erfgoedobject

Residentie Olympia

bouwkundig element
ID: 216619   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/216619

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Residentie Olympia
    Deze vaststelling is geldig sinds 28-11-2014

Beschrijving

Residentie Olympia is een collectieve hoogbouw met een bijgebouw aan de rooilijn van in totaal 71 wooneenheden. De naam 'Olympia' verwijst vermoedelijk naar de olympische ambities van de stad Gent die zich midden jaren 1950 kandidaat had gesteld om de Olympische spelen van 1960 te organiseren. Het sociaal appartementsgebouw werd tussen 1953 en 1954 ontworpen. Een eerste ontwerp is van Gaston Eysselinck. Na Eysselincks overlijden in december 1953 werden architecten Robert Rubbens en Georges Bontinck aangesteld om het ontwerp te hertekenen. Het appartementsgebouw werd in 1954-1956 gebouwd.

Historiek

De Oost-Vlaamse Huurderscoöperatie, een bouwmaatschappij waarbij alle huurders verplicht aandeelhouder werden, gaf in 1952 de opdracht aan de Gentse architect Gaston Eysselinck om een wooncomplex te ontwerpen in de Verpleegstersstraat in Gent. De coöperatie had de intentie om de huurders een zo groot mogelijke bewoonbare oppervlakte tegen een zo laag mogelijke huurprijs aan te bieden. Zij hechtte eveneens veel belang aan het esthetische uitzicht van de hoogbouw.

Na een bezoek van architect Eysselinck aan Le Corbusiers 'Cité Radieuse' in Marseille en geïnspireerd door de principes van zijn 'Unité d’Habitation', toonde Eysselinck in oktober 1953 een eerste ideeënschets. De hoogbouw kreeg een Y-vormige plattegrond en bestond uit drie vleugels. De appartementen in de hoogbouw werden opgebouwd volgens het 'maisonettetype' dat uitgaat van de opbouw van individuele wooneenheden in de collectieve hoogbouw waarbij, zoals in een woning, de slaapkamers in een duplex boven het woongedeelte en de leefruimte gelegen zijn. Het ontwerp omvatte slechts één type-appartement. Voor wie occasioneel of permanent meer kamers wou huren, voorzag de architect een 'hotelverdieping' bovenop één van de drie vleugels. Op de begane grond voorzag Eysselinck ruimte voor winkels die ook gebruikt konden worden door de omwonenden van de hoogbouw.

Na Eysselincks dood op 6 december 1953 werd de opdracht overgenomen door de architecten Georges Bontinck en Robert Rubbens, in samenwerking met de ingenieurs A. Mallebrancke en J. Vaerendonck. Van Eysselincks oorspronkelijke plan bleven enkel het idee van appartementen opgebouwd volgens het 'maisonettetype', de toegangsgalerijen om de twee verdiepingen en de integratie van een kruidenierszaak bewaard. De bouw van Residentie Olympia startte in 1954. Op 14 oktober 1956 werd het gebouw opgeleverd en officieel geopend met een tentoonstelling waarbij ingerichte modelappartementen werden opengesteld. De bijhorende catalogus gaf een gedetailleerd overzicht en beschrijving van de verschillende type-appartementen. Het geplande beeldhouwwerk werd om financiële redenen niet uitgevoerd.

Beschrijving

Het ontwerp van architecten G. Bontinck en R. Rubbens is een eigen interpretatie op Le Corbusiers ideeën over een 'Ville Verte' en op de tijdens CIAM III (Congrès Internationale d’Architecture Moderne, 1930 te Brussel) voorgestelde stedenbouwkundige ideeën over een 'Cité Radieuse'. Kenmerkend is onder meer de bouw van een solitair appartementsgebouw ingeplant te midden van openbaar groen, het rationele grondgebruik en de aandacht voor voldoende licht, lucht, groen en zon. Bontinck en Rubbens projecteerden deze ideeën in het bestaande stadsweefsel en ontwierpen een vrijstaand complex bestaande uit een dieperliggende hoogbouw met bijgebouw van in totaal 71 wooneenheden. Het bijgebouw is het verbindende element tussen de hoogbouw en de omringende bebouwing doordat de architecten het pand aan de rooilijn plaatsten en eenzelfde kroonlijsthoogte gaven als de omliggende gebouwen. Zowel aan de voor- als achterzijde van het gebouw werd het perceel ingericht met groen, met in de zuidwestelijke hoek van het perceel een kleine speeltuin.

De onderkelderde hoogbouw telt elf bouwlagen en veertien traveeën, het bijgebouw is opgebouwd uit vier bouwlagen en drie traveeën. Tussen de hoogbouw en het bijgebouw is er een verbindend toegangsgebouw van drie bouwlagen. De appartementen zijn ontworpen volgens het 'maisonettetype' en zijn dus verdeeld over telkens twee bouwlagen. De wooneenheden van de hoofdbouw worden ontsloten via vijf open galerijen, één per twee verdiepingen, die zich aan de achtergevel van het complex bevinden. De hoofdingang van de hoogbouw bevindt zich in het oosten. Aan deze zijde en aan de zuidelijke zijde bevinden zich de terrassen van de appartementen, waardoor een maximale bezonning wordt verkregen. Het grote niveauverschil tussen de voor- en achtergevel van de hoogbouw wordt opgevangen door een extra kelderverdieping, boven het maaiveld zichtbaar aan de westelijk georiënteerde achtergevel.

De hoogbouw, steunend op een fundering van Frankipalen, heeft een skelet van gewapend beton. Dit betonskelet werd opgevuld met niet-dragende wanden opgebouwd uit opgaand metselwerk of houten invulelementen. Het gebouw is grotendeels bekleed met panelen van sierbeton in onder meer de noord- en zuidgevel en verticaal golvende silexbeton in onder meer de oost- en westgevel. De verticale golven doorbreken de horizontale structuur van het gebouw. De betonnen kolommen en balken op de begane grond aan de voorgevel zijn niet bekleed met gevelelementen, maar zijn van uitgewassen beton, ingevuld met dunne, lichtgeel geëmailleerde bakstenen in halfsteensverband. Ook de gelijkvloerse verdieping aan de oostgevel is bekleed met deze geëmailleerde stenen. Het uitzicht van zowel de voor- en achtergevel als de zuidgevel werd gekenmerkt door borstweringen en claustra van gewapend beton aan de terrassen en galerijen. De centraal gelegen inkom wordt overdekt door een kleine luifel van gewapend beton. Het bijgebouw aan de rooilijn is eveneens opgebouwd uit gewapend beton, gecombineerd met eenzelfde geëmailleerde lichtgele baksteen in halfsteensverband als in de hoogbouw. Onder en tussen de vensteropeningen werden er lichtgele panelen aangebracht. Beeldbepalend zijn hier ook de overdekte terrassen, afgesloten met borstweringen en claustra van gewapend beton met ronde en vierkante uitsparingen ter hoogte van de tweede verdieping. De rechthoekige vensters waren oorspronkelijk ingevuld met houten, geometrisch verdeelde ramen.

Interieur

De hoogbouw telt twee kelderniveaus, met toegangen aan zowel de voor- als achtergevel. Naast garages omvat de kelder enkele technische ruimten, bergplaatsen en een ruimte voor een centrale afvalcontainer. Op de begane grond bevinden zich volgens het bouwplan de gemeenschappelijke voorzieningen als de inkomhal, trappenzaal met brievenbussen, bergplaatsen, een ruimte voor de lokaalbewaarder en een bergplaats voor kinderrijtuigen. De inkomhal en de trappenzaal waren oorspronkelijk bekleed met eenzelfde geëmailleerde, lichtgele baksteen in blokverband, de inkomhal werd recent gerenoveerd.

Residentie Olympia omvat in totaal zeven verschillende type-appartementen volgens het duplex-principe. Type-appartement A werd toegepast in 45 appartementen en bestaat uit een kleine keuken en woonkamer op niveau van de toegangsgalerijen en twee slaapkamers, een bergruimte, badkamer en afzonderlijk toilet op bovenliggend niveau. Deze appartementen hebben een ruim terras aan de oostgevel. Type-appartement B werd toegepast in vijf appartementen. Elk appartement heeft drie slaapkamers, allen boven het niveau van de galerij. De opbouw van deze appartementen is verder identiek aan de type-appartementen A. Type-appartement C werd eveneens toegepast in vijf appartementen. Elk appartement heeft net als de types B drie slaapkamers, maar de extra slaapkamer bevindt zich niet boven de galerijen, maar op het niveau van de leefruimte en keuken. Type-appartement D werd eveneens toegepast in vijf appartementen. Dit zijn de kopse appartementen aan de noordgevel die elk vier slaapkamers hebben, waarvan één op niveau van de galerij. Type-appartement E werd eveneens toegepast in vijf appartementen. Dit zijn de kopse appartementen aan de zuidgevel. Ze hebben elk drie slaapkamers, allen op niveau van de galerij, en een terras aan de zuidgevel. Type-appartement F bevindt zich enkel in de bijbouw en werd toegepast in 2 appartementen, opgebouwd in spiegelschema. Deze appartementen bevinden zich op de gelijkvloerse en de eerste verdieping en hebben geen terras. Elk appartement heeft drie slaapkamers op niveau van de galerij aan de westgevel. Type-appartement G bevindt zich eveneens enkel in de bijbouw en werd toegepast in 3 appartementen. Deze appartementen bevinden zich op de tweede en derde verdieping en hebben wel een terras aan de oostgevel. Elk appartement heeft eveneens drie slaapkamers op niveau van de galerij aan de westgevel. Daarnaast bood het bijgebouw aan de straatzijde op de gelijkvloerse verdieping ook ruimte voor een winkel.

Verbouwingen en totale renovatie

Residentie Olympia vertoonde al snel problemen met waterinfiltratie aan de gaanderijen en doorheen de gevelpanelen. In 1973 werden de loskomende betonnen gevelpanelen in de noord- en westgevel, de borstweringen op de balkons en de noodtrappen opnieuw verankerd. In de jaren 1990 werd de gevel gereinigd en waar nodig hersteld. Enkele oorspronkelijke houten ramen werden vervangen. De glazen deur en de deurwand werden dieper in het gebouw geplaatst zodat de oorspronkelijke brievenbussen die in de traphal hingen, konden worden verplaatst naar de inkomhal. Ook werd de afvalkoker omgevormd tot bergruimte en werd de speeltuin in de zuidwestelijke hoek van het perceel vervangen door zitbanken en groen. De borstweringen met vierkante uitsparingen aan de galerijen in de west- en zuidgevel werden vervangen door traditionele metalen balustrades. Diezelfde borstweringen bleven wel bewaard aan de oostgevel. Tussen 2009 en 2011 werd, onder leiding van het architectenbureau Arch & Teco Group, het buitenschrijnwerk van zowel de hoofdbouw als het bijgebouw volledig vervangen. De westgevel met externe noodtrap werd gerenoveerd en de verwarmingsleidingen werden ontdaan van hun asbestisolatie en vervangen. Volgend op deze vernieuwingen werd onder leiding van hetzelfde architectenbureau vanaf 2011 tot 2014 gewerkt aan de totale binnenrenovatie van de 71 appartementen. De liften werden vervangen en de nodige werkzaamheden werden uitgevoerd om over te gaan van een collectieve verwarmingsinstallatie naar individuele centrale verwarmingsketels op aardgas. Er werd eveneens een tweede noodtrap voorzien aan de buitengevel. Bij de uitvoering van de werken in 2011-2012 werd vastgesteld dat de betonnen gevelpanelen opnieuw los zaten en dreigden naar beneden te vallen. Om dit op te vangen werd bijkomend een metalen verankering voorzien en werden zowel de noordelijke als zuidelijke zijgevels bekleed met leien.

Evaluatie

Dit gebouw werd binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium zeer hoge tot uitzonderlijke erfgoedwaarde toegekend (top van de selectie).

Het dankt die waarde in de eerste plaats aan de architecturale waarde als een uitgesproken en vrij vroeg voorbeeld van het CIAM-modernisme en meer specifiek van de invloed van Le Corbusier’s Unité d’habitation in de sociale woningbouw. Dit vertaalt zich in de keuze voor vrijstaande hoogbouw, de planindeling (met maisonnettes en duplexgalerijen) en het brutalistische gevelbeeld (betonnen platen, borstweringen en claustrae). Door de ontwerpgeschiedenis kan het gebouw ook gelinkt worden aan het oeuvre van Gaston Eysselinck, één van de belangrijkste modernistische architecten in Vlaanderen. De eerder uitzonderlijke opdrachtgever (Oost-Vlaamse Huurderscoöperatie) geeft het geheel een historische waarde, evenals de naam (Olympia), die verwijst naar de Olympische ambities van de stad.

  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen particuliere woningen, G12, 1954/V/18.
  • BAUTERS L., DEVOS P., PIETERAERENS M., ROBIJNS L., SNAUWAERT L. & VAN DAMME J. 2008: Themabrochure Open Monumentendag 2008 – 20ste editie 20ste eeuw. Modern denken, Gent, 65-66, 81.
  • BISSCHOP M.L., DESEYN G., DESMEDT J., JOOS L. 1984: Volkshuisvesting in Gent, Gent, 87.
  • DE MEULDER B., DE DECKER P., VAN HERCK K., RYCKEWAERT M., VANSTEELANT H. e.a., 1999: Huiszoeking. Een kijkboek sociale woningbouw, Gent, 10-86.
  • DUBOIS M. 1986: De fatale ontgoocheling, architect Gaston Eysselinck, zijn werk te Oostende 1945/1953, Oostende, 27-31.
  • DUBOIS M. 1988: Gentse architectuur van deze eeuw: een overzicht, in: DE KOONING M. (red.) Architectuur als buur. Panorama van Gent en omstreken 1968-88, Turnhout, 30-35.
  • LAPORTE D., SNAUWAERT L. 2003: Gids voor architectuur in Gent, Tielt, 393.
  • VAN CAUSENBROECK B. 1998: Rode daken: De Goede Werkmanswoning 75 jaar, Gent, 95-97.
  • VERHOFSTE A.M. 2008: Wonen in Gent van 1914 tot 2000. Stadsmussen onder dak 2, Gent, 27.
  • WALLAERT G. 1957: Woningvraagstuk en sloping van krotten te Gent, Brussel, Wonen 1.6, 90.
  • BERGHMAN J., GRYP A. 2007: Sociale hoogbouw in België (1950-1970). Een vergelijkende analyse, Onuitgegeven scriptie, Universiteit Gent, Faculteit ingenieurswetenschappen, Vakgroep Architectuur en Stedenbouw.
  • Artesis Hogeschool Antwerpen, Opleiding Monumenten- en Landschapszorg, 1ste master, Onuitgegeven nota’s Marilys Versele, 2012-2013.
  • Universiteit Gent, Opleiding Kunstwetenschappen, 1ste licentie, Onuitgegeven oefening bouwkunst Stefan Looze en Bert Van Der Veken, 2005-2006.

Bron     : -
Auteurs :  Depuydt, Katrijn, Vandeweghe, Evert
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Residentie Olympia [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/216619 (Geraadpleegd op 03-06-2020)