erfgoedobject

Modernistisch appartementsgebouw, architectenwoning Nachman Kaplansky

bouwkundig element
ID: 300216   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300216

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Modernistische appartementsgebouw naar een ontwerp door de architect Nachman Kaplansky uit 1937. Opdrachtgever was de Naamloze Maatschappij "Immobilia Prince Albert", een vastgoedmaatschappij opgericht voor de bouw en de exploitatie van het complex dat tien flats en een conciërgewoning omvat. Tijdens de bouw, begin 1938, onderging de indeling van begane grond en souterrain nog een belangrijke wijziging wat de inplanting van de conciërgewoning en de fietsenstalling betrof, met als doel de creatie van een extra gelijkvloerse flat. Deze laatste was bestemd als eigen woning van de architect en zijn echtgenote, die er eind september 1938 hun intrek namen, maar er door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog slecht een kleine twee jaar gebruik hebben van kunnen maken.

Het appartementsgebouw “Immobilia Prince Albert” behoort tot de laatste bouwprojecten die Nachman Kaplansky tijdens zijn kortstondige loopbaan in Antwerpen wist te voltooien. Van Russische nationaliteit en geboren in Polen, vestigde hij zich in begin 1925 vanuit Tel Aviv te Antwerpen. In 1927 huwde hij te Berchem met Henia Baharaw (°Kamenetz, 1902), van oorsprong Russisch maar met de Palestijnse nationaliteit, die eind 1925 naar Antwerpen emigreerde vanuit Jaffa. Waar zijn vroegst gekende realisaties al uit eind jaren 1920 dateren, bouwde Kaplansky na zijn architectuurstudies aan de Antwerpse academie, vanaf begin jaren 1930 een succesvolle praktijk uit in Antwerpen, gericht op een welgesteld, overwegend joods clientèle. Tot zijn belangrijkste opdrachten behoren een achttal van de meest opmerkelijke modernistische flatgebouwen in de stad, zoals de "Résidence Prince Albert" uit 1936 aan het Prins Albertpark. Een representatief voorbeeld van zijn burgerhuizen in gesloten bebouwing, is de woning Swart uit 1933 aan de Belgiëlei, van zijn vrijstaande landhuizen de villa Kleinkramer uit 1934 aan de Sorbenlaan. Bij de Duitse invasie in 1940 vluchtten Kaplansky en zijn echtgenote naar Palestina; het is niet bekend of hij zijn architectuurpraktijk tijdens of na de Tweede Wereldoorlog in zijn nieuwe woonplaats Tel Aviv heeft kunnen hervatten.

Architectuur

Met een gevelbreedte van acht traveeën omvat het gebouw een souterrain en vijf bouwlagen onder een plat dak. Voor de constructie is een structuur uit gewapend beton toegepast, met een gevelparement uit witte kunststeenplaten, gebruik van gepolijste blauwe hardsteen voor de plint en het portaal, en wit gelakt staal voor het schrijnwerk. Pierre Gilles, pseudoniem van Pierre-Louis Flouquet, is bijzonder lovend in zijn architectuurkritiek voor het tijdschrift Bâtir: "L'immeuble de l'avenue de Mérode, à Berchem-Anvers, présente comme les précédents, le grand caractère de simplicité fonctionelle, qui exprime la vérité architecturale."

Het 24 m lange gevelfront beantwoordt aan de zuivere canon van het Bauhaus-modernisme, met een volkomen vlakke gevelbehandeling afgewerkt door dekstenen, een kleurstelling in wit en zwart resulterend in een zwevend karakter voor de bovenbouw, en een strakke horizontale geleding door doorlopende, grote raampartijen en bandramen. Vanuit een functionalistische logica onderscheiden deze laatste respectievelijk de woonvertrekken van de slaapkamers, terwijl de opdeling in twee flats per verdieping verder wordt gemarkeerd door slanke gestapelde loggia’s met balkons, oorspronkelijk voorzien van stalen buisleuningen. Dit compositieschema herinnert vrij expliciet aan de opstand van het flatgebouw dat Ludwig Mies van der Rohe in 1927 voor de Weiβenhofsiedlung in Stuttgart ontwierp. De gevelwijzigingen van 1938 betroffen de vensterordonnantie aan weerszij van het portaal. De flankerende strook vierkante openingen die de toegangshelling tot de ondergrondse fietsenstalling verlichten, en de getraliede bandramen van het souterrain dateren van toen. Helaas werden de zo typische balkons tijdens de jaren 1970 verwijderd, en het stalen vensterschrijnwerk met typische schuiframen vervangen door aluminium; enkel de stalen inkomdeur, het schrijn- en traliewerk van het souterrain en het schrijnwerk van de garagepoort zijn nog oorspronkelijk.

De L-vormige plattegrond omvat twee appartementen van verschillende oppervlakte en indeling per verdieping, ontsloten door de centraal ingeplante traphal met een bewaarde lift van het merk Daelemans. Rationeel van opzet en organisatie, maakt de indeling van de flats een duidelijk onderscheid tussen de dag- en ontvangstvertrekken, de nachtzone en de dienstlokalen. Het grote appartement strekt zich links in de breedte van het gebouw uit, en bestaat volgens de bouwplannen aan straatzijde uit de suite van salon en eetkamer, en twee slaapkamers waarvan één met 'cabinet de toilette'. Aan de achterzijde bevinden zich de hall met vestiaire, de keuken met terras, annex office en meidenkamer, de badkamer en een derde slaapkamer, die met de overige twee verbonden zijn via de nachthal. Het kleine, in de diepte van het gebouw ingeplante appartement omvat een suite van salon en eetkamer aan straatzijde, en de keuken met terras, annex office en meidenkamer aan de overzijde van de hal, vanwaar de nachthal de twee slaapkamers en de badkamer ontsluit.

Gelijkvloers boet het linker appartement één slaapkamer in aan de gemeenschappelijke inkomhal; het oorspronkelijk als conciërgewoning bedoelde en tijdens de bouw gewijzigde rechter appartement, omvat een woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer, en een studio in split-level boven de lage garage. Tussen deze flat en de inkomhal is een bescheiden conciërgewoning ingepast, met een woonkeuken in het souterrain en een slaapkamer erboven, verbonden door een binnentrap. De stalling voor fietsen en kinderwagens met toegangshelling bevindt zich in het souterrain links van de inkomhal. Het interieur van de gemeenschappelijke inkomhal, met een vloer- en wandbekleding uit beige en zwart marmer, schrijnwerk en een plafondluchter is bewaard.

  • GILLES P. 1938: Immeuble de rapport à Berchem Anvers architecte Nachman Kaplansky, Bâtir 7.70, 406.
  • JACOBS, M. [1999]: Nachman Kaplansky beloftevolle maar verborgen Antwerpse architect, onuitgegeven verhandeling Hogeschool Antwerpen Departement Architectuur, 89-92.
  • S.n. 1939: N. Kaplansky architecte Anvers, Antwerpen, 19-23.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Modernistisch appartementsgebouw, architectenwoning Nachman Kaplansky [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300216 (Geraadpleegd op 21-09-2020)