Vakwerkhoeve De Zwarte Stijltjes

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Vakwerkhoeve De Blauwe Stijltjes
Provincie Limburg
Gemeente Nieuwerkerken
Deelgemeente Nieuwerkerken
Straat Diestersteenweg
Locatie Diestersteenweg 217, Nieuwerkerken (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Nieuwerkerken (actualisaties: 25-10-2007 - 25-10-2007).
  • Adrescontrole Nieuwerkerken (adrescontroles: 21-11-2007 - 21-11-2007).
  • Inventarisatie Nieuwerkerken (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Vakwerkhoeve De Zwarte Stijltjes

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als monument Vakwerkhoeve De Zwarte Stijltjes met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 01-10-2010.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Volgens de kadastrale informatie wordt de vakwerkhoeve in 1877 opgericht door de familie Lejeune – de Schiervel op een plaats genaamd "Rooden Vard" (geregistreerd als bouwland). De hoeve wordt op de bijhorende mutatieschets ingetekend als bestaande uit twee parallelle volumes (woonhuis en stal), gelegen op de hoek van een dreef (perceel 169b) en de Steenweg van Diest naar Sint-Truiden. De familie Lejeune – de Schiervel woonde in het kasteel van Nonnen-Mielen in Sint-Truiden.

In 1882 noteert het kadaster een fout met betrekking tot de aard van de percelen 168 d (hoeve) en 191 a (bos). Sindsdien wordt de hoeve op de mutatieschetsen ingetekend op het laatstgenoemde perceel, op een plaats genaamd “Kleinveld”). In 1913 registreert het kadaster de aanleg van een (thans verdwenen) tramlijn, die langsheen de hoeve loopt. Vervolgens wordt in 1946 een vergroting van het hoevecomplex kadastraal geregistreerd. De vergroting bestaat volgens de bijhorende mutatieschets uit de constructie van een tweede (bakstenen) stal met bakhuis ten zuiden van het erf. Daarnaast wordt een wijziging ingetekend aan het volume van de reeds bestaande stal. Verder wordt het hoeveperceel opgesplitst in 191 e (hoeve) en 191 f (tuin). De hoevecomponenten ondergingen volgens de kadastrale mutatieschetsen sindsdien geen wijzigingen meer tot op heden. Dit komt niet overeen met de feitelijke terreinsituatie, daar het bakhuis thans verdwenen is en tegen de vakwerkwoning en –stal latere aanbouwsels onder lessenaarsdaken zijn opgericht.

Voor wat de omgeving van de hoeve betreft, werd het omgevende bouwland (perceel 190 a) geleidelijk aan verkaveld om later van nieuwe woningbouw voorzien te worden. Ook het erf van het hoevecomplex onderging volgens het kadaster in de loop van de tijd enkele wijzigingen.

Exterieur

De hoeve, zogenaamd "De Zwarte Stijltjes", met losstaande bestanddelen is gelegen op de hoek van de Diestersteenweg en de Schelfheidestraat. De hoevecomponenten zijn geschikt rond een rechthoekig erf en bestaan uit een woonhuis ten oosten en twee stalvolumes ten westen en ten zuiden. Op het erf is een waterput met betonnen bovenbouw en een waterpomp bewaard. Het woonhuis en de ertegenover gelegen stal zijn opgetrokken in gepikt stijl- en regelwerk met witgekalkte lemen vullingen onder zadeldaken met Vlaamse pannen. De stal ten zuiden van het erf werd volgens de kadastrale informatie later toegevoegd en is opgetrokken in baksteenbouw onder een zadeldak met Vlaamse pannen.

Het woonhuis omvat vijf traveeën en is anderhalve bouwlaag hoog op een hoge, gecementeerde plint. De voorgevel (straatzijde) telt zes gebintstijlen, twee regels en verscheidene schoren en Sint-Andrieskruisen. Boven de deurtravee bevindt zich een houten laadvenster onder zadeldakje. De muuropeningen bestaan uit twee beluikte bolkozijnen en een deur met bovenlicht voor wat de eerste bouwlaag betreft en uit twee kleine bolkozijnen voor wat de bovenverdieping betreft. De benedenverdieping van de achtergevel is volledig versteend en gaat schuil achter recente aanbouwsels onder lessenaarsdaken (onder meer de veranda). Deze aanbouwsels dateren van na 1977 (= datum foto’s inventaris bouwkundig erfgoed) en hebben geen erfgoedwaarde. Op de bovenverdieping zijn twee kleine bolkozijnen met de oorspronkelijke roedeverdeling bewaard. De rechter zijgevel van het woonhuis bevat een oculus. De linker zijgevel bevat twee kleine vensteropeningen.

De tegenover het woonhuis gelegen stal omvat vier traveeën. De voorgevel telt vijf gebintstijlen, vier regels en drie kleine Sint-Andrieskruisen onder de dakrand. De muuropeningen bestaan uit twee staldeuren, enkele kleine stalvensters en twee zolderluiken. Recent (na 1977) werden in de eerste twee traveeën (van links naar rechts) muuropeningen bijgemaakt in de vakken onder de dakrand. Zowel tegen de achtergevel als tegen de linker zijgevel staan recente (bak)stenen aanbouwsels onder lessenaarsdaken. De aanbouwsels tegen de achtergevel staan al afgebeeld op de inventarisfoto’s van 1977. De aanbouw tegen de linkerzijgevel dateert van na 1977 en staat op de plaats waar voordien het bakhuis gelegen was. Deze aanbouwsels hebben geen erfgoedwaarde.

De later toegevoegde stal ten zuiden van het erf is volledig in baksteenbouw opgetrokken. Boven de deurtravee bevindt zich een houten laadvenster onder zadeldakje.

Interieur

De indeling van het woonhuis beantwoordt aan die van het dubbelhuistype, waarbij de benedenverdieping uit twee grote vertrekken (woonkamer en eetkamer met keuken) bestaat die van elkaar gescheiden worden door een centrale gang. Beide vertrekken hebben een haard tegen de zijgevel. De troggewelven in de eetkamer zijn niet oorspronkelijk. Naar verluidt zou één van de grote vertrekken vroeger als café dienst gedaan hebben. Vanuit de centrale gang vertrekt een authentieke trap naar de bovenverdieping, waar zich de slaapkamers bevonden. Achter de gang bevond zich eertijds een – thans verdwenen – opkamer.

Voor wat de vakwerkstal betreft, werden een gedeelte van de oorspronkelijke achtergevel en de volledige linker zijgevel opengewerkt naar de (bak)stenen aanbouwsels toe. Desondanks is het vakwerkgeraamte met de oorspronkelijke spantstructuur (met goed leesbare telmerken) nog duidelijk aanwezig. Op het gebint zou volgens de inventaris van het bouwkundig erfgoed het jaartal 1835 bewaard zijn. Dit kon niet geverifieerd worden.

Ruimtelijke context

De vakwerkhoeve is beeldbepalend ingeplant op de hoek van de Diestersteenweg en de Schelfheidestraat. De Diestersteenweg, die in circa 1846 aangelegd werd als de Steenweg van Diest naar Sint-Truiden, wordt in Sint-Truiden door een dreef verbonden met het kasteel van Nonnen-Mielen . Hier woonde destijds de familie Lejeune – de Schievel, die de hoeve opgericht heeft.

De hoeve zelf werd oorspronkelijk omgeven door bouwland ("Kleinveld"), dat door een dreef (huidige Schelfheidestraat) van het naastgelegen weiland ("Rooden Vard") gescheiden werd. In de loop van de tijd werd dit bouw- en weiland verkaveld en langs de straatzijde bebouwd met woningen.

Op de lintbebouwing langs de Diestersteenweg en de Schelfheidestraat na, bestaat de ruimere omgeving van de hoeve voornamelijk uit agrarisch gebied (akker- en weilanden, fruitplantages), bosgebied ("Schelfheide") en natuurgebied. Vermeldenswaardige cultuurhistorische elementen in het landschap zijn verder de ten westen gelegen Schelfhoeve (ook Kasteel van Schelfheide genoemd) en Schelfheidewinning.

  • F. SCHLUSMANS, Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6n 2 (He-Z). Provincie Limburg. Arrondissement Hasselt, Gent, Snoeck-Ducaju, 1981, pagina 636-637.

Bron: Beschermingsdossier DL002582

Auteurs: Gyselinck, Jozef

Datum tekst: 2010

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Nieuwerkerken

Nieuwerkerken (Nieuwerkerken)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.