Onze-Lieve-Vrouwehospitaal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Oudenaarde
Deelgemeente Oudenaarde
Straat Sint-Walburgastraat
Locatie Sint-Walburgastraat 9, Oudenaarde (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Onze-Lieve-Vrouwehospitaal

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Onze-Lieve-Vrouwehospitaal: gevels en daken van onderdelen
gelegen te Sint-Walburgastraat 9 (Oudenaarde)

Deze bescherming is geldig sinds 05-05-1981.

omvat de bescherming als monument Onze-Lieve-Vrouwehospitaal: hoofdgebouw, paviljoen, kapel en kloostergang
gelegen te Sint-Walburgastraat 9 (Oudenaarde)

Deze bescherming is geldig sinds 13-07-1945.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Stadskern Oudenaarde

Deze bescherming is geldig sinds 05-05-1981.

Beschrijving

Gesticht als "Hospitalis Aldenardensis", een toevluchtsoord voor pelgrims en reizigers door priester Arnulfus circa 1200 buiten de stadsmuren, bij de Beverepoort confer oudste oorkonde van 1202 waarbij door graaf Boudewijn IX een "molenstede" geschonken werd bij de Einepoort. In 1224 kreeg de gemeenschap van broeders en zusters een eigen regel, goedgekeurd door de bisschop van Doornik. In 1232 hervormd in cistercinzergeest maar vanaf 1233 reeds abdij overgeplaatst naar Ath en klooster van de zusters bernardinnen formeel onafhankelijk van de cistercinzers.

Bloeiende gemeenschap dank zij talrijke schenkingen. Gebouwen in 1382 gesloopt door de graaf van Vlaanderen in zijn strijd tegen de Gentenaren; het afbraakmateriaal diende voor de stadsversterking. Het hospitaal werd ondergebracht binnen de stadspoorten, achter de Sint-Walburgakerk in het priestershuis en de vergaderzaal van de bogaarden, id est vermoedelijk een deel van de huidige kapel, opklimmend tot de 13de eeuw. Bevestiging van hun eigendom slechts in 1412 en toelating tot ommuring van hun domein onder Filips de Goede in 1433. Het werd een gesloten gemeenschap met elitair karakter; alleen zusters van adellijke afkomst werden toegelaten. Voorrang werd voortaan verleend aan de ziekenzorg. Uitbreiding in 1449 met zogenaamd "de Cluys", eerste verblijfplaats van de begijnen die op dat ogenblik verhuizen naar de "Borch".

Bouwen van een kloosterpand onder priorin Catharina (1523-1556) en Margaretha Cabeliau (1556-1580). Vernieling door de Geuzen in 1572-80. Bouw van het zogenaamde "Bisschoppenverblijf" of "Bisschopskwartier" door Symoen De Pape in 1623-33. 18de-eeuwse uitbreiding van het kloostergebouw met hoofdgebouw (oostvleugel) van 1772-74 en aansluitende noordvleugel van 1780. Afschaffing in 1795 en goederen onder beheer van de "Burgerlijke Hospitalen" geplaatst. Kapel als ziekenzaal gebruikt. Priorin F. Long keert eerst in 1801 terug als econoom en wordt opnieuw tot priorin gekozen in 1813.

Vanaf midden 19de eeuw verschillende plannen tot vergroting van het bejaardentehuis. Bouw van zogenaamd "Sint-Elisabethgesticht" naar eind 19de-eeuwse plannen, voltooid in 1905.

Eerste restauratieplannen vanaf 1897 onder leiding van architect A. Vossaert. Uitbreiding van het ziekenhuis met twee dwarsvleugels in neoclassicistische stijl in 1937-38 naar ontwerp van architect Amandus Robert Janssens en vanaf de jaren 1960 bouw van een nieuw ziekenhuis met kraaminrichting. De aanvraag tot sloping van de noordvleugel werd in 1975 door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen geweigerd.

Poortgebouw in neotraditionele baksteenarchitectuur naar ontwerp van architect A. Vossaert van 1893. Thans geelgeschilderd gebouw van één en twee bouwlagen onder leien zadeldaken afgewerkt met zijtrapgevels. Voorgevel, ingeplant loodrecht op de huis van de proost met haast blinde linker vleugel met getoogde nissen en aflijnende baksteenfries. Hoger oplopende poorttravee met tudorboogvormige doorrit, afgezet met zandstenen hoekblokken, gekoppelde bovenvensters en getrapt dakvenster boven de kroonlijst op decoratieve baksteenfries. Smalle rechter travee met twee bouwlagen en getralied venster. Sierankers. Binnenplaatszijde met van links naar rechts twee traveeën, de hoger oplopende poorttravee en drie traveeën met gekoppelde vensters en identieke gevelaflijning en doorrit.

Kapel. Oostwest-georiënteerd gebouw, mogelijk in kern de vroegere vergaderzaal van de bogaarden, daterend uit de 13de eeuw, later gebruikt als ziekenzaal en kapel, ingeplant ten zuiden van de binnenplaats. Volledig opgetrokken uit Doornikse steen grotendeels vernieuwd bij de restauratie van 1898-1901 onder leiding van architect A. Vossaert; dakruiter van 1462-63 naar ontwerp van J. van den Berghe, vernieuwd in Balegemse zandsteen in 1548-49. Eénbeukig schip van zes traveeën, onder steil zadeldak (leien), aan de vrijstaande zuidzijde gestut door, bij de restauratie toegevoegde steunberen; gekoppelde lancetvensters met bekronende oculus. In 1409 (zie gevelsteen) aangebouwd vijfzijdig koor in Scheldegotiek met hoge spitsboogvensters met gotische tracering en glas-in-loodramen. Noordzijde met slechts één zichtbare travee met spitsboogdeur en dito venster erboven. Thans witgeschilderde ruimte onder eikehouten zoldering met beschilderde balklaag op consoles. Zuidmuur doorbroken door gekoppelde lancetvensters en oculi. Noordmuur met getoogde deuren en tribune bovenaan. Scheidingsmuur tussen schip en koor met brede 15de-eeuwse spitsboog rustend op twee zuilen met knopkapiteel; sporen van 13de-eeuwse bogen erboven teruggevonden bij restauratie.

Mobilair. Twee behouden neogotische biechtstoelen en tochtportaal; drie middelste glasramen in koor gesigneerd F.P. Colpaert, 1936, links en rechts glasramen van 1960.

Talrijke in de muur ingemetste oude grafzerken van de priorinnen onder meer deze van Margriet Van Rume en Margriet de Vechte, gedateerd 1315 en afkomstig van het vroegere hospitaal, en verschillende 15de-, 16de-, 17de- en 18de-eeuwse grafzerken.

Kloostergebouwen met verschillende vleugels gegroepeerd rondom een onregelmatige vierkante hof met pandgangen op de begane grond. Volgens archiefdocumenten vermelding van bouw van een galerij en peristilium naar de wasplaats, in 1465 naar ontwerp van architect O. De Bosschere. Oudste zuidelijke en oostelijke pandgang deel uitmakend van de respectievelijk onderkelderde vleugels met gedrukte tongewelven. Noordelijke en westelijke pandgangen onder lessenaarsdak leunen tegen de respectievelijke vleugels aan. Een spitsboogarcade (ten zuiden, met vijf traveeën) en drie korfboogarcaden (noord, oost en west met vier traveeën) in geprofileerde zandstenen omlijsting, thans beglaasd, zien uit op de pandhof. Gangen met zandstenen kruisriboverwelving met in de sleutels onder meer wapenschilden van de priorinnen Catherina Cabeliau (1523-1556) en Margaretha Cabeliau (1556-1580), (twee vissen ruggelinks) afgewisseld met het wapenschild met kruis van het hospitaal, vastgehouden door een engel.

Onderaan pandgevels volledig opgetrokken uit zandsteen en geritmeerd door begroeide steunberen (versneden aan zuidelijke en oostelijke zijde, met geprofileerde geleding in noordelijke en westelijke zijde). Bovenverdieping van oudste zuidelijke- en oostelijke zijde nog grotendeels uit zandsteen, met omlopende waterlijst; rechthoekige vensters, voorheen kruiskozijnen met behouden sponning, thans met 18de-eeuwse ramen met houten roedeverdeling. Dito vensters in bepleisterde Noordelijke gevel en gecementeerde, in 1937 vernieuwde westgevel. Omlopende gelede architraaf onder de gootlijst en mansardedak.

Aan het binnenplein, de oostelijke- en noordelijke gevel respectievelijk aangepast en gebouwd in 1772-74 en 1780, laatstgenoemde volgens archiefdocumenten naar ontwerp van architect J. Fr. Colin; restauratie in 1924 door architect A. Vossaert.

Oorspronkelijk bepleisterde en beschilderde, thans gecementeerde oostgevel van vijftien traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak (leien) met kleine dakkapellen, gemarkeerd door een drie traveeën breed, uitgewerkt deurrisaliet van zandsteen begrensd door kolossale Ionische pilasters onder klokvormig pseudo-fronton. Sterk geritmeerde lijstgevel met rechthoekige vensters tussen doorgetrokken zandstenen banden en aflijnende gelede architraaf onder de houten kroonlijst. Opmerkelijk risaliet in late rococostijl met centrale spiegelboogdeur in geprofileerde omlijsting op neuten, met sluitstuk, prachtige paneeldeur met gebogen tussendorpel met lamberkijn en vergulde waaier met initialen D R (van priorin De Roysin). Bekronend venster in geriemde omlijsting met oren en balusters in de borstwering. Fronton met omlijst rondboogvenster met voluten, wapenschild van de familie De Roysin en guirlandes met wapen van het hospitaal en maskerkop.

Gelijkaardige noordelijke vleugel met gecementeerd parement, identieke vensters in zandstenen banden en omlopende architraaf. Gemarkeerde zijrisalieten van drie traveeën en ijzeren hek vóór de middentravee.

Interieur in sobere classicistische stijl met onder meer sacristie, aanleunend bij de kapel, met in de lambrizering ingewerkte portretten van de verschillende priorinnen, de zogenaamde "tapijtenkamer" met 17de- en 18de-eeuwse Oudenaardse verdures, aangepast voor deze kamer in 1779, en ingewerkt in de lambrizeringen, met rijkelijk stucwerk op de schouwboezem, 18de-eeuwse trap en refter met bepleisterd plafond met gestucte balken en omlopende lijsten.

Bisschopskwartier. Receptiegebouw van het hospitaal met een voor de Zuidelijke Nederlanden uitzonderlijke gevel in renaissancestijl aansluitend bij de Italiaanse renaissance, gelegen tegenover het kloostergebouw, ten oosten van de binnenplaats. Gebouwd onder het priorschap van Mevrouw Calonne naar ontwerp van Symoen De Pape in 1623-33, gerestaureerd in 1905-1908 onder leiding van architect A. Vossaert en na oorlogsschade van de Tweede Wereldoorlog.

Imposant, volledig onderkelderd gebouw van vijf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) op een bordes van zes treden. Monumentale arduinen voorgevel gemarkeerd door gesuperposeerde Toscaanse en Ionische zuilen op hoge vierkante sokkels. Vernieuwde rondboogpoorten op de verhoogde begane grond en kruiskozijnen op de bovenverdieping. Hoofdgestel met trigliefen en metopenfries boven de eerste bouwlaag. en aflijnende architraaf en kroonlijst op klossen. Rechts aanleunende gewitte bakstenen travee met korfboogdeurtje, bolkozijn en ovale omlijste oculus.

Interieur. Eerder traditioneel met op de benedenverdieping één grote overwelfde zaal van vijf traveeën met gedrukte arduinen kruisribgewelven op dito pilasters en vernieuwde renaissancehaard. Gewelfde kelderverdieping met gestucte kruisgewelven, aan de voorzijde met vier ingewerkte keldergaten en toegankelijk via een korfboogdeurtje in de rechtse toegevoegde travee.

Links stonden tot voor kort de zogenaamde "Apostelhuisjes", gebouwd in 1908 als woningen voor bejaarde koppels.

Voorheen zogenaamd "Sint-Elisabethgesticht" van 1905 naar eind 19de-eeuwse plannen (1883) van architect A. Vossaert, geïnspireerd op de 18de-eeuwse vleugel en ingeplant ten noorden van de binnenplaats waardoor deze een gesloten karakter kreeg. Circa 1930 grondig gewijzigd met materniteit (boven) en kliniek met operatiezaal (beneden). Vleugel van dertien traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) met in 1956 toegevoegde dakkapellen. Gecementeerd parement geritmeerd door verticaliserende venstertraveeën en risalieten, en aflijnende geprofileerde daklijst. Middentravee gemarkeerd door (later toegevoegde) arduinen deuromlijsting.

Ten westen, aansluitend bij de kapelvleugel en westelijke pandgang werden in 1937-38 nieuwe ziekenhuisvleugels zogenaamd "Sint-Jozefgebouw" gebouwd door architect Amandus Robert Janssens in aangepaste stijl met twee bouwlagen onder mansardedak met twee haakse lagere vleugels reikend tot de vroegere stadsgracht.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Oost-Vlaanderen, Cel Monumenteen en Landschappen, Archief.
  • Archief Openbare Commissie Maatschappelijk Welzijn (O.C.M.W.) Oudenaarde.
  • De Damen Bernardinnen van Oudenaarde, Gent, 1947.
  • DEVOS P., Het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal te Oudenaarde, Monumenten en Landschappen in Oudenaarde, Oudenaarde, 1993, p. 34-61.
  • GOETGHEBUER P.J., Notes sur les sculpteurs et architectes des Pays Bas, manuscript.
  • HOEBEKE M., Uit de geschiedenis van het Onze-Lieve-Vrouwenhospitaal te Oudenaarde, Oudenaarde, 1953.

Bron: Bogaert C., Lanclus K., Tack A. & Verbeeck M. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Stad Oudenaarde met fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen; Tack, Anja & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1996

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Walburgastraat

Sint-Walburgastraat (Oudenaarde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.