erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID
215378
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215378

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Villa in cottagestijl
    Deze vaststelling is geldig sinds

Beschrijving

Historiek en context

Villa in cottagestijl op de hoek van Vijverlaan en Sorbenlaan, naar een ontwerp door de architecten Léopold De Coninck en Maurice Potié uit 1928. Opdrachtgever was mevrouw Goemans-Rigole, echtgenote van de kleermaker Gustaaf Petrus Maria Goemans (°Antwerpen, 1879). In 1921 had het echtpaar Goemans-Rigole door De Coninck en Potié al een eerste cottagevilla laten optrekken, op de hoek van Vijverlaan en Della Faillelaan.

De tweede villa Goemans-Rigole is een representatief voorbeeld van de landhuisbouw door Léopold De Coninck en Maurice Potié, die tijdens de jaren 1920 van dit type cottagevilla hun handelsmerk maakten. Opgericht in 1909, was het succesvolle architectenbureau drie decennia lang actief tot 1937. Potié zette de praktijk vervolgens minstens tot begin jaren 1950 onder eigen naam verder. Zowel tijdens de beginjaren als het interbellum liet het bureau zich in strikt stedelijke context opmerken met een architectuur in Frans geïnspireerde neorégencestijl, ontleend aan de klassieke beaux-artstraditie. Haast even exclusief was de voorkeur voor de pittoreske 'Old English'-stijl, geïnspireerd op de traditionele Engelse architectuur uit de 16de eeuw, in de landhuisontwerpen van het bureau bestemd voor residentiële verkavelingen. Hun eerste reeks cottagevilla's, waaronder de eigen woning van De Coninck, kwam al vóór de Eerste Wereldoorlog tot stand in de wijk van de Lourdesgrot in Edegem. Met in totaal een veertigtal woningen, drukten De Coninck en Potié tijdens de jaren 1920 hun stempel op de vroege ontwikkeling van de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt". Na hun eerste cottage aan de Hagedoornlaan in 1920, bouwde het bureau het jaar daarop negen woningen van hetzelfde standaardtype voor de bouwmaatschappij "Voorspoed" aan de Acacialaan. De meest voorname cottagevilla's kwamen vervolgens tot stand aan de Della Faillelaan, waar een opmerkelijke reeks van een tiental van dergelijke landhuizen het straatbeeld bepaalt.

Typische kenmerken van de cottagearchitectuur door De Coninck en Potié zijn de materiaalpolychromie van bak- en natuursteen in combinatie met houtbouw, het door elkaar toepassen van stijl- en regelwerk, ruwe beraping, decoratieve metselverbanden en leien schaliën, het plastische karakter van de informele, ogenschijnlijk organisch gegroeide volumes met complexe dakconstructies, aangevuld door levendige details als luifels, bow-windows, erkers, dakkapellen en schoorstenen. Daarbij zijn meerdere types plattegronden te onderscheiden, van de bescheiden burgercottage tot de standingvolle villa voor de gegoede klasse, met als constante de dominante inplanting van de ruim bemeten traphal in de kern van de woning. Behorend tot het type van gemiddelde oppervlakte en standing, onderscheidt de tweede villa Goemans-Rigole zich binnen de productie van het architectenbureau in de Nieuw-Parkwijk “Den Brandt”, door een in deze periode weinig courant rieten dak.

Architectuur

Vrijstaand ingeplant in de breedte van het perceel, op een quasi rechthoekige plattegrond van vijf bij drie traveeën, omvat de villa twee bouwlagen onder een complex, overkragend schilddak met dubbele rij dakkapellen. De constructie bestaat uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband (klampsteen), met schaars gebruik van witte natuursteen in de plint en het portaal, houtbouw in combinatie met bepleistering voor de bovenbouw, en riet als dakbedekking. Asymmetrisch van opzet, beantwoorden opbouw en volumetrie van de villa aan het pittoreske streven van dit type landhuisbouw. Naast de dominante dakconstructie en de hoog oprijzende schoorstenen, wordt het karakter vooral bepaald door het getande profiel van het gevelfront, met een sterk geprononceerd rechter zijrisaliet. Het vooruitspringende middenportaal heeft een overkragende bovenbouw op korbelen, afgewerkt met houten beschieting, en bekroond door twee gesuperposeerde, met riet afgedekte dakkapellen. Gevelpartijen in houten stijl- en regelwerk markeren de zijtraveeën, links uitgewerkt als een oplopende, rechthoekige erker, en rechts als een overkragende geveltop op korbelen. Typische details zijn de waterlijsten en lekdrempels uit baksteentegels, de vensterluiken, de rondbogige garagepoort en de conische steunbeer op de hoek. Een risaliet met schoorsteen geeft in de noordelijke zijgevel de 'inglenook' van de ‘hall’ aan; het overdekte terras met brede rondbogen beschermd door de aflopende bedaking bepaalt de tuingevel. Het houten schrijnwerk met ijzerbeslag van de inkomdeur en garagepoort is bewaard, evenals dat van de vensters met kleine roeden of loodglas. Ook het smeedijzeren voortuinhek is oorspronkelijk; het paviljoen met rieten dak bij het zwembad in de tuin is dan weer van recente datum.

Volgens de bouwplannen is de plattegrond georganiseerd rond de’ hall’ met open trap en haard in de typische vorm van een 'inglenook', die de volledige noordflank van de begane grond beslaat, met grote raampartijen op het westen en oosten. Hierbij sluiten ten westen de vestibule met vestiaire aan, en ten oosten en zuiden het overdekte terras en de eetkamer. Deze laatste staat via de office in verbinding met de keuken aan straatzijde, die wordt geflankeerd door de inpandige garage. Rondom de overloop bevinden zich op de bovenverdieping drie slaapkamers, een zit- of werkkamertje in de erker, en de badkamer. Het dakniveau herbergt twee mansardes.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 238#1866.

Auteurs: Braeken, Jo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Villa in cottagestijl [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215378 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.