Kasteeldomein Nottebohm

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Brecht
Deelgemeente Brecht
Straat Brasschaatbaan
Locatie Brasschaatbaan 34, Brecht (Antwerpen)
Status Verbouwd of Gesloopt

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris bouwkundig erfgoed 2013 (ad hoc-inventarisatie: 01-01-2013 - 28-11-2013).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteeldomein Nottebohm

Deze vaststelling is geldig sinds 28-11-2013.

Beschrijving

Het kasteeldomein Nottebohm in Brecht bestaat uit een domein van meer dan 58 hectare groot, met centraal een imposant eclectisch landhuis en omliggende bijgebouwen. Het domein was sinds 1834 in handen van de familie Nottebohm, die de heidegronden kocht van de gemeente Brecht. In 1854 werd het domein uitgebreid door aankoop. Het parkdomein met kasteel en bijgebouwen werd aangelegd in 1908-1909 door Ferdinand Otto Nottebohm, gehuwd met Maria Kreglinger. De familie Nottebohm was een zeer vooraanstaande familie in Antwerpen, en is gekend omwille van zijn talrijke initiatieven in de zorgverlening, met zowel in Antwerpen als in Brecht een instituut voor huidziekten. In Brecht werd in 1901 het “Gasthuis voor huidziekten” gesticht door Maria Amalia Nottebohm-Van Laer.

Het kasteeldomein werd gebouwd als buitenverblijf voor het gezin Nottebohm-Kreglinger en werd tot 1943 op regelmatige basis op die manier bewoond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel door het Duitse leger in gebruik genomen. Na de oorlog kwam de familie er slechts sporadisch op vakantie. In de jaren 1950 werd het kasteel verhuurd als hotel en restaurant. Nadien stond het voornamelijk leeg. In de jaren 1980 werd het te koop gesteld, zonder resultaat. Jarenlange leegstand zorgde voor een verwaarloosde toestand van het exterieur en een grotendeels verdwenen interieur.

Het grote parkdomein werd in 1909 ingericht met enerzijds een stervormig drevenpatroon en anderzijds een verdeling in grote kavels in dambordpatroon. Een deel van het domein behield het oorspronkelijke bodemgebruik als bos, heide, akkers en weilanden. Van het begin-20ste-eeuwse concept zijn door talrijke ingrepen enkel de algemene parkaanleg, de imposante toegangsdreef, het parkbos en enkele natuurlijk ogende graslanden bewaard.

In 1909 werd de bouw van een reeks nieuwe constructies geregistreerd in het kadaster. Vooreerst het imposante kasteel in eclectische stijl. Verder een aantal bijgebouwen in aansluitende stijl, zoals de bergplaats en het koetshuis ten noordwesten van het landhuis, aan de straatkant een modelhoeve met paardenstallen en conciërgewoning en verder een aantal niet preciezer gedefinieerde bijgebouwen.

Het landhuis is een typisch voorbeeld van een begin-20ste-eeuws buitenhuis in de bosrijke gebieden rondom de stad, opgetrokken als buitenverblijf voor de gegoede families van Antwerpen. Steevast werd voor dit type gebouw een pittoreske, fantasierijke eclectisch bouwstijl gekozen, waarin elementen uit de neo-Vlaamserenaissance, de traditionele bak- en zandsteenstijl en de cottagestijl werden gecombineerd. Architect Ernest Pelgrims tekent de plannen voor het kasteel. De werken worden uitgevoerd door aannemer Jean Bolsée. De carrière van Pelgrims startte vanaf 1890. Hij paste in de Belle Epoque zowel de neo-Vlaamserenaissance, het neoclassicisme als de cottagestijl toe. Een vergelijkbaar voorbeeld als het kasteel Nottebohm is het landhuis Hortensiahof in Hove.

Het kasteel telt twee bouwlagen op een halfondergrondse kelderverdieping en is gevat onder een hoge, leien bedaking, die oorspronkelijk door een daktorentje en een aantal hoge bakstenen schoorstenen werd bekroond. Er is een smeedijzeren windwijzer bewaard. Rood baksteenmetselwerk met verzorgde opgelegde voegen wordt afgewisseld met natuursteen voor speklagen, omlijstingen van de muuropeningen, negblokken en versieringen zoals de cartouches, waarvan één met jaartal "ANNO 1908". Het gebruik van hout voor imitatievakwerk in de geveltoppen, voor balkons en loggia's, is een typisch element uit de cottagestijl, een stijl die tot in het interbellum zeer populair bleef voor de bouw van landhuizen en villa’s.

De vier gevels zijn afwisselend en grillig vormgegeven. De voorgevel, gericht op het noorden, heeft een centraal inkomportaal bestaande uit een arcade van drie bogen met losstaande hardstenen zuilen. Dit portaal is toegankelijk via een brede trappartij; het open portaal geeft toegang tot de ruime hal via houten deurvensters met kleine roedeverdeling. Links en rechts van dit portaal een puntgevel met imitatievakwerk in de toppen, erkers, een torenvormige uitsprong rechts, een bow-window op de eerste verdieping. De achtergevel is gericht op het zuiden en heeft op beide hoeken een ruim terras, aan westzijde overluifeld. Ook in de achtergevel wordt gewerkt met een torenvormige uitbouw, balkons, loggia's en imitatievakwerk. In de zijgevels zit telkens behalve een hoekterras een over twee verdiepingen doorlopende erker.

Het interieur van de woning is sterk verwaarloosd en bijna volledig vernield. De indeling is nog goed herkenbaar en beantwoordt aan de organisatie van een familiewoning uit de hogere burgerij, met als belangrijk kenmerk dat er inwonend huispersoneel is gevestigd. De eigenaar en zijn gezin woonden op de verhoogde begane grond en op de eerste verdieping. In de kelderverdieping vinden we dienstruimtes zoals keuken, wasruimtes, opslagplaaten en eetkamer voor het personeel terug; de slaapkamers van het personeel bevinden zich onder het dak. De plattegrond is symmetrisch opgebouwd rondom een centrale as van inkomportaal, ontvangstruimtes en trappenhuis aan de achtergevel. Ten oosten en westen daarvan een enfilade van drie salons, telkens uitkomende op een salon met terras uitkijkend op de tuin.

Ten noordwesten van het landhuis werd in 1909 een U-vormig bijgebouw opgetrokken in aansluitende stijl, momenteel gekend als bergplaats, maar wellicht ooit koetshuis met paardenstallen. Het is een gebouw in rode baksteenbouw op hardstenen plint, onder leien zadeldaken die doorbroken zijn door dakvensters onder zadeldak. Net als bij het landhuis zorgt witte natuursteen voor levendige gevels door horizontale banden, lateien en vensterkozijnen. De lange gevel aan erfzijde is door twee rechthoekige poortdoorgangen doorbroken. In de korte zijvleugel zitten deuren met rechte natuurstenen lateien en kloostervensters in de zijgevels. De korte noordelijke vleugel is geaccentueerd door verzorgde aankleding van de bovengevel in cottagestijl. De zolderverdieping is volledig voorzien van imitatievakwerk, en maakt een grote overkraging, ondersteund door twee houten balken. Dit gedeelte is door een leien schilddak afgedekt, met in de oostelijke gevel een fraai uitgewerkt laadvenster, voorzien van fantasierijk windbord.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Mutatieschetsen, Brecht 1ste Afdeling Sectie A, 1909/2.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers, Brecht, 1ste Afdeling Sectie A, artikel 1867.
  • EELEN A. 2012: Domein en landhuis Nottebohm te Brecht, onuitgegeven masterproef Artesishogeschool, Monumenten en Landschapszorg.

Bron: -

Auteurs: Hooft, Elise

Datum tekst: 2013

Relaties

maakt deel uit van Brecht

Brecht (Brecht)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.