erfgoedobject

Herenhuis Beaucarne met tuin en druivenserre

bouwkundig / landschappelijk element
ID
27503
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/27503

Juridische gevolgen

Beschrijving

Zogenaamd "Huis Beaucarne". Deels in kern opklimmend tot een woning uit de eerste helft van de 18de eeuw, in 1748 aangekocht door J. Beaucarne (1711-1780) die het huis in 1751 met aanzienlijke kosten liet verbouwen. Nadien uitgebreid met een rechts aanpalend pand en geüniformeerd tot een geheel, wellicht circa 1800 of in het eerste kwart van de 19de eeuw. Tot 1945 bezit en bewoond door de vooraanstaande familie Beaucarne van wie verscheidene het ambt van burgemeester van Ename bekleedden.

Uitzonderlijk lange woning van twee bouwlagen en elf traveeën onder zadeldak (pannen, nok parallel met de straat). Een houten dakkapelletje met half schilddak (leien), boven de overgang van de vijfde naar de zesde traveeën. Vrij sober gehouden bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel op grijsgeschilderde plint. Twee registers van rechthoekige vensters met luiken en hardstenen lekdrempels. Lichte gevelverspringing tussen de zevende en achtste travee geeft de scheiding aan tussen het woonhuis van 1751 links en een later toegevoegd pand (eveneens zichtbaar in de achtergevel). Zeven linker traveeën met symmetrische dubbelhuisopstand gemarkeerd door een licht uitspringend middenrisaliet van drie traveeën. Gevel met gebogen verloop vanaf de eerste travee tot de centrale deurtravee. Spiegelboogdeur in een geprofileerde hardstenen omlijsting op neuten, afgedekt door een gebogen kroonlijst met gestrekte uiteinden. Gebogen tussendorpel en bovenlicht met waaiervormige tracering. Gevel afgelijnd door hoofdgestel met gelede architraaflijst, vlakke fries en kroonlijst. Poort in de twee voorlaatste travee in het derde kwart van de 20ste eeuw voorzien van hardstenen omlijsting met wapenschild van de abdij van Ename. Hardstenen vroegere straatnaamplaat in tweede travee met opschrift: "Jonkheer/ Louis Beaucarneplaats/ Burgemeester/ 1921-1940".

Bepleisterde en gewitte achtergevel met geblokte pilaster op de scheiding van de samengevoegde huizen. Hoge rondbogige empirevensters op begane grond met bovenlichtverdeling door fijne pijlen. Rechthoekige bovenvensters, van een kleiner formaat in de vier zichtbare traveeën van het oudste woonhuisgedeelte. Rechts grotendeels beglaasde vleugeldeur met geometriserende tracering. Links brede korfboogpoort met blind verdiept boogveld. Geprofileerde daklijst oversneden door een haast vierkant zoldervenster. Midden tegen de plint: buitenkeldertrap onder vlak afgedekte opbouw met raam van decoratief ijzeren hekwerk. Haakse woonvleugel van twee verdiepingen onder afgewolfd pannen zadeldak, vormt de linker begrenzing van de semi-gesloten en deels gekasseide binnenplaats. Gewitte bepleisterde lijstgevel met twee rondbogige opkamervensters in de linker gevelhelft; twee opmerkelijk hoge rechthoekige bovenvensters, evenals de overige bovenvensters reikend tot de geprofileerde daklijst. Te vermelden oorspronkelijke interieurelementen: twee witte marmeren schoorsteenmantels in rococostijl waarvan één met authentieke houten boezembekleding met gesculpteerde ornamenten; houten raamschermen in Lodwijk XV- en XVI-stijl; houten bordestrap tot zolderverdieping met leuning en gesculpteerde trappaal in Lodewijk XIV-stijl; verscheidene 18de-eeuwse binnendeuren met paneeldecoratie onder meer in de pronkkeuken met haard in houten omlijsting met Lodewijk XV-ornamentatie; wandkasten in Lodewijk XVI-stijl en dito imitatie-haard in de opkamer van de haakse woonvleugel; 18de-eeuwse blauw/witte vierkante wandtegels in de keuken; bibliotheek op bovenverdieping met marmeren schoorsteenmantel en bibliotheekkasten in directoirestijl.

Diverse aan de binnenplaats palende voornamelijk bijgebouwen uit de eerste helft van de 19de eeuw met gewitte bepleisterde gevels. Rechtse zijkant met ondiepe constructie van een bouwlaag voorzien van lijstgevel met uitspringend middenrisaliet bekroond door siervazen en geopend door brede boog, thans met volière. Aan weerszij rondbogige nissen met geopende beglaasde bovenlichten. In de linker achterhoek van de binnenplaats tegenover de tuingevel van de woning, voormalig koetshuis met smalle en hoge frontgevel begrensd door pilasters en bekroond door een hoofdgestel met driehoekig fronton. Brede korfboogpoort met blind verdiept boogveld en rondbogig bovenvenster. Langsgevel van elf traveeën met vensterdeuren.

Diepe tuin doorlopend tot aan de Abdijsteeg en gedwarst door een beekje, onderdeel van een gracht die minstens sinds de 15de eeuw door de abdij van Ename werd aangelegd vanaf Volkegem langs Te Walle naar het dorp en de abdij in functie van de watervoorziening. Rechthoekige open houten tuinpaviljoen onder pannen zadeldak aan een zijde rustend op gietijzeren zuiltjes.

Met de achtergevel aan de Abdijsteeg palende druivenserre. Vermoedelijk in de jaren 1770 opgericht als oranjerie of wintertuin, later, (midden 19de eeuw tot derde kwart van de 19de eeuw ?) getransformeerd en verhoogd met druivenserre. Hoog rechthoekig bakstenen gebouw, aan zuidkant met laag hellend beglaasd lessenaarsdak op met beglazing verhoogde voorgevel. Tuingevel heden gewitte bepleisterde lijstgevel, vroeger echter met beschildering in alternerende rode en blauwe verticale banden (zie zichtbaar gelaten fragment links), motief ontleend aan Turkse tenten en eigen aan het modisch exotisme in de West-Europese architectuur in de tweede helft van de 18de eeuw. Symmetrisch opgebouwde voorgevel met hoge toegang in één (rechts) van de uitspringende hoektravee met plat dak. Centraal breed en hoger rondboogvenster geflankeerd door rondboognissen onder oculi, eveneens blindnissen met later toegevoegde karikaturale bustes van gepolychromeerd aardewerk. Twee hoge rondboogvensters onder grote ronde oculus en oversneden door houten zoldering in oostgevel. Neogotisch getinte ijzeren tracering in de rondboogvensters. Overwegend gesloten noordgevel, naast een deur, een klein vierkant raam met houten tralies en een kleine ruitvormige opening enkel voorzien van vensters op bovenste niveau, hoger opgaand dan het vlak afgedekte hoogste deel van het dak met gaanderij. Interessante binneninrichting afgestemd op een doelmatige verluchting en isolatie onder meer met kelderruimte onder het achterste gedeelte met hoger vloerniveau, decoratief beschilderde schuifluiken voor de vensters in zij- en achtergevel. Balklaag van benedenverdieping rustend op slanke houten steunen met hoge vierkante gemetste sokkels. Scheidingswand met gaanderijen tegen de noordmuur geopend met drie registers met van onder naar boven: steekbogen, rondbogen en bovenste niveau met spaarzame kleine rondbogen, bereikbaar met houten trapladders. Houten raamconstructie met steunen voor het leiden van druivenranken op bovenverdieping.

  • BERINGS G. 1992: Ename: meer dan een abdij. Historische schets van een dorpsontwikkeling, Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde van zijn Kastelnij en van den Lande tusschen Maercke en Ronne XXIX, 61.
  • FREDERICQ-LILAR M. 1974: Ename en het Huis Beaucarne, De Woonstede door de eeuwen heen 23, 6-16.
  • FREDERICQ-LILAR M. 1987: De druivenserre van Ename, De Woonstede door de eeuwen heen 74, 34-45.

Bron     : Bogaert C., Lanclus K., Tack A. & Verbeeck M. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Stad Oudenaarde met fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Bogaert, Chris, Lanclus, Kathleen, Tack, Anja, Verbeeck, Mieke
Datum  :

Aanvullende informatie

De tuin bij het huis Beaucarne bestaat uit een binnenkoer met terras. De zuidoostelijke zijde is met omvangrijke leilinden afgeboord. De moerascipres staat op de overgang van de binnenkoer naar de dieper gelegen landschappelijke tuin. Deze tuin omvat enkele indrukwekkende bomen die wellicht teruggaan tot de 18de eeuw. Tussen de moerascipres en de trompetboom staan twee grote kolomvormige taxussen in het verlengde van een tuinmuur met arcadebogen. Het hoofdpad in natuursteen loopt kronkelend langs door de rotstuin, waarin de beek die naar de Abdij van Ename liep is geïntegreerd. Op verschillende plaatsen zijn mooie doorzichten op de tuin en de oude bomen. Tussen de trompetboom en de magnolia staat een oude Franse tamarisk (Tamarix gallica). De ommuurde moestuin bevindt zich op het perceel ten noordwesten. Symmetrisch aan de andere zijde van de tuin ligt eveneens een deels ommuurde en deels omhaagde voormalige boomgaard met een speelhuisje tegen de noordelijke fruitmuur.

De druivenserre met de 18de-eeuwse druivelaars bevindt zich op het einde van de landschappelijke tuin. Deze constructie is gebouwd voor het kweken van tafeldruiven van de variëteit Frankenthal. De druivelaars dateren uit de periode van het oprichten van de wintertuin (tussen 1770 en 1775), wat zeer zeldzaam is. Twee druivelaars zijn buiten geplant tegen de gevel van de serre en worden op een hoogte van ongeveer 1 m door het glas naar binnen geleid. In de serre zijn drie druivelaars aangeplant. De druiven komen op 10 m hoogte tot rijping, onder het glazen dak van de in de 19de eeuw vergrootte serre. Ze zijn waaiervormig gesnoeid, zoals beschreven in de Encyclopedie van Diderot en d'Alembert. Zo komt men tot een optimaal invulling van de serre waarbij de wanden en het glazen dak volledig met wijnranken bedekt zijn. De druivelaar tegen de buitengevel aan de noordwestelijke kant meet 63 cm omtrek op een hoogte van 85 cm. De druivelaar rechts daarvan meet 55 cm omtrek op een hoogte van 90 cm.

  • FREDERICQ-LILAR M. 1987: De druivenserre van Ename, De Woonstede door de eeuwen heen 74, 34-45.
Auteurs : Vanmaele, Nele
Datum:

Relaties

  • Omvat
    Magnolia tuin Beaucarne

  • Omvat
    Moerascipres tuin Beaucarne

  • Omvat
    Trompetboom tuin Beaucarne

  • Is deel van
    Beaucarnestraat


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Herenhuis Beaucarne met tuin en druivenserre [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/27503 (Geraadpleegd op )