Domherenhuis met park

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Heusden-Zolder
Deelgemeente Zolder
Straat Dekenstraat
Locatie Dekenstraat 39, Heusden-Zolder (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Heusden-Zolder (actualisaties: 21-09-2007 - 27-09-2007).
  • Adrescontrole Heusden-Zolder (adrescontroles: 12-11-2007 - 12-11-2007).
  • Inventarisatie Heusden-Zolder (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Domherenhuis met park

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

omvat de bescherming als monument Domherenhuis met park: centrale vleugel, conciërgerievleugel, poort, schuurtje en park
gelegen te Dekenstraat 39 (Heusden-Zolder)

Deze bescherming is geldig sinds 05-06-2003.

Beschrijving

Het Domherenhuis werd circa 1785-1795 gebouwd door Antoine Lambert de Villenfagne, domheer van het domkapittel te Luik. Het betreft een U-vormig complex, waarvan de centrale vleugel dateert van circa 1795, de oostelijke vleugel van 1938 en de westelijke vleugel van 1964. Het pand is gelegen in een ruim, boomrijk park.

Historiek

Het Domherengoed is een afsplitsing van de baronie Vogelsanck, waarop in 1785 voor Antoine Lambert de Villenfagne (1753-1822), tot 1794 kanunnik of domheer van het Sint-Lambertuskapittel te Luik, een hoeve werd gebouwd. Na de opheffing door de Franse revolutie leefde hij in Zolder, werd er burgemeester en gaf zijn naam aan het goed. Het huis, dat meerdere vergrotingen en verbouwingen kende in de loop van de 19de en 20ste eeuw, diende nadien als woning voor de toekomstige opvolger van Vogelsanck, voor jongere zonen of ongehuwde dochters. In tussenliggende jaren waren de gebouwen louter hoeve, een functie die met de jaren werd ingekrompen en volledig werd opgeheven toen het domein in 1976 door de gemeente werd verworven. In de periode 1904-1928 werd het Domherenhuis verhuurd aan ingenieurs van de plaatselijke mijn. Sedert 1999 werden de gebouwen verkocht aan de Stichting Limburgs Landschap, maar het park bleef gemeentelijk bezit.

Het Primitief kadaster van 1827 toont op de Schobbenberg een gebouwencomplex met binnenkoer, bereikbaar vanuit het noorden via een korte dreef vanaf de Dekenstraat, een omhaagde moestuin aan de straat, boomgaarden bij de gebouwen, bouw- en weilanden, te midden van percelen bos. Het goed was ook bereikbaar vanuit het zuiden (richting kasteel van Vogelsanck) via een voet- of koetsweg, die nu niet langer bestaat, maar wel voelbaar is op het terrein en ook op de latere kadasterkaart is aangegeven (geen perceelnummer). De legger geeft als eigenaar (Jean) Louis J.M. de Villenfagne (1752-1823), baron van Vogelsanck, op, broer van de domheer.

Tot 1850 lagen de gebouwen in los verband rond een binnenkoer. De mutatieschets van dat jaar noteert de verdwijning van het hoekgebouwtje en de vergroting van het huis dat van dan af de hele zuidelijke vleugel in beslag nam en voorafgegaan is door de twee L-vormige boerderijvleugels. Naar alle waarschijnlijkheid gebeurde dit toen baron Alphonse de Villenfagne de Vogelsanck (1802-1877) en zijn echtgenote Thérèse Pelsser de Lichtenbusch het Domherenhuis in 1847 betrokken. In 1872 werden belendende percelen ten westen samengevoegd, mogelijk in functie van een parkaanleg, en verscheen ten noordwesten de losstaande schuur - die al wel op de kaart van het Dépôt de la Guerre (opname 1868) stond - en er nog steeds is. Haar baksteenbouw met muizentandfries, vlechtingen en ruit van gesinterde baksteen in de zijpuntgevel verwijst eerder naar de eerste helft van de 19de eeuw; mogelijk werd het gebouw pas later gekadastreerd. De kadastrale schets van 1937 toont de verbreding van het erf, door het achteruit bouwen van de nieuwe, nog bestaande oostelijke vleugel met conciërgerie en kapel, die in de hoek door een overluifelde poort met het huis werd verbonden. Tenslotte werd in 1964 de westelijke vleugel met lemen boerenhuis en schuur in het verlengde vervangen door een bakstenen nieuwbouw. Omdat men bij de 20ste-eeuwse vernieuwingen nagenoeg dezelfde stijl aanhield, ontstond er ondanks de verschillende ontstaansperioden een vrij homogeen uitzicht. Het huis, dat als enig onderdeel van kort vòòr 1850 dateert en een oudere kern bezit, onderscheidt zich door de uitgesneden daklijstbalkjes en windborden in de zijgeveltoppen en de dakkapellen, die het rustiek karakter ervan bepalen. Foto’s tonen geschilderd houtwerk en sporen van witkalk op de parkgevel. Wat het park betreft, zijn er interpretatie- en dateringsproblemen, die zolang het familiearchief op het kasteel Vogelsanck niet toegankelijk is, niet met zekerheid kunnen opgelost worden. Een poging het parkgegeven te koppelen aan de evolutie van de gebouwen, gecombineerd met de familiegeschiedenis en terreinbezoek, kan één en ander ondertussen toch verhelderen.

De literatuur wijst graag naar Louis de Villenfagne (1752-1823), die ondanks zijn blindheid door een jachtongeval als jonge man, een kenner was van bomen, planten en bloemen en menige soort introduceerde met de hulp van een kapelaan-secretaris, niet enkel in het park van Vogelsanck maar ook hier. De percelen 1474 en 1476 van de Primitieve kadasterkaart, in de legger van 1844 als bos aangeduid, blijken op het terrein doorkruist te zijn door een net van bochtige en geschulpte paadjes in snelle kronkels, op de manier van een oude ‘Engelse’ tuin. Dit type gaat tot rond 1800 terug en kan dus nog dateren uit de periode van de blinde baron of zijn broer. De begroeiing is er echter veel jonger, op één enkele bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) na. Met uitzondering van enkele kastanjebomen (Castanea sativa) (onder meer het laag vertakte exemplaar bij het oude schuurtje) geldt dit ook voor de andere bomen. Bovendien zijn sommige soorten, zoals bijvoorbeeld de wierookcipres (Calocedrus decurrens), pas veel later in deze streken geïntroduceerd. Het net van smalle kronkelpaadjes is op geen enkele kaart genoteerd, ook niet op de kaart van het Dépôt de la Guerre met de terreinopname van 1868, die niet verschilt van het grondgebruik op het Primitief kadasterplan. Wel strekt zich ten zuiden van het huis een vierkant grasveld uit met onderaan een veldweg, waarvan zich een oprit aftakt naar de oostelijke hoek, tussen huis en dienstvleugel, dus waar in 1937 de overluifelde nog bestaande poort werd gebouwd. Tussen het schuurtje en de westelijke vleugel vertrekt er, als verlengde van de rechte, nog bestaande oprit vanuit het noorden, een recht laantje dat de grens vormde tussen het grasveld en de beboste zone ten westen. Nu in gras omgezet, ervaart men het op het terrein nog slechts dankzij de bomenrij.

Op de stafkaart met de terreinopname in 1884, haakt hierop de rondweg in het grasveld in en ligt er een paviljoen links, aan het einde van het laantje, dat verderop aansluit op bospaden en de reeds vermelde zuidelijke oprit. Die bestaat vandaag enkel nog als een haha, een talud dat de grens vormt tussen het park en het lager gelegen akkerland. Het landschap met goed gepositioneerde bomen (linde, bruine beuk, zomereik) als punt- en lijnelementen is daardoor bij het park betrokken. Vanuit het huis was deze koetsweg immers, dankzij de haha nooit zichtbaar en had men, zoals nog steeds het geval is, van het zuidoosten tot het zuidwesten een weids zicht op het lager gelegen landschap. Een zilverlinde (Tilia tomentosa) en het licht ondulerend grasveld dienen nog steeds als voorgrond voor de zichtlijnen. De in kleur, vorm en soorten variërende bomen ten oosten en ten westen van het grasveld schermen de bospercelen af en vormen de grens van het park. Deze parkaanleg, met schilderachtig karakter, mag men in het laatste kwart van de 19de eeuw dateren en dus toeschrijven aan Léon de Villenfagne de Vogelensanck (1861-1930), kleinneef van de blinde baron. Hij bewoonde - zoals zijn vader Alphonse de Villenfagne (1802-1877) - het Domherenhuis van 1868 tot 1904, jaar waarin hij zijn kozijn Jules de Villenfagne als heer van Vogelsanck opvolgde en naar het kasteel verhuisde. Pas in 1931 kwam de familie weer zelf naar het Domherenhuis, met douarière Léon en haar dochter Hélène de Villenfagne (1887-1966). Zij gaven de gebouwen hun huidig aspect - hun wapenschilden staan boven de nieuwe deuromlijsting - en verrichtten ook nieuwe aanplantingen, onder meer de rododendrons als onderbegroeiing aan de rand van het grasveld en enkele Azalea luteum ten westen.

Beschrijving

Het centraal gedeelte van het Domherenhuis is een dubbelhuis van zeven traveeën en twee bouwlagen onder een gebogen zadeldak (kunstleien), met neogotische dakkapellen (19de eeuw) voorzien van windborden. Het bakstenen gebouw heeft een licht verhoogde begane grond en een gecementeerde plint. De rechthoekige vensters hebben een strekse bovendorpel en een kalkstenen lekdrempel. De brede, latere bakstenen korfboogdeur (cf. bouwnaden) is uitgewerkt met een uitstekende, bakstenen booglijst, kalkstenen neuten, imposten en sluitsteen met wapenschild en opschrift : “TENACITER URGET”. De achtergevel is gelijkaardig, behalve de rechthoekige deur met oorspronkelijk houtwerk, en een fraai, waaiervormig bovenlicht. Aan de zijgevels zijn 19de-eeuwse windborden aangebracht.

Ten noordwesten bevindt zich een dienstgebouw van vier traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak (Vlaamse pannen) uit de 19de eeuw. Het bakstenen gebouwtje is voorzien van drie getoogde poorten van verschillende grootte en twee rechthoekige vensters. De zijgevels hebben muurvlechtingen.

Het park rond het Domherenhuis is een landschappelijk en dendrologisch belangrijk park van 5 hectare, zonder begrenzing noch waterpartij, en is de restant van een kasteeldomein van 22 hectare, met een kern van rond 1800, herzien tijdens het laatste kwart van de 19de eeuw en sinds 1976 gemeentelijk bezit.

Het goed ligt op een tertiaire heuvelrug ten oosten van het dorp. De gebouwen zijn ingeplant op het hoogste punt van de omgeving en het park is één van de weinigen zonder duidelijke begrenzing, wandelwegen, vijver of waterpartij.

Vandaag is het goed enkel bereikbaar via een recentere, rechte oprijlaan in een bosje van gewone fijnspar (Picea abies). Ten westen lag daar tot de bouw van het cultureel centrum einde jaren 1970, een moestuin en boomgaard. De moestuinmuur aan de straat werd opgeofferd voor parkeerplaatsen. Enkele oude fruitbomen bleven nog overeind. Alle oude tuinpaden verdwenen, er werd een smal joggingpad in dolomiet aangelegd en een fitometer ingericht, ingrepen die een inbreuk - ook visueel - betekenen op het historisch aspect van het domein.

  • Beschermingsdossier DL002305, Heusden-Zolder: park van het Domherenhuis (S.N., 2003, digitaal dossier).
  • De Maegd C. (red.) 2006: Historische tuinen en parken van Vlaanderen, Inventaris Limburg, Deel 2: As, Beringen, Diepenbeek, Genk, Ham, Hasselt, Heusden-Zolder, Leopoldsburg, Lummen, Opglabbeek, Tessenderlo, Zonhoven, Zutendaal, M&L Cahier 12, Brussel, 145-148.
  • Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.

Bron: -

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Zolder

Zolder (Heusden-Zolder)

is gerelateerd aan Park van het Domherenhuis

Dekenstraat 39 (Heusden-Zolder)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.