erfgoedobject

Neogotisch administratiegebouw

bouwkundig element
ID
29454
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/29454

Juridische gevolgen

Beschrijving

Gelegen aan de hoek met Philipstockstraat nummer 2. Ministerie van Openbare Werken, Bestuur Bruggen en Wegen. Restaurant van het Ministerie van Financiën.

Neogotisch hoekpand naar ontwerp van architect Jules Coomans (Ieper) van 1908 en opgetrokken in 1910-1914. Bijhorende conciërgerie naar ontwerp van architect Edward Schelstraete (Brugge) van 1925 met integratie van arduinen klokgevel van 1732 afkomstig van de Markt, zie Philipstockstraat nummer 2.

Linker gedeelte van het ensemble Provinciaal Hof - Postgebouw en tevens eindfase van deze sinds 1887 ingezette neogotische nieuwbouw aan de oostelijke Marktzijde ter vervanging van de laatclassicistische eenheidsbebouwing van 1789-1791, deels door brand verwoest in 1878; de twee nog bewaarde panden, een herberg en een winkel, aan de hoek Philipstockstraat worden pas in 1902 door het Rijk aangekocht en in 1908 gesloopt. Initieel voorzien als locatie van de Spoorwegadministratie, uiteindelijk ontworpen als ambtswoning van de gouverneur doch van meet af aan met huidige administratieve functie; na de Eerste Wereldoorlog blijft gouverneur L. Janssens de Bisthoven de oude ambtswoning aan de Burg betrekken.

Eerste ontwerp van architect Louis Delacenserie (Brugge) van 1907 in neorenaissancestijl, van de neogotische oostelijke Marktzijde, wordt afgekeurd. Vervolgens twee ontwerpen van architect Jules Coomans (Ieper), één in neorenaissancestijl met zware hoektoren en één eclectisch neogotisch project dat wordt weerhouden. In tegenstelling tot het Provinciaal Hof en de Post, is dit pand echter minder neo-Brugs getint, zij het ook al ten dele door het materiaalgebruik, een parement van arduin voor de voor- en zijgevel en baksteen met verwerking van arduin voor de achtergevels; leien zadeldaken verfraaid met getrapte dakkapellen en vorstkam.

Onderkelderd gebouw op grosso modo L-vormige plattegrond rondom binnenplaats. Drie bouwlagen; van links naar rechts, acht traveeën + uitgebouwde veelzijdige traptoren + drie traveeën + aan Philipstockstraat, twaalf traveeën waarvan linkser hoektravee als toren uitgebouwd.

Marktgevel. Acht rechter traveeën met gevelordonnantie naar laatgotisch patroon met neorenaissancistische inslag, zie het reconstruerend gerestaureerde Brusselse Broodhuis (1873-1895). Totaal opengewerkte gevel met uitgebouwde galerij van twee bouwlagen: gedrukte spitsboogarcade beneden steunend op octogonale zuilen met bladwerkkapitelen en met traceerwerk versierde schachten, boven herhaald met smallere gekoppelde bogen op colonnetten; traveeën via met traceerwerk versierde borstweringen bijkomend geaccentueerd door halfzuiltjes en pilasters. Overkluizing van de loggia door middel van kruis- en stervormige gewelven. Opstand gemarkeerd door de koetspoort rechts en voorts door gekoppelde gedrukte spitsboogvensters, op eerste en tweede bouwlaag tussen gebundelde colonnetten; driepas- en visblaasmotieven in de koppen. Bekronende balustrade.

Links van de galerij, slanke traptoren geïnspireerd op die van de Poortersloge met determinerende rol in de gevelcompositie en volumewerking. Vijf geledingen gemarkeerd door kordons, vanaf de vierde geleding versmallend en geritmeerd door steunberen aansluitend bij de zuiltjes waarop de uitkragende, opengewerkte borstwering rust; tweeledige lantaarn onder leien spits met windvaan.

Drie linker traveeën verticaal geleed door middel van Brugse travee, type I; traceerwerk ter hoogte van borstweringen; kruiskozijnen. Bekronende geajoureerde balustrade en brede getrapte dakkapel links geflankeerd door uitkragend hoektorentje onder stenen spits afgezet met hogels.

Gevel aan Philipstockstraat. Zelfde neo-Brugse gevelordonnantie, ter hoogte van derde travee rechts met over tweede en derde bouwlaag doorgetrokken driezijdige erker bovenaan opengewerkt als spitboogarcade. Torenvormig uitgebouwde dienstinkom; vierkante toren waarvan de zijden, in de lijn van de belforttoren van Lo (1565), oplopen in trapgevels met hoekspuwers.

Gelijkaardige, doch soberder achtergevels; onder meer ook torenvormige bekroning als lagere bakstenen pendant van dienstingang.

Interieur. De oorspronkelijke indeling met L-vormige enfilade van vertrekken rondom een trappenhuis - laatst genoemde ook toegankelijk via de overwelfde koetsendoorrit - is nog herkenbaar. Behoudens de overwelfde stenen wenteltrap in de traptoren, getuigt het interieur nauwelijks van een doorgedreven neogotische vormgeving, voorts aangepast aan de huidige functies.

  • Archief Regie der Gebouwen, Directie Brugge.
  • DEVLIEGHER L., Van Waterhalle tot Provinciaal Hof, Brugge, 1994, p. 53-63.

Bron: GILTÉ S. & VANWALLEGHEM A. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Oudste kern, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18nA, Brussel - Turnhout.
Auteurs: Gilté, Stefanie; Vanwalleghem, Aagje
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Neogotisch administratiegebouw [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/29454 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.