erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 215081   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215081

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa in cottagestijl
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Villa in cottagestijl gebouwd in opdracht van de heer L. Eyben, naar een ontwerp door de architecten Léopold De Coninck en Maurice Potié uit 1922. Samen met dit bescheiden landhuis liet Eyben op het aanpalende perceel twee grotere, gekoppelde cottagevilla's optrekken. Een volgende eigenaar, Jan Vanderlinden, die de villa minstens sinds 1932 in bezit had, liet in 1937 rechts van de woning een garage optrekken, naar een ontwerp door de architect Jan Jacobs. De uitbreiding aan de tuinzijde dateert uit midden jaren 2000. De drie cottagevilla's Eyben maken deel uit van een homogeen ensemble van zeven landhuizen (nummers 31 tot 53) door De Coninck en Potié, dat in de periode 1922 tot 1925 tot stand kwam, en nagenoeg een volledig bouwblok van de Della Faillelaan beslaat, tussen Kastanjelaan en Olmenlaan, achteraan palend aan Park Den Brandt.

De villa’s Eyben zijn representatief voor de landhuisbouw door Léopold De Coninck en Maurice Potié, die tijdens de jaren 1920 van de cottagevilla hun handelsmerk maakten. Opgericht in 1909, was het succesvolle architectenbureau drie decennia lang actief tot 1937. Potié zette de praktijk vervolgens minstens tot begin jaren 1950 onder eigen naam verder. Zowel tijdens de beginjaren als het interbellum liet het bureau zich in strikt stedelijke context opmerken met een architectuur in Frans geïnspireerde neorégencestijl, ontleend aan de klassieke beaux-artstraditie. Haast even exclusief was de voorkeur voor de pittoreske 'Old English'-stijl, geïnspireerd op de traditionele Engelse architectuur uit de 16de eeuw, in de landhuisontwerpen van het bureau bestemd voor residentiële verkavelingen. Hun eerste reeks cottagevilla's, waaronder de eigen woning van De Coninck, kwam al vóór de Eerste Wereldoorlog tot stand in de wijk van de Lourdesgrot in Edegem. Met in totaal een veertigtal woningen, drukten De Coninck en Potié tijdens de jaren 1920 hun stempel op de vroege ontwikkeling van de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt". Na hun eerste cottage in de Hagedoornlaan in 1920, bouwde het bureau het jaar daarop negen woningen van hetzelfde standaardtype voor de bouwmaatschappij "Voorspoed" in de Acacialaan. De meest voorname cottagevilla's kwamen vervolgens tot stand in de Della Faillelaan, waar een opmerkelijke reeks van een tiental van dergelijke landhuizen het straatbeeld bepaalt.

Typische kenmerken van de cottagearchitectuur door De Coninck en Potié zijn de materiaalpolychromie van bak- en natuursteen in combinatie met houtbouw, het door elkaar toepassen van stijl- en regelwerk, ruwe beraping, decoratieve metselverbanden en leien schaliën, het plastische karakter van de informele, ogenschijnlijk organisch gegroeide volumes met complexe dakconstructies, aangevuld door levendige details als luifels, bow-windows, erkers, dakkapellen en schoorstenen. Daarbij zijn meerdere types plattegronden te onderscheiden, van de bescheiden burgercottage tot de standingvolle villa voor de gegoede klasse, met als constante de dominante inplanting van de ruim bemeten traphal in de kern van de woning. De villa Eyben behoort tot de eerstgenoemde categorie.

Architectuur

Vrijstaand ingeplant in de diepte van het perceel, op een rechthoekige plattegrond van twee bij drie traveeën, omvat het gebouw twee bouwlagen onder een complex, overkragend schild-/zadeldak met kruisende nok, rustend op consoles. De constructie bestaat uit rood baksteenmetselwerk (papesteen) in kruisverband, met contrasterend gebruik van paarse baksteen (klampsteen) voor de plint, witte natuursteen voor hoekblokken, lateien en de balusters van de deurluifel, en leien als dakbedekking. De grenenhouten ('sapin du Nord') vakwerkbouw gecombineerd met bepleistering (Terra Nova), die in de geveltoppen van voor- en zijgevels is toegepast, bepaalt met de dominante dakconstructie en de hoog oprijzende schoorstenen het karakter van deze architectuur. Sober van opzet onderscheidt de voorgevel zich door de gebogen luifel op gedrongen balusters van het portaal, de rechthoekige erker met leien afdak van het salon ernaast, en het driezijdige erkertje met schaliënbekleding van de geveltop. Afgewerkt met windborden heeft deze laatste als meest opvallende detail een blinde, overkragende topgeleding, met een decor van fijn rankwerk. Centraal In de zijpuntgevels tekenen zich de brede kozijnen van de traphal af. Typische details zijn de gestrekte of gebogen waterlijsten in metselwerk. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en kozijnen met kleine roedeverdeling is bewaard of naar oorspronkelijk model vernieuwd; het smeedijzeren voortuinhek is vernieuwd.

De plattegrond is georganiseerd rond de centraal ingeplante traphal, die de volledige breedte van de begane grond beslaat, aansluitend bij de vestibule met vestiaire, en ontdubbeld door de diensttrap. Het salon neemt de straatzijde in, en de eetkamer de tuinzijde, geflankeerd door de keuken met dienstingang. Op de bovenverdieping bevinden zich vier slaapkamers en de badkamer; het dakniveau, slechts bereikbaar via de diensttrap herbergt twee mansardekamers, een bergkast en een zolder.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1922#14099 en 18#8933.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Gekoppelde villa's in cottagestijl

  • Is deel van
    Della Faillelaan

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215081 (Geraadpleegd op 06-06-2020)