wereldoorlog gedurende een zestal jaar associés, legden zich naast de cottagevilla in het bijzonder toe op dit specifieke woningtype.

Architectuur

De rijwoning telt vier bouwlagen en drie traveeën onder een plat dak. De natuurstenen lijstgevel vertoont een klassieke opbouw, met een lage geblokte sokkel, regelmatige vensterregisters, een hoofdgestel en een blinde attiek als bekroning. Een ondiepe erker met aansluitend balkon legt de klemtoon op de middenas. Het verzorgde parement wordt naar laat-18de-eeuws voorbeeld geritmeerd door vensternissen met een hanenkam of sluitsteen, panelen op de borstweringen en spiegels op de penanten. Ook de discrete ornamentatie met acanthus- of rozetconsoles en bloemenslingers in de middenas, en de smeedijzeren vensterleuningen en het voortuinhek zijn getrouw ontleend aan Lodewijk XVI-modellen. Het houten schrijnwerk van de deur en vensters bleef behouden.

Zoals gebruikelijk voor dit type bel-etagewoningen van Vaes en Coninck Westenberg, bood de begane grond volgens de bouwplannen ruimte aan de inkom en het trappenhuis met bovenlicht, een spreekkamer en de keuken met keukenlift. De bel- etage omvatte vermoedelijk een salon over de volledige breedte aan de straatzijde, een centrale eetkamer met office, en een veranda aan de tuinzijde.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1912#1505; vreemdelingendossier 481#72593.

Bron     : Braeken J. & Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Jan Van Rijswijcklaan, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT3, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Burgerhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/212835 (Geraadpleegd op 02-06-2020)