erfgoedobject

Villa Maes

bouwkundig element
ID: 215359   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215359

Beschrijving

Villa in traditionalistische stijl gebouwd in opdracht van Edouard Maes, naar een ontwerp door de architecten Léon Stynen en Paul De Meyer uit 1954. Een voorafgaand, modernistisch project voor de villa uit 1953, werd door het stadsbestuur op stilistische gronden geweigerd. De ondubbelzinnig eigentijdse architectuur van dit ontwerp, gekenmerkt door een vlinderdak met penthouse, geaffirmeerde kopwanden en brede glaspartijen, werd in strijd geacht met het residentiële karakter van de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt". Aannemer was het bouwbedrijf Antwerpsche Bouwwerken Verbeeck dat de werken in 1955 voltooide; hetzelfde jaar werden aan tuinzijde een serre en volière toegevoegd.

De villa Maes is door haar conservatieve vormgeving veeleer atypisch voor de gezamenlijke productie van Léon Stynen en Paul De Meyer, die zich vanaf de vroege jaren 1950 uitdrukkelijk op het modernisme van Le Corbusier oriënteerden, om vanaf de jaren 1960 een verfijnd brutalisme te ontwikkelen. De weigering van het modernistische eerste ontwerp door het stadsbestuur wekt verwondering, vermits in 1955 een gelijkaardige ontwerp van het bureau - de villa Steigrad door Walter Bresseleers aan de Acacialaan (vandaag verbouwd) - wel zonder betwisting een bouwvergunning kreeg. Het bouwdossier waarin de bouwplannen van het eerste project ontbreken, geeft echter weinig uitsluitsel over deze kwestie. Zoals uitgevoerd is de architectuur van de villa Maes dan weer representatief voor de behoudende strekking die de landhuisbouw tijdens de jaren 1950 domineerde, met name ook in de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt".

Vrijstaand ingeplant in de breedte van het perceel, op een rechthoekige plattegrond van vijf bij drie traveeën, omvat het hoofdvolume twee bouwlagen onder een schilddak met dakkapellen. Tegen de west- en oostzijde leunen de lagere volumes aan van het overdekte terras en de garage. De gevels zijn opgetrokken uit witgeschilderd baksteenmetselwerk (paepesteen), met een plint uit witte natuursteen, witgeschilderd houten schrijnwerk van deuren, vensters en vensterluiken, en een dakbedekking uit leien. Het traditionalistische karakter berust op de klassieke volumetrie, de axiale symmetrie van de ordonnantie, en de typische vensterluiken. Veeleer gesloten aan straatzijde, en meer opengewerkt aan de tuinzijde weerspiegelt de opstand de oriëntatie en de indeling van het interieur. In de voorgevel ligt de klemtoon op de middenas met het omlijste portaal onder een bovenlicht waarin verlichting is geïntegreerd. Dit laatste wordt in eigentijdse zin geflankeerd door reeksen verticale lichtstroken. De tuingevel is in volkomen regelmaat opgebouwd uit registers van deurvensters, met vensterluiken op de begane grond en ijzeren borstweringen op de verdieping. Vrijstaande muren schermen het terras af ter hoogte van de 'living'.

De plattegrond groepeert de dienst- en circulatiezones aan de straatzijde georiënteerd op het noorden, en de woon- en slaapvertrekken aan de tuinzijde georiënteerd op het zuiden. Behalve de vestibule, de vestiaire en de traphal, omvat de begane grond volgens de bouwplannen een L-vormige 'living', een afzonderlijke eetkamer, en de keuken met dienstingang en –trap (spiltrap). De 'living' die via een beglaasde wintertuin doorkijk biedt op de traphal, is opgedeeld in een ruime woonkamer en een intieme zithoek met ingebouwde open haard, muziekinstallatie en televisietoestel. Bij het hoofdvolume aanleunende annexen herbergen ten westen een overdekt terras en ten oosten de dubbele garage met bergplaats. Op de bovenverdieping bevinden zich vijf slaapkamers van gelijke oppervlakte uitgerust met een toiletnis en dressing, twee badkamers met lig- en stortbad, en een naai- en linnenkamer. Slechts bereikbaar via de diensttrap biedt het dakniveau ruimte aan twee meidenkamers met badkamer en een speelzolder. Het interieur onderscheidde zich door een functionele, eigentijdse inrichting, vormgeving en meubilair; de inbouwkeuken was van het merk Cubex.

  • Architectuurarchief Vlaanderen, archief Léon Stynen, dossier Maes.
  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 18#32058, 18#33206 en 18#34188.
  • HENSELMANS J. 1957: Landhuizen en bungalows, Amsterdam, 22-24
  • S.n. 1956: Landhuis, Antwerpen. Eigenaar E. Maes. Archit. L. Stijnen en P. De Meyer, Bouwen en Wonen 3.2, 36-51.
  • S.n. 1956: Habitation à Anvers. Premier projet et réalisation. Architectes L. Stynen et P. De Meyer, Habitat en habitations, 16.5, 55-57.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Villa Maes [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215359 (Geraadpleegd op 02-04-2020)