erfgoedobject

Appartementsgebouw in art-decostijl

bouwkundig element
ID: 214890   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214890

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Appartementsgebouw in art-decostijl op de hoek van de Britselei en de Mertens en Torfsstraat, opgetrokken in opdracht van de arts M. Loë, naar een ontwerp door de architecten Florent Vaes en G. Maes uit 1934. Het oorspronkelijke programma van het complex bestond uit de privéwoning met artsenpraktijk van de opdrachtgever, acht appartementen en een conciërgewoning. Daarbij nam de dokterswoning, die aan de Britselei over een eigen inkomportaal beschikte, het overgrote deel van begane grond en eerste verdieping in. Aanvankelijk bedoeld als grondige verbouwing van twee bestaande panden, kwamen de bouwplannen tussen juli en november 1934 in drie stappen tot stand. Zonder dat het gevelontwerp daarbij wijzigingen onderging, werd het initiële verbouwingsproject, in een tweede versie aangepast tot een sloop- en nieuwbouwproject. De derde versie van het ontwerp kwam er pas na het besluit van dokter Loë om ook zijn privéwoning met artsenpraktijk te integreren in het project, waardoor het aantal huurappartementen van tien naar acht werd gereduceerd.

Florent Vaes, die vóór de Eerste Wereldoorlog succesvol geassocieerd was met zijn schoonbroer, architect Joan Coninck Westenberg, bouwde tijdens het interbellum een zelfstandige loopbaan uit in dienst van de betere kringen. Het appartementsgebouw Loë is representatief voor de zakelijke art-decostijl van zijn realisaties in stedelijke omgeving uit de jaren 1930, vergelijkbaar met de meer imposante "Résidence du Centenaire" op de hoek van de Koninklijkelaan en de Elisabethlaan in Berchem. Zoals vóór de Eerste Wereldoorlog blijft hij in deze periode buiten de stad cottagevilla’s ontwerpen, waarvan de villa Samuels in de Acacialaan een typisch voorbeeld is.

Architectuur

Het gebouw met een structuur uit gewapend beton telt in totaal zes bouwlagen onder een plat dak. Daarbij is de benedenverdieping deels verheven boven het souterrain, en deels op straatniveau gesitueerd met ruimte voor een extra tussenverdieping. Uitgevoerd met een volledig natuurstenen parement op een plint uit arduin, beslaat het gevelfront drie traveeën zijde Britselei bij vijf traveeën zijde Mertens en Torfsstraat. De verzorgde opstand kenmerkt zich door een subtiel evenwicht tussen horizontale en verticale accenten, en het gestroomlijnd karakter dat in eerste instantie berust op de afgeronde hoek en de opvallend plastische gevelbehandeling. Een variatie aan soorten reliëf en profilering onderscheidt de centrale gevelpartij van de flankerende velden, en de hoge sokkel van de bovenbouw die in een klassiek hoofdgestel uitmondt. Begrensd door hoger opgetrokken risalieten boven de portalen, vertoont de centrale gevelpartij een patroon van brede banden met kwartholle groef in het verlengde van de vensterdorpels. Beide uiterste traveeën zijn van een strokenpatroon voorzien, daar waar de sokkel uit gewelfde banden is opgebouwd. Typische voor de architectuur van Vaes zijn de uitkragende vensters met kwartholle boven- en onderdorpel, die de gevelopstand ritmisch articuleren, en waarvan het oorspronkelijke stalen schrijnwerk nog voor een kleine helft bewaard is. Accolademotiefjes als bekroning van de vensters en kroonlijst in de risalieten, vormen de enige vorm van ornamentatie. Eenzelfde motiefje bepaalt het patroon van de ijzeren inkomdeuren.

Het appartementsgebouw dat op een kleine luchtschacht na het volledige perceel beslaat, volgt qua opbouw een functionele logica die de twee types huurappartementen rond de dokterswoning groepeert. Deze laatste bevindt zich met de drie grote appartementen aan de zijde van de Britselei, daar waar de vijf kleine appartementen, de gemeenschappelijke inkom- en traphal, de garage en de conciërgewoning aan de zijde van de Mertens en Torfsstraat gesitueerd zijn. In het centrum van het gebouw leunen de privé- en de gemeenschappelijke traphal tegen elkaar aan; keukens, badkamers en toiletten zitten telkens op één as. De dokterswoning biedt gelijkvloers ruimte aan het dokterskabinet en de wachtkamer die symmetrisch de vestibule flankeren, aan de privé-traphal, de keuken met keukenlift en twee (meiden)kamers. De woon- en ontvangstvertrekken gevormd door een groot salon, een klein salon en de eetkamer in enfilade, nemen met de twee slaapkamers en de badkamer de bovenverdieping in. Het grote type appartement bestaat uit een woonkamer met ‘ontbijtplaats’, twee slaapkamers, een badkamer en keuken met terras. Eveneens uitgerust met een keuken en badkamer, is het kleine type appartement beperkt tot een bescheiden woonkamer en één slaapkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#929, 18#1315 en 18#1729.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2013


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Appartementsgebouw in art-decostijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214890 (Geraadpleegd op 23-10-2020)