erfgoedobject

Appartementsgebouw Le Confort III

bouwkundig element
ID: 300214   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300214

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Appartementsgebouw in art-decostijl naar een ontwerp door de architecten Alfred Portielje en Jan De Braey uit 1929. Opdrachtgever was de Naamloze Maatschappij "Le Confort", opgericht voor de bouw en exploitatie van een prestigieus vastgoedproject van drie flatgebouwen door de aannemers Jacques Van Riel (1880-1944) en Van den Bergh. De Entreprises Générales de Construction Van Riel & Van den Bergh, gevestigd in de Lamorinièrestraat, concessiehouder van het Franse Bétons Armés Hennebique, behoorde decennialang tot de belangrijkste aannemers van publieke en private bouwwerken in Antwerpen. Van Riel & Van den Bergh ontstond in 1925 uit het bouwbedrijf Van Riel & Ceurvorst (1916-1924), dat op zijn beurt terugging op het in 1905 opgerichte bouwbedrijf Van Riel-Peeters & C°. Van Riel was met zijn toenmalige vennoot Ed. Ceurvorst al eerder actief op de vastgoedmarkt, met de bouw van de appartementsgebouwen "Cyclops", "Vulcan" en "Titan" uit 1921-1923, en "Goliath" uit 1926 aan de Helenalei, door de architect Alfons Francken. In 1930-1931 volgde het complex “Home Peter Benoit” en “Home Jan Blockx” op de hoek van Belgiëlei en Grétrystraat, door de architecten Jan Vanhoenacker, John Van Beurden en Jos Smolderen.

Het vastgoedproject “Le Confort” bestaat uit drie appartementsgebouwen van hoge standing met in totaal 25 flats, ingeplant op twee ruime percelen die zich van de Prins Albertlei uitstrekken tot de De Merodelei. Deze werden voordien ingenomen door twee voorname hotels in eclectische stijl uit de late 19de eeuw. Het project ging in de lente van 1928 van start met de bouw van “Le Confort I” (Prins Albertlei 24), in het najaar gevolgd door “Le Confort II” (Prins Albertlei 23). Najaar 1929 kwam een complex met 18 garages aan de beurt gelegen achter “Le Confort III” (De Merodelei 31), dat als laatste vanaf begin 1930 werd opgetrokken. Het eigen aannemersbedrijf Entreprises Générales de Construction Van Riel & Van den Bergh, stond in voor de bouw.

Alfred Portielje en Jan De Braey voerden een gezamenlijke praktijk van vermoedelijk 1926 tot 1934. Portielje was toen al een twintigtal jaar actief als zelfstandig architect, terwijl De Braey tot dan zijn vader Michel De Braey had geassisteerd. De associés legden zich vooral toe op de bouw van appartementsgebouwen van hoge standing, een nieuwe typologie in de jaren 1920, maar ontwierpen daarnaast ook burgerhuizen en villa’s voor de betere kringen. Tot de vroegste en meest prestigieuze realisaties van het bureau behoort de Résidence "Sans Souci", een statig complex in beaux-artsstijl aan de Belgiëlei uit 1926. Samen met de architect Florent Vaes tekenden Portielje en De Braey in datzelfde jaar voor het imposante flatgebouw op de hoek van de Jan Van Rijswijcklaan en de Jan De Voslei, een opdracht van de Commissie voor Openbaren Onderstand van Antwerpen waarvoor een meer eigentijdse, zakelijke art-decostijl werd toegepast. In het vastgoedproject "Le Confort" onderscheiden de meest prestigieuze flatgebouwen aan het Koning Albertpark zich door een meer uitgesproken beaux-arts-karakter, van het bescheidener complex aan de De Merodelei, dat zijn expressieve baksteenarchitectuur veeleer aan het vroege modernisme van Nederlandse oorsprong ontleent. De carrières van beide architecten, die vanaf 1935 hun eigen weg gingen, kwamen tot een eind in de latere jaren 1950.

Architectuur

Met een gevelbreedte van vier traveeën omvat het gebouw zes bouwlagen onder een plat dak. Waar een structuur van gewapend beton is toegepast voor de constructie, kreeg het gevelfront een sober parement uit rood baksteenmetselwerk in halfsteens verband met verdiepte lintvoegen en platvolle stootvoegen, in combinatie met rollagen ter hoogte van de dorpels en lateien. Het gebruik van witte natuursteen is beperkt tot de hoge plint en de deur- en poortomlijstingen; de oplopende erkerpartij uiterst rechts, de borstwering van de eerste verdieping en de fries zijn bekleed met een cementbepleistering in ‘simili pierre’, de topgeleding met natuurleien. De compositie van het gevelfront incorporeert de knik in de rooilijn van de straat op expressieve wijze door middel van een zaagtandprofiel, dat de bovenbouw een gestroomlijnde dynamiek verleent, nog geaccentueerd door de breed uitkragende kroon- en daklijsten. De gemeentelijk architect van Berchem tekende zonder verder gevolg bezwaar aan tegen deze loggia’s, die naar zijn mening - enkel bedoeld om de kamers rechthoekig te maken - het straatbeeld zouden verstoren. Volgens een klassiek, drieledig schema is de opstand opgebouwd uit de pui, de hoofdverdiepingen en de attiek, die door de leienbekleding refereert aan een pseudo-mansarde. Waar de pui met centraal inkomportaal en garagepoort uiterst links een vlakke behandeling kreeg, worden bovenbouw en attiek verticaal geritmeerd door de oplopende erkerpartijen in zaagtand, en het zijrisaliet uiterst rechts met een rechthoekige erkerpartij. Horizontaal bepalen alternerend doorlopende vensterregisters en geprononceerde borstweringen de geleding, met als opmerkelijk detail de belijning met platte banden op de eerste verdieping. De smeedijzeren inkomdeur volgens het merkplaatje vervaardigd door het Antwerpse atelier Pierre Meeuws bleef behouden, evenals het houten schrijnwerk van de garagepoort en de benedenvensters met typische horizontale roeden; het vensterschrijnwerk van de bovenverdiepingen lijkt grotendeels vernieuwd.

Het complex met een plattegrond in U-vorm, omvat in totaal elf appartementen met eenzelfde indeling, nauwelijks afwijkend qua oppervlakte, en een conciërgewoning. De flats zijn per verdieping twee aan twee in spiegelbeeld gegroepeerd, rond de centraal ingeplante traphal met lift. Op het gelijkvloers, dat slechts één appartement telt in de rechter vleugel, is verder ruimte gelaten voor de gemeenschappelijke inkomhal en de conciërgewoning en de open doorgang naar de achterliggende garages. Ondergronds beschikken de flats over een individuele kelder. Nog steeds van hoge standing, behoren de appartementen tot de kleinste en meest bescheiden van het wooncomplex "Le Confort". Georganiseerd door de hall met vestiaire, omvat de plattegrond de suite van salon en eetkamer aan de straatzijde, de keuken met terras in de middenzone, drie slaapkamer en een badkamer verbonden door de nachthal in de vleugels.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1275#22 en 956#5990.
  • Architectuurarchief Vlaanderen, archief Alfred en Donald Portielje, foto Le Confort III.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Appartementsgebouw Le Confort III [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300214 (Geraadpleegd op 04-04-2020)