erfgoedobject

Etablissements ELCO

bouwkundig element
ID: 213706   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/213706

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Etablissements ELCO
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Handelsgebouw in naoorlogs modernisme opgetrokken in opdracht van de pvba ELCO, naar een ontwerp van de Gentse architect André Claessens uit 1954. De Etablissements ELCO was agent van de fabrieken Robert Bosch uit Stuttgart, één van de belangrijkste Duitse technologieproducenten, gespecialiseerd in onderdelen voor de automobielindustrie en de scheepsbouw, naast elektrische gereedschappen en huishoudtoestellen. De "Bosch dienst" in Antwerpen uitgebaat door ELCO, maakte deel uit van het netwerk van verkoopkantoren en herstelwerkplaatsen, dat door Bosch vanaf de jaren 1920 wereldwijd werd uitgebouwd. Het handelsgebouw vormt de hoek van de Jan Van Rijswijcklaan en de VIIde-Olympiadelaan, aan het begin van de Boomsesteenweg, de oude snelweg van Antwerpen naar Brussel. Hier bevond zich sinds 1943 één van de drie Antwerpse stations voor samengeperst gas, een alternatieve brandstof voor voertuigen als oplossing voor het benzinetekort, gebouwd in opdracht van de Intercommunale Gasbedeeling Antwerpen-Hoboken (I.G.A.H.). Deze installatie ontworpen door architect Victor Gorlé, die oorspronkelijk een machinekamer met gasmotoren en compressoren en een open doorrit met vulposten omvatte, werd in 1951, na overdekking van de binnenplaats, door de firma ELCO in gebruik genomen.

De bouwplannen van 1954 hadden tot doel het bestaande complex uit te breiden tot de nieuwe hoofdzetel van de "Etablissements ELCO", waarvan het programma voorzag in een ruime toonzaal, een werkplaats en kantoren ten behoeve van de "Bosch dienst". Delen van de bestaande constructie zoals de kelders, de doorrit en de in 1951 toegevoegde aluminium glaskap werden daarbij in de nieuwbouw geïncorporeerd. De procedure voor de bouwvergunning nam meer dan een jaar in beslag wegens een dispuut over de lichtreclame met het Bosch-logo, waarrond het concept van het gebouw in grote mate was ontworpen. Dit beeldbepalende publicitair teken werd uit esthetisch oogpunt geweigerd door de dienst Stedenbouw van de rijksoverheid, en dit tegen de zin van de stad Antwerpen. De bouwplannen voor wat de bekroning van de hoekpartij betrof, dienden daarop in laatste instantie nog door architect Claessens te worden aangepast. Het gebouw werd met een bijkomende verdieping verhoogd naar een ontwerp van de Mechelse architect Jos. Coene uit 1965, als uitbreiding van het oorspronkelijk vrijstaande dakpaviljoen. Coene had in 1951 ook al de aanpassingswerken uitgevoerd aan het vroegere gebouw. De ingreep die respectvol voortbouwde op de bestaande architectuur, hield ook een beperkte verbouwing in van het interieur, zoals het dichten van de vide van de toonzaal en het verder doortrekken van de eerste verdieping. Hier ging een verbouwingsproject uit 1964 aan vooraf, door architect Paul Meekels.

De "Etablissements ELCO" is een representatief voorbeeld van de commerciële architectuur met een uitgesproken publicitaire functie, die vanaf de jaren 1950 het beeld van de grote invalswegen gaat bepalen. Het gebouw dat zijn waarde mede ontleend aan de strategische hoekinplanting op de snelweg naar Brussel, is bovendien toepasselijk gerelateerd aan de automobielindustrie. Het zakelijke modernisme wordt gekenmerkt door een helder gestroomlijnde vormgeving als vertaling van het functionele programma, met een sober materiaalgebruik, grote glaspartijen en geïntegreerde publiciteitstekens. Het gebouw behoort tot de laatste realisaties van architect Claessens, die tijdens het interbellum vooral in en rond Gent een belangrijk oeuvre in Internationale Stijl op zijn naam zette, maar niet lang na de voltooiing zou overlijden.

In zijn huidige vorm omvat het gebouw een twee bouwlagen hoog basisvolume afgelijnd door de breed overstekende kroonlijst, en een terugwijkende dakverdieping. Beeldbepalend is de halfronde, volledig in glas uitgevoerde hoekpartij, die met de dubbel hoge uitstalramen aan weerszij het achterliggende volume van de toonzaal markeert. In het oorspronkelijke ontwerp kreeg de focus op het publicitaire karakter nog extra gewicht in het dakpaviljoen, dat vooraan uitmondde in een glazen rotonde als sokkel voor de gewraakte 7,50 m hoge lichtreclame. Deze laatste had de vorm van een conische schacht, een open skeletconstructie van vervlochten metaalprofielen bezet met neonverlichting in geel, blauw en wit, waarop het Bosch-logo. Het uitgevoerde dakpaviljoen, vandaag geïncorporeerd in de toegevoegde verdieping, volgt het gebogen profiel van de gevellijn maar krijgt een accent door een gevelbekleding in contrasterende kleur en vlaggenmasten; de oorspronkelijk in het gevelvlak geïntegreerde neonverlichting met de firmanaam ELCO werd verwijderd. Ook de verdere gevelopbouw weerspiegelt de functionele indeling van het complex, met de drive-in doorrit als symmetrische doorbreking van beide gevelzijden, en de werkplaats gelegen aan de zijde van VIIde-Olympiadelaan. Boven deze laatste, herkenbaar aan de brede aluminium vouwpoort, geeft een doorlopende glaswand de kantoorzone aan, die oorspronkelijk voor een optimale verlichting werd afgedekt met bovenlichten in glasbeton. Opgetrokken met een structuur van gewapend beton, zijn de gevels bekleed met een parement van tegels in opstaand verband, waarvan het kleurcontrast de volumeopbouw ondersteunt: roomkleurig voor het hoofdvolume, blauw voor het dakpaviljoen, en zwart voor de tussen stijlen van de beglaasde hoekpartij. Opvallend is de plaatsing van het aluminium raamschrijnwerk, dat uit het gevelvlak steekt.

Volgens de bouwplannen deelt de plattegrond de ruimte op in drie zones, met als belangrijkste de oorspronkelijk twee niveaus hoge toonzaal met vide, en ruimte voor stock en een directiekantoor op de galerij. De drive-in doorrit oorspronkelijk afgedekt met een glaskap, zondert de toonzaal af van de werkplaats, met een kleedkamer en sanitair in de ondergrond. Hierboven bevinden zich het landschapskantoor en oorspronkelijk de conciërgewoning, die over een afzonderlijk inkomportaal beschikte. Het dakpaviljoen, oorspronkelijk de vergaderzaal, ging na de verbouwing van 1965 als refter deel uitmaken van de tweede kantoorverdieping, die verder ruimte bood aan een nieuwe conciërgewoning.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#16064 (1943), 18#27738 (1951), 18#32613 (1954), 18#46864 (1964) en 18#48337 (1965).

Bron     : Braeken J. & Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Jan Van Rijswijcklaan, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT3, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Etablissements ELCO [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/213706 (Geraadpleegd op 01-06-2020)