erfgoedobject

Oorlogsmonument

bouwkundig element
ID: 214969   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214969

Juridische gevolgen

Beschrijving

In breuksteen uitgewerkt, steekboogvormig monument met aan de voorzijde het hoog-reliëf met Léon Schreurs als “laatste verdediger van Leuven”, en aan de achterzijde het gestileerde wapen van de stad Leuven.

Historisch overzicht

Na de Duitse inval op 4 augustus 1914 en de val van Luik, besloot het Belgische leger zich terug te trekken in het Hageland, waar een opeenvolging van rivieren - de Velpe, de Kleine Gete, de Grote Gete en de Dijle -, de ertussen gelegen heuvelruggen en een uitgebreid net van verbindingswegen, een geschikt slagveld vormden om een vertragend gevecht tegen de Duitsers te voeren. Leuven deed dienst als commandopost en uitvalsbasis, verdeelcentrum voor bevoorrading en zou de doorgangspoort zijn voor de terugtrekkende beweging naar Antwerpen indien de verdediging onhoudbaar werd.

Hoewel met de Slag der Zilveren Helmen bij Halen (12 augustus 1914) een overwinning werd geboekt op het Duitse leger, was het succes van de Gete-stelling van korte duur: het Belgische leger zou op 18 augustus in de Slag op de Zeven Zillen zware verliezen lijden in Oplinter, Sint-Margriete-Houtem en Grimde. Hierop beslist de legerleiding de Belgische troepen terug te trekken tot de fortengordel rond Antwerpen. Op 19 augustus verliet koning Albert Leuven. Tienen was inmiddels bezet en het Duitse leger rukte op naar Diest, Aarschot en Leuven. Tegen de middag werden in Leuven aan de Tiensepoort kanonschoten gehoord: even later trokken de Duitse troepen de stad in via de Tiensestraat, Duitse soldaten werden in de stad ingekwartierd. Op 23 augustus werd Leuven onder het bevel van Ortskommandant Manteuffel geplaatst om van daar uit - als belangrijk wegenknooppunt - de doortocht naar de Franse grens mede mogelijk te maken. Intussen werd het Belgische leger gereorganiseerd om vanuit Antwerpen de Duitse opmars aan de noordflank te vertragen en de troepen te verzwakken. Op 25 augustus rukte vanuit Mechelen een Belgisch front op van 15 km, met Leuven net binnen het bereik van de linker flank. De in Leuven ingekwartierde Duitse troepen worden ter versterking richting Mechelen uitgezonden, de troepen uit Tienen worden naar Leuven geroepen. Door de Duitse vrees voor "franc-tireurs", het door schoten in Leuven duidelijk hoorbare, vanuit Mechelen oprukkende Belgische offensief en de paniekreactie van Duitse troepen op de terugtocht, ontstaat verwarring bij de aankomst van de Duitse troepen in Leuven. Overtuigd dat ze door Belgische soldaten of burgers onder vuur genomen worden, zaaien Duitse soldaten vernieling en terreur: de Sint-Pieterskerk, de Universiteitshal en andere officiële gebouwen werden samen met 1120 woningen in brand gestoken, er vielen meer dan 200 burgerslachtoffers en 600 burgers werden gedeporteerd. In een mum van tijd waren ganse stadsdelen - van het station over de voormalige Statiestraat (nu Bondgenotenlaan) tot aan de Grote Markt en de daar rond liggende straten - verworden tot as en puin. Enkele dagen later, op 27 augustus, werd de Leuvense bevolking bevolen de stad te ontvluchten.

Op 19 augustus 1914 werd aan het Belgische leger het bevel gegeven om zich terug te trekken uit Leuven. Door de oorlogsfeiten gescheiden van zijn regiment, besloot de Schaarbeekse infanterist Léon Schreurs (1888-1914) in Leuven te blijven en de stad te verdedigen. Van achter een postbus bij het octrooihuisje aan de Tiensepoort doodde Schreurs vijf Duitse soldaten bij hun intocht in de stad. Even later sneuvelde ook Schreurs. De "laatste verdediger van Leuven" werd ter plaatse begraven, doch algauw ontgraven om zijn laatste rustplaats te vinden op de stedelijke begraafplaats.

Om zijn herinnering levendig te houden, werd na de Eerste Wereldoorlog één van de vesten rond Leuven naar hem vernoemd en ontstond het Comité du Mémorial Schreurs dat een monument te zijner ere oprichtte met steun van vele burgers en subsidies van de gemeente Heverlee, de stad Leuven en de provincie Brabant.

Door middel van een wedstrijd werd uit 15 inzendingen het ontwerp van beeldhouwer Eugène Aernauts (1883-1965) gekozen. Eugène Hubert Aernauts werd geboren in Neerlinter en was een succesvol student beeldhouwkunst aan de Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Hij behaalde meerdere prijzen en reisde meermaals naar Parijs waar hij Auguste Rodin (1840-1917) ontmoette. Aernauts werkte als leerling in het atelier van de Leuvense beeldhouwer Frantz Vermeylen en realiseerde, naast het monument op de Léon Schreursvest, tal van oorlogsmonumenten, onder meer voor Budingen, Kessel-Lo (verdwenen), Neerlinter, Orsmaal-Gussenhoven en Zoutleeuw. Na een val in het atelier van Vermeylen zou Aernauts het beeldhouwen zo goed als de rug toekeren.

Aernauts toont Schreurs als "laatste verdediger van Leuven". Het monument zou een symbolische plaats krijgen: op de plaats waar Schreurs sneuvelde, bij het octrooihuisje aan de Tiensepoort. Het gedenkteken werd op 25 juni 1923 ingehuldigd. Door de toenemende verkeersdruk werd het monument echter een eerste maal verplaatst in 1953 en een tweede maal in 1961, respectievelijk naar de rotonde op de Tiensepoort en naar de Léon Schreursvest, waar het nu nog steeds staat.

Beschrijving

In breuksteen uitgewerkt, steekboogvormig monument met aan de voorzijde het hoog-reliëf met Léon Schreurs als “laatste verdediger van Leuven”, en aan de achterzijde het gestileerde wapen van de stad Leuven voor een rechthoekig plantsoen, omzoomd door een breukstenen muurtje met afgeschuinde, hardstenen dekplaat.

Het brons, gevat in een hardstenen omlijsting en "E. AERNAUTS 1922" en "BRONZ./ VINDEVOGEL/ GENDBRUGGE" gesigneerd, toont Schreurs in gevechtsuitrusting - zich verschuilend achter de postbus en met het geweer ter hand klaar voor de aanval - en achter hem een allegorische voorstelling van de Glorie, in de vorm van een vrouw, in draperieën gekleed, met een vlag (?) in de linker- en een lauriertak in de rechterhand, klaar om Schreurs te lauweren.

Het Leuvense stadswapen aan de achterzijde is gevat in een steekboogvormige blindnis van blauwe hardsteen.

  • DE MAESSCHALCK K., e.a. 2002: Oorlogsmonumenten 1914-1918 in Vlaams-Brabant, Brussel, Algemeen Rijksarchief.
  • CEUNEN M. & VELDEMAN P. 2004: Aan onze helden en martelaren. Beelden van de brand van Leuven (augustus 1914), Leuven.

Bron     : -
Auteurs :  Verloove, Claartje
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Oorlogsmonument [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/214969 (Geraadpleegd op 14-10-2019)