erfgoedobject

Villa 't Bellenhof

bouwkundig element
ID: 214452   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214452

Juridische gevolgen

Beschrijving

Villa ’t Bellenhof werd gebouwd in 1898 in opdracht van de Antwerpse koperslager Albert Bellens. Omdat er geen bouwdossier voor deze nieuwbouw bewaard is, weten we niet wie deze villa in cottagestijl ontwierp. De woning heeft een grote achterliggende tuin met waardevolle tuinarchitectuur.

De naastgelegen villa Les Rochers is in 1902 ook voor de familie Bellens gebouwd. De twee villa’s vormen samen een geslaagd ensemble in cottagestijl, zeer representatief voor het pittoreske beeld dat men in Sint-Mariaburg wou scheppen.

Historiek

Albert Philip Antoine Bellens was een welgestelde brons- en koperbewerker uit Antwerpen. Geboren in Antwerpen op 10 juni 1845, huwde hij in 1864 met de één jaar oudere Maria Jeanne Cornelia Peeters. Het echtpaar stichtte een groot gezin. Ze woonden in de Mechelsesteenweg 41-45 in Antwerpen, waar ook de koperslagerij met werkplaats voor het vervaardigen van lusters, een winkel en burelen gevestigd waren.

Bellens is in het bevolkingsregister geregistreerd als “meester kopersmelter” en “gasplaatser”. Een bouwdossier uit het stadsarchief leert ons dat hij onder meer elektrische lampen installeerde op de Schoenmarkt. Dat het gezin een welgestelde levensstijl kon aanhouden, leiden we af uit de inschrijving van drie dienstmeiden in de gezinswoning op de Mechelsesteenweg.

Vanaf 1898 heeft het gezin Bellens-Peeters een eigen vakantiewoning in Sint-Mariaburg in Ekeren. Hiermee volgen ze het voorbeeld van honderden andere welgestelde Antwerpenaren, die in de zomer naar het groene, volop in ontwikkeling zijnde vakantieoord trekken. Ze kiezen een perceel in het hart van de wijk, in Bist. Het kadaster registreert de bouw van de villa met serre in de tuin in 1898. Een bouwdossier werd niet gevonden, dus kennen we geen architect. Voor de meeste eind-19de- of begin-20ste-eeuwse cottages in Sint-Mariaburg is geen architect bekend, wegens het ontbreken van bouwdossiers uit deze periode.

In 1902 wordt de woning aan tuinzijde uitgebreid; in 1909 wordt een tweede uitbreiding geregistreerd in het kadaster. Een plan bewaard in het stadsarchief voor een uitbreiding van de villa in 1910 werd getekend door architect John Van Beurden. Op basis hiervan wordt de villa door sommige auteurs aan deze architect toegeschreven. Wij betwijfelen dat, gezien het bouwdossier voor een eerdere uitbreiding in 1907 een ongesigneerd plan in een totaal andere tekenstijl bevat. Het zou ons verwonderen dat Van Beurden, indien hij de architect van het oorspronkelijke huis was, ook deze verbouwing niet zelf had uitgevoerd. Hoewel een cottage als deze natuurlijk uitstekend in zijn oeuvre past.

Voor een uitbreiding aan het woon- en werkcomplex in de Mechelsesteenweg neemt Albert Bellens in 1904 architect Eduard Craeye onder de arm. Het is mogelijk dat deze architect ook instond voor het ontwerp van de villa’s in Sint-Mariaburg, hoewel dit niet meteen strookt met het algemene beeld dat we van Craeyes oeuvre hebben. Deze architect zou zich vanaf het interbellum bijna uitsluitend toeleggen op sociale woningbouw. Verder is zijn oeuvre nog niet bestudeerd. Twee begin-20ste-eeuwse dossiers in Antwerpen die we van Craeye kennen, betreffen een feestzaal in eclectische stijl en twee huizen in neoclassicistische stijl. Hieruit blijkt dat hij zich wel qua stijl kan aanpassen aan functie, locatie en opdrachtgever. Een buitenverblijf in Sint-Mariaburg in cottagestijl voor Bellens is dus wellicht een optie binnen het vroege oeuvre van Craeye. De vakantiewoning die Bellens liet bouwen was ruim en had daarenboven een grote achterliggende tuin met paviljoen. Toch bleek een uitbreiding in 1902 al nodig. Het kadaster registreert uitbreidingen aan tuinzijde en tegen de rechter zijgevel. In 1903 wordt achterin de tuin een schapenstal en een duivenhok opgetrokken. In 1907 wordt een bouwvergunning aangevraagd voor een verbouwing die in 1909 werd geregistreerd in het kadaster: tegen de achtergevel, waar zich keuken en fumoir bevonden, werd een ruime, bijna vierkante uitbouw van één bouwlaag toegevoegd. Het nieuwe salon was 6,5 m op 5,5 meter groot en wellicht de enige kamer die ruim genoeg was om het hele gezin, ondertussen vermoedelijk inclusief kleinkinderen, te herbergen. Een tweede uitbreiding in dat licht, is de badkamer die in 1910 bovenop het lage volume van het pomphuis werd gebouwd, een ontwerp getekend door architect John Van Beurden.

De cottagevilla rechts naast ’t Bellenhof werd in 1903, vijf jaar na deze villa, eveneens gebouwd voor de familie Bellens. Opdrachtgever was Claessens-Bellens Frans, een handelsbediende uit Antwerpen, en wellicht getrouwd met een dochter van Bellens. Op die manier was de hele familie Bellens verenigd tussen de vakantiemaanden. De bijgebouwen achterin de tuin, op de grens van beide percelen, staven het gemeenschappelijke gebruik van de tuinen.

Tijdens het interbellum schrijft de villa geschiedenis als woning en kunstenaarsatelier van schilder Vital Keuller (1866-1945). Van 1920 tot 1932 creëerde de kunstenaar hier een belangrijk deel van zijn latere oeuvre, waarin Sint-Mariaburg ook als thema voorkomt. In 1932 wordt het grote perceel in twee loten verkaveld, waarbij een deel van de tuin afgesplitst wordt. Dit kavel is echter nog steeds onbebouwd en hoort visueel en morfologisch nog steeds bij de villatuin van 't Bellenhof.

Beschrijving

Villa ’t Bellenhof is een ruime villa in cottagestijl, gelegen in een grote tuin. Aan straatkant is de tuin met een smeedijzeren hek van de straat afgescheiden. De woning ligt heel dicht tegen de straat, wat opmerkelijk is gezien de tuin meer dan honderd meter doorloopt, bijna tot in de achterliggende Leliënlaan.

De villa heeft een onregelmatig, speels volume opgebouwd uit twee bouwlagen onder een leien bedaking. Het dak is verlevendigd met twee torentjes: één in de linkerzijgvel en één spits met smeedijzeren windwijzer centraal op het dak. Een typisch kenmerk van de cottagestijl is de keuze voor een helrode baksteenbouw, met witgeschilderde speklagen. Een ander vast element van deze stijl is het gebruik van zeer verzorgd houtwerk met fijne roedeverdeling voor vensters en deuren, gevarieerde erkers, overkragende kroonlijsten, dakvensters en balkons.

De ligging van de villa dichtbij de straat, maar vrij zichtbaar van beide kanten voor de voorbijganger, wordt uitgespeeld in de opbouw van de gevels. Zowel in de voor- als in de zijgevels worden belangrijke accenten geplaatst, die vanuit diverse oogpunten een heel ander beeld van de villa geven.

De voorgevel aan straatkant is eigenlijk vrij eenvoudig, met links een mijtergevel met rechthoekige vensteropeningen (balkon aan bovenvenster verdwenen). Centraal de deur onder een houten tweezijdige erker; links van de deur een natuurstenen cartouche met opschrift “Bellenhof”. Rechts een brede, terugwijkende travee onder lijstgevel met een driezijdieg hoekerker beneden en een klein bovenvenster. Het houtwerk van de erkers en de deur is zeer verzorgd en getuigt in zijn details van een art-nouveau-invloed. Boven de erker een ijzeren I-balk met rosetten.

De hoekerker loopt om de hoek door naar de rechter zijgevel. De rechter zijgevel wordt gekenmerkt door een opmerkelijke venstertravee onder afgewolfd dak: de kroonlijst van kreeg een zeer verfijnde, houten overkraging in zuivere art nouveau. Aan de andere zijde van het centrale, gemetselde rookkanaal, eveneens een hoekerker met dezelfde art-nouveau-vormgeving, driezijdig uitgewerkt aan tuinzijde. Het rechter stuk van deze zijgevel, is zeer eenvoudig, met twee kleine vensters beneden en een blinde verdieping.

In de linker zijgevel trekt de ingebouwde toren onder hoog schilddak de aandacht. Op oude prentkaarten kunnen we zien dat de nok van dit dak met twee topstukken was versierd, telkens met vier kleine klokken of bellen. Deze bellen verwezen naar de naam van eigenaar en villa, en naar verluidt ook naar de acht kinderen van het gezin Bellens. Het torenrisaliet kreeg in beide geledingen een brede vensteropening, beneden onder een ijzeren I-balk met rozeten, boven een rondboogvenster met balkon. Rechts naast deze toren, een lijstgevel met deurvenster, oorspronkelijk overluifeld als terras bij de eetkamer. Boven deze travee, een houten dakvenster met fronton (vleugelstukken en topversiering verdwenen).

De tuingevel is door de uitbreidingen in 1907 en 1910 sterk gewijzigd van vorm en is daardoor een groot deel van zijn evenwichtige en speelse karakter kwijt. De achtergevel is op de eerste bouwlaag grotendeels verborgen achter het vrij banale lage volume uit 1907, dat in aansluitende rode baksteen met speklagen en hoekneggen is opgetrokken, maar verder niet de finesse van de oorspronkelijke woning bezit. Links van deze uitbouw, de trapgevel van pomphuis en bovenliggende badkamer. De badkamer met trapgevel van de badkamer die in 1910 boven op het pomphuis werd gebouwd. Omdat deze badkamer op de verdieping werd verbonden met de kamer in het torenvolume, is de oorspronkelijke afwerking van de tuinzijde met een slanke torenspits, bijna niet meer zichtbaar.

Interieur

Het interieur van de villa is grotendeels authentiek en getuigt van een combinatie van de standaard eind-19de-eeuwse eclectische stijlkeuze voor de verschillende kamers, met een hoogwaardige verfijnde art-nouveau-detaillering in het hout- en hang- en sluitwerk.

De woning heeft een onregelmatige plattegrond. Centraal de smalle hal met trappenhuis en toegang tot de kelder. Die leidt rechts naar een zitkamer met erkers, links naar de eetkamer, en achteraan naar de keuken. Aan tuinzijde van het oorspronkelijke volume, aansluitend bij de eetkamer en naast de keuken, een fumoir met achtzijdige plattegrond die geaccentueerd is door de toren. De kleine centrale torenspits is boven het trappenhuis geplaatst. Vanuit de keuken bereikt men een pomphuis dat als een apart volume aan de tuinzijde van de woning was gebouwd. Deze aparte, lichte indeling is door de grote aanbouw aan tuinzijde (1907) en door de extra bouwlaag op keuken en pomphuis (1910) teniet gedaan, wat de circulatie van de woning niet ten goede komt.

Zoals het vanaf eind 19de eeuw zeer vaak voorkwam in woningen voor de gegoede burgerij, koos men voor de verschillende kamers een aparte bouwstijl. De eetkamer is zware neo-Vlaamserenaissance, met grote haard, eiken moerbalken en gebrandschilderd glas is hier een duidelijk voorbeeld van. Voor het fumoir koos men voor een lichtere aankleding en een vloer met neoclassicistische mozaïekmotief. Het salon rechts van de gang heeft een sierlijk uitgewerkt art-nouveau-kachelmeubel met groene tegeltjes. Het houtwerk van deuren, trap en ander schrijnwerk zoals de zitbanken in de erkers van het salon, is voorzien van zeer verzorgde art-nouveau-details. Hang en sluitwerk is bijpassend. In de traphal is een glas-in-loodpaneel bewaard in florale art nouveau. Boven zijn er slaapkamers, met bewaarde plankenvloeren en binnendeuren.

Tuin

De woning heeft een uitzonderlijk grote en fantasierijk aangelegde tuin. De oorspronkelijke aanleg, gedomineerd door honderdjarige bomen en een gloriette of tuinprieel op een heuvel boven een vijver, is een zeldzaam en goed bewaard voorbeeld van de pittoreske tuinaanleg die men in Sint-Mariaburg nastreefde. Het prieel dateert net als de villa van 1898 en is een houtstructuur waarvan de rietbedekking is verdwenen. De afsluiting in cementrustiek is verdwenen. De niervormige vijver rondom het prieel is ingebed in een kunstmatige rotspartij en bevat nog de originele buisinstallatie. De steenblokken zouden afkomstig zijn uit de Ardennen en tot hier gebracht via het nabijgelegen spoorwegstation van Ekeren.

Rechts naast de woning een gemetselde waterput met houten structuur en leien dak. Een tuinbeeld en waterbekkens. Achterin de tuin, twee bakstenen bijgebouwen uit 1903 en in dezelfde rode baksteenbouw als de villa: een schapenstal met deels ingestorte serre, en een duivenhok, op de grens tussen 'tBellenhof en de naastgelegen villa Les Rochers.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 802 # 205, 802 # 207, 802 # 6, 1904 # 1050.
  • Stadsarchief Antwerpen, Milieuvergunningen, 25 # 10919, 25 # 28889.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bevolkingsregisters Antwerpen, 6de wijk, 1900-1910.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Mutatieschetsen, Ekeren, 1898/10, 1902/22, 1903/21, 1909/23.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers, Ekeren, artikels 1873, 2012.
  • Documentatiecentrum Antwerpen Noorderpolders, postkaart CO20027a.
  • Mondelinge inlichtingen van eigenaar, 2011-2014.
  • KEUKELINCK R. 2004: Langs Ekerse straten en pleinen. Toeristische informatie.
  • VANVELDHOVEN S. (projectleidster) 2008: Snelinventarisatie St. Mariaburg Ekeren. Archiefonderzoek Havermans.

Bron     : -
Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa 't Bellenhof [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214452 (Geraadpleegd op 26-11-2020)