erfgoedobject

Modernistisch appartementsgebouw

bouwkundig element
ID: 215221   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215221

Juridische gevolgen

Beschrijving

Modernistisch appartementsgebouw opgetrokken in opdracht van Louis Jacobs-Havenith, naar een ontwerp door de Brusselse architect Jean-Jules Eggericx uit 1936. Voor de uitvoering en het toezicht op de werken liet deze zich vertegenwoordigen door de in Antwerpen gevestigde architect Raymond Ceurvorst. Het imposante complex dat in totaal 21 flats, zes winkels met woonruimte en een conciërgewoning omvat, is gelegen op de hoek van de Mechelsesteenweg en de Justitiestraat, aan de pleinvormige kruising met de Van Breestraat.

Historiek en context

De advocaat en kunstverzamelaar Louis Jacobs van Merlen (1882-1963) stamde uit een bekend Antwerps juristengeslacht. Zijn vader was de katholieke minister en staatsman Victor Jacobs (1838-1891), zijn grootvader de liberale politicus, lid van het Nationaal Congres en stafhouder van de Antwerpse Balie Louis Jacobs (1803-1847). Met zijn echtgenote Marie-Henriette Havenith (1883-1960) en kinderen, resideerde hij in een statig neotraditioneel hotel aan de Van Breestraat, dat in 1926 samen met twee aanpalende burgerhuizen was ontworpen door de architect Jef Huygh (gesloopt in 1968, huidig nummer 24). Vlakbij, op de hoek van de Mechelsesteenweg en de Justitiestraat, bevond zich het hotel van zijn overleden schoonouders, Evrard en Elisabeth Eugénie Havenith-van den Bergh. Dit voorname neoclassicistische herenhuis met hoekrotonde uit de jaren 1860-80, strekte zich inclusief koetshuis en stallingen uit tot aan de Jan Frans Willemsstraat. Jacobs-Havenith plande hier een ambitieus vastgoedproject, aanvankelijk eens zo groot van opzet, bedoeld om het volledige perceel te beslaan. Vanwege de grootteorde van de investering werd echter besloten het project op te splitsen en voorlopig slechts voor de helft te realiseren, met als eerste fase het huidige appartementsgebouw dat in 1936-37 tot stand kwam. In afwachting van het vervolg van de bouwplannen, was de resterende helft van het terrein met het koetshuis en de paardenstallen, al eerder in 1936 overkapt tot een garagebedrijf, naar een ontwerp van architect Florent Humblet. Het tweede flatgebouw zou uiteindelijk pas in 1966, na de dood van Jacobs-Havenith, worden opgetrokken door het vastgoedbedrijf Hiel en Suys.

Architect Jean-Jules Eggericx verwierf in de jaren 1920 een internationale reputatie onder modernisten, door het ontwerp van de coöperatieve tuinwijken Le Logis en Floréal in Watermaal-Bosvoorde, blijk gevend van een sterk sociaal engagement. Eind jaren 1920 legde hij mee de basis voor de ontwikkeling van een nieuw type grootstedelijk flatgebouw, dat beantwoordde aan de eigentijdse noden van rationaliteit, comfort en standing van de middenklasse. Zijn eerste realisatie op dat vlak was het appartementsgebouw van de maatschappij Sobeco uit 1929-33 (Kroonlaan 218, Elsene), ontworpen samen met architect Raphaël Verwilghen, waar hij zelf zijn kantoor vestigde. De geraffineerde eenvoud en gestroomlijnde elegantie van deze architectuur, vindt een weerspiegeling in de rationele plattegrond van de flats, met bijzondere aandacht voor lichtinval en uitrusting. Zijn gekende oeuvre telt een twaalftal van dergelijke gebouwen, met als hoogtepunt de veertien verdiepingen hoge tweelingtorens Résidence Leopold en Albert aan de De Meeûssquare in de Brusselse Leopoldswijk, eveneens in samenwerking met Verwilghen ontstaan in 1935-40. Deze gebouwen zijn representatief voor het rijpe oeuvre van de architect.

In Antwerpen ontwierp Jean-Jules Eggericx in 1934 al een eerste appartementsgebouw voor de Union Mobilière et Immobilière, de vastgoedmaatschappij van de bekende Brusselse bouwondernemers Armand-Eugène en Emile Blaton. Dit complex koopflats in mede-eigendom aan de Frankrijklei, in 1936 pas voltooid en vlak om de hoek bij het hotel Jacobs-Havenith, was voor de advocaat allicht de aanleiding om het ontwerp van zijn nieuwbouwproject aan Eggericx toe te vertrouwen. Beide gebouwen behoren door hun inplanting en omvang tot de meer opvallende flats uit de jaren 1930 in Antwerpen. Vergelijkbare voorbeelden zijn de iets vroegere appartementsgebouwen De Moderne Woning en Tolkowsky door architect François Dens in de Jan Van Rijswijcklaan. Als gevolg van de wet op het mede-eigendom uit 1924, en gestimuleerd door de economische crisis, kende deze sector tijdens de jaren 1930 zijn eerste grote bloei. De woonformule van het appartementsgebouw in mede-eigendom, breidde zich in deze periode dankzij de bouw van luxe-residenties van de middenklasse uit tot de welstellende bourgeoisie. Of het appartementsgebouw aan de Mechelsesteenweg door Louis Jacobs-Havenith als een vastgoedinvestering in koop- dan wel huurflats bedoeld was, is niet bekend.

Architectuur

L-vormig van plattegrond, rondt het imposante complex in een vloeiende curve de hoek van de Mechelsesteenweg en de Justitiestraat. Over een gevelbreedte van tien traveeën, omvat het volume tien bouwlagen onder een plat dak. Als gevolg van het overschrijden van de toegestane bouwhoogte met gemiddeld 5 m tot 29m67 hoog, werd voor de bovenste verdieping zijde Justitiestraat over een lengte van 8 m een 'set-back' opgelegd, die door Jean-Jules Eggericx niet voorzien was in de bouwplannen. Waar een betonskelet werd toegepast voor de structuur, kreeg de straatgevel een parement uit gepolijst zwart graniet voor de dubbelhoge pui, en natuur- of kunststeenplaten voor de bovenverdiepingen, gecombineerd met stalen schrijnwerk. Het meest opvallende kenmerk van het appartementsgebouw Jacobs-Havenith is het getrapte profiel van het bouwvolume zowel in verticale als in horizontale zin, zij het minder uitgesproken dan in het appartementsgebouw van de Union Mobilière en Immobilière aan de Frankrijklei. Waar Eggericx daar de veeleer ingesloten inplanting zocht te compenseren via een repetitief schema van oplopende erkers bedoeld om het woonoppervlak en de lichtinval te optimaliseren, verliet hij zich aan het weids aangelegd verkeersknooppunt van de Mechelsesteenweg zonder meer op de gunstige inplanting.

De dynamische plasticiteit berust hier in de eerste plaats op de ronding van het gevelvlak, dat wordt verlevendigd door een spel van in- en uitspringende partijen. Waar de erkers zich beperken tot de uiterste traveeën, is ook de geribde kordonbelijning die het gebouw aan de Frankrijklei bepaalt, herleid tot het zichtbaar laten van de betonnen vloerlagen. Overeenkomsten tussen beide gebouwen zijn het kleurcontrast tussen de zwarte pui en de gedeeltelijk overstekende witte bovenbouw die daar zijn zwevende karakter aan ontleent, en de geaffirmeerde verticale geleding waaraan de opdeling in drie modules appartementen valt af te lezen. Licht asymmetrisch van compositie, herbergen de uiterste twee traveeën aan beide zijden twee groepen appartementen die in de diepte van het perceel zijn uitgewerkt, elk gemarkeerd door gestapelde driezijdige erkers. Tussen beide strekken zich in de breedte van het perceel de hoekappartementen uit, met een vooruitspringende en hoger opgetrokken middenpartij. Het uit de as geplaatste inkomportaal binnen een geprofileerde hardstenen omlijsting doorbreekt de regelmaat van pui, die uit vitrines met winkeldeuren en entresolvensters bestaat. De brede vensters vormen doorlopende registers, met metalen buisleuningen als borstwering; het oorspronkelijk drieledige stalen schrijnwerk is op een handvol exemplaren na vernieuwd.

Het appartementsgebouw omvat zeven woonlagen van elk drie appartementen, ontsloten door de centrale traphal met twee liften. Behalve het inkomportaal, de conciërgewoning en een fietsenstalling, herbergt de sokkel vijf winkelruimten van evenwaardige grootte en een ruimer winkelpand op de hoek. De vijf kleinere winkels, die gelijkvloers over een keuken beschikken, zijn via een binnentrap verbonden met de entresol waar zich de winkelierswoning bevindt, bestaande uit een woonkamer, een slaapkamer en een badkamer. Boven de grote winkelruimte strekken zich een kantoorruimte uit, en het bureau van de gebouwbeheerder.

Het standingvolle karakter van het complex gericht op een bemiddeld bewonersprofiel, blijkt uit de oppervlakte van de appartementen en hun uitrusting voor inwonend personeel. Eigentijds van opvatting kenmerken de appartementen zich door een praktisch ingedeelde plattegrond, georganiseerd rond een centrale hal. Zij bestaan elk uit een suite van salon en eetkamer, twee slaapkamers en een badkamer, en verder uit een dienstcompartiment met keuken, office, meidenkamer en terras. Haast identiek gespiegeld onderscheiden de buitenste flats zich door een compacte ruimtelijke organisatie, met de woonvertrekken vooraan en de slaap- en dienstvertrekken achteraan. De tussenliggende flats hebben de drie groepen vertrekken naast elkaar geschakeld aan de gevelzijde. De inkomhal is uitgevoerd in marmer of graniet, wit voor de vloer en antracietkleurig voor de wanden, waarin links en rechts twee reeksen verchroomde brievenbussen zijn geïntegreerd; eenvoudiger uitgevoerd is de roomkleurig betegeld traphal.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#5835, 1926#23472 (hotel Jacobs-Havenith), 1936#4497 (garagebedrijf), 18#48661 (flatgebouw Hiel-Suys).
  • Archives d’Architecture Moderne, archief Jean-Jules Eggericx, dossier 270 Jacobs.
  • LUND, I.A. & MOOGIN, T. 2012: Rigueur, engagement et pragmatisme. Les immeubles à appartements de Jean-Jules Eggericx, in CULOT, M. (red.), J.-J. Eggericx. Gentleman architecte, créateur de cité s-jardins, Brussel, 214-227.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2013


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Modernistisch appartementsgebouw [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215221 (Geraadpleegd op 04-08-2020)