erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 215136   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215136

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa in cottagestijl
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Villa in cottagestijl gebouwd in opdracht van Guillaume Peeters, naar een ontwerp door de architecten Léopold De Coninck en Maurice Potié uit 1922. De bouwheer was aannemer van loodgieterij- en zinkwerken.

De villa Peeters is een representatief voorbeeld van de landhuisbouw door Léopold De Coninck en Maurice Potié, die tijdens de jaren 1920 van dit type cottagevilla hun handelsmerk maakten. Opgericht in 1909, was het succesvolle architectenbureau drie decennia lang actief tot 1937. Potié zette de praktijk vervolgens minstens tot begin jaren 1950 onder eigen naam verder. Zowel tijdens de beginjaren als het interbellum liet het bureau zich in strikt stedelijke context opmerken met een architectuur in Frans geïnspireerde neorégencestijl, ontleend aan de klassieke beaux-artstraditie. Haast even exclusief was de voorkeur voor de pittoreske 'Old English'-stijl, geïnspireerd op de traditionele Engelse architectuur uit de 16de eeuw, in de landhuisontwerpen van het bureau bestemd voor residentiële verkavelingen. Hun eerste reeks cottagevilla's, waaronder de eigen woning van De Coninck, kwam al vóór de Eerste Wereldoorlog tot stand in de wijk van de Lourdesgrot in Edegem. Met in totaal een veertigtal woningen, drukten De Coninck en Potié tijdens de jaren 1920 hun stempel op de vroege ontwikkeling van de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt". Na hun eerste cottage aan de Hagedoornlaan in 1920, bouwde het bureau het jaar daarop negen woningen van hetzelfde standaardtype voor de bouwmaatschappij "Voorspoed" aan de Acacialaan. De meest voorname cottagevilla's kwamen vervolgens tot stand aan de Della Faillelaan, waar een opmerkelijke reeks van een tiental van dergelijke landhuizen het straatbeeld bepaalt.

Typische kenmerken van de cottagearchitectuur door De Coninck en Potié zijn de materiaalpolychromie van bak- en natuursteen in combinatie met houtbouw, het door elkaar toepassen van stijl- en regelwerk, structuurpleister, decoratieve metselverbanden en leien schaliën, het plastische karakter van de informele, ogenschijnlijk organisch gegroeide volumes met complexe dakconstructies, aangevuld met levendige details als luifels, bow-windows, erkers, dakkapellen en schoorstenen. Daarbij zijn meerdere types plattegronden te onderscheiden, van de bescheiden burgercottage tot de standingvolle villa voor de gegoede klasse, met als constante de dominante inplanting van de ruim bemeten traphal in de kern van de woning. De villa Peeters behoort tot het type van gemiddelde oppervlakte en standing.

Architectuur

Vrijstaand ingeplant in de diepte van het perceel, op een compacte, L-vormige plattegrond van drie bij twee traveeën, omvat de villa twee bouwlagen onder een complex, overkragend schilddak met dakkapellen. De constructie bestaat uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, schaars verwerkt met witte natuursteen voor hoekblokken, kozijnen, dorpels, dekstenen en het portaal, met gebruik van houtbouw en bepleistering voor de geveltoppen, en leien als dakbedekking. De door regelmaat beheerste, symmetrische opbouw van de villa doet geen afbreuk aan het pittoreske streven van dit type landhuisbouw. Naast de dominante dakconstructie en de hoog oprijzende schoorsteen, wordt het karakter vooral bepaald door de overkragende geveltoppen in stijl- en regelwerk van zowel de voorgevel al de oostelijke zijgevel. Axiaal van opzet, legt de compositie van de voorgevel de klemtoon op het centrale rondboogportaal, gemarkeerd door een gebogen luifel op Ionische zuiltjes. Twee zijrisalieten flankeren deze middenas, links met een oplopende bow-window, rechts met een driezijdige erker onder leien afdak en de vermelde geveltop als bekroning. Eenzelfde erker en zijrisaliet met geveltop tekent zich af in de oostelijke zijgevel, waar zich de dienstingang bevindt. Verder bestaat de ordonnantie uit brede, drie- of vierledige kozijnen, waarvan het schrijnwerk en loodglas werd vernieuwd. Ook de inkomdeur en het voortuinhek zijn nieuw. De garage rechts op de perceelsgrens maakt deel uit van het oorspronkelijke bouwprogramma.

De plattegrond is georganiseerd rond de ruime, centraal ingeplante inkom- en traphal, die aangevuld met de office de volledige diepte van de woning inneemt. Volgens de bouwplannen bevindt de eetkamer met haard in de vorm van een 'inglenook' zich ten westen van de hal, met een terras in ovaalvorm aan de tuinzijde. Het salon en de keuken met dienstingang nemen de oostflank in. De eerste verdieping groepeert drie slaapkamers en de badkamer rond de traphal; het dakniveau bereikbaar via de zoldertrap, herbergt een mansardekamer en drie zolders.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1922#13920.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215136 (Geraadpleegd op 09-07-2020)