erfgoedobject

Oorlogsmonument

bouwkundig element
ID: 214015   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214015

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Oorlogsmonument
    Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018

  • is aangeduid als beschermd monument Oorlogsmonument
    Deze bescherming is geldig sinds 22-01-2014

Beschrijving

Historiek

Het initiatief tot plaatsing van een oorlogsgedenkteken in Halen ging uit van de Touring Club van België. Deze vereniging behoorde na de Eerste Wereldoorlog tot de nationale organisaties die zich sterk engageerden voor de oprichting van patriottische gedenktekens.

Onder andere sloot zij zich in 1921 aan bij een voorstel van de Franse Touring Club om de frontlijn in herinnering te houden. Door de plaatsing van demarcatiepalen op de punten waar de frontlijn de grote wegen gekruist had, wou men aanduiden tot waar het Duitse leger het verst was doorgestoten op het Belgische grondgebied. De Touring Club van België nam de plaatsing van de demarcatiepalen op vaderlandse bodem op zich en opende een openbare inschrijvingslijst om het nodige geld in te zamelen. De gestorte bijdragen waren zo groot zo groot dat er na de bekostiging van de demarcatiepalen nog een aanzienlijk bedrag over was.

Op voorstel van haar ondervoorzitter George Leroy besloot de directieraad van de Touring Club van België op 16 augustus 1922 dat met dit overschot een monument zou opgericht worden ter herinnering van de Slag van Halen. De ondervoorzitter werd samen met het directielid Van Melckebeek belast met de voorbereidingen.

De keuze voor de Slag der Zilveren Helmen dient allicht verklaard vanuit de speciale band die bestond tussen de Touring Club van België en de Karabiniers-Wielrijders. De Touring Club van België was ontstaan als een vereniging van fietsers en behield lange tijd een voorliefde voor dit vervoermiddel. Zij had sterk geijverd voor de invoering van de fiets in het Belgische Leger en was trots mee aan de oprichting van het regiment van de Karabiniers-Wielrijders te hebben gestaan. Nu waren het juist de Karabiniers-Wielrijders die tijdens de Slag van Halen de eerste en grootste schokken van de Duitse cavalerieaanvallen hadden doorstaan. De overwinning te Halen werd dan ook als een luisterrijke episode in de geschiedenis van het regiment aangezien. Zij bevestigde de juistheid van het initiatief van de Touring Club van België om de fiets in het leger in te voeren. Om die reden leek het bijna vanzelfsprekend dat zij Halen uitkoos voor het oorlogsmonument. Een bijkomende reden voor de keuze voor Halen lag hierin dat de Slag aldaar de enige overwinning was die de Belgen op eigen krachten hadden bedongen.

Het ontwerp door de beeldhouwer Jules Jourdain en de architect Victor Creten

Ondervoorzitter Leroy vroeg aan de Brusselse beeldhouwer Jules Jourdain een voorontwerp van het oorlogsmonument te maken. Waarschijnlijk had het directielid Leon Magis (1865-1948) de kandidatuur van Jules Jourdain voorgedragen. Leon Magis was immers de oom van Marguerite Leblanc, de echtgenote van de beeldhouwer. Jules Jourdain creëerde, in samenwerking met architect Victor Creten, een maquette van het gedenkteken. Enkele leden van de directieraad brachten een bezoek aan het atelier van de kunstenaar om dit voorontwerp te beoordelen. Omdat hun bemerkingen slechts om kleinigheden ging, keurde de directieraad op 27 oktober 1922 het voorontwerp in principe goed. De beeldhouwer werd wel verzocht om rekening te houden met de bemerkingen en nieuwe schetsen te vervaardigen.

Een voorstel om de Commissie voor Monumenten en Landschappen te vragen een advies te geven over het ontwerp werd verworpen. In plaats daarvan werden twee onafhankelijke kunstenaars aangezocht om dit te doen. Hun commentaar betrof eveneens slechts details en werd nog in het ontwerp verwerkt. Het ontwerp werd in mei 1923 aan de nationale pers voorgesteld. In het ontwerp was voorzien dat achter het gedenkteken berken of wilgen gepland werden. Dit scherm van groen kwam er uiteindelijk niet, wellicht omdat men vond dat de achtergrond van de pastorietuin naast de kerk volstond. Blijkbaar was de overschot van de inzameling voor de demarcatiepalen niet voldoende om het monument te bekostigen. Er werd een openbare inschrijving geopend, waartoe ook de provincies zouden bijgedragen hebben. De gemeente Halen gaf een som van 500 fr. Twee omhalingen tijdens filmvoorstellingen, gehouden door de Touring Club, brachten 933 frank op.

De oprichting van het gedenkteken

De Touring Club kreeg de steun van het plaatselijke gemeentebestuur, dat met zijn beperkte middelen grond, geld, materiaal en mankracht ter beschikking stelde. Rond 1 oktober 1923 werden de natuurstenen voor het monument opgeleverd. Tijdens de werken besloot men het monument hoger te plaatsen dan de begane grond. Het aarden verhoog dat hiertoe werd aangelegd, werd afgezet met een stenen boord. Volgens het bestek zou dit 4.930 frank kosten. Alhoewel de directieraad deze meeruitgaven goedkeurde, zou later met de burgemeester van Halen overeengekomen worden dat de gemeente de plaatsing van de boordstenen op zich zou nemen. Het hoger positioneren van het gedenkteken bracht met zich mee dat het ruitersbeeld bovenaan de gedenkzuil vergroot diende te worden van 0,80 meter tot 1,40 meter. De meerkost hiervan bedroeg ongeveer 6.350 frank Op 1 juni 1924 was het monument afgewerkt. Volgens een krantenartikel uit die tijd zou het 40.000 frank gekost hebben.

De inhuldiging

De inhuldiging van het gedenkteken had plaats op 10 augustus 1924. De Touring Club van België nam de leiding op zich van de voorbereidingen van de inhuldiging. Zij nodigde koning Albert I, koningin Elisabeth en prins Leopold uit om de plechtigheid bij te wonen. Vanaf einde mei voerde Paul Duchaine, de voorzitter van de directieraad, besprekingen met de burgemeester van Halen, afgevaardigden van het Ministerie van Landsverdediging en het Koninklijk Paleis. Bij deze plechtige gebeurtenis waren alle huizen bevlagd en vele voorgevels voorzien van bloemenkransen. De straten waren afgezet met een versierde dubbele haag en op regelmatige afstanden triomfbogen. Er waren duizenden toeschouwers; een tweehonderdtal rijkswachters zorgde voor de ordehandhaving. Een bataljon van het 11de linieregiment vormde de erewacht. Om 13.30 uur kwam een extra ingelegde trein aan in het station van Halen. De directieleden van de Touring Club van België en de afgevaardigden van de eenheden die aan de slag hadden deelgenomen, stapten uit. Een stoet van 42 maatschappijen, waaronder een tiental muziekverenigingen, ontving hen en trok de Diestersteenweg op. Daar kwam koning Albert I met de auto aan en werd verwelkomd door de gouverneur en de burgemeester. De stoet stapte naar de markt, waar de koning plaatsnam in de eretribune. Naast hem zat de minister van Landsverdediging en luitenant-generaal de Witte, de bevelhebber van de Belgische cavaleriedivisie die te Halen overwonnen had. Zij waren omringd door de gouverneur, de senatoren en volksvertegenwoordigers van Limburg, de gedeputeerden en leden van de provincieraad, de burgemeester en de gemeenteraadsleden, de directieleden van de Touring Club van België en vele officieren die aan de slag hadden deelgenomen. Zij luisterden naar de toespraken van de voorzitter van de directieraad van de Touring Club, van de burgemeester van Halen en van de koning zelf. De voorzitter van de directieraad stelde de beeldhouwer Jules Jourdain en de architect Victor Creten voor aan de koning. Vervolgens werd een cantate van August Cuppens en Eduard Verreydt opgevoerd. Deze eindigde om klokslag 16.00 uur en een stoet van vooraanstaanden, maatschappijen, oud-strijders en duizenden toeschouwers volgde de koning te voet naar het militaire kerkhof van Velpen. Daar luisterde men naar toespraken van de voorzitter van de Oud-strijdersbond van Halen, en van luitenant-generaal de Witte. De koning legde een bloemenkrans neer, gevolgd door de voorzitter van de directieraad van de Touring Club. Terwijl de diverse maatschappijen hetzelfde deden, sprak de koning met de afgevaardigden van de legereenheden en met de vooraanstaanden. De plechtigheden eindigden rond 17.30 uur. ’s Avonds was het dorp verlicht en gaven de muziekmaatschappijen van Halen, Lummen en Diest een concert.

Latere wijzigingen

De studie van oude prentbriefkaarten toont aan dat de onmiddellijke omgeving van het gedenkteken in de loop der tijd verschillende wijzigingen heeft ondergaan.

De ligging aan de rand van het kerkplein:

Prentbriefkaarten van vóór 1924 tonen aan dat het huidige kerkplein ingenomen was door het voormalige kerkhof (het huidige perceel Afdeling 1, Sectie B, 787 B) en de voormalige voortuin van de pastorie (het huidige perceel Afdeling 1, Sectie B, 788 L). Het voormalige kerkhof was omgeven door een bakstenen muur van ongeveer twee meter hoog en de voormalige pastorietuin door een even hoog ijzeren hekken. Vlak voor beide percelen bevond zich een stuk grond dat deel uitmaakte van het openbaar domein, maar niet in gebruik was als rijweg.

Postkaarten van kort na 1924 tonen aan dat het gedenkteken vlak vóór de kerkhofmuur en het hekken van de pastorietuin werd geplaatst. De Slag van Halen had zich vooral in de vlakte tussen Halen en Loksbergen voorgedaan, vlakbij het gehucht Velpen en de IJzerwinning. Ze was echter aangevat aan de Getebrug, bij de ingang van het dorp. De keuze voor het dorpscentrum als plaats van het monument was daarom voor de hand liggend. Hier kon het worden opgemerkt door iedereen die het dorp voorbij reisde. De oude baan Hasselt-Diest volgde immers in die tijd nog de hoofdstraat van de gemeente en deed de markt aan. Daar reeds een kiosk in het midden van het marktplein stond, was deze plaats niet meer beschikbaar. Daarom werd de overzijde uitgekozen. Op een later ogenblik verdween de pastorietuin en werd de oude kerkhofmuur vervangen door een lage muur die dichter bij de kerk aan lag. De vrijgekomen ruimte vormde vanaf dan het kerkplein. Zij wordt vandaag voornamelijk als parkeerplaats voor voertuigen gebruikt. Het gedenkteken verloor door de vorming van het kerkplein zijn achtergrond van groen, wat een verschraling van de omgeving betekende. De randligging van het monument ten opzichte van het kerkplein valt dus te verklaren doordat het gedenkteken er stond voordat het kerkplein tot stand kwam.

De omheining van het gedenkteken:

Op de oudste prentbriefkaarten van het monument is er rondom het gedenkteken een houten omheining. Volgens de heer Robert Roosen was deze omheining afkomstig van het militaire kerkhof te Velpen. In elk geval vóór 1933 werd het houten hekken vervangen door een krans van brede lage betonnen paalstenen, verbonden met kettingen. Volgens de heer Robert Roosen waren deze palen afkomstig van het burgerlijk kerkhof aan de Diestersteenweg. Tussen de paalstenen en de boordstenen van het bloemperk stonden kleine boompjes geplant rondom het gedenkteken. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen de boompjes en de paalstenen, wellicht omwille van het toenemende autoverkeer.

Het gedenkteken zelf:

De metalen gedenkplaat met de namen van de legereenheden die te Halen gevochten hebben, is niet te zien op prentbriefkaarten van vóór de Tweede Wereldoorlog. Zij is dus na deze laatste oorlog toegevoegd. Volgens de heer Anton Moors zou dit bij de vijftigjarige herdenking van de Slag gebeurd zijn, dus in 1964.

De huidige functie binnen de plechtigheden

Het monument wordt jaarlijks op de tweede zondag van augustus ingeschakeld in de herdenkingsplechtigheden rond de Slag der Zilveren Helmen. Dan vindt er op het marktplein een eucharistieviering in open lucht plaats. Er worden bloemen aan het gedenkteken neergelegd door het stadsbestuur en de militaire autoriteiten. Deze plechtigheid kreeg mettertijd een nationaal statuut. De andere plaatsen waar bij deze herdenking bloemen neergelegd worden zijn: de gedenkplaat voor de Karabiniers-Wielrijders aan de Zwarte Duivelsstraat, de "Heldenkapel" aan de Zittaardstraat, de gedenkplaat voor het 4de Lansiersregiment bij de "Heldenkapel" aan de Zittaardstraat, het militaire kerkhof te Velpen, de obelisk voor het 4de en het 24ste Linieregiment aan de Liniestraat te Velpen en de gedenksteen voor het 5de Lansiersregiment aan de Liniestraat te Loksbergen. Bij de Fakkeltocht begin november worden er eveneens bloemen aan het monument neergelegd door het stadsbestuur, de Nationale Oudstrijdersbond Halen en de Leopoldisten. Op 11 november worden er geen bloemen neergelegd aan het gedenkteken. Dit gebeurt wel aan de gedenkplaten in de inkomhal van het stadhuis en in de Heldenkapel door het stadsbestuur, de Nationale Oudstrijdersbond Halen en de Leopoldisten.

Restauratie

De toestand van het gedenkteken ging met de jaren geleidelijk achteruit. Een herschildering van het vergulde ruitersbeeld in het begin van de jaren 1980 ontnam het van zijn glans. De cementen bekleding van de voetplaat brokkelde af en de toestand van de boord van het aarden verhoog liet te wensen over. Reeds vanaf 1978 drong de heemkring van Halen meermaals aan op een restauratie. Toen de Provincie Limburg in 1997 een subsidiereglement uitwerkte voor de restauratie van oorlogsgedenktekens besloot de stad Halen er werk van te maken, met goed gevolg.

Beschrijving

Een aarden verhoog draagt het gedenkteken. Dit laatste bestaat uit een vanaf ongeveer één derde van de hoogte naar boven toe verjongende pijler, die geflankeerd is door twee in de lengte gehalveerde cenotafen.

Het aarden verhoog wordt gebruikt als bloemperk. Het heeft een achthoekig grondvlak en is afgezet met een boord van balkvormige betonstenen, die sporen vertonen van een voormalige witte overschildering. Vier vlaggenstokken omringen het gedenkteken. Een getrapt veelhoekig basement, met een kwartholle voetplaat onderaan, draagt de pijler en de twee halve cenotafen. De voetplaat bestaat uit gecementeerde bakstenen. De pijler heeft het grondplan van een gelijkzijdige driehoek met afgeschuinde hoeken. Deze pijler is een mengvorm van enerzijds een obelisk en anderzijds een triomfzuil. De voorzijde is vrij en naar de Markt gericht. Tegen de twee achterzijden is telkens een halve cenotaaf geplaatst. De beide halve cenotafen hebben de vorm van een blok met daarboven een half schilddak. Zij staan in hun lengterichting tegen de beide achterzijden van de pijler en bevinden zich bijgevolg schuin ten opzichte van elkaar. Het getrapte onderstel, de pijler en de halve cenotafen zijn van kalksteen (vermoedelijk Euvillesteen) van goede kwaliteit.

Op één kwart hoogte van de pijler bevindt zich een band die lijsten vertoont met daarbinnen een rij gekartelde lancetvormige bladeren (bladeren van de tamme kastanje?). Aan de voorzijde van de pijler prijkt tegen deze band een groot vooruitspringend ovalen medaillon. Het medaillon vertoont in verheven beeldhouwwerk drie naar links wapperende Romeinse standaarden bekroond met een Belgische leeuw. Onderaan de standaarden komt een bussel laurierbladeren voor. Op één derde hoogte van de pijler loopt een tweede band. Boven dit punt versmalt de pijler. Bovenaan is de pijler geprofileerd met in- en uitgezwenkte delen en bekroond door een lijst. Op die lijst bevinden zich achtereenvolgens een kwarthol tussenstuk, een halve bol die aan elke zijde van de pijler een wapenschild draagt, twee naar buiten toe verspringende lijsten, een smalle torus en twee naar binnen toe verspringende lijsten. De wapenschilden op de halve bol zijn dat van het koninkrijk België aan de zijde van de Markt, dat van de provincie Limburg aan de zijde van de Koepoortstraat en dat van de gemeente Halen aan de zijde van de Nederstraat (het wapen van vóór de fusie van 1977). Het ruitersbeeld van messing op de top van de pijler bestaat uit een middeleeuwse ridder gezeten op een steigerend paard. De ridder is volledig geharnast, draagt een klein schild op de linkse bovenarm en omknelt met de rechterhand een recht omhoogstekende lans met bovenaan een wapperend vaantje met daarin geponst de spreuk: DE PAR DIEV / PATRIE D’ABORD ("Met de hulp van God. Het Vaderland eerst" (?)). Volgens de kunstenaar symboliseert het beeld de ridderlijke geest die het leger en het gehele land bezielde, toen zij de oproep van de koning beantwoordden en opstonden tegen de aanvaller. Het paard draagt een dekkleed. Op de voet van het vergulde ruitersbeeld staat de handtekening van de beeldhouwer: I. JOURDAIN. De ruiter verwijst naar het feit dat het een cavaleriedivisie was die te Halen de strijd gewonnen heeft. Merkwaardig is wel dat men hier met een middeleeuwse ridder te maken heeft. De Slag der Zilveren Helmen heeft haar naam immers gekregen naar analogie met de Slag der Gulden Sporen. Bovendien vermijdt de voorstelling van een middeleeuwse ruiter de noodgedwongen keuze voor een welbepaald cavalerieregiment met terzelfder tijd de weglating van de andere. Ruiter en beeld zijn naar het oosten gericht, in de richting van de Duitse aanvaller. Op het gedenkteken bevinden zich enkele opschriften, die door hun grootte en techniek een zekere rangorde hebben. Op de band die het onderste derde deel van de pijler afgrenst, staat in grote verheven letters tegen een verdiepte achtergrond: HAELEN. Op de trapvormige versmalling van het blok van beide cenotafen staat in ietwat kleinere verheven letters tegen een verdiepte achtergrond de datum van de Slag der Zilveren Helmen. De dag en de maand staan op de linkse cenotaaf: 12-8, het jaartal staat op de rechtse cenotaaf: 1914. Tussen de eerste trapvormige versmalling van de pijler en het medaillon is volgende tekst gebeiteld: ERIGE PAR LE / TOVRING CLVB / DE BELGIQVE / OPGERICHT DOOR / DEN TOVRING CLVB / VAN BELGIE.

In het midden van het eigenlijke onderstel en van de eerste trapvormige versmalling van de pijler is een gedenkplaat aangebracht, van metaal, mogelijk van zink. Deze draagt de namen van de eenheden van het Belgische leger die aan de Slag der Zilveren Helmen deelgenomen hebben:

KARABINIERS WIELRIJDERS/ CARABINIERS CYCLISTES/ 4de en 5de REGIMENTEN LANSIERS/ 4me et 5me REGIMENTS DE LANCIERS/ 1ste en 2de REGIMENTEN GIDSEN/ 1er et 2me REGIMENTS DE GUIDES/ PIONIERS-PONTONIERS WIELRIJDERS/ PIONNIER-PONTONNIERS CYCLISTES/ VLIEGENDE KANONNIERS 1ste R.D./ ARTILLERIE A CHEVAL 1re D.C./ 4de EN 24ste LINIEREGIMENTEN/ 4me et 24me REGIMENTS DE LIGNE/ ARTILLERIE 4de GEMENGDE BRIGADE/ ARTILLERIE 4me BRIGADE MIXTE

  • ENGELEN (C.) – MARX (M.), Beeldhouwkunst in België vanaf 1830, (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën. Studia, 90), dl. II, (Brussel-Leuven), (2002), p. 994.
  • ENGELEN (C.) – MARX (M.), La sculpture en Belgique à partir de 1830, dl. II, (Leuven), 2006, p. 2113, afb. op p. 2110.
  • GOOSSENS E., Relikten van beide wereldoorlogen als toeristische objekten in Zuid-Limburg, eindverhandeling, Hasselt, Hoger Rijksinstituut voor Toerisme, Hotelwezen en Voedingsbedrijven, 1982-1983, p. 36-38.
  • PAS W. en G., Biografisch lexicon plastische kunst in België. Schilders beeldhouwers grafici. 1830-2000, (dl. 1). (A-J), (Antwerpen), 2000, p. 509.
  • PAS W. en G., Dictionnaire biographique arts plastiques en Belgique. Peintres sculpteurs graveurs. 1800-2002, (deel 2). (E-O), (Antwerpen), 2002, p. 217.
  • PIRON P., De Belgische beeldende kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw, (deel 1). (A-K), (Brussel), (1999), p. 756.
  • SCHLUSMANS F., Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6n 1 (A-Ha). Provincie Limburg. Arrondissement Hasselt, Gent, (1981), p. 221.
  • VERHELST K., Het gedenkteken van de Slag der Zilveren Helmen te Halen. Rapport ter voorbereiding van het restauratiedossier, op 18 november 1997 ingediend door Karel Verhelst namens de Heemkring "Oppidum Halense", Halen, 1997.
  • VERHELST K., Het gedenkteken van de Slag der Zilveren Helmen, in Halense Brieven, 1-2, 2001, zonder paginering.

Bron     : -
Auteurs :  Pauwels, Dirk
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Oorlogsmonument [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214015 (Geraadpleegd op 28-09-2020)