erfgoedobject

Burgerhuis in neoclassicistische stijl

bouwkundig element
ID: 215991   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215991

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voornaam burgerhuis in neoclassicistische stijl op de hoek van de van Breestraat en de Maria-Henriëttalei, gebouwd in opdracht van de weduwe A. Van Dael, naar een ontwerp door de architect Lievin Van Opstal uit 1868. Het gebouw vormde het pendant van het verdwenen, meer monumentale hotel Elsen-Cateaux uit 1871 op de hoek van de Rubenslei en de Maria-Henriëttalei, zoals het hotel Dhanis uit 1870 op de hoek van de Maria-Henriëttalei en de Frankrijklei, eveneens ontworpen door Van Opstal. Na de weduwe Van Dael was het hotel achtereenvolgens in het bezit was van de families Matthys, de Nieulant en Rentiers. In opdracht van de Centrale Verzekeringsmaatschappij 1900 Groep Josi, werd het toen in appartementen opgesplitste pand ingrijpend verbouwd tot kantoren, naar een ontwerp door de architect Roger Groothaert uit 1981.

Representatief voor zijn rijpe oeuvre, kwam het hotel Van Dael tot stand op het hoogtepunt van de succesvolle loopbaan van Lievin Van Opstal, die alleen al in de jaren 1870 meer dan honderd woningen tot stand bracht in Antwerpen, gaande van klassieke burgerhuizen tot de meest prestigieuze herenwoningen voor het patriciaat, met een grote concentratie op de verkavelde voormalige krijgsgronden (Spaanse vesten). Ook de drie aanpalende woningen weduwe Van Assche in de Maria-Henriëttalei, gezusters Van Assche en Grewel in de Van Breestraat, werden door de architect ontworpen, net als de hoger vermelde hotels Elsen-Cateaux en Dhanis, alle tussen 1868 en 1872. Actief van midden jaren 1840 tot kort voor 1900, liep zijn praktijk vanaf 1880 samen met die van zijn zoon en opvolger Edouard Van Opstal.

Bescheidener van opzet beantwoordde het hotel Van Daele aanvankelijk aan de typologie van het voorname hotel Dhanis: een hoekgebouw in halfopen bebouwing, drie bouwlagen hoog met souterrain en schilddak, met een voorgevel van vier traveeën aan de Maria-Henriëttalei, en een zijgevel van drie traveeën aan de Van Breestraat, waar een aanleunend paviljoen met koetspoort de toegang vormde. Dit laatste werd al in 1875 op vraag van de weduwe Van Dael door Van Opstal tot gelijke hoogte opgetrokken, en zo geïncorporeerd in de uitbreiding van het hoofdvolume met één travee aan de tuinzijde. Vervolgens liet vicomte de Nieulant in 1897 de drie vensters in de vroegere middentravee van de zijgevel dichten, na in 1896 al een mansarde boven de poorttravee te hebben toegevoegd. Bij de verbouwing tot kantoren in 1981, werden het huidige mansardedak en de aanbouw tegen de achtergevel toegevoegd. Toen verdwenen ook de oorspronkelijke tuinmuur en het koetshuis.

De bepleisterde en beschilderde lijstgevels, met een door schijnvoegen belijnde pui op een arduinen plint, wordt horizontaal geleed door waterlijsten en het klassieke hoofdgestel. In de voorgevel legt de compositie de klemtoon op de twee middentraveeën, die worden gemarkeerd door een balkon met consoles en een smeedijzeren borstwering. Het later verhoogde poortrisaliet met eenzelfde balkon markeert de zijgevel. Verder is de opstand opgebouwd uit regelmatige registers van steekboogvensters, in geprofileerde arduinen omlijsting met oren en neuten, op de bel-etage bijkomend geaccentueerd door een voluutsleutel met ranken en een onderdorpel. Eenzelfde omlijsting is toegepast voor de rondbogige koetspoort, waarvan de zware sluitsteen met een acanthus en bladranken is versierd. Stucwerkpanelen vervangen de gedichte bovenvensters. Waar de smeedijzeren vleugeldeur uit begin 20ste eeuw dateert, zijn de gietijzeren voetschraper en het smeedwerk van de keldertalies oorspronkelijk; het vensterschrijnwerk is vernieuwd.

Oorspronkelijk beantwoordde de plattegrond aan de typologie van de woning voor de vermogende burgerij, met een scheiding van ontvangstruimen, privévertrekken en dienstlokalen. Het interieur was georganiseerd rond de centrale traphal, die uitgaf op de vestibule. Daarbij bood het souterrain ruimte aan de keuken, de begane grond aan ontvangstsalons en eetkamer, de bovenverdiepingen aan de privésalons en slaap- en gastenkamers met aanhorigheden, en het dakniveau aan de meidenkamers.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1868#101, 1875#259, 1896#559, 1897#1053, 18#15877, 18#25292 en 18#61624, 1871#431 (hotel Elsen-Cateaux), 1869#472 (woning weduwe Van Assche) en 1872#310 (woning Grewel).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis in neoclassicistische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/215991 (Geraadpleegd op 20-08-2019)