is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jozef
Deze vaststelling is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jozef
Deze vaststelling was geldig van tot
In de lintbebouwing van Pijpelheide-centrum opgenomen kerk met basilicale opstand.
Het gehucht Pijpelheide dat zich ontwikkelde vanaf 1835 door financiële steun van de familie della Faille, toenmalige eigenaars van het Hof ter Laken, kreeg een kapel in 1860 naar ontwerp van J. Schadde, erkend als kapelanie in 1861. Gezien de planmatige aanleg van het gehucht, ten gevolge van de late ontwikkeling werd de kapel ingeplant op een beschikbare ruimte; ze heeft bijgevolg niet de klassieke oost-west oriëntatie.
Vanaf 1864 kende Pijpelheide een sterke demografische groei door de nabije inplanting van het station. Ten gevolge van deze bevolkingsaangroei werd de vroegere kapelanie erkend als hulpparochie in 1875. De in oorsprong éénbeukige bakstenen kapel werd in twee fasen, 1889-1890 en 1954, vergroot tot neogotische parochiekerk. De eerste vergroting naar ontwerp van L. Blomme bestond uit de bouw van het huidige koor en drie westelijke traveeën als westelijke uitbreiding van de vroegere kapel; de oorspronkelijk kapel werd gesloopt in 1954 voor de bouw van de twee oostelijke traveeën en aansluitende toren naar ontwerp van R. Van Steenbergen (Beerse). Ondanks de diverse bouwfasen bleef het uitzicht homogeen neogotisch. De bouwgeschiedenis valt duidelijk af te lezen uit het verschil in baksteen.
De plattegrond vertoont een ingebouwde vierkante oosttoren onder leien naaldspits, aansluitend driebeukig schip met basilicale opstand van vijf traveeën, geritmeerd door steunberen en koor van drie rechte traveeën met vlakke sluiting tussen zijkoren. Overwegend sobere baksteenbouw onder leien zadel- en afgewolfde lessenaarsdaken; verwerking van gesinterde baksteen voor de muurbanden, overwegend spitsbogige muuropeningen.
Bepleisterd en beschilderd interieur met neogotische spitsboogarcade met koolbladkapitelen; houten spitstongewelf in middenbeuk en koor; bepleisterde kruisribgewelven in zijkoren. Neogotisch meubilair; glasramen in het koor door glazenier M. De Groot, 1956 en 1961.
Bron: KENNES H. & STEYAERT R. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kantons Duffel - Heist-op-den-Berg, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13n4, Brussel - Turnhout.
Auteurs: Kennes, Hilde
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)