erfgoedobject

Dreef van opgaande bomen

landschappelijk element
ID: 300166   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300166

Juridische gevolgen

Beschrijving

De Hofdreef is een circa 1 kilometer lange dreef van zomereik, beuk, winterlinde en Amerikaanse eik. De dreef werd in verschillende fasen aangelegd tussen 1755 en 1823 en verbindt het kasteeldomein ‘het Hof van Wuustwezel’ met de dorpskern van Wuustwezel. De oudste bomen in de dreef dateren mogelijk nog van de vroeg 19de-eeuwse aanleg. De dreef bleef bovendien over haar gehele lengte quasi onverhard.

Historiek

De Hofdreef verbindt het kasteeldomein ‘het Hof van Wuustwezel’ met de dorpskern van Wuustwezel. De dreef maakt deel uit van een historische aanleg van een 18de-eeuwse buitenplaats met typische elementen, zoals een riant buitenhuis, een geometrische parkaanleg en een door bomen geflankeerde oprijlaan. De dreef werd aangelegd in verschillende fases tussen circa 1755 en 1823 en werd pas een halve eeuw na de start van de aanleg gefinaliseerd, in het eerste kwart van de 19de eeuw. Op een figuratieve kaart van het domein van Van Ostaeijen uit 1680 is het kasteel nog omringd door boomgaarden en is de dreef, in tegenstelling tot andere toen reeds aanwezige wegen, nog niet afgebeeld. De dreef is voor het eerst zichtbaar op een figuratieve kaart van P. Stijnen uit 1755, een document dat de verlegging van een voetweg registreert naar aanleiding van de bouw van het nieuwe kasteel. Op dat moment bleef de dreef binnen de begrenzing van het kasteelpark. Dit doet vermoeden dat de dreef werd aangelegd in opdracht van Jan Frans Vinck, die de heerlijkheid Wuustwezel, waaronder het kasteeldomein, aankocht in 1745. Op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) is te zien dat de lengte van de dreef in die periode al verdubbeld is ten opzichte van het plan uit 1755. Het eerder aangelegde deel is ondertussen opgenomen in een geometrisch aangelegd park. Waarschijnlijk koesterde Jan Frans Vinck al van in het begin plannen om zijn domein met de dorpskern te verbinden. Het aanleggen van door bomen afgeboorde oprijlanen was immers typisch voor de 18de eeuw. Dat de uitvoering zo lang op zich liet wachten had wellicht te maken met de eigendomssituatie van het geplande traject, zoals ook geïllustreerd wordt op een ongedateerde, waarschijnlijk vroeg 19de-eeuwse, kaart getiteld “Project van een Dreeff naer het dorp van Wuestwezel”. Uit dit plan blijkt dat het traject over een tiental percelen liep die niet in eigendom waren van de kasteelheer. Jan Frans Vinck moest dus met al deze eigenaars onderhandelen om (delen van) die percelen in zijn bezit te krijgen. Zo staat in de schepenregisters van Wuustwezel voor september 1778 een “erfmangeling” opgetekend tussen Jan Frans Vinck en Marie C. Lambrechts, waarbij een percelenruil tussen beiden geregistreerd werd opdat Vinck de Hofdreef kon verlengen. Twee figuratieve kaarten van J.B. Fabry uit 1807 en 1811 tonen dat de “Grande Drève de Monsieur Vinck” dan bijna gerealiseerd is. Nog één perceel, toen in het bezit van het Elizabethhospitaal van Antwerpen, scheidde de dreef van het dorp. De dreef wordt voor het eerst volledig afgebeeld op het primitief kadasterplan uit 1823. Het laatste stuk liep niet rechtdoor, maar werd gerealiseerd met een knik . Dit kan erop duiden dat er een compromis diende gesloten te worden met de toenmalige eigenaar met betrekking tot het verdere verloop van het traject, naar analogie met de dreef tussen het kasteel de Merode van Westerlo en de abdij van Tongerlo. In 1823 werd de dreef afgesloten door middel van een ijzeren draaiboom. Ook de inkompoort aan het ommuurde kasteelpark is voor het eerst te zien op het primitief kadasterplan uit 1823. De poort is opgebouwd uit vier hoge en twee lage met dennenappels bekroonde pilasters, met elkaar verbonden door middel van een smeedijzeren hekwerk met ruitvormige motieven die verwijzen naar de directoire en empirestijl die in België tussen 1795 en 1830 gangbaar waren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteeldomein bezet. Daar de vele kuilen en putten in de dreef het verkeer van de militaire voertuigen bemoeilijkte, werd de dreef in 1944 ‘verhard’ met steenpuin van de gedynamiteerde kerk van Hoogstraten. In datzelfde jaar reed een vrachtwagen van Amerikaanse militairen, die op het kasteeldomein gelegerd waren, de rechterkolom van het middelste poortgedeelte omver. De brokstukken zijn tot op vandaag blijven liggen. Uit een vroeg 20ste-eeuwse postkaart blijkt dat het draaibare hek, dat aan deze pilaar bevestigd was, al langer was weggenomen.

Beschrijving

De Hofdreef is circa 1 kilometer lang en verbindt de kasteelsite ‘het Hof van Wuustwezel’ met de dorpskern ter hoogte van het huidige gemeentepark met gemeentehuis. De dreef vormt een structurerend en beeldbepalend element binnen de dorpsstructuur. Vanuit de dreef zijn er zichten op de kerk en dorpskern van Wuustwezel en op de kasteelsite. De visuele relatie tussen de kasteelsite en de dorpskern wordt nog versterkt door open akkers ten oosten van de dreef. De gronden in het westen en het zuiden van de dreef zijn verkaveld. De woningen bevinden zich tot dicht tegen de dreef. Op het steenpuin na is de dreef over zijn volledige lengte onverhard en dit vlakbij het dorpscentrum..

De breedte van de dreef varieert tussen circa 12 meter (in de dorpskern) en meer dan 20 meter (in het kasteelpark). Het is een gemengde en heterogene dreef bestaande uit opgaande bomen van verschillende soorten en leeftijden en met variabele stamomtrekken. Op het moment van de bescherming (2014) telt de dreef ongeveer 274 posities, waarvan er 51 verdwenen of recent ingeboet zijn. Dit betekent een uitval van ongeveer 18 procent. De gefaseerde aanleg wordt nog weerspiegeld in het huidige voorkomen van de dreef, die bestaat uit acht segmenten met eigen specifieke kenmerken. De voornaamste kenmerken van de dreef per segment zijn:

  • segment 1 (248 meter): beuk (Fagus sylvatica) als dominante soort, stamomtrekken van 100 tot 160 centimeter, plantafstand van 5 meter, dubbele dreef met de rijen op circa 7 meter van elkaar;
  • segment 2 (273 meter): bestaande uit beuk en zomereik (Quercus robur), stamomtrekken van 120 tot 200 centimeter (beuk) en 130 tot 230 centimeter (zomereik), plantafstand van 5 à 6 meter, aan weerszijden van de dreef grenst een gracht, in het oosten grenst dit segment aan een bosje waarin nog twee bomenrijen staan (één rij beuken op 7 meter en 1 rij eiken op 13 meter), mogelijk restant van een (drie)dubbele dreef;
  • segment 3 (105 meter): bestaande uit zomereik, stamomtrekken van 200 tot 400 centimeter, plantafstand van 9 meter, aan weerszijden van de dreef grenst een gracht, een eik van 400 centimeter omtrekt is het dikste exemplaar van de dreef en markeert het einde van dit segment;
  • segment 4 (41 meter): bestaande uit winterlinde (Tilia cordata), stamomtrekken van circa 230 centimeter, plantafstand van 9 meter, aan weerszijden van de dreef grenst een gracht;
  • segment 5 (63 meter): bestaande uit zomereik, stamomtrekken van 230 tot 200 centimeter, plantafstand van 9 meter, aan weerszijden van de dreef grenst een gracht;
  • segment 6 (21 meter): bestaande uit winterlinde, stamomtrekken van circa 240 meter, plantafstand van 9 meter, aan weerszijden van de dreef grenst een gracht;
  • segment 7 (102 meter): bestaande uit zomereik en Amerikaanse eik (Quercus rubra), stamomtrekken van 180 tot 250 centimeter (zomereik) en circa 230 centimeter (Amerikaanse eik), aan weerszijden van de dreef grenst een gracht, aan de westelijke zijde is naast deze gracht nog een rij Amerikaanse eiken aanwezig, geschrankt opgesteld ten opzichte van de eiken in de dreef, mogelijk een restant van een dubbele dreef;
  • segment 8 (148 meter): bestaande uit zomereik en winterlinde, stamomtrekken van 200 tot 250 centimeter (zomereik) en circa 200 centimeter (winterlinde), tot aan de knik in de dreef komen nog enkele eiken voor, vanaf dan alleen maar lindes, op de eerste boom aan de dorpszijde is een boomkapel ter ere van Maria bevestigd.
  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/11053/101.1, Thematisch-typologische en thematisch-geografische bescherming van het belangrijkste levend houtig erfgoed in Vlaanderen: Antwerpen, fase 3, Wuustwezel: Dreef van opgaande bomen van Quercus robur, Fagus sylvatica en Tilia cordata (KINNAER A., 2014).
  • VANDERHEYDEN V., 2007, Kasteeldomein ‘het Hof’ te Wuustwezel, aanzet tot bouwhistorisch onderzoek en inventarisatie, onuitgegeven scriptie Artesis Hogeschool Antwerpen.

Bron     : -
Auteurs :  Kinnaer, Anse
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Dreef van opgaande bomen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300166 (Geraadpleegd op 11-12-2019)