erfgoedobject

Appartementsgebouw in art-decostijl

bouwkundig element
ID
300212
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300212

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Appartementsgebouw in art-decostijl opgetrokken in opdracht van de Société Immobilière Belgo-Américaine "SIBA", naar een ontwerp door de architect David Moëd uit 1928. Afgevaardigd bestuurders van de vastgoedmaatschappij "SIBA", waren Leon Dimenstein en Harry Greenberg.

Leib (Leon) Dimenstein (°Bialystok, 1892) was in 1906 samen met zijn moeder Sara Rachel Rochowski (°Bialystok, 1861), zus Necha en broers Lazar, David en Neach vanuit Bialystock naar Antwerpen geëmigreerd, waar hun vader Kelman Dimenstein (Bialystock, 1858-?, 1942) al sinds 1904 verbleef. Hij huwde met Julia Kleinbaum en in 1927 werd te Antwerpen zoon Charles geboren. De van oorsprong Poolse diamanthandelaar Harry Greenberg (Semiatz, 1884-Antwerpen, 1974) emigreerde in 1921 vanuit Passaic (New Yersey) naar Antwerpen samen met zijn echtgenote Tila Faber (°Bialystok, 1884) en hun dochters Estelle, Dorothy en Mildred geboren tussen 1901 en 1914. Hij hertrouwde in 1927 in New York met Lillian Hagle (°New York, 1892), en bracht de Tweede Wereldoorlog door in New York. Aangenomen kan worden dat het appartementsgebouw, dat oorspronkelijk slechts twee duplexwoningen van hoge standing omvatte, bestemd was als privéwoning voor de bouwheren en hun gezin. Beiden waren ook zakenpartners in de firma Greenberg & Dimenstein, gevestigd in de Pelikaanstraat en allicht bedrijvig in de diamanthandel of -bewerking. In 1931 engageerde de vastgoedmaatschappij "SIBA" Moëd voor een tweede vastgoedproject, een imposant flatgebouw op de hoek van Plantin en Moretuslei en Dolfijnstraat met zeven winkels en 24 appartementen, dat uiteindelijk geen doorgang vond. Vervolgens liet "SIBA" het gebouw aan de Consciencestraat in 1933 uitbreiden en herindelen tot vijf appartementen.

Het appartementsgebouw Dimenstein-Greenberg behoort tot de allereerste realisaties van de Joodse architect David Moëd, wiens loopbaan vermoedelijk pas begin 1928 van start was gegaan. Van enkele maanden eerder dateert het ontwerp van het appartementsgebouw Rapoport-Wellner aan de De Merodelei. Van zijn hand zijn in Antwerpen een vijftiental appartementsgebouwen gekend, veelal voor Joodse opdrachtgevers, met als belangrijkste de complexen van de maatschappijen L'Immobilière Franco Anversoise en Boduognat aan de Belgiëlei, respectievelijk ontworpen in 1934 en 1935. Zijn architectuur onderscheidt zich door een ingehouden modernisme, met een verzorgde afwerking en een discrete ornamentiek in art-decostijl. De ruime en comfortabele appartementen bestemd voor de welstellende middenklasse of burgerij, beantwoorden aan een conventioneel schema, voorzien van eigentijds comfort en uitgerust voor inwonend personeel. Hij wist in mei 1940 met vrouw en kinderen bezet Europa te ontvluchten, dankzij een irregulier visum verstrekt door de Portugese consul in Bordeaux. Zij vestigden zich in de Verenigde Staten, waar David opnieuw een architectenpraktijk uitbouwde. Moëd overleed in 1991 in Israël.

Architectuur

Met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat het gebouw een souterrain en oorspronkelijk vier bouwlagen onder een zadeldak, in 1933 vervangen door een extra dakverdieping. De lijstgevel heeft een parement uit witte natuursteen in combinatie met rood baksteenmetselwerk in rollagen en kruisverband voor de borstweringen en attiek, op een plint uit blauwe hardsteen. Licht asymmetrisch van opzet, met een bredere linker travee en het portaal in de rechter travee, beantwoordt de opstand aan een drieledig schema. Dit is opgebouwd uit de pui, de twee hoofdverdiepingen en de attiek met houten kroonlijst; de toegevoegde etage is opgevat als een pseudo-mansarde bekleed met leien. Pilasters met een typisch art-decoprofiel, in kolossale orde over de twee hoofdverdiepingen, markeren de middentravee. De bekronende medaillons in de vorm van een gestileerde adelaar, verwijzen wellicht naar het wapen van de Verenigde Staten en de Amerikaanse nationaliteit van een van beide bouwheren, het gezin Greenberg-Hagle. Medaillons met een abstract motief van de tweede verdieping, en het smeedwerk van vensterleuningen, bovenlicht en keldertralies, dragen verder bij tot het stijlvolle art-deco-karakter. Het houten schrijnwerk van de brede vensters is grotendeels vernieuwd, grosso modo naar oorspronkelijk model; de oorspronkelijk houten inkomdeur is verdwenen.

Volgens het principe 'petit hotel d’étage' groepeerde het gebouw volgens de oorspronkelijke bouwplannen twee royale appartementen met elk twee niveaus, quasi identiek wat oppervlakte en indeling betrof, ontsloten door een gemeenschappelijke inkom- en traphal met lift. Beide woningen, die op hun beurt rond een centraal ingeplante, interne traphal georganiseerd waren, besloegen respectievelijk het gelijkvloers annex eerste verdieping, en de tweede annex derde verdieping. Op het eerste niveau strekte zich uit over de volledige diepte van het gebouw een suite van salon, eetkamer en terras uit, geflankeerd door de bibliotheek annex kantoor aan straatzijde, en een ontbijtkamer en keuken met terras aan tuinzijde. Het tweede niveau bood ruimte aan vijf slaapkamers, waarvan twee met ‘en suite’ badkamer en de grootste met een balkon, en een linnenkamer. De zolder herbergde drie meidenkamers voor inwonend personeel.

Bij de verbouwing van 1933 werd het gebouw na uitbreiding met een nieuwe achterbouw en een extra dakverdieping, heringedeeld tot vijf quasi identieke flats die elk een volledige verdieping beslaan, met een conciërgewoning in het souterrain. De belangrijkste structurele ingrepen aan de bestaande indeling betroffen het supprimeren van de interne traphallen, het doorbreken van een binnenmuur tussen twee slaapkamers op de eerste en derde verdieping, de creatie van een nachthal in de vroegere lichtschacht op alle niveaus, als verbinding met de nieuwe achterbouw, en de verwijdering van het zadeldak met doortrekken van de gemeenschappelijke traphal en lift. De nieuw gevormde flats omvatten volgens de bouwplannen in de voorbouw een L-vormige suite van salon, fumoir, eetkamer en terras geflankeerd door de bibliotheek aan straatzijde, de keuken met terras en meidenkamer achter de centrale hall, twee slaapkamers en een badkamer in de achterbouw.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1928#30389 en 1933#44195 (Consciencestraat), 1931#40540 (Plantin en Moretuslei); vreemdelingendossiers 481#111972 (Dimenstein) en 481#164587 (Greenberg).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Appartementsgebouw in art-decostijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300212 (Geraadpleegd op 09-05-2021)