Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Mariakerke
Straat Mariakerkeplein
Locatie Mariakerkeplein zonder nummer, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Gent (actualisaties: 01-01-2006 - 24-09-2007).
  • Adrescontrole Gent (adrescontroles: 25-09-2007 - 25-09-2007).
  • Inventarisatie Gent (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1983).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1996.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte: oude delen
gelegen te Mariakerkeplein zonder nummer (Gent)

Deze bescherming is geldig sinds 04-03-1947.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskern Mariakerke

Deze bescherming is geldig sinds 19-12-2014.

Beschrijving

Constructie van Doornikse steen ingeplant op de hoogste plaats van Mariakerke. In 1898 omringd door een laag arduinen muurtje met traliewerk tussen pijlertjes met ezelsrug; toegang met trap ten westen en ten oosten.

Ten zuiden, kerkhof met rechtlijnige paden, in 1873 ontworpen, later nog verder uitgebreid. De pleinen A tot G en de grafkelders onder de galerij waren voorbehouden voor de katholieke Gentenaren, als tegenhanger van het zogenaamd Geuzenkerkhof of de Westerbegraafplaats (Palinghuizen) in Gent. Het westelijk gedeelte, het ereplein en de grafkelders onder kerk zijn voor de parochianen van Mariakerke. Weinig opvallende grafmonumenten, veel (21) met heraldische voorstellingen en enkele casementsteles van belangrijke Mariakerkse families tegen de kerkmuur. Vermeldenswaardige galerij met kruisweg; eronder twintig grafkelders voor bisschoppen en leden van het Sint-Baafskapittel (in 1959 overgebracht naar Gent). Naar ontwerp van J. Bethune in 1873, uitgevoerd onder leiding van L. Gildemyn. Bijna L-vormige galerij van acht en twaalf traveeën in neogotische baksteenstijl met verwerking van arduin onder leien daken. De kruisweg (met een statie voor elk graf), getekend in 1878 door J. Bethune, werd uitgevoerd door de gebroeders Blanchaert.

Wat de bouwgeschiedenis betreft ontbreken precieze gegevens over de verschillende bouwcampagnes. Oudste vermelding in 937, volgens De Potter en Broeckaert. De algemene chronologie ziet er vermoedelijk als volgt uit: waarschijnlijk in oorsprong een driebeukige transeptloze romaanse kerk van vier traveeën met ingebouwde oostelijke toren en koor uit de 10de eeuw. Belangrijke verbouwing in Scheldegotiek in de 13de eeuw: transept, uitbreiding koor, klokkenkamer en aanpassing van zijbeuken. In de 17de eeuw schip voorzien van een dak en vensters aangepast in steekboogvorm (bij de restauratie hersteld in Scheldegotiek). De noordelijke Sint-Jozefkapel dateert vermoedelijk uit de 13de eeuw. Zuidelijke sacristie van circa 1870. Ingrijpende restauratie- en uitbreidingswerken onder leiding van architect August Van Assche, van 1887-1892, ontwerpen van 1871 en 1885: verlenging van het schip met elf meter (twee traveeën) afgewerkt met een nieuwe Westgevel naar model van de oude gevel met toevoeging van de zuidelijke doopkapel, bouw van het traptorentje, verhoging van het dak van de middenbeuk, vernieuwen van bovenlichten en vensters van de zijbeuken (opnieuw onder afzonderlijke daken) en verhoging van de transeptarmen. Binnenin wordt de vlakke zoldering uit de 17de eeuw weggebroken en vervangen door een houten spitstongewelf.

De basilicale kerk vertoont een plattegrond met een driebeukig schip van vijf traveeën, een zuidwestelijke doopkapel van één travee met driezijdige sluiting, een kruisingstoren met traptorentje in de oksel van de noordelijke transeptarm en zijbeuk, een vlak afgesloten koor van twee traveeën met noordelijke zijkapel van Sint-Jozef, een Zuidsacristie en tenslotte achter de Sint Jozefskapel een kleine berging (de oude sacristie).

Westelijke puntgevel gestut door vier steunberen met versnijding. Spitsboogdeur geschraagd door twee zuiltjes met krulkapiteel, erboven Pieta in nisje en hoog spitsboogvenster met vierledige tracering en overspannende waterlijst. Geveltop met schouderstukken bekroond met arduinen kruis. Zijgevels gerestaureerd in Scheldegotiek (8ste eeuw): spitsboogvormige bovenlichten en dito vensters in de puntgevels van de zijbeuken. Eveneens vernieuwde spitsboogvensters met drie- en vierledig maaswerk in transept en koor. Zijgevels versterkt door steunberen. Tegen de oostmuur van de noordelijke transeptarm calvarie. Op verschillende plaatsen sporen van gedichte deuren: de kerk bezat voorheen zeven deuren. De achtkantige kruisingstoren met ingesnoerde naaldspits op vierkante aanzet is een der weinig originele onderdelen van de kerk, vermoedelijk opklimmend tot de 10de eeuw, aangepast in de 13de eeuw (klokkenverdieping) en 18de eeuw (dak). Spitsboogvormige galmgaten met driepas in de tweede geleding. In de keizerstijl van het dak gedateerd 1735.

Kerkinterieur: grotendeels van Doornikse steen, doch bovenkerk opgetrokken uit baksteen. De middenbeuk wordt van de zijbeuken gescheiden door spitsboogvormige scheibogen op ronde zuilen met gereconstrueerde basissen, kapitelen en achtkantige abacus. Middenbeuk, koor en transept zijn overwelfd met houten spitstongewelf, terwijl de kruising afgedekt is met een houten kruisribgewelf met beschilderde ribben. Tussen middenbeuk en kruising hoge spitsboogvormige scheiboog met bekronende oculus waarin vierpas. In het muurvlak van de torenschacht boven de spitsboog sporen van de oorspronkelijke Romaanse dakhelling en de vlakke zoldering uit de 17de eeuw. In de zuidelijke transeptarm sporen van gedichte rondboogdeur. Koormuren in 1955 herbepleisterd en beschilderd.

Mobilair: Grotendeels daterend van de restauratie en zelfs in sommige gevallen naar ontwerp van de restaurateur August Van Assche, zoals koorgestoelte en (verwijderde) communiebank (circa 1875), preekstoel (1894, uitgevoerd door Pieter Pauwels) en de orgelkasten (idem).

Stenen hoofdaltaar naar ontwerp van J. Bethune uitgevoerd door L. Blanchaert in 1871, stenen zijaltaren van de Heilige Jozef, Heilige Cornelius en Onze-Lieve-Vrouw door dezelfde ontwerpers en beeldhouwers (vierde kwart 19de eeuw). Kruisweg geschilderd in ondiepe spitsboognissen door Frans Coppejans van 1908-09. Glasramen van J. Bethune, A. Verhaegen, Capronnier en C. Ganton.

Gedenksteen (1826) van architect J.B. Pisson oorspronkelijk in de zijkapel van het koor, in 1873 verplaatst en in 1890 overgebracht naar de huidige plaats naast het portaal.

  • Archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg, dossier 1412.
  • Universiteit Gent, kaarten en plannen.
  • CAPITEYN A. & DECAVELE J. 1981: In Steen en Brons van Leven en Dood, Gent, 170-189.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J. 1864-1870: Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen (reeks I, deel 4), Gent, 56-62.
  • HELBIG J. 1906: Le baron Bethune fondateur des écoles St-Luc, Etudes biographiques, Lille.
  • S.N. s.d.: Het Kerkgebouw, Marka notulen, 38/39, p. 146; 40, p. 1-10; 41/42, p. 1-16.
  • LANGEROCK P. 1887: Oude bouwwerken in Vlaanderen, Gent.
  • VAN BIESBROECK L. 1911: Mariakerke bij Gent, Oudheidkundige inventaris van Oost-Vlaanderen, Gent.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. 1983: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4ND, Brussel - Gent.

Auteurs: Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 1983

Relaties

maakt deel uit van Dorpskern Mariakerke

Alphonse Claeys-Bouüaertlaan, Alphonse Claeys-Boúúaertdreef, Beukendreef, Elfnovemberstraat, Kasteeldreef,...

maakt deel uit van Mariakerkeplein

Mariakerkeplein (Gent)

omvat Kerkhof en neogotische kerkhofgalerij

Mariakerkeplein zonder nummer, Gent (Oost-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.