erfgoedobject

Etablissements Camerman

bouwkundig element
ID: 214390   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214390

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Multifunctioneel gebouwencomplex in naoorlogs modernisme, opgetrokken in opdracht van de Etablissements Camerman (gevelsteen), naar een ontwerp door de architect Stan Soetewey uit 1952. De Etablissements Camerman was een belangrijke transportfirma gespecialiseerd in uitzonderlijk vervoer, en een garagebedrijf voor vrachtwagens met een onderhouds- en constructiewerkplaats. Het familiebedrijf werd na de Tweede Wereldoorlog uitgebouwd door Philemon Camerman (1911-1970), een zakenman, kunstminnaar en amateurschilder afkomstig uit het schippersmilieu. De site in de Markgravelei waar de firma zijn nieuwe zetel vestigde, was reeds bebouwd met industriegebouwen waarvan de oorsprong niet gekend is, en die ook na de nieuwbouw deel bleven uitmaken van het bedrijfscomplex. Het uitgestrekte binnengebied van het bouwblok gevormd door de Markgravelei, de Pyckestraat, de Haantjeslei en de Van Trierstraat, werd verder onder meer bezet door de voormalige brouwerij Tivoli (Pyckestraat 51) en de vroegere ateliers en diamantslijperij van de aannemer Peeters-Verheyen.

Het bouwproject betekende de start van een langdurige samenwerking tussen ondernemer Philemon Camerman en architect Stan Soetewey, met als hoogtepunt de opdracht voor het ontwerp van het prestigieuze Nautilushotel. Dit legendarische hotel en kunstencentrum, dat als een van de iconen van het naoorlogse modernisme in Antwerpen geldt, werd in 1957 ingeplant in het havengebied nabij de Kruisschanssluis, met een panoramisch zicht over de Schelde. Het verdween in 1994 na jaren van leegstand en verval onder de slopershamer. Ook in de jaren 1960 voerde Soetewey nog opdrachten uit voor de firma Camerman, zoals het eveneens verdwenen Hansa service-station aan de Noorderlaan. Voor de architect wiens loopbaan pas na de Tweede Wereldoorlog werkelijk van start was gegaan, behoren de Camerman-projecten tot zijn belangrijkste realisaties. Deze gebouwen zijn symptomatisch voor het klimaat van economische bloei en ondernemingslust, de havenexpansie, en de enorme groei van de transportsector, in het Antwerpen van de wederopbouwjaren en de 'golden sixties'.

Architectuur

Het gebouw van de Etablissements Camerman onderscheidt zich in eerste instantie door het tijdeigen gemengde typologische model en de vooruitstrevende constructiemethode, daar waar de architecturale vormgeving veeleer conventioneel van aard is. Hoofdbestanddeel van het complex is de garage voor 150 voertuigen met smeer- en wasinstallaties, die in een omvangrijke tweeledige hallenconstructie van een kleine 2000 m² is ondergebracht. Waar aanvankelijk een overspanning met stalen vakwerkliggers werd gepland, koos Soetewey uiteindelijke voor geprefabriceerde boogspanten uit Schokbeton. De langgerekte voorbouw aan de Markgravelei, die de breedte van een achttal percelen beslaat, integreert een kantoorpaviljoen, en bestaat verder uit appartementen op de bovenverdiepingen. Aanvankelijk was slechts één laag van drie ruime flats gepland, maar tijdens de opbouw, in 1953, werd een aanvullende bouwaanvraag ingediend voor een tweede verdieping. In 1955 volgden aanpassingswerken aan de bestaande gebouwen, die de werkplaatsen, de plaatslagerij en de schrijnwerkerij herbergden, en ook later nog werden uitgebreid. Waar de appartementen tot op heden hun woonfunctie behielden, is de functie van de bedrijfsgebouwen onduidelijk.

Het tweeledige gevelfront is opgebouwd uit een open pui in overeenstemming met de bedrijfsfunctie, en een conventionele bovenbouw die de woonfunctie weerspiegelt. Als materialen is zichtbeton gebruikt voor de hoofdstructuur, blauwe keramiektegels (vandaag overschilderd) en arduin voor de bekleding van de pui, roomkleurige baksteen in tegelverband en witte kunststeen voor het parement van de bovenbouw. De open onderbouw waarvan een middenpijler de portiekoverspanning ondersteunt, wordt beschermd door een korte luifel die oorspronkelijk de neonlichtreclame droeg. De bovenbouw beantwoordt aan een volkomen symmetrische compositie afgelijnd door de betonnen daklijst, met brede, centraal tot bow-windows uitgewerkte raampartijen binnen doorlopende omlijstingen. De middenas wordt gemarkeerd door een vlaggenmast, een Sint-Kristoffel - patroonheilige van de transporteurs, en het bedrijfsembleem - een door pijlen omhulde wereldbol gevat in een open hand die het internationale transport visualiseert, voorzien van de het opschrift Camerman. Deze arduinen reliëfs werden in expressionistische stijl uitgevoerd door de beeldhouwer Remy Cornelissen (signatuur), een vriend uit de academietijd van Philemon Camerman, die later ook zou instaan voor de monumentale reliëfs van het Nautilushotel.

Centraal in open onderbouw, achter de zone die oorspronkelijk als benzinestation fungeerde, bevindt zich het vrijstaande kantoorpaviljoen geflankeerd door de met rolluiken afgesloten in- en uitrit van de garage. Het huisvestte de toonzalen, een spreekkamer, de boekhouding en het directie- en ontvangstkantoor. De eigenlijke garage vormt een onderkelderde tweebeukige ruimte van twee niveaus verbonden door een hellingbaan, opgetrokken uit gewapend beton. Het hoge onderste niveau was vermoedelijk bestemd voor vrachtwagens, het lage bovenplateau voor personenwagens. Meer dan 40 m lang, worden beide beuken overkapt door gekoppelde boogspanten steunend op een gemeenschappelijke middenpijler, met een overspanning van elk een kleine 25 m en een nokhoogte van 10 m. De boogspanten, respectievelijk vijf en zes per beuk op een kleine 10 m afstand van elkaar, zijn van het type zonder verticale stijlen, met hangers en trekstangen. Beide parallelle dakstructuren beschikken over een doorlopende lichtstraat in de nok en twee zijdelingse bovenlichten. Volgens de bouwplannen worden de appartementen ontsloten door drie afzonderlijke privéportalen en trappenhuizen: twee tegen de gemene muren, en één in het kantoorpaviljoen. De plattegrond van zowel de middelste flat als de grotere buitenste flats omvat een suite van salon en eetkamer, twee slaapkamers, een keuken, een badkamer en een terras. Daarbij beschikken de buitenste flats op de eerste verdieping over een extra slaapkamer en een kinderkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#30144, 18#31215 en 18#33719.
  • DE MEYER, R. 1997: Hommage. Nautilus aan de boord van de Schelde (Vlees en Beton 33), Mechelen.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Etablissements Camerman [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214390 (Geraadpleegd op 20-09-2020)