erfgoedobject

Lot IX: Bedrijfsgebouwen van L'Alliance

bouwkundig element
ID: 213477   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/213477

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ten noorden van de Lakweg is het brede Lot IX gelegen. Dit lot werd in 1919 in concessie gegeven aan L'Alliance. Een belangrijk deel van de gebouwen en installaties gaat terug tot de deze fase in de gebruiksgeschiedenis van het lot.

Historiek

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lijdt Petroleum Zuid zware oorlogsschade met onder meer de vernietiging van de Petroleumpier. Na de oorlog herstelt Petroleum Zuid zich snel: de pier wordt meteen hersteld en er worden bijkomende loten geopend waaronder Lot IX ten noorden van de Lakweg. De nieuwe loten worden snel verhuurd, ook aan bedrijven die voor de Eerste Wereldoorlog nog niet op de site waren gelokaliseerd. In 1919 sluit de stad met het bedrijf Société Anonyme L'Alliance een concessie af voor het gebruik van het oostelijke deel van Lot IX (Lot IXa). Voor de Eerste Wereldoorlog was L'Alliance gevestigd op de Bredabaan nr. 201, in het noorden van de stad. In 1919 zijn de kantoren van het bedrijf gevestigd op Kipdorp nrs. 10-16, vanaf 1921 op de Suikerrui nr. 5, na de Tweede Wereldoorlog op Kipdorp nr. 44.

In 1919 wordt met de oprichting van een "installation pétrolifère" op het oostelijke deel van lot IX (IXa) de basis gelegd van het huidige bedrijf. De administrateur van L'Alliance is op dat moment Louis Lambo; de plannen voor de inrichting van het terrein en alle gebouwen worden tijdens het interbellum getekend door Beauduin, "directeur technique de l'Alliance". Na de Tweede Wereldoorlog staat burgerlijk ingenieur J. Van Tieghem in voor de infrastructuur van het bedrijf.

De uitbating van Lot IX wordt later verder gezet onder de namen Castrol, BP en AVIA. Anno 2011 wordt lot IX gebruikt door AVIA.

Beschrijving

Lot IX is een erg groot rechthoekig perceel ten noorden van de Lakweg, begrensd door de Olieweg ten oosten en de Naftaweg ten westen en door een brede gracht aan de noordkant. Deze gracht vervangt de Leigracht die vóór de aanleg van Petroleum Zuid voor de afwatering van het gebied zorgde. Het grootste deel van dit lot werd in 1919 in concessie gegeven aan L’Alliance. Het terrein is ongeveer 4 ha groot.

Een bouwdossier van 1919, met plannen getekend door technisch directeur Bauduin, leggen de basis van het bedrijf L'Alliance: de ommuring van het terrein aan Lak- en Olieweg, de drie terreinen met petroleumtanks ten noorden, drie pomphuizen ten zuiden van de tanks en vier haaks op de Lakweg ingeplante werkplaatsen. Een centrale weg voor spoorlijnen, "raccordement", doorsnijdt het terrein van zuid naar noord; ook ten oosten van het lot lopen spoorwegen. Van deze oudste infrastructuur zijn anno 2011 nog de ommuring, de inplanting van de petroleumtanks en de twee beeldbepalende, oostelijke werkplaatsen bewaard.

Het perceel wordt aan de Lak- en Olieweg met een muur afgescheiden van het openbaar domein, onderbroken door twee ijzeren hekken. Het betreft een rode bakstenen muur op hardstenen plint, afgedekt met hardstenen dekplaten. De ijzeren hekken zijn bij inventarisatie anno 2011 niet meer aanwezig. Aan één van de twee poorten langs de Lakweg wordt in 1948 een portiersloge gebouwd naar ontwerp van ingenieur J. Van Tieghem, een ijzeren gebouwtje op ruitvormige plattegrond met een moderne vormgeving. Dit is anno 2011 ook niet meer bewaard.

Aan noordzijde van het terrein, grenzend aan de brede, rechte beek die loten IX en XI scheidt, worden in 1919 drie percelen voor tanks ingericht. Deze percelen worden met taluds van "terre rapportée" van 3 m hoog en 4,5 m breed omgeven; elk tankterrein is met twee trappen over deze taluds bereikbaar. De ijzeren, cilindervormige tanks zijn 12 m hoog; er zijn vier kleine tanks van 10 m doorsnede en negen grote tanks van 20 m doorsnede, goed voor in totaal een capaciteit van 29400 T. Opvallend is dat anno 2011 op deze terreinen het aantal tanks en de vorm ervan gehandhaafd bleef: in de oostelijke hoek vier kleine en twee grote tanks voor benzine, op het tweede terrein drie grote tanks voor petroleum, het derde, meest links terrein telt vier grote tanks voor "huiles lourdes". In 1919 zorgen ondergrondse pijpleidingen voor het transport van benzine en petroleum vanaf de Petroleumpier tot aan deze tanks. Omwille van ernstig vervuilende lekken, wordt later voor bovengrondse pijpleidingen gekozen. In 1926 installeert men op elk van de drie tankterreinen tegen een grote tank een ijzeren trap "donnant acces à la toiture des tanks". Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de meeste tanks leeggemaakt. Meteen na de oorlog gaat L'Alliance van start met de bouw van nieuwe petroleumtanks. Een plan van 1946 geeft drie nieuwe, in uitvoering zijnde tanks weer op de drie bestaande tankterreinen, die echter niet worden uitgevoerd. In een aanvraag van 1947 wordt ten westen van de drie bestaande terreinen een nieuw met talud omgeven tankterrein aangelegd, goed voor vier benzinetanks van 3700 m³ of 20 m doorsnede. De nieuwe taluds hebben een basis bestaande uit muren van gewapend beton. De vier tanks zijn met elkaar verbonden door passerelles; ook hier kreeg één tank een hoge ijzeren trap, bereikbaar vanaf het terrein buiten het talud. De meeste tanks die anno 2011 aanwezig zijn, werden geconstrueerd tussen 1934 en 1959, vaak op een reeds bestaande, oudere basis, teruggaand op de inplanting van 1919.

Ten zuiden van elk tankterrein werd in 1919 een pomphuis voorzien: eenvoudige bakstenen gebouwen van één bouwlaag onder plat dak, 5 m hoog en drie traveeën van elk 5 m tellend. Anno 2011 lijkt enkel het meest linkse pomphuis van deze drie nog bewaard. In 1948 wordt een vierde pomphuis gebouw met ongeveer dezelfde architectuur en afmetingen, een gebouw dat niet meer bestaat. In 1949 wordt tegen het tweede pomphuis een gebouwtje voorzien voor werkplaats, bergplaats, kleed- en waskamer, naar ontwerp van J. Van Tieghem, burgerlijk ingenieur van L'Alliance; eveneens afgebroken.

Op de zuidelijke helft van het terrein, zijn vier werkplaatsen ingeplant, met ten oosten de zone voor de "installation benzine" en ten westen de zone van de "installation pétrole". In de bouwaanvraag wordt melding gemaakt van de hermetische afsluiting tussen deze beide activiteiten: "Le mur de séparation entre les lots Benzine et Pétroles, serait pourvu de fenêtres hermétiques garnies de verres forts, armés". Van deze vier werkplaatsen zijn anno 2011 de twee meest oostelijke gebouwen bewaard, namelijk de werkplaats voor benzineverwerking en het gebouw met bureaus, laboratorium, opslagplaats en refter. Het oostelijke gebouw, grenzend aan de Olieweg, is de werkplaats voor benzineverwerking. Dit langwerpige gebouw is nog steeds aanwezig en heeft aan de Lakweg een fraai uitgewerkte puntgevel met aandak. Het is een gebouw van in totaal 17 traveeën in een rode, verzorgde baksteenbouw met accenten in zwarte baksteen. Het hogere zuidelijke gedeelte van zeven traveeën, gevat onder golfplaten zadeldak, bevat aan straatkant de receptie, met aansluitend twee zalen voor de "réparation bidons" en de "essai bidons" en ten slotte een ruimte voor "dipping". Het noordelijke, lagere gedeelte, eveneens onder zadeldak met golfplaten, is een grote, open loods voor de "manipulation benzine". Het dak wordt gedragen door een metalen gebinte. Er zijn zes gordingen per dakvlak, deze rusten op zes Engelse spanten (N-vormig spant met vallende diagonalen). Decoratieve muurankers in de buitenmuren verankeren deze spanten. Het gebouw is verlicht door grote segmentbogige vensteropeningen met roedeverdeling; in de topgevel aan de Lakweg bijkomend twee oeils-de-boeuf. Deuropeningen eveneens segmentbogig; de muuropeningen aan westzijde zijn grotendeels gewijzigd.

Het tweede haaks op de Lakweg ingeplante gebouw dat anno 2011 nog aanwezig is, is qua baksteenarchitectuur en spanten sterk gelijkend aan de werkplaats voor benzineverwerking, maar het is smaller en minder lang (11 traveeën). Het bevat dan ook geen ateliers, maar is bedoeld als dienstgebouw. De bureaus waren met een deur in de puntgevel vanaf de Lakweg bereikbaar. Daarachter bevond zich het laboratorium, een atelier voor reparaties, een magazijn en ten slotte een refter voor de arbeiders. Ten noorden bij dit gebouw aansluitend, waren in 1919 vijf toiletten voorzien. De oostelijke buitenmuur van dit gebouw was opgevat als hermetisch afgesloten scheidingsmuur tussen de zone voor benzine- en voor petroleumverwerking. In 1926 voert Beauduin een uitbreiding van dit gebouw uit: aan westkant worden onder een lessenaarsdak schrijnwerkateliers en een garage voor vrachtwagens toegevoegd, anno 2011 nog steeds aanwezig. Dit gebouw is eveneens in rode baksteenbouw met verzorgde uitwerking, onder meer zwart bakstenen accenten, per travee een verdiept muurveld. De oorspronkelijk segmentbogige muuropeningen zijn bijna allemaal gewijzigd; de voordeur aan de Lakweg is dichtgemetseld.

De twee andere, parallelle werkplaatsen hadden dezelfde architecturale afwerking, maar zijn anno 2011 afgebroken. De meest westelijke werkplaats, ten westen van de verbindingsweg, telde tien traveeën en had een dubbele functie: " manipulation barils – fuel oil etc. remplissage", van elkaar gescheiden door een langse, centrale muur. In 1921 werden in het westelijke deel (links), stallen voor 21 paarden met bijhorende harnaskamer ondergebracht, een garage voor auto's en een infirmerie. Ten oosten van deze verbindingsweg stond een groot gebouw van 17 traveeën met: chaufferie, salle de machine, remplissage, peinturage barils en tonnellerie. In 1926 werden in dit gebouw een refter voor arbeiders en twee garages voor auto's geïntegreerd. In 1922 werd een vijfde parallelle werkplaats ten westen van de andere vier gebouwd, eveneens naar ontwerp van Beauduin. Het was een metalen hangar van vijf traveeën voor herbergen van vrachtwagens en auto's. Deze hangar werd afgebroken.

Op het terrein van L'Alliance worden behalve tanks, werkplaatsen, opslagplaatsen en dienstgebouwen ook woningen voorzien. In 1920 wordt een aanvraag ingediend voor een directeurswoning op het terrein. Beauduin ontwerpt een cottage in baksteen, onder pannen daken, met een voorgevel waarin imitatievakwerk verwerkt is. Deze woning werd misschien niet uitgevoerd; de bouwaanvraag uit 1920 bevat geen situatieplan; op latere plattegronden van de site is de woning niet aangeduid; anno 2011 zijn geen sporen van de woning te zien.

Een jaar later volgt een bouwaanvraag voor twee personeelswoningen of "habitations pour contre-maîtres" (voormannen), gelegen ten westen van de meest westelijke werkplaats met stallen en garages. Beauduin ontwerpt ook hier in cottagestijl: twee woningen onder één dak, uitgevoerd in baksteenbouw onder pannen schilddak. Aan voor- en achtergevel telkens een als puntgevel uitgewerkte venstertravee met imitatievakwerk. Rechthoekige muuropeningen met ontlastingsboog; schrijnwerk met kleine roedeverdeling. Tegen de achtergevel van de huizen, een kleine uitbouw onder lessenaarsdak voor het washuis. In 1926 worden de woningen grondig verbouwd door toevoeging van een verdieping. De bijgevoegde plans laten vermoeden dat de woningen veel eenvoudiger en ook kleiner zijn uitgevoerd dan voorzien in de aanvraag van 1921. Als in 1948 nieuwe, vrij geringe verbouwingen worden aangevraagd, zien we het resultaat van 1921-1926, dat grosso modo overeenkomt met de woningen die zich nu nog op het terrein bevinden. Het gaat om een samenstel van twee eenvoudige woningen van twee traveeën en twee bouwlagen, gevat onder zadeldak, met achteraan een ruime achterbouw voor wasplaats en badkamer. Bakstenen gevels, met segmentbogige muuropeningen die in 1948 op het gelijkvloers door twee poorten worden vervangen, waarbij de achterliggende kamers als magazijn worden gebruikt.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1919 # 8517, 1921 # 11158 (stal), 1920 # 10561 (directeurswoning), 1921 # 11700 (woningen), 1922 # 21198 (werkplaats), 1926 # 22937 (woningen), 1926 # 25599 (garages), 1926 # 24997 (trappen), 18 # 23382 (tanks 1947), 18 # 24058 (woningen), 18 # 26386 (werkplaats).
  • Stadsarchief Antwerpen, Archief Autonoom Havenbedrijf Antwerpen, MA-HB # 1329, MA-HB # 1352.
  • Stadsarchief Antwerpen, foto FOTO-GF # 501.
  • ERFGOED & VISIE 2010: Onderzoek industrieel erfgoed Petroleum-Zuid Antwerpen, onuitgegeven studie, PIZ 061-111.
  • KLEIO 2001: Antwerpen Petroleum Zuid: urgentie-onderzoek, samenvattend verslag, Wevelgem, 25.

Bron     : Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Petroleum Zuid, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT4, (onuitgegeven werkdocument).
Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Lot IX: Bedrijfsgebouwen van L'Alliance [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/213477 (Geraadpleegd op 23-02-2020)