Parochiekerk Sint-Jacobs

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Bij Sint-Jacobs
Locatie Bij Sint-Jacobs zonder nummer, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Gent (actualisaties: 01-01-2006 - 24-09-2007).
  • Adrescontrole Gent (adrescontroles: 25-09-2007 - 25-09-2007).
  • Inventarisatie Gent (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1983).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Jacobs

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Jacobs

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

Beschrijving

Eén der drie romaanse kerken in de stadskuip. Voornamelijk opgetrokken uit Doornikse kalksteen (gerestaureerd met blauwe hardsteen), later verwerkt met Balegemse zandsteen. In kern opklimmend tot de 12de eeuw, doch met talrijke verbouwingen door de eeuwen heen en een grondige restauratie in het vierde kwart van de 19de eeuw. De plattegrond ontvouwt een driebeukige pseudo-kruisbasiliek van vijf traveeën met zijkapellen aan beide zijden, twee vierkante westtorens, een achtkantige kruisingstoren, transept, vijfzijdig koor met kranskapellen en een sacristie ten zuiden. Om precieze data van de verschillende bouwcampagnes te kunnen vaststellen ontbreken de nodige documenten. Wel weet men dat de eerste kerk afbrandde in 1120 zodat men enkele jaren later de bouw van een nieuwe kerk aanvatte. Uit de tweede helft van de 12de eeuw resten ons de romaanse westtorens met vier registers gemarkeerd door kordons: rondboogvensters voorzien van een deelzuiltje en blindnissen thans verfraaid met mijterbogen. De achtkantige spits van Ledesteen met hogels van de zuidtoren dateert uit de 15de eeuw.

De puntgevel die de twee torens verbindt werd bij de restauratie volledig vernieuwd: rondboogportaal voorzien van archivolten, de bovenbouw met versnijding vertoont een gelijkaardig rondboogvenster waarboven een rozet is aangebracht, geflankeerd door lisenen onderling verbonden door een bogenfries, waarboven de geveltop met een rondboogvormig tweelicht. Twee neogotische kapellen met spitsboogvensters flankeren de westgevel. In de kruisingstoren, gedragen door vier pijlers, worden de romaanse geleding met rondboognissen en de twee gotische bouwlagen met spitsboogvormige galmgaten gescheiden door waterlijsten. De overgang van vier- naar achtkant is aan de buitenzijde merkbaar aan de hoekige uitbouw afgedekt met een half piramidale spits, het geheel is afgedekt met een hoge naaldspits.

Het romaanse transept van twee traveeën met puntgevels verkreeg door de restauratie een neogotisch uitzicht. Deze romaanse elementen verraden een duidelijke Normandische invloed op de architectuur van de linker Scheldeoever. In de loop van de 13de eeuw werden schip en koor reeds in gotische stijl heropgebouwd. De huidige middenbeuk dateert uit die periode: door de verhoging van het vloerpeil zijn onder de gotische zuilen de basissen van de romaanse pijlers bewaard. De huidige zijbeuken en de met afzonderlijke schilddaken afgesloten zijkapellen, op een afgeschuinde plint met spitsboogvensters, tussen de steunberen (met dubbele versnijding) van de zijbeuken dateren echter uit begin 17de eeuw hoewel de 13de-eeuwse funderingen werden behouden. Zij worden slechts enkele decennia later overwelfd. Het koor wordt begin 15de eeuw heropgericht in Ledesteen en uitgebreid met een kooromgang en straalkapellen, voorzien van spitsboogvensters en gescheiden door steunberen met versnijding; ten noorden traptorentje. In de 18de eeuw werd de kerk aangepast aan de nieuwe tendensen waardoor ze een totaal ander uitzicht verkreeg. Het hoofdportaal werd volledig bepleisterd en voorzien van drie nieuwe geveltoppen in klokvorm met drie nieuwe portalen, hetzelfde gebeurde bij de transeptgevels. De gotische muuropeningen werden vervangen door segmentboogvensters en het maaswerk werd verwijderd. De sacristie ten zuiden van de kerk werd in 1751 met één verdieping verhoogd: zandsteenbouw op rechthoekige plattegrond van vijf traveeën afgedekt met een zadeldak (leien) met drie dakkapellen; rechthoekige getraliede vensters.

De restauratie tussen 1870-1906 onder leiding van Auguste Van Assche gebeurde in de tijdsgeest van de neogotiek. Vooreerst werd de voorgevel onder handen genomen, daarbij heeft men zich echter te veel door fantasie laten leiden: het portaal werd veel te rijk uitgewerkt dan oorspronkelijk het geval was. In de blindnissen van de westtorens plaatste men mijterbogen hoewel dit architectonisch niet te verantwoorden was. De aanleunende 18de-eeuwse kapellen werden omgebouwd in neogotische stijl. De puntgevels van het 13de-eeuwse transept werden voorzien van neogotische portalen en vensters. Verder restaureerde men de steunberen en de bedaking. De kerk werd in- en uitwendig gedecapeerd en opnieuw van spitsboogvensters voorzien.

Interieur

Sober, voornamelijk gotisch interieur. Tweeledige opstand met bovenlichten. Zuilen op achtkantige sokkel (onder de huidige bevloering) met bladkapitelen en achtkantige dekplaat dragen de spitsboogarcaden die de verschillende beuken scheiden, de pijlers tussen de beuken en de zijkapellen rusten op een achtkantige basis. Kruisribgewelven met brede ribben (van zandsteen en in de middenbeuk van Doornikse kalksteen) en gordelbogen op consoles, verbonden door een kroonlijst. Het koor heeft een drieledige opstand met kapiteelloze achtkantige pijlers (basissen onder vloerpeil) en spitsboogvormige scheibogen eveneens met kruisriboverwelving rustend op consoles. De overgang naar kranskapellen wordt geopend door geprofileerde pijlenbundels met spitsbogen.

Mobilair

Bijzonder vermeldenswaardig is de torentabernakel van 1593 in renaissancestijl opgetrokken uit wit en zwart marmer en koper verrijkt met taferelen uit Oude en Nieuwe Testament. Hoofdaltaar vervaardigd door J. Cox in 1657. Marmeren zijaltaren uit de 17de en de 18de eeuw. Koorgestoelte en communiebank van circa 1830. De preekstoel van 1786-1791 boven het marmeren beeld van Sint-Jacobs is het meesterwerk van Ch. Van Poecke. Verscheidene mooie biechtstoelen uit einde 17de en 18de eeuw. Rijke verzameling schilderijen en gevarieerde schat uitvoerig beschreven door Fr. Verstraaten. Verscheidene grafmonumenten onder meer het praalgraf van Jan Palfijn door Ch. Van Poecke vervaardigd in 1784 en het graf van G. Bronchorst en M. de Warlusel uit 1659 door J. Mattheys.

  • DE SMIDT F. 1966: De St.-Jacobskerk te Gent,.
  • KERVYN DE VOLKAERSBEKE P. 1858: Les églises de Gand, Gent, deel II, 45-60.
  • VERSTRAATEN FR., St.-Jacobskerk Gent, Inventaris van het kunstpatrimonium.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. & Dambre-Van Tyghem F. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NA, Brussel - Gent.

Auteurs: Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 1976

Relaties

maakt deel uit van Bij Sint-Jacobs

Bij Sint-Jacobs (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.