erfgoedobject

Gekoppelde architectenwoningen in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 213665   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/213665

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van twee gekoppelde architectenwoningen in cottagestijl, gebouwd voor respectievelijk Richard Vaes en zijn zoon Florent (nr. 7), en hun schoonzoon en zwager Joan Coninck Westenberg, die in 1906 huwde met dochter A. Vaes (nr. 9). In 1907 diende Richard Vaes een bouwaanvraag in voor in totaal vier woningen, de overige twee bedoeld voor een perceel aan de overzijde van de straat. Wegens moeilijkheden in de bouwnijverheid werden de werken verdaagd, zodat de aanvraag in 1908 diende te worden hernieuwd, nu nog voor slechts twee woningen. Vader Richard Vaes signeerde de bouwplannen, maar aangenomen kan worden dat zijn zoon en schoonzoon, de toekomstige medebewoners, een belangrijke rol hebben gespeeld in het ontwerp. Net als de woning Magée vertoont het gebouw een sterke overeenkomst met de woning Marsily, een cottagevilla uit 1909 die vrijwel zeker aan het architectenbureau van Florent Vaes en Joan Coninck Westenberg kan worden toegeschreven.

Richard Vaes behoorde tot de gangmakers voor de bebouwing van de Bosmanslei, die in 1904 op gronden van de Burgerlijke Maatschappij Belpaire & Co werd aangelegd. Zo realiseerde hij in 1907 aan de oostzijde van het rond punt twee gekoppelde cottagevilla’s voor de familie Belpaire, een kolossale constructie die het centrum van de nieuwe wijk domineerde. Als pendant ontwierp hij vier jaar later aan de noordzijde een monumentaal neorenaissance palazzo in opdracht van David Petrie, een project dat echter geen doorgang vond. Hij opereerde vanaf 1909 vanuit de woning op nr. 7, waar ook het gezamenlijke architectenbureau van de schoonbroers Vaes en Westenberg gevestigd was. Uit processen verbaal blijkt dat vader Richard Vaes als hoofdaansprakelijke voor het bureau bleef optreden. In de korte periode vóór 1914 ontwikkelden de jonge Vaes en Westenberg op hun beurt een bloeiende praktijk, met woningen voor de vermogende burgerij. Hun pittoreske cottage-architectuur onder invloed van de Engelse 'Old English'-stijl, koppelde traditionele en regionalistische stijlkenmerken aan een op huiselijkheid gerichte vernieuwing van de wooncultuur. Vergelijkbaar zijn de huizen van der Groen in de Bosmanslei en Engeringh in de Van Putlei. Daarnaast legden zij zich toe op het burgerhuis in beaux-artsstijl, klassieke rijwoningen van het bel-etagetype waarvan er in de Jan van Rijswijcklaan alleen al zeven werden opgetrokken. Na de Eerste Wereldoorlog gingen beiden hun eigen weg.

Beide woningen zijn als één volume ontworpen, met het uitzicht van een stadsvilla in halfopen bebouwing. Het gebouw op een rechthoekige plattegrond omvat een souterrain en twee bouwlagen, onder een complex zadeldak (leien). Opgetrokken in een sobere baksteenbouw verwerkt met natuursteen, wordt het karakter in grote mate bepaald door het houten stijl- en regelwerk van de puntgevels in de voor- en de zijgevel. Verder zijn de typische kenmerken van de cottagestijl als erkers, afdakjes, schoorstenen en verscheiden venstervormen, speels verwerkt tot een eerder eclectisch geheel. De opstand strekt zich in een asymmetrische en contrastrijke compositie uit over de drie gevelzijden, waarbij in de voorgevel subtiel het onderscheid wordt gemaakt tussen de twee woningen. Het bredere linkerpand volgt een eerder conventioneel schema, met een rondboogdrielicht op de verdieping en een puntgevel als bekroning. Het smalle rechterpand is als risaliet uitgewerkt, met opvallende hoekprofielen in het metselwerk, en geaccentueerd door een erker en een klimmende dakkapel; de tweede puntgevel en de inkom met deurluifel bepalen het ritme van de zijgevel. Het houten schrijnwerk bleef op de deur van nummer 7 na behouden. Opmerkelijk is het smeedijzeren voortuinhek met een zwaar hoekpostament van nummer 9; het verdween op nummer 7 bij de latere verbouwing van het souterrain tot garage.

De plattegrond van beide woning beantwoordt aan de typologie van het burgerhuis, met de keuken in het souterrain. Het gezamenlijke architectenbureau zou zich over de volledige breedte van beide woningen hebben uitgestrekt, aan de achterzijde van de eerste verdieping. Nummer 7 heeft vermoedelijk een conventionele indeling, met op de begane grond een suite van salon, eetkamer en veranda of fumoir, geflankeerd door de inkom en het trappenhuis. Nummer 9 wordt over de volledige breedte opgedeeld door het trappenhuis, met oorspronkelijk op de begane grond het salon aan de straatzijde, en de eetkamer en het fumoir aan de tuinzijde. Ook de bovenverdiepingen met de slaapvertrekken zijn ingedeeld in een voor- en een achterkamer. De zijgevel en de achterbouw werden in 1937 licht verbouwd door architect G. Dieltiëns.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1907#685 (ontbreekt), 1909#221 en 18#8452.
  • S.n. 1909: Maison située avenue Van Put à Anvers, Vers l’Art 4.7, 40.
  • VANHOVE, B. 1978: De Art Nouveau-architectuur in het Antwerpse: een doorsnede, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, 64.

Bron     : Braeken J. & Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Jan Van Rijswijcklaan, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT3, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gekoppelde architectenwoningen in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/213665 (Geraadpleegd op 20-10-2019)