Vakwerkhoeve met losse bestanddelen Merlemont

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Hof van Merel
Provincie Limburg
Gemeente Diepenbeek
Deelgemeente Diepenbeek
Straat Merlemontstraat
Locatie Merlemontstraat 1, Diepenbeek (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Diepenbeek (actualisaties: 15-10-2007 - 16-10-2007).
  • Adrescontrole Diepenbeek (adrescontroles: 08-11-2007 - 08-11-2007).
  • Inventarisatie Diepenbeek (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Vakwerkhoeve met losse bestanddelen Merlemont

Deze bescherming is geldig sinds 15-06-2009.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Vakwerkhoeve met losse bestanddelen Merlemont

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Vakwerkhoeve met losse bestanddelen Merlemont: omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 15-06-2009.

Beschrijving

Hoeve Merlemont is een complex van losstaande gebouwen in vakwerkbouw. De site werd reeds vermeld ten tijde van de vrijheren, de huidige gebouwen hebben een 16de- of 17de-eeuwse kern. Het complex is gelegen aan een gekasseid binnenerf, temidden van een landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

Historiek

Het 'Hof van Merel', gelegen nabij de Merelberg, bestond reeds ten tijde van de eerste vrijheren. In 1448 was er een leenverheffing door Hendrik van Bastenaken. Daarvoor was het in bezit van Jan van Montjouwen, die het geërfd had van Jenne van Roisfort, vrouwe van Diepenbeek en echtgenote van ridder Jan van Schoonvoort, burggraaf van Manjouwen en Heer van Diepenbeek van 1412 tot 1433. Tijdens de 16de eeuw was de hoeve in bezit van Willem, voogd van Liers, en in 1552 van zijn dochter, Joanna van Merlemont. Deze liet het na aan haar dochter Catharina Courtejoie. Later kwam de hoeve in eigendom van de graven van Loon. In 1731 werd het complex verkocht aan de landcommandeur van Alden Biesen.

Het hof werd al aangeduid op de kabinetskaart van de Ferraris (circa 1771-77), onder de benaming “Cense Merlemont”, als een omgracht, semi-gesloten hoevecomplex. In de Atlas van de Buurtwegen (circa 1840-1844) verschijnt de hoeve, daar vermeld als “Ferme Merlemont”, min of meer in haar huidige constellatie. De losstaande bestanddelen kunnen geïdentificeerd worden met een woonhuis en stallingen in L-vorm ten zuiden, een dwarsschuur met stallingen en haaks stalletje ten noorden en een bakhuis ten westen van het erf. Rond de hoevecomponenten was een omgrachting ingetekend. De wijdere context van het hoevecomplex was onbebouwd. Ten laatste in 1940 vonden enkele aanpassingen plaats aan de bestaande noordelijke en zuidelijke volumes en verscheen ten noorden tegen het bakhuis een langgerekte stalvleugel ten westen van het erf. Ten oosten van het hoevecomplex werd nog een aanhorigheid (bergplaats) ingetekend. Terwijl de omgrachting in 1940 onveranderd weergegeven werd ten opzichte van de weergave in de Atlas van de Buurtwegen, registreerde de mutatieschets van 1975 enkel nog een poel rondom de zuidwestelijke hoek van het erf. Deze situatie werd onveranderd weergegeven op het kadasterplan op moment van bescherming.

Beschrijving

De hoeve met losstaande bestanddelen is gelegen aan het einde van een oprijlaan (huidige Merlemontstraat) en bestaat uit een L-vormige zuidvleugel (diep woonhuis en stallingen), een noordvleugel (dwarsschuur met stallingen) met haaks stalletje en een westvleugel (stallingen) met aanleunend bakhuis. De losstaande gebouwen zijn opgetrokken uit stijl- en regelwerk met gepikte stijlen en tussenstijlschoren onder zadeldaken met Vlaamse pannen en bevinden zich rondom een rechthoekig, gekasseid erf. De oorspronkelijke lemen vullingen werden recentelijk versteend en witgepleisterd.

De L-vormige zuidvleugel met het diepe woonhuis en stallingen telt negen en één travee. In het haakse gedeelte (ten oosten) bevindt zich de onderkelderde opkamer op een opgehoogde plint. Bij de verstening van de vakken werden de muuropeningen lichtjes gewijzigd. De erfzijdegevel omvat van links naar rechts - voor zover waarneembaar - een venster in de topgevel van het haakse gedeelte (deze had eertijds een pannen beschieting), een venster- en een deuropening in de bakstenen uitbouw (keuken), een (woonhuis)deur, een klein venstertje, een (stal)deur, een stalpoort en een zolderluik. De iets hoger gelegen deuren zijn toegankelijk via een trapje. De linkerzijgevel (oostgevel van het haakse gedeelte) telt drie vensters, waarvan twee hoger gelegen vensters in de opkamer. Het meest rechts gelegen venster in de opkamer had eertijds een ijzeren roedeverdeling en was beluikt. De achtergevel telt drie kleine vensters, twee grote (eertijds beluikte en voorzien van een ijzeren roedeverdeling) vensters in het woonhuis, een stalvenstertje en een (stal)deur. De voormalige, pannen beschieting van de rechtertopgevel is bijna volledig verdwenen, waardoor deze gevel momenteel onbeschermd is. Het zadeldak met Vlaamse pannen is (ten tijde van de inventarisatie) aan herstelling toe en bevat nog zichtbare uitstekende nagels in de nok.

De noordvleugel bestaat uit de dwarsschuur met stallingen van vier traveeën. Het zadeldak werd enkele jaren voor de bescherming geteisterd door brand, waarna de schuur in onbruik en verval geraakte. Een vroege datering (1782) in de dakpannen is verdwenen. Het gebouw is opgetrokken uit stijl- en regelwerk met versteende lemen vullingen. Op de rechterzijgevel werden enkele stijlen in zwarte verf aangebracht op de versteende vullingen. De pannen beschieting tegen de top van de linkerzijgevel is verdwenen. De gevelordonnantie van de voorgevel is aangepast, waarbij de schuurpoort gedicht werd, en telt enkele kleine raampjes, een zolderluik en een deuropening. Tegen de linkerzijgevel en achtergevel staan onbelangrijke, (bak)stenen aanbouwsels onder lessenaarsdaken. Tegen de achtergevel bevindt zich verder over een deel van de lengte een vervallen, (bak)stenen aanbouwsel onder een mank zadeldak. Haaks tegen de laatste travee van de voorgevel staat een grotendeels versteend stalletje onder een lessenaarsdak. In de bovenste helft van de rechterzijgevel zijn de oorspronkelijke lemen vullingen nog zichtbaar.

De later toegevoegde westvleugel (ten laatste 1940) met eertijds langgerekte stallingen en een wagenhuis onder een zadeldak met Vlaamse pannen werd recentelijk volledig nieuw opgemaakt in een soort imitatievakwerk. Het houtwerk alsook de vullingen werden volledig vernieuwd en witgepleisterd, waarbij de muuropeningen gewijzigd werden en onder meer dakvensters aangebracht werden. Het aanleunende bakhuis verkeert in een zeer bouwvallige en overwoekerde toestand.

Interieur

De oorspronkelijke indeling van het diepe woonhuis is behouden, waarbij de keuken in een latere aanbouw gelegen is. De inkomhal geeft links toegang tot de ruime woonkamer, waarin een oude, gebeeldhouwde schouwmantel met 16de-eeuwse wangen staat. Deze schouw, die naar verluidt de datering "154." zou dragen, stond volgens de eigenaars vroeger in de ernaast gelegen slaapkamer. De schouwbalk is verdwenen. Het schrijnwerk van de twee grote vensters in de achtergevel van de woonkamer was oorspronkelijk gebiljoend. De oorspronkelijke ankerbalken met geprofileerde sloef zijn behouden, terwijl de korbelen weggezaagd en de kinderbalken vernieuwd werden. Uit de toognagelgaten in de ankerbalk tussen de woonkamer en de berging, kan afgeleid worden dat deze scheidingsmuur oorspronkelijk een vakwerkwand was. In de opkamer zijn de oorspronkelijke ankerbalken met geprofileerde sloef, alsook de korbelen bewaard. De kinderbalken werden vernieuwd. In de slaapkamer is eveneens een oorspronkelijke ankerbalk met geprofileerde sloef bewaard, terwijl in de berging nog troggewelven zichtbaar zijn. De scheidingsmuur met het stalgedeelte werd opgemetst. Een trap in de ruimte vóór de stal geeft toegang tot de erboven gelegen hooizolder.

De inwendige houtstructuur van de dwarsschuur-stallingen, waaronder de ankerbalkgebinten en het hooiplatform, is intact bewaard, maar wordt gestut door metalen buizen omwille van de vervallen toestand.

Omgevend erf

Het rechthoekige binnenerf van de hoeve is deels gekasseid en bevat nog de restanten van de vroegere mestvaalt alsook een waterput. Rondom de zuidwestelijke hoek van het erf is nog een restant van de oorspronkelijke omgrachting bewaard, die eertijds het hoevecomplex volledig omringde. Thans is het merendeel van de omgrachting opgevuld. Onmiddellijk ten zuiden van de zuidvleugel (woonhuis en stallingen) ligt een moestuin en staan enkele hoogstamfruitbomen.

Omgeving

Het hoevecomplex met losse bestanddelen is gelegen aan het doodlopend einde van de Merlemontstraat in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De omgeving van Merlemont vertoont landschappelijk een grootmazige verweving van loofbossen, populierenaanplantingen, weilanden en bomenrijen. Ten noorden van de hoeve bevindt zich een aangrenzend bosgebied 'Op Merlemont' dat oud-bosrelicten met waardevolle bosflora alsook relicten van dottergraslanden en glanshavergraslanden bevat. Dit bosgebied wordt doorkruist door de Brikbeek, die een ecologisch en landschappelijk waardevol valleigebied heeft met eik/haagbeukbos, kleine bosjes en drassige weiden. Tussen de Brikbeek en het ten zuiden van het hoevecomplex - eveneens in natuurgebied - gelegen beboste valleitje van de Zavelbeek komen veel poelen voor. Rond de vallei van de Zavelbeek is een graslandgebied gelegen met onder meer poelen en bomenrijen. De Biologische Waarderingskaart vermeldt voor de omgeving van de hoeve de aanwezigheid van soortenrijk permanent cultuurgrasland.

  • SCHLUSMANS F. 1981: Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6n I (A-Ha). Provincie Limburg. Arrondissement Hasselt, Gent, 108.

Bron: Beschermingsdossier DL002548, Vakwerkhoeves Diepenbeek (digitaal dossier)

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Diepenbeek

Diepenbeek (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.