erfgoedobject

Molen Sonneville met molenaarswoning

bouwkundig element
ID
26968
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/26968

Juridische gevolgen

Beschrijving

Stenen beltmolen met doorgang, opgetrokken vóór 1818. De windmolen is eerst gebruikt als oliemolen, later ook als graanmolen. Ook het gekasseid molenerf met de molenaarswoning, stallen en wagenhuis zijn (aangepast) bewaard.

De molenaarssite is gelegen op de hoek met de huidige Tramstraat. Op het westelijke deel van het terrein staat de windmolen, met ten oosten ervan de voormalige molenaarswoning, ten zuidoosten de stallen en het wagenhuis. 

Historiek

De molen werd gebouwd vóór 1818 als oliemolen (lijnolie). De oliemolen werd vanaf 1922 uitgebaat door de familie Sonneville, vandaar de benaming Molen Sonneville. Het is niet duidelijk vanaf wanneer er met windkracht ook graan gemalen werd. Tot in 1932 werd er met windkracht gemalen. Op dat moment was de olieslagerij wellicht niet meer in gebruik. In 1943 werd op het gelijkvloerse niveau een mechanische maalderij geplaatst. De toen nog aanwezige olieslagerij werd hierbij deels ontmanteld. De maalderij, intussen elektrisch aangedreven, werd in 1963 stilgelegd.

De molen werd gerestaureerd in 1971-1972 met vernieuwing van de kap, ramen en deuren, met toevoeging van luiken en met het herstel van de molenromp. Er werden twee verzinkte Verhaegheroeden geplaatst, naar verluidt de laatste roeden die deze firma maakte. Toen werden ook de betonnen sokkels aangebracht waarop de moerbalken rusten. De zetelkap werd aangepast. Er werden 36 olmen rollen toegevoegd in een poging om het kruien eenvoudiger te maken. De molentechnische uitrusting werd grotendeels ontmanteld.

Een plan tot draaivaardige restauratie uit 1992 door architect Paul Gevers is nooit uitgevoerd. In februari 2008 werden enkele herstellingen uitgevoerd, waaronder het aanbrengen van askopwiggen, het optrekken van de vangbalk en zwambestrijding. In 2015 werden enkele interieurwerken uitgevoerd, waaronder het zandstralen van de binnenmuren en de ondersteuning van de houten vloerroosteringen. In 2019 werden de wieken weggenomen, als voorbereiding op de geplande restauratie naar ontwerp van Sabine Okkerse.

Beschrijving

Bergmolen met deels begroeide en deels gemetselde belt, waartegen bakstenen bijgebouwen onder lessenaarsdak uit rode dakpannen zijn aangebouwd. De dakrand van de belt is afgewerkt met rode dakpannen. De inrijpoort in de belt ligt aan zuidoostelijke zijde. 

De conische molenromp is opgetrokken in rood baksteenmetselwerk met getoogde muuropeningen onder rollagen. Er zijn twee toegangsdeuren naar de belt, op de meelzolder zijn er twee ramen, op de steenzolder drie en op de luizolder één. Twee lage ramen brengen licht op het gelijkvloers. Het betreft houten schrijnwerk met roedeverdeling. De muuropeningen op het niveau van de meelzolder zijn voorzien van luiken. Boven de ingang is een nis uitgewerkt in rode en gesmoorde papensteentjes, waarin een beeld staat van Onze-Lieve-Vrouw met kind. Net onder de kap zitten er steigergaten.

Het gevlucht van ongeveer 25 meter, in 2019 verwijderd omwille van een geplande restauratie, is uitgevoerd met geklonken roeden (firma Verhaeghe) en traditioneel Vlaams hekwerk met windplanken en voorzoom. De askop is in gietijzer uitgevoerd.

De molenkap, grotendeels vernieuwd naar oorspronkelijke vorm tijdens de restauratie in 1971, is bedekt met natuurleien op een bebording met planken uit naaldhout. De voor- en achterkeuveleinde zijn met leien afgewerkt. Aan weerszijden van de askop zijn er met zink beklede luiken. De eiken kapconstructie is samengesteld uit drie spanten, die tussen de gewone dakkepers staan. De dakkepers en spanten steunen op een ringbalk of spantring, die via straalsgewijze roosterhouten verbonden is aan de daklijsten of voeghouten.

De zetel, berries, stijlen en gietijzeren ringen van het oorspronkelijk zetelkruiwerk werden in 1971 deels vernieuwd. Onder de kap werd een paternosterring met 36 olmen rollen toegevoegd. Door middel van schoren is de staart opgehangen aan de lange en korte spruit. Het kruiwerk onderaan de staart is deels bewaard, evenals restanten van de gietijzeren tandwielen. De gietijzeren kruiringen, waaraan de kruiketting kon worden vastgemaakt, zijn ingewerkt in het plat dak van de bijgebouwen en in de molenromp.

In de doorgang doorheen de belt onder bakstenen tongewelf is een gedenksteen terug te vinden ter herinnering aan de restauratie in 1971-1972. De vloerconstructies van de meel-, steen-, lui- en kapzolder zijn opgebouwd uit moer- en kinderbalken, waarop plankenvloeren liggen. In de vloeren van de meel- en steenzolder zitten luiluiken. Tussen de verschillende zolders zitten open trappen, voorzien van een eenvoudige houten leuning.

Op het gelijkvloerse niveau is een mechanische maalderij geïnstalleerd, bestaande uit een steenkoppel uit natuursteen, een steenkoppel uit kunststeen en een haverpletter. De machines hebben een onderaandrijving, met verticale aandrijfassen en gietijzeren wielen met houten kammen en een horizontale aandrijfas met gietijzeren wielen met gietijzeren kammen.

Bij de restauratie in 1971-1972 werden het gevlucht, de molenas, het vangwiel, de molenvang en het kruiwerk vernieuwd of hersteld. De koning werd onderaan afgezaagd. Overige elementen van de molentechnische uitrusting, zoals luiwerk, steenkoppel of lichtwerk zijn deels bewaard.

De molenaarswoning ten zuidoosten van de molen is een in oorsprong dubbelhuis van vijf traveeën met één bouwlaag onder zadeldak (mechanische pannen, nok loodrecht op de straat), minstens opklimmend tot het begin 19de eeuw. In 1847 werd een linker travee toegevoegd. Hiertegen is een vernieuwd bakstenen parement aangebracht. De woning wordt gekenmerkt door rechthoekig beluikte vensters met arduinen lekdrempels, een rechthoekige deur in vlakke arduinen omlijsting, een verankerde bakstenen zij- en achtergevel op gepikte plint, een getoogde achterdeur en een getralied venster.

Ten zuidoosten staan er lagere stallen met verankerde gevels en afdekkend zadeldak (Vlaamse pannen, nok parallel met de straat). Onder een  overstekend dakschild steekt een rechthoekige poort. Ten zuiden hiervan staat het karrenhuis met verankerde gevels onder zadeldak (nok loodrecht op de straat, leipannen) met onder meer ruime rechthoekige poorten onder houten latei en aflijnende getrapte daklijst en met klimmende dakkapel in de erfgevel.

Er gebeurden aanpassingen en toevoegingen aan het molenaarshuis, de stallen en het wagenhuis, in functie van de inrichting tot horecazaak.

  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, mutatieschetsen Gent, afdeling XXIV (Zwijnaarde), 1847/3.
  • BAUTERS P. 1985: Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen, Gent, 346-348.
  • BOGAERT C., LANCLUS K. & VERBEECK M. 1983: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Fusiegemeenten,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4ND, Brussel - Gent.
  • DE LEY H. 1976: De stenen molen van Zwijnaarde, Berichten van de heemkring Scheldeveld 1, 2-3.
  • KINT F. & DERIEUW A. 2013: De windmolen, onuitgegeven inspectierapport Monumentenwacht Oost-Vlaanderen.

Auteurs :  Bogaert, Chris, Decoodt, Hannelore
Datum  : 2020


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Molen Sonneville met molenaarswoning [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/26968 (Geraadpleegd op 13-04-2021)