erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 215358   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215358

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa in cottagestijl
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Villa in cottagestijl gebouwd in opdracht van Maurice Heeren, naar een ontwerp door de architecten Léopold De Coninck en Maurice Potié uit 1923. Het perceel op de hoek van Groenenborgerlaan en Jozef Hertogslaan, maakte deel uit van de gronden van het kasteel Groenenborgerhof, die dat jaar waren verkaveld (huidige bouwblok Groenenborgerlaan, Jozef Hertogslaan, Professor Picardlaan en Prinses Astridlaan). Oorspronkelijk bescheidener van opzet, werd het landhuis door een latere eigenaar mevrouw Victor Duquesne gevoelig uitgebreid en aangepast, naar een ontwerp door de architect Frans Laporta uit 1946. Voortbouwend op het ontwerp van De Coninck en Potié, werden aan de oostzijde het salon en de eetkamer vergroot met onder meer een 'inglenook', en en een nieuwe garage toegevoegd. Een nieuwbouwvleugel aan de westzijde bood ruimte aan een speelkamer voor de kinderen op de begane grond en twee extra badkamers op de verdieping. Laporta ontwierp in 1948 ook de vrijstaande garage achteraan op het perceel, met toegang aan de Jozef Hertogslaan.

De villa Heeren is een representatief voorbeeld van de landhuisbouw door Léopold De Coninck en Maurice Potié, die tijdens de jaren 1920 van dit type cottagevilla hun handelsmerk maakten. Opgericht in 1909, was het succesvolle architectenbureau drie decennia lang actief tot 1937. Potié zette de praktijk vervolgens minstens tot begin jaren 1950 onder eigen naam verder. Zowel tijdens de beginjaren als het interbellum liet het bureau zich in strikt stedelijke context opmerken met een architectuur in Frans geïnspireerde neorégencestijl, ontleend aan de klassieke beaux-artstraditie. Haast even exclusief was de voorkeur voor de pittoreske 'Old English'-stijl, geïnspireerd op de traditionele Engelse architectuur uit de 16de eeuw, in de landhuisontwerpen van het bureau bestemd voor residentiële verkavelingen. Hun eerste reeks cottagevilla's, waaronder de eigen woning van De Coninck, kwam al vóór de Eerste Wereldoorlog tot stand in de wijk van de Lourdesgrot in Edegem. Gelegen aan de rand van de Nieuw-Parkwijk “Den Brandt”, sluit de architectuur van de villa Heeren nauw aan bij de talrijke cottages die De Coninck en Potié hier tijdens de jaren 1920 tot stand brachten. Met in totaal een veertigtal woningen, waarvan de meest opvallende aan de Della Faillelaan, drukte het architectenbureau zijn stempel op de vroege ontwikkeling van dit prestigieuze villapark aan de zuidrand van Antwerpen.

Typische kenmerken van de cottage-architectuur door De Coninck en Potié zijn de materiaalpolychromie van bak- en natuursteen in combinatie met houtbouw, het door elkaar toepassen van stijl- en regelwerk, ruwe beraping, decoratieve metselverbanden en leien schaliën, het plastische karakter van de informele, ogenschijnlijk organisch gegroeide volumes met complexe dakconstructies, aangevuld door levendige details als luifels, bow-windows, erkers, dakkapellen en schoorstenen. Daarbij zijn meerdere types plattegronden te onderscheiden, van de bescheiden burgercottage tot de standingvolle villa voor de gegoede klasse, met als constante de dominante inplanting van de ruim bemeten traphal in de kern van de woning. De villa Heeren behoorde in haar oorspronkelijke vorm, vóór de uitbreiding uit 1946, tot het type van gemiddelde oppervlakte en standing.

Architectuur

Vrijstaand ingeplant in de breedte van het perceel, op een rechthoekige plattegrond van oorspronkelijk drie bij twee traveeën, omvat de villa twee bouwlagen onder een complex, overkragend schilddak met dakkapellen. Bij de uitbreiding in 1946 werd het gebouw aan de oostzijde met een halve travee en aan de westzijde met twee traveeën verlengd. De constructie bestaat uit rood baksteenmetselwerk (papesteen) in kruisverband, met contrasterend gebruik van paarse baksteen (klampsteen) voor de plint, witte natuursteen voor hoekblokken, kozijnen en de deuromlijsting, houtbouw in combinatie met bepleistering voor delen van de bovenbouw en de geveltop, en tegelpannen als dakbedekking. Asymmetrisch van opzet, beantwoorden opbouw en volumetrie van de villa aan het pittoreske streven van dit type landhuisbouw. Naast de dominante dakconstructie en de hoog oprijzende schoorstenen, wordt het karakter vooral bepaald door het sterk geprononceerde linker zijrisaliet. De bekronende, overkragende geveltop uit houten stijl- en regelwerk met windborden, steunt op een oplopende, driezijdige erkerpartij. Een typische detail zijn de conische steunberen op de hoeken. Sinds de verbouwing van 1946 vervangt het huidige inkomportaal met tudorboogdeur en meerledig kruiskozijn de oorspronkelijke, houten inkomloggia. Van dezelfde ingreep dateren de 'inglenook' met schoorsteen tegen de oostgevel, en de westelijke uitbreiding gemarkeerd door een brede, driezijdige erker uit natuursteen. Bewaard bleven het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters met kleine roeden of loodglas, en het smeedijzeren voortuinhek. De dubbele garage uit 1948 vormt een vrijstaand paviljoen in baksteenbouw met schilddak (tegelpannen), gemarkeerd door tudorboogpoorten, een dakkapel en schoorsteen.

Volgens de oorspronkelijke bouwplannen is de plattegrond van de villa georganiseerd rond de centraal ingeplante, ruime inkom- en traphal, waarbij achteraan de office aansluit. De suite van salon en eetkamer beslaat over de volledige diepte de oostflank van de begane grond, uitziend zowel op de straat als de tuin. Ten westen van de hal strekt zich de keuken met bijkeuken en dienstingang uit. Bij de verbouwing van 1946 werden salon, eetkamer, keuken en office vergroot, een ruime L-vormige speelkamer voor de kinderen, een vestibule en een garage toegevoegd. Deze laatste kreeg na de bouw van de nieuwe garage in 1948, vermoedelijk een nieuwe functie als veranda. Op de eerste verdieping bevonden zich rondom de traphal oorspronkelijk vijf slaapkamers van verschillende grootte en de badkamer. De twee westelijke slaapkamers werden in 1946 vergroot en elk voorzien van een badkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#895, 238#5728, 238#6151 en 238#6468.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215358 (Geraadpleegd op 26-10-2020)