Dekenij-pastorie Sint-Gerulfparochie

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Drongen
Straat Oude-Abdijstraat
Locatie Oude-Abdijstraat 56, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Gent (actualisaties: 01-01-2006 - 24-09-2007).
  • Adrescontrole Gent (adrescontroles: 25-09-2007 - 25-09-2007).
  • Inventarisatie Gent (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1983).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Dekenij-pastorie

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Dekenij-pastorie Sint-Gerulfparochie

Deze bescherming is geldig sinds 03-09-2008.

Beschrijving

Classicistische pastorie opgetrokken in opdracht van de Abdij van Drongen in 1773. Het is een representatief voorbeeld van een pastorie uit de tweede helft van de 18de eeuw die haar volledige configuratie inclusief tuin, ommuring en koetshuis heeft bewaard.

Historiek

Voormalige dekenij opgetrokken door de Norbertijnenabdij van Drongen, gelegen in de hoofdparochie Sint-Gerulf. Het pand is dan ook nauw betrokken bij de geschiedenis van de nabijgelegen abdij waarvan de abdijkerk tevens parochiekerk is. Vermoedelijk gaat het om een tweede gebouw op deze plaats. In de 19de eeuw was er boven de toegangspoort immers nog een datumsteen ‘1663’ aanwezig. Het pand werd in 1773 herbouwd ‘naar de zijde der stad, tegenover de groene boomgaard’ onder de prelatuur van Rainier Heye. De wet van 1769 moet hier wel voor iets tussen hebben gezeten. Zowel de pastoor als de onderpastoor waren kanunniken van de abdij. Naast het pand was oorspronkelijk het kerkhof gelegen. De abdij beleefde toen zijn financiële hoogtijdagen.

Beschrijving

De 18de-eeuwse pastorie is gelegen in een riante tuin met loverprieel en van de straat afgesloten door een bakstenen muur met overdekte poort. Het bakstenen gebouw telt vijf traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak met dakruitertje. De rechthoekige ramen zijn gevat in een witgecementeerde omlijsting. De middentravee wordt geaccentueerd door het pleisterwerk dat zowel de toegangsdeur als bovenliggend raam omsluit. Onder de kroonlijst bevindt zich een fraaie witgeschilderde sierlijst. De achtergevel is gelijkaardig mits toevoeging van een centraal gelegen dakkapel met schilddak. Op de nok prijkt een klokkentorentje. Links en rechts aansluitend bij het hoofdvolume twee éénlaagse aanbouwen van één travee onder een zadeldak. Ze zetten dankzij een raam en oeil-de-boeuf de ritmering van het hoofdvolume voort. Rechts in de ‘voortuin’, het drie traveeën tellend koetshuis met centraal een dubbele poort en bergplaats voor de koets, links en rechts paardenstallen. In de ommuring een kapel met een 17de-eeuws beeld van Onze-Lieve-Vrouw met kind vermoedelijk van Gelaude Lefeer. Het beeld dat uit de oude abdij komt stond oorspronkelijk in de tuin maar werd op een bepaald moment aan de straatzijde geplaatst. De tuinmuur langs de straatzijde werd wellicht vernieuwd in 1928 naar oud model.

Het interieur behield zijn oorspronkelijke structuur met centrale gang geflankeerd door vier salons. Het rechter bijgebouw is ingericht als keuken. Een kleine inkomhal fungeert als scharnierpunt. Aansluitend de gang met een prestigieuze, rijk gesculpteerde 18de-eeuwse trap . De ballusters zijn vierkant uitgewerkt. De vloer in de gang werd vernieuwd.
Het rechter salon aan de voorzijde is fraai gedecoreerd met Lodewijk XVI-stucwerk op plafond en schouw. De plaatsing van de deuren getuigt van de doorgedreven symmetrie in de kamer. De schouwmantel werd verbouwd.
Het rechter tuinsalon kreeg een rijkelijke aankleding met plafondstuc en een fraai uitgewerkte schouwboezem met abtsembleem en de leus “Vita Brevis” (Het leven is kort), de leus der Norbertijnen. De schouwmantel werd in de tweede helft van de 19de eeuw geplaatst.
Het linkertuinsalon is rijkelijk gedecoreerd met Lodewijk XVI-stucwerk, geschilderde lambrisering in imitatiemarmer en taferelen van Drongen. De schilderingen zijn niet gedateerd, noch is de schilder bekend. Toch worden ze laat 18de-eeuw gedateerd op basis van afgebeelde kleding, architectuur, landschappen, stijl, … Het ensemble is uniek te noemen binnen de Oost-Vlaamse 18de-eeuwse pastorieën. Op de schouwboezem werd een bloemenkelk in een nis afgebeeld met erboven religieuze thema’s.
Aan de voorzijde blijft ten slotte het bureau over dat eveneens met Lodewijk XVI-stucwerk werd versierd. Ook daar is de symmetrie treffend. Opvallend is de bewaarde eenvoudige 18de-eeuwse schouwmantel.

Getuige van de rijkdom van de abdij en z’n opdrachtgever is de rijkelijk uitgewerkte bovenverdieping waar op verschillende kamers stucwerkdecoraties aanwezig zijn. De afwerking op de bovenverdieping komt enkel bij de meest prestigieuze pastorieën voor. In tegenstelling tot de benedenverdieping bleven op de bovenverdieping ook alle schouwmantels uit de 18de eeuw bewaard.
Het schrijnwerk is in heel het huis van hoge kwaliteit en met vakmanschap afgewerkt. De ramen zijn voorzien van binnenluiken.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DO002318, Pastorieën (S.N., 2008).

Bron: -

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Oude-Abdijstraat

Oude-Abdijstraat (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.