Rooiermeulen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Diepenbeek
Deelgemeente Diepenbeek
Straat Ginderoverstraat
Locatie Ginderoverstraat 32, Diepenbeek (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Diepenbeek (actualisaties: 15-10-2007 - 16-10-2007).
  • Adrescontrole Diepenbeek (adrescontroles: 08-11-2007 - 08-11-2007).
  • Inventarisatie Diepenbeek (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Rooiermeulen

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Watermolen Rooiermolen met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 03-02-1983.

omvat de bescherming als monument Rooiermolen: woon- en molenhuis
gelegen te Ginderoverstraat 32 (Diepenbeek)

Deze bescherming is geldig sinds 03-02-1983.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De Rooiermolen of Royermolen is een voormalige graanwatermolen op de Stiemer. Het complex bestaat uit een woon- en molenhuis, dwarsschuur en stal rondom een rechthoekig erf, bereikbaar vanop de Ginderoverstraat langs een oprit.

Historiek

De Rooiermolen was de tweede banmolen op de Stiemer en was eigendom van zowel de heerlijkheid Diepenbeek als de landcommanderij Alden Biesen. De watermolen werd reeds vermeld in 1548 in verband met onenigheid tussen Hasselt en Diepenbeek over het waterbeheer van de waterloop. Mogelijk heeft de molen echter een oudere, middeleeuwse oorsprong, net als de andere banmolen, de Sapittelmolen.

De huidige gebouwen dateren, mits aanpassingen, uit de 18de eeuw. Op een plan uit 1720 werd de molen voorgesteld als L-vormig complex met molenhuis en woonhuis in het oosten en dwars op dit volume stallen en een schuur. Na de dood van pachter-molenaar Lambert Philips in 1741 wees Alden Biesen de pacht van zowel de Rooier- als de Sapittelmolen toe aan dezelfde molenaar. Aan het einde van de 18de eeuw werd de oude schuur gedemonteerd en verplaatst. Waar deze aanvankelijk aansloot op het molenhuis werd een nieuwe woonvleugel met opkamer voorzien. Deze toestand is weergegeven op de Atlas der Buurtwegen (1846). Verbouwingswerken vonden plaats in 1897 en 1957. De molen is buiten werking sedert 1961, maar tot 1965 werd nog voor eigen rekening gemalen. De Stiemer werd stroomopwaarts deels verlegd en ingekokerd.

Het molencomplex werd eind 1990 - begin 2000 gerestaureerd. De voormalige dwarsschuur werd daarbij als woonruimte herbestemd en via een aanbouw verbonden met het oorspronkelijke woonhuis. Een volume van 1957 werd vervangen. De molen werd niet maalvaardig gerestaureerd.

Beschrijving

Woonhuis, molenhuis, dwarsschuur en stal

Het woonhuis en molenhuis vormen het noordoostelijke volume van zes traveeën en één bouwlaag onder een zadeldak met mechanische en Vlaamse pannen. De 18de-eeuwse kern werd aangepast. Op het moment van bescherming was het bakstenen gebouw witgekalkt met een gepikte plint. Tussen het woon- en molenhuis bevindt zich een aandak. De eerste en laatste travee zijn recenter dan de andere. De gevelordonnantie werd gewijzigd, wel bleven vier houten kloosterkozijnen, voorzien van een luik, bewaard. Boven de aangepaste deur bevindt zich een houten laadvenster. De onderkelderde opkamer in de vijfde travee van de achtergevel is voorzien van twee beluikte, houten bolkozijnen. De rechterzijgevel, de watergevel, is voorzien van kunstleien beschieting in de top.

Ten noordwesten bevindt zich de oorspronkelijke dwarsschuur van vier traveeën onder een zadeldak met Vlaamse pannen en een aangebouwde travee onder een lessenaarsdak tegen de linkerzijgevel. De drie eerste traveeën en het aanbouwsel zijn opgetrokken in stijl- en regelwerk met op het moment van bescherming witgekalkte lemen vullingen en gepikte timmer. De muuropeningen omvatten de oorspronkelijke schuurpoort en een staldeur met zolderluik. Een vrijstaande, bakstenen stal onder een zadeldak werd later dan de andere volumes ten zuidwesten bijgebouwd. Ten oosten van het molenhuis, buiten het erf, bevindt zich een voormalig bakhuis.

Sluiswerk, waterrad en maalinrichting

Het sluiswerk met grond- en maalsluis is opgetrokken in hout. Het houten onderslagrad is voorzien van een ijzeren as (octogonale askop), via gietijzeren blok rustend op houten stoel. Het staande binnenwerk is van hout. Een koppel maalstenen (1,50 meter) in houten steenkist (tussenverdieping) wordt aangedreven via een houten kamrad op een ijzeren molenboom, waarop zich rondsel met spillen bevindt. Een recentere haverplettermachine werd niet door de waterkracht in beweging gebracht, maar door een elektromotor.

  • Archief Onroerend Erfgoed Limburg, DL000244, Sapittel- en Rooiermolen, beschermingsdossier (J. De Schepper, 1983).
  • Archief Onroerend Erfgoed Onroerend Erfgoed, DL000244, Watermolen Royermolen restauratiedossier (1999-2002).
  • WAEGEMAN T. 2009: De Royermolen in Diepenbeek. Archeologische studie van een eeuwenoude banmolen, Limburg. Het Oude Land van Loon 88.3, 207-226.

Bron: -

Alle teksten

Aanvullende informatie

Een houten brug over de Stiemer in het verlengde van de aan weerszijden door een enkele bomenrij afgebakende toegangsdreef vanop de Ginderoverstraat biedt toegang tot het erf. Ten noorden van het complex bevond zich in de 18de eeuw een grote moestuin. Anno 2013 wordt de molen omgeven door grasland. Langs de Ginderoverstraat wordt het complex afgebakend door een haag met enkele opgaande bomen erachter. Ten oosten van het molencomplex is een klein bosperceel gesitueerd.

  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven tussen 1846-1854, schaal 1:20 000.
  • WAEGEMAN T. 2009: De Royermolen in Diepenbeek. Archeologische studie van een eeuwenoude banmolen, Limburg. Het Oude Land van Loon 88.3, 207-226.

Elsen, Liedewij (30-05-2016 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Ginderoverstraat

Ginderoverstraat (Diepenbeek)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.