Parochiekerk Sint-Eligius en kerkhof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Maarkedal
Deelgemeente Maarke-Kerkem
Straat Maarkeweg
Locatie Maarkeweg zonder nummer, Maarkedal (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Maarkedal (adrescontroles: 31-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Maarkedal (geografische inventarisatie: 01-01-1998 - 31-12-1998).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Eligius, dorpskerk en kerkhof

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Eligius en kerkhof: orgel
gelegen te Maarkeweg (Maarkedal)

Deze bescherming is geldig sinds 07-02-1980.

Beschrijving

Oostelijk georiënteerde dorpskerk binnen een rechthoekig ommuurd kerkhof; voorheen een kleiner ovaalvormig kerkhof vergroot in 1786 en in 1892 vernieuwde kerkhofmuur en toegangshekken. Gezien de Sint-Lambertusabdij van Liessies (Noord-Frankrijk) in 1129 het patronaatschap van de kerk van Maarke verwierf, kan aangenomen worden dat parochie reeds in begin 12de eeuw een kerk bezat. Bouw van de huidige classicistische kerk in 1774 na sloop van de bouwvallige kruiskerk waarvan de laatgotische kruisingstoren (circa 1510-1525?) behouden bleef naast de nieuwe bouw. P. Devos vermoedt onder andere de oprichting van de 16de-eeuwse kruisingstoren binnen een aanvankelijk natuurstenen zaalkerkje. Wegens ontbreken van archeologisch en grondig bouwhistorisch onderzoek blijft de evolutie van de vroegere kerk voorlopig onvolledig en hypothetisch. Nieuwe kerk ingewijd in 1777 en nadien slechts in geringe mate veranderd. Opening van twee koorramen in 1896-97 gepaard met verlaging van sacristiedak. Binnenrestauratie met nieuwe overwelving aangebracht in 1907 naar ontwerp van architect J. Colpaert; zijn plannen van 1913 voor wijziging van de westgevel zijn niet uitgevoerd. Herstelling van de kerk in 1952-53 naar ontwerp van architect J. Dhaeyer.

Ruime zaalkerk van vijf traveeën uitlopend op een veel smaller koor van twee traveeën met driezijdige sluiting. Tegen vierde travee van noordgevel aansluitende vierkante toren; trapkoker met spiltrap in de noordoosthoek. Uitspringende sacristie in de zuidelijk kooroksel.

Bak- en natuurstenen toren uit het eerste kwart van de 16de eeuw; drie bouwlagen waarvan uitspringende onderbouw echter met wellicht romaanse muurresten en aanpassingen van 1774; noord- en oostkant met opgaand metselwerk van breuksteen (Doornikse steen en lokale ijzerzandsteen); disparaat metselwerk en bouwsporen voornamelijk aan noordzijde bemoeilijken een eenduidige interpretatie van de hergebruikte muren of materiaal van voorgaande kerk. Spitsboogveld aan oostzijde mogelijk teruggaand op gotische kooropening van vroegere kerk. Westkant van onderbouw toren gelijktijdig met laat-18de-eeuwse kerk vernieuwd. Vroegere open grafkapel tegen deze torenzijde recent gesloopt en vervangen door houten afdak boven gepolychromeerd houten Christusbeeld aan kruis. Bovenverdieping toren geleed door hardstenen banden met waterlijsten ter hoogte der versnijdingen van de hoeksteunberen; deze eindigen onder de klokkenkamer. Inwendig op tweede bouwlaag bewaarde korfboognissen met gedichte lichtspleet; grote nis met rechthoekig venster; Zuidkant met toegangsdeur van torentrap en met zandsteen omlijst gedicht rechthoekig torenvenster. Twee hoge spitsbogige galmgaten met hard- of zandstenen negblokken en geprofileerde boog. Steigergaten onder de geprofileerde daklijst. Ingesnoerde achtzijdige leien torenspits met groot neogotisch decoratief ijzeren torenkruis.

Bak- en hardstenen schip met bouwjaar 1774 in sluitsteen van kerkportaal. Beuk onder leien zadeldak met afgewolfd oostuiteind en zadeldakvormige aansluiting met toren. Gebruik van alternerende hardstenen blokken aan gevelhoeken, in lisenen en als omlijsting van de rondboogvensters unifieert het eenvoudige classicistische uitwendige voorkomen van de kerk. Eenvoudige voorpuntgevel vertoont een uitspringend middenrisaliet met heropgemetste top. Rondbogig portaal in hardstenen omlijsting met kwartholprofiel en boog op geprofileerde imposten. Even breed rondbogig bovenlicht onder een bij de restauratie in midden 20ste eeuw toegevoegde topoculus.

Benedenruimte van de toren, tot 1934 in gebruik als doopkapel, overkluisd met bepleisterd bakstenen kruisgewelf met belijning van graten en centraal motief. Overwelving op geschilderde bakstenen spitsbogen geschraagd door vier geschilderde natuurstenen zuilen met koolbladkapiteel en op veelhoekige basis. Hardstenen spiltrap (46 treden) in bakstenen trapkoker met gedichte lichtspleet.

Witgeschilderde bepleisterde beuk en koor. Gewitte heiligenbeelden op consoles tegen de lisenen tussen de vensters van de beuk. Afgeknotte zoldering met trekankers. De classicistische houten interieuraankleding met sterk homogeen karakter geplaatst in 1783, verleent aan de binnenkerk een rijkelijke indruk. Vooral de architectonische uitwerking en sculpturale verzorgde ornamentiek van de volledig omlopende lambrisering is kenmerkend voor het geheel; opmerkelijke wand met vooruitspringend portaal en doksaal, geflankeerd door diepe rondboognissen.

Mobilair: 17de-eeuws schilderij van Calvarie, vroeger altaardoek; twee 18de-eeuwse schilderijen en een altaardoek uit begin 19de eeuw, Heilige Eligius deelt aalmoezen uit. Verguld houten Heilig Eligiusbeeld uit de 17de eeuw, gepolychromeerd Onze-Lieve-Vrouwebeeld met Kind uit de 19de eeuw. Ensemble van drie portiekvormige onbeschilderde houten altaren, koorgestoelte en lambriseringen met vier ingewerkte biechtstoelen uit het vierde kwart van de 18de eeuw door D. De Staercke (Nederbrakel); fraai gesculpteerde communiebank van circa 1776 door D. De Staercke (Nederbrakel). Barokke preekstoelkuip gedateerd 1680, vervaardigd door C. Mahieu en zou afkomstig zijn van de abdij van Maagdendale te Oudenaarde, trap toegevoegd in 1934.

Orgel uit het eerste kwart van de 18de eeuw, waarschijnlijk werk van L. Delhaye (Gent), in 1806 gekocht van de kerkfabriek van Geraardsbergen en door J. Hubau (Nukerke) in de kerk van Maarke geplaatst; in 1813-1814 herwerkt door P.-C. van Peteghem (Gent); tot 1832 in onderhoud door orgelmakersfamilie Van Peteghem.

Natuurstenen doopvont van 1673 met houten deksel. Kruisweg geschilderd op doek geplaatst in 1843. Twee neogotische gekleurde glas-in-loodramen van A. Verhaeghen van 1891 en twee van A. Casier van 1896-1897. 16de tot 18de-eeuwse grafstenen in torenvloer.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Oost-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, Archief.
  • Maarke-Kerkem, Pastorie Maarke, Archief. Maarkedal, gemeente-archief Maarke-Kerkem, 861.3:571:3.
  • DEVOS P., Bouwhistorische sporen aan de Sint-Eligiuskerk van Maarke. Kroniek van de Sint-Eligiuskerk van Maarke, 19de en 20e eeuw. Het meubilair in de Sint-Eligiuskerk van Maarke, Monumenten & Landschappen in Oudenaarde en Maarkedal, (9) Oudenaarde, 1997, p. 42-47.
  • DE WOLF K., Architectuurgids Zuid-Oost-Vlaanderen. Gotische bouwkunst (1225-1625), Zottegem, s.d., p. 50.
  • LONCKE G., Historisch rapport, onuitgegeven restauratiedossier, Overmere, 1997.
  • VANDENBUSSCHE - VAN DEN KERCKHOVE C., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Oudenaarde, Brussel, 1978, p. 15-19.
  • WIEME D., Maarke, onuitgegeven notities.

Bron: Verbeeck M. & Tack A. 1998: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Kanton Oudenaarde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1998

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Maarkeweg

Maarkeweg (Maarkedal)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.