Woning Van Grootenbruel

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Ronse
Deelgemeente Ronse
Straat Oswald Ponettestraat
Locatie Oswald Ponettestraat 88-90, 92A, Ronse (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Ronse (adrescontroles: 02-04-2008 - 02-04-2008).
  • Inventarisatie Ronse (geografische inventarisatie: 01-01-1998 - 31-12-1998).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Woning Van Grootenbruel

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Woning Van Grootenbruel met tuin

Deze bescherming is geldig sinds 13-11-2009.

Beschrijving

Woning van Grootenbruel is een vroeg-19de-eeuws herenhuis in neoclassicistische stijl, uitgebreid door stadsarchitect A. Massez in de jaren 1920 met een mansardedak, garages en veranda. De tuinarchitectuur naar ontwerp van architect H. Fonteyne sluit aan bij de "Nouveau Jardin Pittoresque"-beweging en de art-decostijl.

Historiek

De kern van de woning gaat terug tot de eerste helft van de 19de eeuw en vormde met de ernaast gelegen smidse, de latere herberg "Cheval Rouge" de laatste bebouwing als overgang naar het landelijke Ronse. De woning met diepe achterliggende percelen is opgetekend op de Poppkaart (circa 1862) en was toen in het bezit van landbouwer J.B. Pessemier.

Begin 20ste eeuw komt de woning in het bezit van Louis Van Grootenbruel. Hij was in 1913 in Ronse gestart met een weverij in de De Mérodestraat en neemt in 1915 de "Mechanische weverij Jean Cambier" over in de Viermaartlaan. Onder de naam "Ets. Louis Van Grootenbrul & Cie" – "Tissage La Perle" breidt deze weverij aanzienlijk uit en worden nieuwe gebouwen opgetrokken onder leiding van architect Albert Massez vanaf de jaren 1920.

In dezelfde periode koopt Louis Van Grootenbruel de bestaande woning in de huidige Oswald Ponettestraat. Architect Massez krijgt de opdracht om deze woning uit te breiden met een mansardedak, veranda en keuken in 1922. Vermoedelijk werd de veranda-keuken toen niet uitgevoerd maar volgens een bouwaanvraag van 1925 gerealiseerd samen met de garages links van de woning.

Vermoedelijk wordt het interieur in dezelfde periode verfraaid met per kamer verschillende muurdecoraties die elk op zich kwalitatieve voorbeelden zijn in hun genre.

De omliggende gronden worden opgekocht en volgens een bewaard bouwplan in 1930 wordt een prachtige "nieuwe tuin" aangelegd geïnspireerd op de "Nouveau Jardin Pittoresque"-beweging van Belgische tuinarchitect Jules Buyssens (1872-1958) en de "Jardin Nouveau" van de Franse tuinarchitect Jean Claude Nicolas Forestier (1861-1930) uit het begin van de 20ste eeuw. De plantenserre en gemetste vijvers, later deels aangepast tot zwembad, de geometrische bloemenperken en paden en de imposante pergola werden gerealiseerd naar ontwerp van de Brugse architect H. Fonteyne (1881-1947).

De gronden ten westen van zijn tuin liet Louis Van Grootenbruel volgens een plan van stadsarchitect A. Massez, verkavelen in 1924. Deze typische interbellumstraat wordt Louis Van Grootenbruelstraat genoemd.

Beschrijving

Aan de straat ingeplant herenhuis op rechthoekige plattegrond, van vijf traveeën en twee onderkelderde bouwlagen onder mansardedak (leien) met drie dakvensters en twee oeils-de-boeuf. Gepleisterde en witgeschilderde gevels afgewerkt met een omlopende gelede architraaf en houten kroonlijst op verzorgde klosjes met dropmotief. De hoge, ongelijke hardstenen plint door het dalende straatniveau, is voorzien van verdiepte en versierde panelen onder de vensters en getraliede keldergaten. Een hardstenen kordon zoomt de gevel af. De eenvoudige rechthoekige vensters met witgeschilderd T-vormig schrijnwerk en glas-in-lood, hebben luiken op de begane grond. De bovenvensters zijn gevat in een geriemde omlijsting. De centrale rechthoekige deur is geaccentueerd door een vlakke hardstenen omlijsting met imposten en kroonlijst, kenmerkend voor de eerste helft van de 19de eeuw. De deur met bovenlicht is kenmerkend voor het Interbellum met beglaasde deurlichten met fraaie gesmeed ijzeren vulling.

De aanbouw rechts met veranda, gerealiseerd volgens de bouwaanvraag van 1925, heeft slechts één bouwlaag met gecementeerd parement, afgewerkt met een attiek waarachter het bovenlicht schuil gaat. De straatgevel wordt geritmeerd dor vijf gekoppelde vensters voorzien van rolluiken. Het gemarkeerde rechter risaliet met breder rechthoekig venster met schuifraam bezit een fraai glas-in-loodraam in art-decostijl. Een driedubbele beglaasde deur onder een groot zinken afdak op fraaie geajoureerde ijzeren consoles geeft rechts uit op de tuin; gelijkaardig deurvenster in de tuingevel. Een geplaveid pad loopt omheen de zij- en achtergevel.

De achtergevel is identiek aan de voorgevel, met eenvoudige rechthoekige deur en vensters, op de begane grond voorzien van persiennes. De rechter vensters zijn voorzien van glasramen van glazenier H. Dufour uit Tournai, die ook voor de voormalige textielfabriek van Louis Grootenbruel aan de Viermaartlaan 10-12 glasramen leverde. Het dakvenster boven de drie rechter traveeën werd later toegevoegd.

Behouden plattegrond van het oorspronkelijke dubbelhuis met centrale gang met zwart-wit geruite tegelvloer en salons links en rechts, aan de rechter zijde met aangebouwde veranda en salon. Vooral de begane grond herbergt een merkwaardig interieur in een combinatie van conservatieve en modebewuste stijlelementen.

Rechts van de veranda sluit een gecementeerde muur en fraai gesmeed ijzeren hek de tuin af van de straat. Links van de woning wordt de doorgang afgesloten met eenzelfde witgeschilderd gesmeed ijzeren hek. De aansluitende garage van 1925 heeft een gecementeerde gevel afgewerkt door een attiek en is voorzien van twee korfboogpoorten.

Haaks achter de garage sluit het vroegere koetshuis aan met washok, remise, paardenstallen en duiventorentje. Het gebouw telt vijf traveeën en één hoge bouwlaag onder schilddak van zwarte pannen, en dateert naar verluidt van 1919. De gecementeerde tuingevel is gemarkeerd door een breed middenrisaliet met puntgevelbekroning en brede getoogde koetspoort. De zijtraveeën zijn voorzien van spaarvelden doorbroken door getoogde deuren en een venster links, onder waterlijst en spiegels. Rechts leunt een duiventorentje aan met drie geledingen en een zinken tentdak met vlieggaten onder de overstekende kroonlijst en bekronende windvaan.

Midden achter het woonhuis bevinden zich een aantal typische aanhorigheden zoals een volière, een berghok en een grote plantenserre, naar het voorbeeld van de vroegere kasteeldomeinen. De tuinaanleg rechts van het woonhuis werd gerealiseerd in 1930, naar bewaarde plannen van architect H. Fonteyne (Brugge) van 1928 en weerspiegelt volledig de tijdsgeest met dicht bij het huis aansluitende terrassen, vijvers, een pergola en geometrisch aangelegde paden, gras- en bloemenperken. Het plan van architect Fonteyne omvat een grote plantenserre op rechthoekige plattegrond met gecementeerde bakstenen onderbouw met houten vensterregister en glas-en-houten dak. Het aansluitend berghok heeft een driezijdige uitbouw, gecementeerde wanden en steekboogvormige muuropeningen. De tuin vooraan rechts werd aangelegd met terrassen en stenen zitbanken die uitkijken op gemetste gecementeerde vijvers met een cascade tussen beide. De tweede vijver met halfronde uitbouw werd later aangepast als openluchtzwembad. Een imposante pergola met gelijkaardig gebogen middendeel en hoekportieken vormt de overgang van de aangelegde tuin en het landschappelijke gedeelte achteraan. Deze aanleg sluit aan bij de "Nouveau Jardin Pittoresque"-beweging van Belgische tuinarchitect Jules Buyssens (1872-1958) en de "Jardin Nouveau" van de Franse tuinarchitect Jean Claude Nicolas Forestier (1861-1930) uit het begin van de 20ste eeuw. Gelijkaardige pergola's werden vooral toegepast in publieke parken, zoals in het Koning Albertpark en het Citadelpark te Gent, eveneens van 1930, of in grote villatuinen en kasteeldomeinen. Ze vormden een substantieel onderdeel van de aangelegde tuin in het interbellum.

Deze pergola op halfcirkelvormige plattegrond is voorzien van twee hoekportieken, bestaande uit gecementeerde pijlers op sokkel die een raamwerk dragen waarover klimplanten geleid worden, onderaan verbonden door een lage borstwering.

Omheen de architecturale elementen was een geometrisch opgebouwde bloementuin aangelegd met strak geometrische padenpatroon, gras- en bloemenperken die aansluit bij de rechtlijnigheid van de Art Deco. De diepe achterliggende tuin, aangelegd in landschapstijl met groenblijvende struiken en talrijke hoogstambomen, wordt buiten de bescherming gelaten.

  • Stadhuis Ronse, Archief Huisvesting - Ruimtelijke Ordening, Bouwaanvragen, Doos 1922, 01.01.-30.06, Doos 1925, 01.01-30.06, 1.07-31.12, Doos 1930, 01.01-31.03.
  • BOGAERT C., LANCLUS K., TACK A. & VERBEECK M., 1998: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Kanton Ronse, Bouwen door de eeuwen heen 15N3, Brussel-Turnhout, 326-327.
  • DE WAELE A. 2005-2006: Albert Massez (1871-1949): van art nouveau tot modernisme, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, RUG.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingdossier DO002335, Woning Van Grootenbruel

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Oswald Ponettestraat

Oswald Ponettestraat (Ronse)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.