erfgoedobject

Alexianenklooster

bouwkundig element
ID: 25855   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/25855

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voormalig klooster der Alexianen, huidig Sint-Amandusinstituut. Sinds het eerste kwart van de 14de eeuw verbleven de Alexianen, een broedergemeenschap welke onder meer ook gekend waren onder de naam Schokkebroeders en Cellebroeders, te Gent. Zij namen hun intrek in enkele bastions, torens en verdedigingswerken horend tot de Sint-Michielsvesten en gelegen aan de Houtlei tussen de Torrepoort (Poel) en de Posteernepoort. Alexianen waren belast met de verzorging van zieken buitenshuis, van gekken binnenshuis en het begraven van doden; het laatste werd van 1663 af een privilegie van de orde. Een eerste kapel opgetrokken circa 1480 werd in 1566 verwoest door de beeldenstormers. Einde 16de eeuw - begin 17de eeuw werd de kapel heropgericht en hoogst waarschijnlijk toegewijd aan de Heilige Alexius. De kloosterorde werd in 1798 opgeheven en de broeders verjaagd. De gebouwen werden gedurende de 19de eeuw gebruikt als militaire gevangenis en nadien, van 1828 af, als krankzinnigengesticht tot het Guislaininstituut in 1857 voltooid was. Van 1863 af in handen van de broeders van de Christelijke scholen die er het huidige Sint-Amandusinstituut uitbouwden.

Tot in 1863 behield het kloostercomplex nagenoeg zijn oorspronkelijke vorm: twee rechthoekige binnenplaatsen omringd met kloostergangen en -vleugels en naast elkaar gelegen tussen de Houtlei en het Schokkebroedersvestje (smal straatje parallel aan de Houtlei en leidend van de Sint-Michielsstraat naar de Watergraafstraat); de kapel bevindt zich op de tweede verdieping (voorheen lange vleugel van volledig met kloostergangen omringde binnenplaats) met beuksmuur langsheen het Schokkebroedersvestje en naar het noorden georiënteerd koor; begane grond met monumentale barokke poort welke zich thans bevindt in de museumtuin van het Sint-Lucasinstituut. Een overdekte doorgang over het Schokkebroedersvestje leidde naar de dienstgebouwen met bakkerij aan de overzijde van het straatje gelegen (onlangs gesloopt). Tweede binnenplaats zag uit op tuin die zich uitstrekte tot de Zwartezustersstraat. Met uitzondering van enkele sterk gewijzigde vleugels in het verlengde of haaks op de kapel, bleef enkel de kapel min of meer in haar oorspronkelijke vorm bewaard.

Eénbeukige kapel oorspronkelijk van vier traveeën met driezijdig koor onder schilddak (leien), uit het eerste kwart van de 17de eeuw; vijfde travee toegevoegd in 1896 waarbij de barokke geveltop verloren ging. Verankerde bakstenen buitenmuren met zandstenen hoekstenen en geprofileerde omlopende zandstenen daklijst met goot; ruime steekboogvensters met ijzeren harnas in vlakke zandstenen omlijsting met oren en gebogen druiplijst. Slanke dakruiter midden op het dak in 1873 afgebrand en zo getrouw mogelijk naar bestaande afbeeldingen gereconstrueerd in 1876: achtkantige lantaarn met dubbel ingesnoerde spits met kleine lantaarnbekroning. Bijzonder rijk gestoffeerd barok kerkinterieur met opmerkelijke en contrastrijke sculpturale versiering van zwart en wit marmer, voornamelijk aangewend voor vensteromlijstingen, travee-indeling en overwelving. Kruisribgewelven gescheiden door zwart wit geblokte en van cassetten voorziene gordelbogen welke aanzetten op pilasters in het schip en op gesculpteerde consoles in het koor. Geprofileerde vensteromlijstingen en pilasters op dezelfde hoogten voorzien van zwarte horizontale banden; boven de verkropte bekronende kroonlijsten van de vensters en de kapitelen van de pilasters komt een weelderige en levendige stucversiering voor met putt), gevleugelde engelenhoofdjes, hoornen des overvloeds, bloemenkransen, siervazen en borstbeelden van heiligenfiguren. Centrale rondboognis en koorvensters van een zelfde overweldigende decoratie voorzien. Wand van vijfde, toegevoegde travee ter hoogte van doksaal deels uitgebroken en erachter toegevoegd "theater", welke door een rolluiken afgesloten worden.

Vleugel in het verlengde van de kapel, met gevel uitziend op voormalig Schokkebroedersvestje: oorspronkelijk twee bouwlagen hoog, met kern uit de 16de- of 17de eeuw, derde bouwlaag toegevoegd in 1867; verankerde bakstenen lijstgevel van zes traveeën onder zadeldak (nokrichting parallel aan de straat, Vlaamse pannen). Steekboogvormige benedenvensters in zandstenen omlijsting met oren en gebogen druiplijst; tweede bouwlaag met rechthoekige zandstenen kruiskozijnen; hoogste verdieping met kleine getoogde vensters. Tweede bouwlaag overwelfde kloostergang (17de eeuw) van twee bij vijf traveeën met gedrukte gewelven met delicate stucversiering en gordelbogen met caissons rustend op gesculpteerde barokconsoles met putt), cartouches en rankwerk; een steekboogdeur ingeschreven in neobarokke omlijsting verleent toegang tot de kapel. Haaks op de kapel, rechts naast de kloosterkoer die in 1961 en 1963 tot cafeteria en refter werd verbouwd, bleef een vleugel behouden met een trapgevel die voorheen rechtstreeks paalde aan de Houtlei: beschilderde en verankerde bakstenen trapgevel (6 treden + topstuk) van drie traveeën en drie bouwlagen onder zadeldak (nokrichting loodrecht op de straat, Vlaamse pannen), uit de 17de eeuw. Rechthoekige vensters met beschilderde negblokken, ontlastingsbogen en horizontale banden. Oostvleugel van huidige kleine speelplaats gelegen langsheen de Oude Houtlei en voorheen parallel met het in het tweede kwart van de 20ste eeuw overbouwde Schokkebroedersvestje hoort eveneens tot het oude klooster: oorspronkelijk zeven traveeën en twee bouwlagen onder sterk hellend zadeldak voorzien van drie hoge dakvensters met puntgevel en van spitsboogvormige muuropeningen, vermoedelijk daterend uit de 16de eeuw (volgens oude afbeeldingen en archiefstukken). Rechts uitgebreid met vier traveeën, één bouwlaag toegevoegd en gevel hersteld in 1867; thans verankerde bakstenen lijstgevel van elf traveeën en drie bouwlagen onder zadeldak (pannen), eerste twee bouwlagen met spitsboogvormige muuropeningen met booglijst en gecementeerde negblokken. lagere hoogste verdieping met kleine spitsboogvensters. In 1880 werd de grote tuin geplaveid. Na demping van de Houtlei in 1899 volgde een grote architecturale uitbreiding van het Sint-Amandusinstituut met twee vleugels haaks op de gedempte Houtlei van links naar rechts daterend van 1911 en 1900; vleugel haaks op de laatste en parallel met de Oude Houtlei dateert van 1909 naar ontwerp van architect Jules Coomans evenals de andere vleugels uit diezelfde tijd; bakstenen constructie in neogotische stijl eigen aan Sint-Lucasinstituut. Voorts uitbreiding langsheen Schokkebroedersvestje en Watergraafstraat in 1934-1935 en 1962-1963; grote speelplaats aan zuid- en oostzijde afgesloten door moderne skeletbouw uit 1962.

Langsheen Sint-Michielsstraat, barok poortje, vanouds toegangspoortje van het Sint-Amandusinstituut, thans echter in onbruik geraakt. Voorheen opgenomen in een gevelwand samengesteld uit diverse 17de- en 18de-eeuwse topgevels. Biedt thans echter een zeer trieste aanblik tegen de betonconstructie die links van het barokpoortje opgetrokken wordt ter uitbreiding van de gebouwen van het Sint-Amandusinstituut. Poortje daterend van uit het vierde kwart van de 17de eeuw. Hoogst waarschijnlijk voormalig toegangspoortje afkomstig van de vleugel langsheen het Schokkebroedersvestje (een tweede grotere poort die voorheen naast het eerste stond, bevindt zich thans in de museumtuin van het Sint-Lucasinstituut, Zwartezustersstraat); gebogen vleugeldeur ingeschreven in hardstenen omlijsting met geblokte rechtstanden bekroond met volute en siervaas met centrale rondboognis met beeld van Heilige Amandus (tweede helft van de 19de eeuw); aflijnende gebogen kroonlijst met sluitsteen en rechte uiteinden.

  • Stadsarchief Gent, Atlas Goetghebuer, D.43/F.78.

Bron     : Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. & Dambre-Van Tyghem F. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NA, Brussel - Gent.
Auteurs : Bogaert, Chris, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke
Datum  : 1976

Aanvullende informatie

In het interieur hangen twee gedenkplaten ter ere van leraren en (oud-)studenten van het Sint-Amandusinstituut, die sneuvelden tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De rechthoekige platen zijn respectievelijk uitgevoerd in lichtgrijze marmer en in gepolijste blauwe hardsteen. Beide zijn rechts onderaan gesigneerd met “SINIA OSC.”.

  • DEPESTEL, SARAH, Monumenten ter ere van gesneuvelden uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in Gent: een (kunst)historisch overzicht met voorstellen ter bevordering van de instandhouding en eventuele restauratie, Masterproef Monumenten- en Landschapszorg, Artesis Hogeschool Antwerpen, 2009.

Auteurs : Depestel, Sarah


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Alexianenklooster [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/25855 (Geraadpleegd op 26-06-2019)