erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 215366   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215366

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa in cottagestijl
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Villa in cottagestijl op de hoek van Sorbenlaan en Olmenlaan, in twee fasen tot stand gekomen tussen 1924 en 1929. In 1924 liet Albert De Groote, van beroep expert, boekhouder en vereffenaar, hier een bescheiden landhuis in cottagestijl optrekken naar een ontwerp door de architect Edmond Lauwens. Identiek als "Les Erables" aan de Ahornenlaan, maakte deze villa deel uit van het laatste vastgoedproject van De Groote in de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt", dat ook nog een derde cottagevilla van een gelijkaardig type omvatte aan de Olmenlaan. De Groote had in 1921 als eerste bouwproject in de wijk zijn privévilla aan de Hagedoornlaan laten bouwen, in 1922 gevolgd door twee aanpalende, prestigieuze cottagevilla's bestemd voor verkoop aan de Della Faillelaan, naar ontwerpen door de architecten Leopold De Coninck en Maurice Potié. De cottage op de hoek van Sorbenlaan en Olmenlaan werd in 1929 aangekocht door A.G.M. Parser, afgevaardigd beheerder van de vastgoedmaatschappij société anonyme d’Extension Anversoise, die het gebouw vervolgens gevoelig liet uitbreiden en aanpassen naar een ontwerp door de architecten Alfred Portielje en Jan De Braey. Aannemer van deze werken was het bekende Antwerpse bouwbedrijf Entreprises Générales de Construction Van Riel & Van den Bergh.

Edmond Lauwens, wiens loopbaan als architect omstreeks 1910 van start lijkt te zijn gegaan, was ook vóór de Eerste Wereldoorlog al actief in de Nieuw-Parkwijk “Den Brandt”. Naast enkele burger- en opbrengsthuizen ontwierp hij in opdracht van de aannemer Eduard Van Biesen het hotel-restaurant "Au Rond Royal" op de hoek van Eglantierlaan en Varenlaan. Uit begin jaren 1930 dateert een vijfentwintigtal 'goedkope woningen' voor de maatschappij Oost West Thuis Best op het Kiel. Voor Alfred Portielje en Jan De Braey, die een gezamenlijke praktijk voerden vermoedelijk van 1926 tot 1934, behoort de uitbreiding van de villa Parser tot hun vroege realisaties. Portielje was toen al een twintigtal jaar actief als zelfstandig architect, terwijl De Braey tot dan zijn vader Michel De Braey had geassisteerd. De associés legden zich vooral toe op de bouw van appartementsgebouwen van hoge standing, een nieuwe typologie in de jaren 1920, maar ontwierpen voor de betere kringen ook villa's in cottagestijl en burgerhuizen zowel in neotraditionele en beaux-artsstijl als in een gematigde art deco. De carrières van beide architecten, die vanaf 1935 hun eigen weg gingen, kwamen tot een eind in de latere jaren 1950. Het vroegst bekende ontwerp in cottagestijl door Portielje, tevens een van zijn allereerste realisaties, is het verdwenen hotel Portielje-Cuperus uit 1907 aan de Van Putlei, waar hij in 1923 ook het hotel Crighton tot stand bracht. Behalve de villa Parser, bouwden Portielje en De Braey in de Nieuw-Parkwijk “Den Brandt” nog drie andere cottagevilla's: de naar opzet en omvang sterk verwante villa Stappers uit 1926 aan de Sorbenlaan en villa Ivens uit 1928 op de hoek van Kastanjelaan en Sorbenlaan, en de verdwenen villa Meeus uit 1926 op de hoek van Seringenlaan en Acacialaan.

Vrijstaand ingeplant in de breedte van het perceel, op een langgerekte plattegrond van zes bij twee traveeën, omvat het gebouw in zijn huidige vorm twee bouwlagen onder een complex, overkragend gecombineerd schild- en zadeldak met dakkapellen. Het door Lauwens ontworpen landhuis uit 1924, werd door Portielje en De Braey in 1929 ten oosten uitgebreid met een nieuwbouwvleugel van twee traveeën; de tuinzijde kreeg een lage aanbouw ter hoogte van de begane grond en een risaliet doorlopend tot in de bedaking. Verder werd de volledige bovenbouw voorzien van een pseudo-vakwerkdecor, kreeg het bestaande rechter risaliet een extra verdieping, en werd een nieuw risaliet met het inkomportaal toegevoegd. Behalve het vergroten van de vertrekken aan tuinzijde, onderging het bestaande interieur structurele noch functiewijzigingen. De constructie is opgetrokken uit baksteenmetselwerk in kruisverband - rode Kempische machinesteen op een plint uit donkere Boomse (klamp)steen - met gebruik van natuursteen voor de deuromlijsting en dorpels, bepleistering voor de bovenbouw, hout voor de lateien, vensterposten en het stijl- en regelwerk, en pannen voor de dakbedekking. Het pittoreske karakter eigen aan de cottagearchitectuur, komt vooral tot uiting in de informele volumeopbouw, het gebruik van pseudo-vakwerkbouw in de bovenbouw en geveltoppen, en details als de overhoekse erkers met afdak van de oostelijke zijgevel. Asymmetrisch van opzet wordt de voorgevel geritmeerd door twee sterk geprononceerde risalieten met afgewolfde bedaking. Eenzelfde risaliet markeert de tuingevel ter hoogte van de eetkamer, daar waar de westelijke zijgevel als puntgevel is uitgewerkt. De ordonnantie bestaat hoofdzakelijk uit brede veellichten, waarvan het houten schrijnwerk met kleine roeden bewaard is. Ook de houten inkomdeur bleef behouden, net als de smeedijzeren venstertralies in de portaalzone en het voortuinhek.

Volgens de bouwplannen uit 1924 besloegen de woonruimtes oorspronkelijk de westelijke twee derden van de begane grond, en de circulatie- en dienstruimten het resterende oostelijke derde. Inkom- en traphal met vestiaire bevonden zich hier aan straatzijde, met aansluitend de keuken met bijkeuken en diensttrap aan tuinzijde. De woonruimtes bestaande uit een spreekkamer bij de hal, de eetkamer en het ruime salon met erker en haard in de vorm van een 'inglenook' vormden de westflank, met aansluitend de garage. In 1929 werden eetkamer en keuken vergroot en van een overdekt terras voorzien, de spreekkamer kreeg een nieuwe bestemming als vestiaire, en in de nieuwe oostvleugel kwam het groot salon. De bovenverdieping oorspronkelijk bestaande uit vier slaapkamers en twee badkamers, kreeg er in 1929 een extra slaapkamer en een 'cabinet de toilette' bij. Het dakniveau, oorspronkelijk drie mansardekamers met bergkasten en een zolder, kreeg er in 1929 een extra mansarde en zolder bij.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 238#1090 en 238#2630.
  • S.N. 1930: Entreprise Générales de Construction Van Riel & Van den Bergh Société Anonyme. Exposition Internationale d’Anvers 1930, s.p.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215366 (Geraadpleegd op 23-08-2019)