is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Zellaer
Deze vaststelling is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Zellaer
Deze bescherming is geldig sinds
is deel van de aanduiding als erfgoedlandschap Vallei van de Bruine Beek
Deze aanduiding is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Zellaer
Deze vaststelling was geldig van tot
Het kasteel Zellaer is gelegen in een bosrijk park, op de hoek van de Oude Baan en de Zellaerdreef. Het middeleeuws geïnspireerd kasteel werd in 1885 opgetrokken naar ontwerp van architect Heugenbaarts.
Vanaf de 12de eeuw behoorde de heerlijkheid Bonheiden tot het Land van Mechelen. Het oorspronkelijke, feodale waterslot werd naar verluidt in het midden van de 13de eeuw opgericht door Wouter Berthout, terwijl er anderzijds begin 13de eeuw ook sprake is van een Arnold van Zellaer als eerste bewoner. Het machtige geslacht Berthout, heren van Grimbergen, verwierf vermoedelijk in de periode van de invallen van de Noormannen de voogdij over het Land van Mechelen.
De eerste eigenaar die met zekerheid kan benoemd worden, is Balthasar Charles (voormalig Mechels burgemeester), zoals vermeld in een akte van 1597. Het kasteel Zellaer wordt achtereenvolgens bewoond door diverse adellijke families. In 1661 koopt Amatus de Coriache het Zellaerkasteel met bijgebouwen aan. Het kasteel wordt op dat moment beschreven als een stenen huis met ophaalbrug omgeven door een gracht. De bijhorende gronden (22 bunder groot) bestonden onder meer uit een boomgaard, houtkanten en de straat van Zellaer naar Bonheiden, de huidige Zellaerdreef. In 1687 komt het goed in bezit van Petrus Fr. de Romree, heer van Bonheiden, wiens familie tot 1836 eigenaar zal blijven.
Op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden van Graaf de Ferraris (1771-1777) bestaat het kasteeldomein uit het eigenlijke kasteel omgeven door een slotgracht met bijgebouwen ten oosten en ten zuiden. In de onmiddellijke omgeving worden schematisch door bomenrijen omsloten tuinen afgebeeld. Ten oosten en zuidoosten ligt een groot aansluitend parkbos. Dit geometrisch aangelegd park heeft een oost-west georiënteerde hoofdas in het verlengde van het kasteel die uitmondt op een kanaal dat deel uitmaakt van een grachtenstelsel. In het park zijn stervormige drevenpatronen aangelegd, vermoedelijk ook ten behoeve van de jacht. Centraal in het bos is een dwarsgracht tot een ovalen vijver vergroot. Ten oosten van het kasteelpark en ten zuiden van de huidige Oude Baan bevinden zich een aantal hoevegebouwen. Vanaf het kasteel loopt een dreef die het kasteel met de kerk van Bonheiden verbindt, de huidige Zellaerdreef.
Zeer bescheiden wordt in het laatste kwart van de 18de eeuw in het verste deel van het park geëxperimenteerd met de landschappelijke stijl. Op de kadastrale mutatieschets van 1801 zijn bij de meest oostelijke grachtarm in het parkbos enkele uitstulpingen en ronde vijvers toegevoegd. Vermoedelijk is dit de locatie van de “Engelse hof” die vermeld wordt bij verkoop van het goed aan twee bevriende handelaars Van Trichtveldt en Lauwers in 1836. In deze verkoopakte is tevens sprake van een loofgang en een paviljoen tegen de Putsesteenweg. Later wordt het kasteel verkocht aan baron Albert d’Udequem d’Acoz, die het schenkt aan zijn kleindochter Gabrielle Neefs die zich er met haar echtgenoot ridder Gustavus de Vrière zal installeren.
De topografische kaart van 1864 toont ten zuiden van het kasteel een ommuurde moestuin. De parkaanleg strekt zich ook rondom het kasteel en bijgebouwen uit, van de voorheen weergegeven tuinen is geen spoor meer te zien.
In het laatste kwart van de 19de eeuw wordt het vervallen kasteel gesloopt en in 1892 vervangen door de huidige pseudo-middeleeuwse waterburcht opgetrokken met stenen afkomstig van de forten van Vilvoorde, naar ontwerp van de Mechelse architect Heugenbaarts in opdracht van baron de Vriere. Volgens de literatuur is het een kopie van een 15de-eeuws Loirekasteel. Het huidige kasteel herinnert als pseudo-middeleeuwse waterburcht aan het feodale verleden van het domein en kadert in de nostalgische sfeer van de romantiek. De kasteelvijver wordt aan westelijke zijde aangepast en uitgebreid en een ophaalbrug toegevoegd. Twee jaar later (1894) ondergaan ook de bijgebouwen grote veranderingen, waarbij een deel wordt afgebroken.
Op de topografische kaart van 1929 is de noordelijke toegang voor het eerst duidelijk zichtbaar. De bijgebouwen en de ommuurde moestuin ten zuiden zijn vervangen door een grote boomgaard. In het park waren halverwege de 20ste eeuw een aantal gebouwtjes aanwezig. Twee houten chalets, waarvan één op het eiland in gebruik als theepaviljoen. Langsheen het voorplein stond een groot ijzeren hondenhok voor de jachthonden. Daarachter stond de houtzagerij. Ook worden de landbouwgronden langs de Zellaerdreef mee opgenomen in het parkbos.
In 1962 koopt de vzw Gemeenschapsretraites - Foyer de Charité het kasteeldomein aan. De vzw laat in 1965 langs de Zellaerdreef een klooster voor benedictinessen bouwen, de Abdij van Bethlehem. Sinds het derde kwart van de 20ste eeuw tot 2016 was het als diocesaan bezinningscentrum ingericht. Vandaag wonen de zusters in het voormalige jeugdverblijf van het domein langsheen de Zellaerdreef. In 2017 werd Kempisch Landschap erfpachter van het kasteel en het domein. De gemeente werd op datzelfde moment eigenaar van 20 procent van het domein.
Het middeleeuws geïnspireerd kasteel werd in 1885 opgetrokken aan de Zellaerdreef in het noordwesten van het omringend park, met bijgebouwen ten zuidoosten. Het massief, omgracht natuurstenen kasteel op een rechthoekige plattegrond wordt gemarkeerd door drie ronde hoektorens en één vierkante donjonachtige toren in het noordwesten en is afgedekt met een complexe leien bedaking. Architect Heugenbaarts maakte gebruik van karakteristieke 'middeleeuwse' elementen zoals een overkragende bovenverdieping op consoles, kantelen en schietgaten, een ophaalbrug en hoektorens. Het kasteel is overwegend voorzien van rechthoekige muuropeningen met onder meer bol- en kruiskozijnen. Het vrijstaand poortgebouwtje aan de oostzijde bestaat uit een gedrukte spitsboogdoorgang in getoogde nis tussen polygonale torentjes met een overkragende, gekanteelde top, schietgaten. Via een stenen boogbrug leidt het poortgebouwtje naar het centrale ingangsrisaliet met getoogde poort. De zuidgevel is voorzien van brede meerlichten en een polygonale traptoren, de noordgevel van klooster- en kruiskozijnen, de westgevel is voorzien van een gedicht terras met gedrukte spitsbogen. Een houten brug verbindt het recente terras met de oever van de omgrachting.
Het interieur is ingericht in neogotische stijl, met in het voormalig woongedeelte een Vlaamse schouw van witte steen, balkconsoles met familiewapens en een houten neorenaissance-lambrisering. Het voormalig salon is gedecoreerd met Mechels goudleder, een lambrisering met houtsnijwerk en een houten plafond met polychromie. In de voormalige hal werd een kapel in gericht.
Ten zuidoosten van het kasteel bevinden zich L-vormige bijgebouwen met oorspronkelijk een koetshuis en een paardenstal, nadien omgebouwd tot garages. De bijgebouwen zijn opgetrokken met verankerde lijst- en trapgevels van bak- en natuursteen met een markante, hogere, halfronde hoektoren, in aangepaste stijl met pseudo-vakwerkbouw en een houten weergang. De muuropeningen zijn rechthoekig en gebogen, het geheel wordt afgedekt door leien daken. Op locatie huidige gemeenschapswoning voormalige hoeve.
Het huidige kasteeldomein is in de loop der tijden nagenoeg onveranderd gebleven. Het park is ingericht als parkbos met bewaarde drevenstructuur, grachten en vijvers. Het park waarvan de noordgrens met de Zellaerloop samenvalt, is aangelegd op een terrein dat afhelt naar het zuidoosten. Om de waterhuishouding te verbeteren werden hier destijds rabatten aangelegd. Deze structuur bleef bewaard.
De hoofdtoegang bevindt zich aan de Oude Baan en wordt voorafgegaan door een lindendreef naar de Putsesteenweg. Een gemetste toegangsbrug en smeedijzeren poort, wellicht uit het einde van de 19de eeuw, sluiten de toegang af.
In het bomenbestand komen beuk, zomereik, berk, tamme kastanje, lork en aangeplante parkbomen zoals platanen, tulpenbomen en sassafras voor. Het domein bevat ook enkele monumentale bomen waaronder een gekandelaarde paardenkastanje bij de vijver, een sassafras en een geknotte zilverlinde. In het oosten van het park staan op het kruispunt van drie dreven vier thuja’s aangeplant. De dreefaanplanting bestaat uit zomereiken of beuk. De struiklaag wordt lokaal sterk gedomineerd door rododendron, waarvan enkele monumentaal uitgegroeide exemplaren. Het park heeft een rijke voorjaars- en stinzenflora waaronder zeldzame koningsvaren.
Het kasteeldomein maakte deel uit van een groter landgoed dat volgens de kadastrale legger bij de Poppkaart circa 67 hectare omvatte. Het gezegde wou dat de kasteelheer tot in Haacht kon rijden zonder zijn eigendom te verlaten. Verschillende hoeves in de omgeving maakten deel uit van dit bezit waaronder de casteelshoeve . De nabijgelegen parochiekerk Sint-Ludwina, opgericht in 1935-1936 opgericht na WOI voor de ontstane bevolkingskern rondom de Putsesteenweg, werd vernoemd naar Ludwina Orban de Xivry, oudste dochter van baron Etienne Orban de Xivry.
Auteurs: Steyaert, Rita; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)